Blog Contracten en commerciele relaties

 Bart Van den Brande

Dankzij deze strengere wettelijke betalingstermijnen geraak jij straks sneller betaald

Vanaf begin 2022 worden kleine ondernemers nog beter beschermd in hun onderhandelingen met grotere klanten door de invoering van nieuwe regels die veel te lange betalingstermijnen voor facturen onmogelijk maken. 

Populair artikel Nieuwe_B2B_wet_eerste_toepassing
20.01.2021 Roeland Lembrechts

Een 1ste toepassingsgeval uit de nieuwe B2B-wet: het misbruik van economische afhankelijkheid door een onderneming

In 2019 werden er belangrijke wetswijzigingen aangekondigd voor de ondernemingswereld. Met de wet van 4 april 2019 (de nieuwe “B2B wet”) is er een nieuw wettelijk kader ontstaan voor:

  • misbruiken van economische afhankelijkheid door ondernemingen,
  • oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen en
  • onrechtmatige bedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen.

De eerste set van regels van de nieuwe B2B wet, die gaat over misbruiken van economische afhankelijkheid door ondernemingen, is sinds 22 augustus 2020 van toepassing.

Op 28 oktober 2020 heeft de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Gent een eerste keer die wetgeving moeten toepassen en een stakingsbevel met dwangsom opgelegd aan een leverancier van kinderkleding. De veroordeelde onderneming weigerde namelijk haar contractspartij te beleveren. De voorzitter van de ondernemingsrechtbank oordeelde dat die weigering in dit concrete geval een misbruik van economische afhankelijkheid uitmaakte. 

Naast de bespreking van deze boeiende uitspraak verwijzen we ook naar onze handige matrix van onrechtmatige bedingen, een ander belangrijk onderdeel van de nieuwe B2B wet, die je gratis kan downloaden op onze website. In onze matrix vind je per type beding een omschrijving, het relevante wetsartikel en een concreet voorbeeld om het meteen praktijkgericht te maken. 

 

Misbruik van economische afhankelijkheid: wat is dat precies?

Op basis van die nieuwe wetgeving is het verboden om misbruik te maken van een positie van economische afhankelijkheid waarin één of meerdere ondernemingen zich bevindt, waardoor de concurrentie kan worden aangetast op de betrokken Belgische markt of op een substantieel deel daarvan.

Er moeten drie vereisten vervuld zijn voordat het verbod van toepassing is:

  • het bestaan van een positie van economische afhankelijkheid van een of meerdere ondernemingen; 
  • van die positie moet(en) de dominerende onderneming(en) misbruik maken;
  • als gevolg van dat misbruik kan de concurrentie worden aangetast op de betrokken Belgische markt of een substantieel deel ervan.

Het kan onder meer gaan over de volgende toepassingsgevallen:

  • het weigeren van een verkoop, een aankoop of van andere transactievoorwaarden;
  • het rechtstreeks of onrechtstreeks opleggen van onredelijke aan- of verkoopprijzen of van andere onredelijke contractuele voorwaarden;
  • het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling van producten ten nadele van de verbruikers (bijvoorbeeld het weigeren om updates uit te voeren op software, terwijl dat in het verleden wel periodiek werd gedaan);
  • het toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties (bijvoorbeeld het systematisch aanrekenen van hogere verkoopprijzen bij één concrete contractspartij in vergelijking met andere afnemers, voor dezelfde producten);
  • het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten van het aanvaarden door de contractspartij van bijkomende prestaties, die geen verband houden met het onderwerp van die overeenkomsten.

 

De feiten van de zaak in het eerste toepassingsgeval van de nieuwe B2B-wet

De zaak voor de ondernemingsrechtbank te Gent had betrekking op een leverancier van onder andere kinderkleding. De onderneming verzorgde ook het ontwerp en de productie van die goederen. De leverancier weigerde plots om zijn producten verder aan een detailhandelaar te leveren, en maakte meer algemeen ook een einde aan de commerciële relatie met de detailhandelaar. De kledij maakte nochtans deel uit van de wintercollectie van de detailhandelaar.

Voor de detailhandelaar betekende het niet leveren van de wintercollectie en de beëindiging van de overeenkomst zo goed als het einde van zijn onderneming, die van nature natuurlijk seizoensgebonden is. Hij voerde dan ook aan dat de houding van de leverancier een inbreuk vormde op het nieuwe verbod op misbruik van economische afhankelijkheid (naast het algemeen verbod op oneerlijke marktpraktijken uit de nieuwe B2B-wet) en stelde een stakingsvordering in. De leverancier stelde anderzijds dat de weigering gerechtvaardigd was omdat de detailhandelaar een aanzienlijke betalingsachterstand had.

 

Wat was het oordeel van de rechtbank?

De voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Gent oordeelde om te beginnen dat er sprake was van een economische afhankelijkheid, aangezien de detailhandelaar niet in staat zou zijn geweest om op zo’n korte termijn een andere leverancier en collectie te vinden. In deze specifieke sector (de modedetailhandel) moeten bestellingen en leveringen voor een seizoenscollectie lang genoeg op voorhand worden gedaan. 

Er was volgens de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Gent niet enkel een economische afhankelijkheid, de leverancier maakte ook misbruik van die economische afhankelijkheid.

De leverancier wist zeer goed dat de detailhandelaar niet in staat zou zijn geweest om op zo’n korte termijn alternatieven te vinden. De leverancier had de detailhandelaar trouwens tot aan de leveringsweigering de indruk gegeven dat de leveringen zouden plaatsvinden, bijvoorbeeld door het overhandigen van promotiemateriaal met betrekking tot de wintercollectie. De voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Gent stelde daardoor zelfs dat de leverancier te kwader trouw had gehandeld.

Het argument dat de detailhandelaar een betalingsachterstand had kon de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Gent ook niet overtuigen, aangezien de leverancier al lang voor de leveringsweigering op de hoogte was van de financiële situatie van de detailhandelaar.

Tot slot bleek de leverancier een achterliggende strategie te hebben om onafhankelijke detailhandelaren uit de markt te drukken, aangezien de leverancier rechtstreeks aan de consument wenste te verkopen.

Vervolgens oordeelde de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Gent op basis van onder meer die elementen dat de leverancier de economische afhankelijkheid van de detailhandelaar had misbruikt, en beval de staking ervan onder verbeurte van een dwangsom. De leverancier werd met andere woorden verplicht om de detailhandelaar terug te beleveren.

