Verkoop met verlies mag (in sommige gevallen)

De Belgische Wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming ligt al een hele poos onder vuur.  Eerst werd het verbod op koppelverkoop door het Europees Hof van Justitie onderuit gehaald, daarna volgde een lange strijd rond de sperperiode en soldenperiode voor datzelfde Europees Hof  en nu veegt Europa ook de fundamenten weg onder het verbod op verkoop met verlies: Het absolute verbod dat de Belgische wet oplegt aan winkeliers om met verlies te verkopen is in strijd met de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken.  Verkopen met verlies lijken dus vanaf nu niet langer onmogelijk of verboden.

Waarover gaat de discussie?

Alles gaat terug op een rechtzaak die begon voor de rechtbank van koophandel in Gent tussen de vennootschap achter de elektronicaketen Selexion en een andere groep van elektronicawinkels Kamera Express, waarin Selexion aan Kamera Express verweet “lokvogelpraktijken” toe te passen door één of twee fototoestellen aan extreem lage prijs te koop aan te bieden om klanten naar haar winkels te lokken.  Die extreem lage prijs zou zelfs zo laag zijn dat Selexion vermoedde dat Kamera Express de fototoestellen met verlies verkocht.

Op basis van artikel 101 van de Belgische Wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming is het echter verboden om goederen met verlies te verkopen.  “Verkoop met verlies” is volgens de wet “elke verkoop tegen een prijs die niet tenminste gelijk is aan de prijs waartegen de onderneming het goed heeft gekocht of die de onderneming zou moeten betalen bij herbevoorrading, na aftrek van eventueel toegekende en definitief verworven kortingen.”

In principe zouden de verkopen door Kamera Express dus verboden moeten zijn.  Alleen is het zo dat de Belgische Wet Marktpraktijken een aantal bepalingen bevat die in strijd zouden kunnen zijn met de Europese Richtlijn Consumentenbescherming en als dat zo is, dan zijn die bepalingen gewoon nietig en mogen ze door de Belgische rechtbanken niet langer toegepast worden.

Kamera Express was van oordeel dat het verbod op verkoop met verlies zo een nietige bepaling is omdat ze strijdig is met het Europees recht en vroeg aan de Belgische rechter om verduidelijking te vragen bij het Europees Hof van Justitie.

Hoe zit dat nu precies met die Belgische Wet Marktpraktijken?

De Wet Marktpraktijken is inmiddels drie jaar oud en sinds ze in werking trad in mei 2010, heeft ze eigenlijk constant onder vuur gelegen.

De reden hiervoor is eenvoudig: de WMPC is eigenlijk een “vernieuwing” van de oude Wet Handelspraktijken uit 1994 en die “vernieuwing” kwam er enkel omdat de Europese Unie met een nieuwe Richtlijn Consumentenbescherming de Europese consument beter en op een ééngemaakte manier wilde beschermen.

In plaats van echter die nieuwe Europese Richtlijn om te zetten in een geheel nieuwe wet, heeft men in België geprobeerd om zoveel mogelijk elementen uit de oude Wet Handelspraktijken over te houden.  In de meeste gevallen gebeurde dit onder druk van kleinhandelaarsfederaties: de sperperiode bleef behouden, het verbod op koppelverkoop bleef behouden, het verbod op verkoop met verlies beef behouden.

Nochtans wist de Belgische wetgever dat hij hiermee inging tegen de fundamenten zelf van de Europese Richtlijn: de bedoeling vanuit Europa was om een zeer beperkte lijst van 31 welomschreven praktijken in alle gevallen te verbieden (piramideverkoop bijvoorbeeld is er zo eentje).  Buiten die lijst zijn alle “verkoopsbevorderende technieken” in principe toegestaan, tenzij individueel, geval per geval, kan bewezen worden dat ze ofwel misleidend zijn voor de consument ofwel agressief zijn ten aanzien van de consument.  is dat niet zo, dan belet niets een ondernemer om bijvoorbeeld twee producten samen te koop aan te bieden in een “koppelverkoop”.

