Ravensburger wint strijd omtrent ‘Memory’: merk is niet zuiver beschrijvend

memoryMemory is een gezelschapsspel dat beroep doet op het kortetermijngeheugen van de spelers. Dat is alom geweten. Ondanks die beschrijvende eigenschap besliste het Nederlands Beneluxhof dat Ravensburger mocht optreden tegen andere spelen die ‘Memory’ in de titel hadden. Daarbij vernietigt het Hof zonder genade het Nederlandse vonnis dat tegenpartij Juroda aanvankelijk gelijk gaf. Het verbiedt het door middel van een dwangsom het verder oneigenlijk gebruik van het merk/teken ‘Memory’.

Memory?

Ravensburger houdt zich sinds de jaren ’60 bezig met het produceren van allerlei puzzels en spelletjes. In 1971 werd het houder van het Benelux-woordmerk ‘Memory’. Juroda hield daar geen rekening mee en plaatste op verschillende websites spelletjes met in de titel ‘Memory’. Niet veel later verschenen ook mobiele applicaties als ‘Garfield memory’ of ‘Justin Bieber memory’. Ravensburger kon daar niet mee lachen en vorderde het onmiddellijk stopzetten van elk gebruik van hun gedeponeerd merk. Jaludo antwoordde op die aantijgingen door te stellen dat het merk nietig is en vorderde bij een Nederlandse rechtbank de doorhaling van het merk op grond van het beschrijvend karakter.

Geen merkdepot voor naam met zuiver beschrijvend karakter

Indien we als producent willen verhelpen dat onze concurrenten mee de vruchten van onze marketing willen plukken, moeten we een merk aanvragen. Ravensburger is houdster van het Benelux-woordmerk ‘Memory’. In beginsel moet dit merk moet onderscheidend vermogen hebben. Een onderdeel van dit onderscheidend vermogen is het verbod op een zuiver beschrijvende merk. Men spreekt van een ‘zuiver beschrijvend merk’ als de gemiddelde consument daar een beschrijvend element in ziet. Een teken dat een beschrijving geeft van ofwel het product, ofwel de kwaliteiten van het product (de samenstelling, de herkomst, de bestemming, enz.) moet geweigerd worden. Deze regel vindt zijn oorsprong in de idee dat elke ondernemer zijn product zou mogen beschrijven, zonder angst te hebben om een vordering tot staking te moeten ondergaan. Volgens Juroda was dit het geval aangezien men beroep doet op het geheugen om het spelletje te winnen.

Laatste reddingsboei: algemene inburgering

De hoofdreden waarom Ravensburger hier toch nog aan het langste eind trok is door de jarenlange inburgering van het woord ‘Memory’. Het Hof oordeelde dat Ravensburger het gemis aan onderscheidend vermogen opgelost heeft door reeds lang op de markt aanwezig te zijn. Door lang op de markt te zijn en veel publiciteit te verbinden aan het teken, kan een producent de consument aanleren dat zijn teken onderscheidend is voor uw goederen. Inburgering van een merk moet bewezen worden. Vaak gebeurt dat door enquêtes uitgevoerd bij consumenten, territoriale spreiding en omvang van het gebruik, enz. Verder trad Ravensburger ook heel actief op tegen derden die het teken ‘Memory’ gebruikten.

Besluit

Ravensburger blijft dus merkhouder van ‘Memory’, ondanks het beschrijvend karakter van het gezelschapsspel dat het geheugen op de proef stelt. Dit enerzijds door de inburgering van ‘Memory’ bij de gemiddelde consument in de Benelux, anderzijds door het attent blijven bij inbreuken die gemaakt worden door andere producenten. Ondanks dat in dergelijke zaken er op het eerste zicht sprake is van willekeur, zijn er toch enkele aspecten die kunnen helpen zodat de rechter ook in het voordeel van uw merk beslist.

Vragen over merkenrecht?

Aarzel niet om contact op te neme.  we staan u graag te woord op info@siriuslegal.be of op 0486 901 931

Artikel geschreven door onze zomerstagiaire Bob Beazar