 

Heb je nog concrete vragen over de impact van de nieuwe B2B-wet?

Contacteer ons vrijblijvend via roeland@siriuslegal.be.

 

Heb je graag een handig overzicht van de verschillende types van onrechtmatige bedingen?

Download hier onze matrix van onrechtmatige bedingen.

Dit artikel werd geschreven door Michiel Beutels 

Populair artikel Nieuwe_B2B_wet_onrechtmatige_bedingen
21.12.2020 Roeland Lembrechts

Nieuwe regels voor overeenkomsten tussen ondernemingen: onze matrix onrechtmatige bedingen uit de nieuwe B2B wet

In 2019 werden er belangrijke wetswijzigingen aangekondigd voor de ondernemingswereld. Met de wet van 4 april 2019 (de nieuwe “B2B wet”) is er een nieuw wettelijk kader ontstaan voor:

  • misbruiken van economische afhankelijkheid door ondernemingen,
  • oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen,
  • onrechtmatige bedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen.

Zeker de laatste set van regels van de nieuwe B2B wet, die gaat over onrechtmatige bedingen, heeft een enorme impact op overeenkomsten die worden gesloten tussen ondernemingen.

In dit artikel verduidelijken we de nieuwe wetgeving en verwijzen we naar onze handige matrix van onrechtmatige bedingen die je gratis kan downloaden op onze website. In deze matrix vind je per type beding een omschrijving, het relevante wetsartikel en een concreet voorbeeld om het meteen praktijkgericht te maken. 

 

Wanneer zijn die nieuwe regels van toepassing?

De nieuwe regels zijn van toepassing op elke overeenkomst die vanaf 1 december 2020 wordt gesloten, vernieuwd of gewijzigd. 

Ze hebben een zeer ruim toepassingsgebied, aangezien ze van toepassing zijn op alle overeenkomsten die tussen ondernemingen worden gesloten. Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor overeenkomsten voor financiële diensten en overeenkomsten voor overheidsopdrachten, die niet onder het toepassingsgebied van die wetgeving vallen. 

Daarnaast is er wat betreft de inhoud van de overeenkomst ook een uitzondering op de toepassing van de wet. De zogenaamde “kernbedingen” vallen eveneens buiten het toepassingsgebied. De beoordeling van het onrechtmatig karakter van een beding zal namelijk niet worden uitgevoerd op de bedingen over het voorwerp van de overeenkomst. Anderzijds blijft de gelijkwaardigheid van enerzijds de prijs of vergoeding en anderzijds de als tegenprestatie te leveren producten ook buiten schot.

De bescherming die deze nieuwe regels bieden is niet beperkt tot kleine en middelgrote ondernemingen en het is evenmin vereist dat de ene onderneming afhankelijk is van de andere. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt naargelang de grootte van de onderneming of haar onderhandelingspositie.

Wat betreft de aard van de wettelijke bepalingen is het belangrijk om op te merken dat de nieuwe B2B-regels over onrechtmatige bedingen van dwingend recht zijn. Dat wil zeggen dat ondernemingen niet voorafgaand de toepassing ervan kunnen uitsluiten in een overeenkomst.

 

Wat houdt de nieuwe B2B-wet juist in?

Inhoudelijk zien we in de wetgeving een onderscheid tussen drie categorieën van onrechtmatige bedingen. Er is om te beginnen een algemene toetsingsnorm (“catch-all bepaling”) op basis waarvan elk beding waarmee je een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen onrechtmatig en dus verboden is. Een tweede categorie is een lijst met zogenaamde grijze bedingen, waar er een vermoeden van onrechtmatigheid speelt. Tot slot is er ook een lijst met zwarte bedingen, die steeds onrechtmatig zijn.

Ook belangrijk om te weten is dat er een algemene transparantieregel wordt ingevoerd, die bepaalt dat alle bedingen op een duidelijke en begrijpelijke manier moeten worden opgesteld. Hoewel er geen specifieke sanctie is voorzien voor onduidelijke bedingen, kan het wel een rol spelen bij de beoordeling van het onrechtmatig karakter van een beding. 

 

Waarom is er een onderscheid tussen een catch-all bepaling, de zwarte bedingen en de grijze bedingen?

Voor de catch-all bepaling is er geen beperking van de toepassing naargelang het type van beding. In principe is elk contractueel beding in b2b-overeenkomsten onrechtmatig en verboden wanneer het, al dan niet in samenhang met andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen.

Hier spelen bepaalde beoordelingscriteria. Bij de beoordeling van het onrechtmatig karakter van een beding wordt er onder andere rekening gehouden met de volgende criteria: de algemene economie van de overeenkomst, de geldende handelsgebruiken, alle andere bedingen in de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is en de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Naast dat algemeen geformuleerd verbod zijn er twee lijsten van specifieke types van bedingen. 

De bedingen die in de lijst met zwarte bedingen werden opgenomen zijn in principe zonder verdere beoordeling onrechtmatig en verboden. Het gaat om vier types van bedingen die steeds onrechtmatig zijn als ze in ondernemingsovereenkomsten worden opgenomen: 

  1. de onherroepelijke verbintenis gekoppeld aan de verbintenis onder potestatieve voorwaarde, 
  2. de eenzijdige interpretatiebedingen, 
  3. de afstand van elk middel van verhaal,
  4. de onweerlegbare kennisname- of aanvaardingsbedingen.

Voor de bedingen die in de lijst met grijze bedingen zijn opgenomen speelt er enkel een vermoeden dat ze onrechtmatig en verboden zijn. De ondernemingen kunnen dus steeds het tegenbewijs leveren.

Een onderneming levert dat tegenbewijs van zodra die onderneming aantoont dat het beding, gelet op de omstandigheden en de kenmerken van de overeenkomst, geen kennelijk onevenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen met zich meebrengt.

In de lijst met grijze bedingen zitten de volgende types van bedingen: 

  1. de eenzijdige wijzigingsbedingen, 
  2. de stilzwijgende verlenging of vernieuwing van de overeenkomst zonder opgave van een redelijke opzegtermijn, 
  3. de omkering van het economische risico zonder tegenprestatie, 
  4. de ongepaste beperking of uitsluiting van wettelijke rechten in geval van contractuele wanprestatie, 
  5. de uitsluiting van een redelijke opzegtermijn, 
  6. de exoneratiebedingen voor opzet, zware fout of het niet-uitvoeren van essentiële verbintenissen, 
  7. de bedingen die het gebruik van bewijsmiddelen inperken, 
  8. de onevenredige schadebedingen.