Een lange lijdensweg voor het Europees Hof

Sinds 2010 heeft het Europees Hof van Justitie zich nu al herhaaldelijk moeten buigen over de Belgische Wet Marktpraktijken en telkens komt het Hof tot hetzelfde resultaat:  Het verbod op koppelverkoop, het verbod om in bepaalde periodes kortingen te afficheren (sperperiode) en het verbod om goederen met verlies te verkopen zijn in strijd met de bedoeling, de geest en de letter van de Europese Richtlijn Consumentenbescherming omdat ze een bepaalde verkoopstechniek per definitie en in alle gevallen verbieden, terwijl de Europese Richtlijn wil dat enkel als in individuele gevallen blijkt dat de consument misleid is of agressief bejegend werd een verbod kan worden opgelegd.

Ook in het geschil tussen Selexion en Kamera Express kwam het Europees Hof tot dezelfde slotsom: een absoluut verbod om met verlies te verkopen is strijdig met de Richtlijn Consumentenbescherming.

Waarom wordt de Belgische wet dan niet aangepast?

Wel, uit de reacties in de pers mag het duidelijk zijn dat het de beroepsfederaties uit de kleinhandel en distributie zijn die met alle macht proberen te voorkomen dat de sperperiode in België verdwijnt en dat verkopen met verlies vanaf vandaag toegelaten zouden zijn.  Hun redenering is dat die regels niet in de eerste plaats bedoeld zijn om de consument te beschermen, maar wel om de concurrentie te beschermen en dat Europa helemaal niet verbied om een soldenperiode te hanteren of om verkopen met verlies onmogelijk te maken voor zover dat maar niet bedoeld is om de consument te beschermen, maar enkel ondernemers tegen elkaar beschermd.  Op basis van die gedachte zouden mits enkele kleine “verduidelijkingen” (lees eerder “herinterpretaties”) in de WMPC de sperperiode en het verbod op verkoop met verlies toch overeind kunnen blijven.

In dit laatste geval gaan het NSZ, Comeos en Unizo echter voorbij aan het feit dat de rechter deze keer zeer duidelijk vaststelt dat de bedoeling van de wetgever was om de consument te beschermen (en niet de concurrentie).  Daar waar in de geschillen rond de sperperiode nog heil gezocht kon worden bij de bescherming van de concurrentie, lijkt dat hier dus niet meer mogelijk. De logica zegt dan ook dat het verbod op verkoop met verlies onhoudbaar wordt.

De beroepsfederaties maken zich overigens ons inziens onterecht zorgen: als de mogelijkheid op verkopen met verlies misbruikt worden door grote ketens om met misbruik van hun positie op de markt een prijzenslag te beginnen tegen kleine zelfstandigen, dan zijn er andere regels die die kleine zelfstandige beschermen, waaronder bijvoorbeeld het mededingingsrecht en het verbod op oneerlijke handelspraktijken tussen concurrenten.

Mag ik dan vanaf nu verkopen met verlies?

Wel, in principe kan u inderdaad vanaf vandaag goederen verkopen met verlies.  Het Europees Hof van Justitie heeft immers geoordeeld dat artikel 101 WMPC in strijd is met het Europees recht en het gevolg is dat Belgische rechters dat artikel niet meer mogen toepassen.

Concreet: als u een boete opgelegd krijgt wegens het verkopen van goederen met verlies en u weigert deze te betalen, dan zal de rechtbank aan wie het geschil voorgelegd zal worden u gelijk moeten geven.

Hetzelfde geldt voor het verkopen van goederen met korting tijdens de sperperiode overigens.

Alleen wordt het afwachten hoe sterk de lobby van de kleinhandelssector is: als zij erin slagen de overheid te overtuigen dat verkopen met verlies verboden moeten blijven, is het niet ondenkbaar dat op een gegeven ogenblik de wet wordt aangepast en dat men verkopen met verlies in een andere wet of in een afzonderlijk hoofdstuk gaat verbieden op basis van de eerlijke concurrentie tussen handelaars in plaats van op basis van de consumentenbescherming.  En dan kan Europa in principe niet meer tussenkomen, tenzij het zou oordelen dat de nieuwe “bedoeling” die aan het verbod gegeven wordt kunstmatig zou zijn.

Hoe dan ook en totdat de Belgische wet aangepast zou worden staat voorlopig niets eraan in de weg dat u goederen met verlies zou verkopen, mits u natuurlijk binnen de grenzen blijft die Europa oplegt: u mag de consument niet misleiden en u mag de consument niet agressief benaderen.