 

Wat is het gevolg als ik een onrechtmatig beding heb opgenomen in een overeenkomst of mijn algemene voorwaarden?

De sanctie bij het gebruik van de onrechtmatige bedingen in de overeenkomst is zeer verregaand: de nietigheid van het beding. Het beding kan namelijk niet meer worden toegepast. 

De overeenkomst zelf blijft bindend voor de partijen, op voorwaarde dat ze kan blijven bestaan zonder het onrechtmatig beding.

 

Heb je graag een handig overzicht van de verschillende types van onrechtmatige bedingen?

Download dan onze matrix van onrechtmatige bedingen, die je hier kan vinden.

 

Heb je nog concrete vragen over de impact van deze nieuwe wetgeving?

Contacteer ons vrijblijvend via roeland@siriuslegal.be

16.03.2020 Sophie Vercraeye

Het Coronavirus en overmacht

Het Coronavirus of Covid-19 virus verspreidt zich sneller dan ons lief is… Naast de evidente impact op de volksgezondheid, stellen we vast dat ook ondernemingen enorm veel moeilijkheden ondervinden. We horen tot op heden verhalen van uitgestelde leveringen, stopgezette werken, opgezegde contracten, bovendien worden ook veel events last-minute afgelast. De priemende vraag die bij deze situaties luidt: Wie betaalt er dan de reeds gemaakte kosten of een schadevergoeding? Welke gevolgen heeft het Coronavirus voor de niet-nakoming van contractuele verplichtingen?

We horen rondom ons maar al te vaak dat het Coronavirus “toch overduidelijk een geval van overmacht is” en dat een schadevergoeding hier niet aan de orde is. Is dit echt zo? Don’t shoot the messenger, maar het antwoord hierop is neen. Alleen als aan een aantal strenge voorwaarden voldaan is, zal een onderneming zich op overmacht kunnen beroepen en alles hangt daarbij, ook bij Corona, af van de concrete situatie.  We zetten nog eens alles op een rijtje.

 

Wat is overmacht? 

Volgens de Belgische wet is overmacht ‘een onoverkomelijk beletsel voor de nakoming van een verbintenis’. Het moet gaan om:

  1. een onvoorziene omstandigheid 
  2. die buiten de controle van de partij die moet uitvoeren ligt
  3. en die de nakoming van de verbintenis geheel onmogelijk maakt.

De rechtspraak en rechtsleer hebben verder vorm gegeven aan deze vage voorwaarden. De meningen lopen hier helaas enorm uiteen, met als gevolg dat de beoordeling door de rechtbank vaak erg subjectief is, hence de grijze zone. Wij vatten hieronder voor jou de meest gangbare en algemeen best aanvaarde standpunten samen. 

 

Voorwaarde 1: Een onvoorzienbare situatie 

Het uitgangspunt van deze voorwaarde is dat de situatie niet redelijkerwijze voorzienbaar was op het moment van het sluiten van de overeenkomst

In het kader van de huidige crisis stelt zich de vraag in welke mate bij het afsluiten van een contract een, twee of meer jaar geleden een wereldwijde virusuitbraak redelijkerwijze voorzienbaar was. Het lijkt ons veilig om te stellen dat niemand een virusaanval op deze schaal zag aankomen of kon zien aankomen, zeker niet in het anders toch veilige West-Europa.  Dat de huidige situatie dus een onvoorzienbare omstandigheid is, lijdt weinig twijfel. Dat zou overigens anders kunnen zijn in andere delen van de wereld. Wie handel drijft met Afrika weet immers dat ziekten en virussen daar vaker op de loer liggen, denk maar aan de Ebola-crisissen uit het verleden.   

Maar vanaf welk moment tijdens de voorbije weken werd de impact van deze crisis dan wel “voorzienbaar”?  Subjectiviteit troef, wat maakt dat het moment hiervan vastpinnen een enorm moeilijke oefening wordt. Ons lijkt het redelijk om uit te gaan van ‘voorzienbaarheid’ in de eerste week volgend op de krokusvakantie. Enerzijds begon op dat ogenblik het virus zich immers duidelijk in België te verspreiden. Anderzijds kon men de economische moeilijkheden die hierop zouden volgen reeds afleiden uit de situatie in China en Italië en uit de eerste voorspellingen.  Wie op dat ogenblik een overeenkomst afsloot die op korte termijn bijvoorbeeld reizen naar het buitenland zou vereisen, kon wellicht toch wel redelijkerwijze voorzien dat dat moeilijk ging worden…. 

 

Voorwaarde 2: Ontoerekenbaar

Dit impliceert dat het voorval niet te wijten mag zijn aan de fout of de schuld van degene die de prestatie of het product moet leveren.

Heel belangrijk hierbij is om steeds na te gaan wat de exacte oorzaak is voor het niet-nakomen van afspraken. Zo moet er bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt worden tussen een overheidsmaatregel die verband houdt met het Coronavirus (vb. ‘er mag geen transport plaatsvinden van specifieke goederen via de lucht’) en het stilvallen van een fabriek vanwege ziekte van personeel (wat voorkomen/vermeden kan worden door extra personeel in te schakelen) of een preventieve sluiting. Het is de vraag of de directe oorzaak van het niet-nakomen van afspraken onder de definitie van overmacht valt of niet. 

Het loutere bestaan van het Coronavirus zal dus niet volstaan om overmacht in te roepen en de angst of onzekerheid over het virus is dat al evenmin.  Ook het feit dat vele mensen thuis werken of ziek worden volstaat wellicht niet als oorzaak. Alles hangt af van de context en de concrete omstandigheden. Wat wél zou kunnen is dat een onverwacht reisverbod of een plotse sluiting van alle horecazaken een overmachtsituatie uitmaakt.  Corona is dus zeker géén vrijgeleide om lopende overeenkomsten zomaar op te zeggen of zelfs maar tijdelijk op te schorten.

 

Voorwaarde 3: Absolute onmogelijkheid om de verbintenissen uit te voeren

Als gevolg van de onvoorzienbare situatie waar je zelf geen controle over hebt, moet er ook sprake zijn van een ‘onoverkomelijk beletsel’.

Meestal wordt gezegd dat de beoordeling redelijk en menselijk moet blijven, maar dat het wel steeds om een effectieve onmogelijkheid moet gaan.  Het is dus onvoldoende om vast te stellen dat het nakomen van je plicht veel meer inspanning zou vergen dan voorzien of veel duurder zou zijn.  Dat zijn typisch gevolgen die tot jouw ondernemersrisico behoren. Zolang je bijvoorbeeld zelf nog een alternatieve onderaannemer kan inschakelen, een andere leverancier kan vinden, extra personeel kan vrijmaken, etc… ongeacht de kost daarvan, is er géén onmogelijkheid die je toelaat om te zeggen dat er sprake is van overmacht.

Concreet moet je allereerst nagaan of het Coronavirus een tijdelijke of permanente belemmering oplevert voor jouw situatie. Meestal zal de overmacht slechts tijdelijk zijn, maar het kan best dat Corona een overeenkomst geheel nutteloos maakt door het uitstel (bv. bij het leveren van bloemen voor een trouwfeest). 

Vervolgens en samenhangend met het bovenstaande, moet er gekeken worden of er redelijke alternatieven beschikbaar zijn om alsnog de verplichtingen na te komen. Is er bijvoorbeeld een andere vorm van transport mogelijk? Dergelijke factoren maken het verschil bij de beoordeling of er sprake is van overmacht of niet.

Op basis van die twee criteria kan je inschatten of er al dan niet sprake is van een tijdelijke of blijvende onmogelijkheid.

Overeenkomst met een overmachtsclausule

Bovenstaande theorie blinkt niet uit in duidelijkheid. Daarom is het belangrijk om in contracten altijd een overmachtsclausule op te nemen. Daarin kan je immers zélf mee bepalen wat wel en geen overmacht uitmaakt en welke stappen gevolgd moeten worden als zo’n onvoorziene situatie zich ooit voordoet.
Is er een overeenkomst met een overmachtsclausule?  Controleer dan: 

  • Welke overmachtsgronden somt de clausule op: Het ‘Coronavirus’ zal er vanzelfsprekend niet letterlijk in staan, maar het kan zijn dat je “epidemie”, “pandemie” of “ziekte” hebt opgenomen in de lijst van overmachtsituaties. De kans is groot dat de rechtbank dit zal aanvaarden.
  • Welke bewoording gebruikt men: Moet de uitvoering fysiek of juridisch verhinderd zijn of volstaat een belemmering of vertraging? Dit valt samen met de wettelijke ‘onmogelijkheids’-voorwaarde. Met een clausule heb je hier echter de kans om de striktheid ervan te verduidelijken.
  • Welke voorwaarden of procedure moeten gevolgd worden?  Moet je eerst een ingebrekestelling sturen?  Binnen welke termijn en hoe? Mag je je bij een derde partij bevoorraden of niet?  Moet je nog een laatste kans geven om alsnog te leveren?  

 

Stel er is sprake van overmacht, wat zijn dan de gevolgen? 

Als je zelf verplichtingen hebt, maar je bent van mening dat je die omwille van overmacht niet kan nakomen, moet je de andere partij hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen, samen met het bewijs van de overmachtsituatie. Je overeenkomst vermeldt mogelijks de manier waarop deze kennisgeving dient te gebeuren, kijk dit dus zeker eens na. Verder zal je ook de schade die hieruit volgt zoveel mogelijk moeten beperken. Dit impliceert bijvoorbeeld het aanvaarden van een alternatieve leveringswijze of een uitstel van een afspraak/deadline. 

Als je geconfronteerd wordt met een tegenpartij die zich beroept op overmacht, reageer dan snel. Een laattijdige (of geen) reactie kan namelijk beschouwd worden als een aanvaarding van de overmacht. Controleer hierbij zeker of alle bovenstaande voorwaarden voldaan is. Het Coronavirus maakt in se geen overmachtsituatie uit, bijgevolg zal jouw tegenpartij concrete redenen moeten aanhalen én bewijzen.  

Wat zijn de concrete gevolgen van overmacht voor de contractuele verplichtingen en de reeds gemaakte kosten? Is er een overmachtsclausule, ga dan allereerst na of de clausule iets vermeldt over de implicaties van de overmacht. Indien er geen clausule is of deze vermeldt geen implicaties, dan val je terug op de algemene wettelijke regeling. Hier maakt men een onderscheid tussen de gevolgen van een tijdelijke en een definitieve overmachtsituatie.  

Is er sprake van een definitieve overmachtsituatie die het volledig onmogelijk maakt om de overeenkomst uit te voeren, dan zal de partij die zich op overmacht beroept, bevrijd zijn van haar verbintenissen. Ze zal niet langer gehouden zijn tot haar contractuele verplichtingen en zal evenmin aansprakelijk zijn voor haar “contractuele wanprestatie”. Bijgevolg is ze ook vrijgesteld van het betalen van een schadevergoeding. Let wel:  indien de overeenkomst nog gedeeltelijk uitgevoerd kan worden, blijft de uitvoering van dit gedeelte verplicht. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een gedeeltelijke levering.

Een tijdelijke overmachtsituatie zal slechts aanleiding geven tot de opschorting van de uitvoering van de verbintenissen gedurende de periode van overmacht. Verliest de overeenkomst hierdoor echter iedere betekenis, dan zal overmacht toch leiden tot een bevrijding van de verplichtingen. 

Indien jij of je leverancier zich op overmacht kan beroepen en er is contractueel niets overeengekomen over de verdeling van de reeds gemaakte kosten in geval van overmacht, dan is de kans groot dat de andere partij (de partij ten aanzien van wie overmacht wordt ingeroepen) de kosten zal moeten dragen. De door overmacht getroffen partij zal op grond van overmacht namelijk bevrijd zijn van enige aansprakelijkheid voor niet-uitvoering. 

 

Conclusie

Er zijn al sterke aanknopingspunten die het Covid-19 virus duwen in de richting van een aanvaarde overmachtsituatie. Zo heeft de China Council for the Promotion of International Trade het Coronavirus aangemerkt als overmacht voor Chinese contractspartijen en benoemt de Wereldgezondheidsorganisatie WHO de uitbraak van het coronavirus tot een pandemie (waarvan algemeen aanvaard is dat dit buiten de invloedssfeer van contractspartijen ligt).

Desondanks kan er geen algemeen oordeel over gegeven worden, alles hangt namelijk af van de concrete situatie. De beoordeling hiervan kan beïnvloed worden door factoren zoals:
– de aan- of afwezigheid van overmachtsclausules
– op welk moment de samenwerking is aangegaan
– in hoeverre de overheid maatregelen oplegt
– zijn er alternatieven beschikbaar
– … 

Wat moet je nu concreet doen? Ga allereerst na of je overeenkomst een overmachtsclausule, contractuele sancties of informatieverplichtingen bevat. Maak op basis hiervan, of bij afwezigheid hiervan op basis van de wet, een risicobeoordeling. De aanwezigheid van een overmachtsclausule impliceert namelijk geen automatische vrijstelling voor het naleven van jouw verplichtingen. Informeer vervolgens je tegenpartij en controleer ook zeker of je verzekerd bent om eventuele schade langs jouw kant te dekken. 

Had je geen overmachtsclausule opgenomen in jouw overeenkomst, laat dit dan een wake up call zijn om dit in nieuwe overeenkomsten steeds te incorporeren. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, toch?

 

Hulp nodig bij overmachtsituaties door Corona?

Twijfel je of je aan de voorwaarden voldoet of wens je hulp bij het opstellen van een overeenkomst om dergelijke problemen te vermijden in de toekomst, contacteer ons dan vrijblijvend via sophie@siriuslegal.be of bart@siriuslegal.be

22.08.2019 Bart Van den Brande

Betalingstermijn aan KMO's en freelancers aangescherpt

Sinds 2002 zijn al strengere regels van kracht voor de betalingstermijnen tussen ondernemingen. Indien partijen geen overeenkomst afsluiten, geldt een betalingstermijn van 30 kalenderdagen. In de praktijk blijkt echter dat veel KMO’s en freelancers zeer lange betalingstermijnen (tot wel 90 of 120 dagen) opgelegd krijgen onder meer door multinationals, waardoor hun eigen liquiditeit in het gevaar komt. De wetgever wil hieraan tegemoet komen door een wijziging aan de wet betalingsachterstand.

 

 

Achtergrond?

Twee derde van de ondernemingen in België (waaronder ook freelancers vallen) geeft te kennen betalingstermijnen te aanvaarden die langer zijn dan wat zij comfortabel achten. Vooral multinationals blijken hierop aan te dringen. 69% van de bedrijven geven aan deze langere termijnen ook te aanvaarden, ondanks het feit dat deze vaak voor hen liquiditeitsproblemen met zich meebrengen. 

De Europese wetgever had reeds voorzien dat lidstaten zelf kunnen voorzien in een aangescherpte regeling in hun nationale wetgeving teneinde de betalingstermijnen in een B2B-context te verbeteren. Nederland voorzag al in een dergelijke regeling en ook in Frankrijk werd recent een initiatief genomen om de bestaande betaaltermijnen aan te scherpen. 

 

Wat is de situatie vandaag?

Wanneer géén betalingstermijn is overeengekomen (bv. er is geen contract, geen algemene voorwaarden,…) moet elke vergoeding van een handelstransactie gebeuren binnen een termijn van 30 kalenderdagen. Maar partijen kunnen contractueel een langere termijn overeenkomen. 

Ten opzichte van overheden geldt in principe eveneens een betalingstermijn van 30 dagen. Het is daarnaast mogelijk om te voorzien in een (bijkomende) termijn van 30 dagen voorafgaand aan de betalingstermijn voor de inspectie van de goederen. Na deze 30 dagen verificatieperiode vangt dan de betalingstermijn van 30 dagen aan. Het is wel mogelijk om hier contractueel van af te wijken tenzij er sprake is van een situatie van onbillijkheid ten opzichte van de handelaar. 

 

Wat staat in de nieuwe wet?

Wie in de toekomst als niet-KMO contracteert met een KMO of freelancer moet de wettelijke betalingstermijn van 30 kalenderdagen respecteren. Deze datum kan eventueel verschoven worden indien en voor zover er een termijn van verificatie van (maximaal) 30 dagen werd overeengekomen. 

Maar, partijen kunnen evenwel geen uiterste dag van betaling overeenkomen van meer dan zestig dagen, indien de schuldeiser een KMO of freelancer is en de schuldenaar geen KMO is.

Indien dit beding tóch zou opgenomen worden in een contract of algemene voorwaarden dan is dit beding nietig. 

 

Op wie is de nieuwe wet van toepassing?

Jammer genoeg is de wet enkel van toepassing op KMO’s die contracteren met niet-KMO’s en niet op KMO’s die contracteren met overheden. 

Een KMO is omschreven als een onderneming die op het ogenblik van het sluiten van de handelstransactie niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:

  • een jaargemiddelde van 50 werknemers;
  • een jaaromzet, exclusief de BTW, van EUR 9.000.000; en
  • een balanstotaal van EUR 4.500.000

Ook freelancers, zelfs wanneer zij ondernemen als “zelfstandige natuurlijke persoon” vallen onder deze definitie en kunnen hiervan gebruik maken (!)

 

Vanaf wanneer van kracht?

De wijziging aan de wet betalingsachterstand is aangenomen door de plenaire zitting van het parlement. Nu is het wachten op de publicatie in het Belgisch Staatsblad van deze nieuwe wet. Zes maanden na de publicatie zal de wet dan in werking treden en dit op alle overeenkomsten die vanaf de datum van inwerkingtreding zijn getreden. 

 

Wat met bestaande overeenkomsten?

We kunnen ons afvragen wat het lot is van KMO’s die op regelmatige basis met eenzelfde groot bedrijf zaken doen en waarbij de contractuele relaties tussen partijen enkel zijn geregeld door de algemene voorwaarden van de grote speler. Of het lot van de freelancer die een project uitvoert bij een grote klant en die zich akkoord heeft verklaard met de algemene voorwaarden van die speler. 

In dat geval is er inderdaad sprake van een “lopende overeenkomst” en zal de nieuwe wet hier dus niet op van toepassing zijn. 

Wanneer echter de algemene voorwaarden van de tegenpartij zouden aangepast worden in de toekomst, zou je kunnen verantwoorden dat vanaf dan een nieuwe overeenkomst tot stand komt. Indien dit plaatsvindt ná de inwerkingtreding van de nieuwe wet, dan zullen de nieuwe bepalingen van de wet betalingsachterstand tóch van toepassing  zijn op deze contractuele relaties, ook al werken jullie al een hele tijd samen. 

Als KMO zou je dit ook zelf ook kunnen uitlokken door wijzigingen voor te stellen aan de algemene voorwaarden van de grote speler, na de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Het loont in elk geval de moeite om je contractspartij hierover in te lichten vanaf het ogenblik van de inwerkingtreding. 

 

Vragen over betalingstermijnen of over je algemene voorwaarden?

Contacteer ons gerust via mail (info@siriuslegal.be) of telefoon 02/721 13 00

23.05.2019 Bart Van den Brande

Waarop letten bij het niet-concurrentiebeding als freelancer?

In een vorige blogpost gaven we jou al een aantal tips en tricks bij het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met een opdrachtgever als freelancer. Eén van de elementen die vaak voorkomt in dergelijke contracten is een niet-concurrentiebeding. In deze blogpost gaan we iets dieper in op de do’s en dont’s van een niet-concurrentiebeding.

 

Wat is een niet-concurrentiebeding?

Opdrachtgevers die met freelancers willen samenwerken nemen meestal een niet-concurrentiebeding op in hun overeenkomst. De bedoeling van een dergelijke clausule is enerzijds verhinderen dat concurrenten gebruik maken van de ervaring en competenties die de freelancer heeft verworven tijdens het project en anderzijds verhinderen dat de freelancer de klanten van de opdrachtgever commercieel zou trachten te benaderen na afloop van de opdracht.

Aangezien je als freelancer meestal voor verschillende klanten op relatief korte termijn werkt, zou je wel eens in de problemen kunnen komen als je de voorgestelde niet-concurrentiebedingen blindelings zou ondertekenen omdat je bv. niet meer mag werken in een bepaalde sector, voor bepaalde bedrijven in een regio, voor concurrenten van je klant, … Het komt er dus op aan om goed te weten wat je precies ondertekent en welke de onderhandelingsmarge is.

 

Welke regels gelden?

Het niet-concurrentiebeding voor freelancers is niet wettelijk geregeld, in tegenstelling tot het niet-concurrentiebeding voor handelsvertegenwoordigers of voor arbeiders. Specifiek voor freelancers en consultants geldt dus de contractsvrijheid die de partijen toelaat om de voorwaarden, sanctionering,… zelf in te vullen zoals ze willen. 

Ondanks deze principiële contractsvrijheid wordt wel algemeen aangenomen dat ook het niet-concurrentiebeding in een overeenkomst met een freelancer (of een zelfstandig consultant) aan 3 voorwaarden moet voldoen, naar analogie met de wettelijk voorziene niet-concurrentiebedingen. Deze bedingen moeten beperkt zijn in tijd, geografisch afgebakend zijn en qua verboden activiteiten beperkt zijn:

In eerste instantie dient dus de duur van het niet-concurrentiebeding beperkt te zijn tot de duur die je nodig hebt om klanten aan jou te binden. De precieze duur hangt af van de duur van de samenwerking, de specificiteit van de opdracht,…

Daarnaast moet het beding geografisch beperkt zijn tot een bepaalde regio. Dit kan een gewest, provincie, stad maar even goed een land zijn.

Tot slot dienen de activiteiten die uitgesloten zijn ook opgenomen te worden in het beding en moeten die uiteraard verband houden met de activiteiten die je als freelancer hebt opgenomen tijdens de duur van de overeenkomst.

 

Waarop moet je nu letten?

Probeer steeds te onderhandelen om het concurrentiebeding te beperken tot een redelijke termijn en ook tot het geografisch gebied waarin je effectief actief zal zijn. Het is geen goed idee om akkoord te gaan met een niet-concurrentiebeding van 5 jaar voor gans België, wanneer je gedurende 6 maand hebt gewerkt voor een lokaal bedrijf uit West-Vlaanderen bijvoorbeeld. (Tenzij dit bedrijf natuurlijk in gans België actief is …). Je zal immers méér dan 6 maand nodig hebben om het cliënteel van je opdrachtgever aan jou te binden, zo wordt algemeen aangenomen. 

Daarnaast kan je er ook best op toezien dat de verboden activiteiten zo beperkt mogelijk worden omschreven en effectief de activiteiten zijn die je zal uitoefenen binnen het bedrijf. “Geen HR-activiteiten uitoefenen” zou bijvoorbeeld heel erg ruim kunnen zijn als je misschien enkel instaat voor rekrutering of voor payroll.

Check zeker het bedrag van de schadevergoeding bij het niet-naleven van het beding en ga na of dit geen astronomisch bedrag is dat totaal niet in verhouding staat tot de waarde van de opdracht of het bedrag dat je kan factureren tijdens de opdracht.

Ga tot slot ook even na of er een matigingsbeding is opgenomen in de overeenkomst dat bijvoorbeeld als volgt kan geformuleerd zijn:  “In geval van nietigheid of ongeldigheid van één van de bedingen in de overeenkomst, blijft het beding geldig voor het gedeelte dat wettelijk is toegelaten.” Wanneer iets dergelijks is opgenomen in de overeenkomst kan de rechter bij geschillen het beding matigen (of “aanpassen”) naar hetgeen de rechter als “redelijk” beschouwd. Bijvoorbeeld:de duur verminderen naar een aanvaardbare duur of het geografisch gebied verkleinen. Wanneer een dergelijk matigingsbeding niet in de overeenkomst staat en de 3 bovenvermelde voorwaarden niet zijn nageleefd, dan kan de rechter het beding in zijn geheel nietig verklaren en is het dus ongeldig. 

 

Vragen over het niet-concurrentie beding of andere vragen als freelancer?

Contacteer ons gerust via mail (info@siriuslegal.be) of telefoon 02/721 13 00.
Wist je trouwens al dat wij een Legal Kickstarter lanceerden? Dat is een juridisch adviespakket voor starters, aan een vast tarief en zonder verrassingen aan het einde van de rit. 

17.04.2019 Bart Van den Brande

Tips en tricks: hoe sluit je als freelancer een goede samenwerkingsovereenkomst af?

De markt van de freelancers is de laatste jaren booming business. Meer en meer zelfstandigen kiezen ervoor om in hoofd-of bijberoep te starten als freelancer. Als freelancer sta je daarbij vaak in een zwakkere onderhandelingspositie ten aanzien van je klanten. Wat kan je in dat geval best opnemen in je eigen contract of algemene voorwaarden? En wat als je klant zélf een contract voorstelt? We geven je in dit artikel een aantal tips & tricks voor freelancers.

 

1. Zorg voor goede algemene voorwaarden

Vaak zal je klant, zeker wanneer dit een groter bedrijf is, met zijn eigen algemene voorwaarden en betalingsvoorwaarden bij jou komen aankloppen. Desalniettemin loont het wél de moeite om zelf tijd en aandacht te besteden aan je eigen algemene voorwaarden. Niet enkel omdat dit professioneler overkomt, maar ook omdat jouw algemene voorwaarden van toepassing zullen zijn wanneer de klant gewoon je offerte ondertekent of gewoon ineens laat weten dat je de opdracht mag starten. Wanneer je je algemene voorwaarden hebt meegestuurd met je offerte en de klant vraagt je om de opdracht te starten, dan heeft de klant zich immers akkoord verklaard met je algemene voorwaarden.

Weet dat algemene voorwaarden die aanvaard zijn door beide partijen, dezelfde bewijswaarde hebben als een contract dat ondertekend is door beide partijen. Dit komt omdat het bewijs tussen handelaars vrij is en een handelaar door het bevestigen van de opdracht (en voor zover hij/zij je algemene voorwaarden heeft ontvangen) zich ook akkoord verklaart met je algemene voorwaarden. Met andere woorden: met goede algemene voorwaarden kom je al een héél eind!

 

2. Denk na over je intellectuele eigendom en overdracht

Wanneer je tijdens je freelance opdracht iets maakt of creëert bv. verslagen, grafisch werk, een logo, een brochure, social media posts,… is het belangrijk om na te denken over wat er met de intellectuele eigendomsrechten op deze werken kan en moet gebeuren. Wanneer je bijvoorbeeld een logo ontwerpt voor een klant zal je de intellectuele eigendom waarschijnlijk willen overdragen (hetgeen ook resulteert in een hogere vergoeding uiteraard). Wanneer je daarentegen je eigen software implementeert bij een klant, zal je je intellectueel eigendomsrecht niet willen overdragen en moet je nadien een licentie overeenkomst afsluiten met je klant.

Denk met andere woorden op voorhand na wat je precies wil bereiken en wat de klant precies wil: overdracht of geen overdracht van intellectuele eigendomsrechten?

 

3. Als je opdrachtgever toch een contract voorstelt: er is altijd onderhandelingsmarge

In het geval je klant zelf zijn eigen algemene voorwaarden of een contract ter ondertekening voorlegt aan jou als freelancer, ben je niet verplicht om dit gewoon blindelings te ondertekenen. Integendeel, het loont echt de moeite om even advies in te winnen om hier eens grondig door te gaan zodat je wéét wat je tekent.

Onze ervaring is overigens dat in dergelijke contracten je vaak wél nog onderhandelingsmarge hebt en kan onderhandelen om bepaalde passages aan te passen op voorwaarde dat je dit goed motiveert. De standaardcontracten en standaard algemene voorwaarden van grote(re) bedrijven zijn vaak eenheidsworst geschreven op maat van andere grote(re) bedrijven, dus in de meeste gevallen zal niemand ervan versteld staan als je aanpassingen voorstelt.

Wat je zeker moet (laten) nakijken in een contract dat je van je klant ontvangt is de betalingstermijn (30 dagen? 60 dagen?), of het een overeenkomst is van bepaalde of onbepaalde duur en hoe die kan beëindigd worden (eenzijdig door de klant met een korte opzegtermijn?), de vergoeding die is voorzien voor meerwerk, de al dan niet overdracht van intellectuele eigendom, eventuele boetebedingen bij laattijdige oplevering, welke kosten inbegrepen zijn, of de aansprakelijkheid op een evenwichtige wijze is geregeld,…

 

4. Handig hulpmiddel: nieuwe wet B2B-relaties

Tot slot staan we nog even stil bij een wetswijziging die in maart 2019 werd gestemd in het Parlement en die bedrijven onderling wil beschermen tegen oneerlijke marktpraktijken, hetgeen voornamelijk zal spelen in een situatie waarbij de ene partij economisch afhankelijk is van de andere speler. Dit zal veelal het geval zijn voor freelancers die -zeker bij een langere opdracht- volledig afhankelijk zijn van hun (economisch sterkere) opdrachtgever.

De wetgever heeft hieraan willen tegemoetkomen door het opleggen van een aantal restricties in de contracten tussen bedrijven (B2B). Onder meer door het benoemen van een aantal bedingen in dergelijke contracten die absoluut verboden zijn en anderzijds een lijst van “grijze” bedingen die in sommige gevallen verboden zijn.

Volgende bedingen zijn absoluut verboden: eenzijdig recht om een clausule van de overeenkomst te interpreteren, aanvaarding van clausules waarvan men geen kennis had vóór het afsluiten van de overeenkomst,… Wanneer deze tóch in je overeenkomst zouden staan zijn deze eenvoudigweg niet geldig.

Daarnaast zijn er een aantal grijze bedingen waarbij de economisch sterkere partij kan aantonen dat deze wél evenredig zijn in de gegeven omstandigheden zoals: eenzijdige wijzigingen aan de prijs, voorwaarden of kenmerken van een product/dienst zonder opgave van een geldige reden, stilzwijgende verlenging van het contract zonder redelijke opzegtermijn, de schadevergoedingsbedragen moeten evenredig zijn aan het nadeel dat de onderneming kan lijden,…

De wetgever heeft ook voorzien in een sanctionering  voor bedrijven wanneer zij misbruik maken van hun economisch machtspositie bijvoorbeeld door aankoop of verkoopweigering, rechtstreeks of onrechtstreeks opleggen van onbillijke aan-of verkoopprijzen,… In deze gevallen KAN er sprake zijn van misbruik (en de betaling van een boete), maar dit moet wel bewezen worden.

Tot slot zijn  er ook nieuwe regels van toepassing tussen bedrijven met betrekking tot misleidende en agressieve handelspraktijken, naar analogie met de regels die gelden ten aanzien van consumenten. Meer informatie hierover in één van onze volgende blogposts.

Extra munitie dus voor jou als freelancer wanneer je wordt geconfronteerd met een overeenkomst die door een economisch sterkere partij wordt opgelegd!

 

Juridisch advies nodig als freelancer?
Check onze Legal Kickstarter en/of contacteer ons via mail (info@siriuslegal.be) of telefoon (02/721 13 00).

04.06.2018 Bart Van den Brande

De handelshuur: inhoud van de overeenkomst

De handelshuurovereenkomst regelt de rechten en plichten van de huurder en de verhuurder van een onroerend goed dat dienst doet als ‘handelspand”. Deze bijdrage wijst u op de belangrijkste componenten die een handelshuurovereenkomst best dient te bevatten.

 

De handelshuurwet primeert

Als uitgangspunt geldt dat de verhuurder noch de huurder zomaar wat kunnen overeenkomen. Alle bepalingen die zij opnemen in hun handelshuurovereenkomst dienen volledig in overeenstemming te zijn met de handelshuurwet. Deze wet bevindt zich als een afzonderlijke wet in het Burgerlijk Wetboek en bevat een 31-tal artikelen die dwingend van aard zijn. Afwijken hiervan is niet mogelijk (hoewel, deze wet is niet van openbare orde zodat bepaalde nietigheden wel gedekt kunnen worden).

Vanaf dat de relatie tussen de huurder en de verhuurder valt onder het toepassingsgebied van de handelshuurwet, is deze wet van toepassing. Zelfs indien de verhuurder of de huurder een andere naam geven aan de huur (bv. woninghuur of gemene huur), dan nog zal de rechtbank alle geschillen oplossen conform de dwingende bepalingen van de handelshuurwet. Ontsnappen is niet mogelijk.

Langs de andere kant is wel mogelijk om overeen te komen dat een huur die op zich niet valt onder het toepassingsgebied van de handelshuurwet (bv. u (ver)huurt een garage, of een tweede woonst),  toch onder de regels van de handelshuur valt. De handelshuurwetgeving beschermt de huurder en is voor de huurder voordeliger dan het gemeen (gewoon) huurrecht, zodat met toestemming van beide partijen deze wetgeving van toepassing kan worden verklaard door zulks in het contract op te nemen.

Dit alles wil niet zeggen dat er geen contractsvrijheid meer is. Handelshuurovereenkomsten bestaan in alle maten en gewichten. Deze kunnen evenwichtig opgesteld worden maar ook  in het voordeel van de verhuurder of van de huurder  Het onderscheid tussen de verschillende handelshuurovereenkomsten wordt verklaard door het feit dat de handelshuurwet slechts een beperkt aantal aspecten bepaald (waarvan niet afgeweken kan worden) zodat ook een groot aantal afspraken door partijen zelf kunnen worden overeengekomen. Lees het contract dat u wordt voorgelegd steeds goed na en vraag evt. juridisch advies. Het is beter problemen te voorkomen en met volle zekerheid een handelshuurovereenkomst aan te gaan.

 

De dwingende bepalingen van een handelshuurovereenkomst / van de handelshuurwet

  1. Wanneer spreekt men van een handelshuurovereenkomst?

De handelshuurwet stelt dat zij van toepassing is op de huur van onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen die, hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend vanaf de ingenottreding van de huurder, hetzij krachtens een uitdrukkelijke overeenkomst van partijen in de loop van de huur, door de huurder of door een onderhuurder in hoofdzaak gebruikt worden voor het uitoefenen van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

Het komt er samengevat op neer dat een onroerend goed wordt verhuurd waarin de huurder een handel drijft waarin contact is met het publiek (bv. een krantenwinkel (er komt cliënteel) maar niet een kantoor (er wordt gewerkt maar er komt geen cliënteel). De wet bevat ook enkele uitzonderingen.

  1. De duurtijd & opzegmogelijkheden

Een handelshuurovereenkomst dient minstens 9 jaar te duren. Korter kan niet, langer kan wel (er is wel de mogelijkheid een huur overeen te komen die maximaal 1 jaar duurt maar dan valt men onder het pop-updecreet en niet onder handelshuurwet). Indien de overeenkomst zou bepalen dat de huur wordt aangegaan voor bv.5 jaar dan zal dit automatisch worden verlengd naar 9 jaar.

De huurder kan steeds de handelshuur om de 3 jaar opzeggen (bij het verstrijken van elke 3-jarige periode) indien hij 6 maanden op voorhand opzegt via de deurwaarder of een aangetekende brief. Wordt de handelshuurovereenkomst aangegaan voor 9 jaar dan betekent dit dat een opzeg mogelijk is na 3 jaar huur, na 6 jaar huur en na 9 jaar huur. Tussenin gaat niet, in tegenstelling met woninghuur. Een reden voor opzeg is niet nodig.

De verhuurder kan de handelshuur niet opzeggen behalve als partijen de mogelijkheid hiertoe in de huurovereenkomst opnemen. Dan nog kan hij dit enkel bij het verstrijken van elke 3-jarige periode, met een opzegtermijn van 1 jaar en enkel als hij zelf of bepaalde familieleden  het pand willen uitbaten als handelsbestemming.

  1. Werken uitvoeren in het pand

Niet zelden zal de huurder het gehuurde pand gebruiksklaar willen maken voor zijn handelsbestemming. De wet bepaalt dat de huurder het recht heeft aan het gehuurde goed elke verbouwing uit te voeren die dienstig is voor zijn onderneming en waarvan de kosten drie jaar huur niet te boven gaan, mits daardoor noch de veiligheid, noch de salubriteit, noch de esthetische waarde van het gebouw in het gedrang komen, en mits hij vooraf de verhuurder bij ter post aangetekende brief of bij (exploot van gerechtsdeurwaarder) in kennis stelt van al de voorgenomen veranderingen, met overlegging van de plans en bestekken, zodat de verhuurder in voorkomend geval zich om wettige redenen ertegen kan verzetten.
Indien de verhuurder binnen dertig dagen na de ontvangst van het door de huurder gezonden bericht niet heeft te kennen gegeven, bij ter post aangetekende brief of bij (exploot van gerechtsdeurwaarder), dat hij zich tegen de uitvoering van die verbouwingen verzet, wordt hij geacht ermee in te stemmen.

De huurder kan dus in bepaalde omstandigheden ‘beperkte’ veranderingswerken uitvoeren zolang hij de verhuurder op de hoogte stelt per aangetekende brief. In elke situatie zal dienen te worden nagegaan of de voorwaarden al dan niet vervuld zijn. Weigert de verhuurder, dan kan het geschil aan de Vrederechter worden voorgelegd.

De uitvoering van de werken geschiedt op risico van de huurder.

De handelshuurwet bepaalt ook dat wanneer verbouwingen zijn uitgevoerd op kosten van de huurder, met uitdrukkelijk of stilzwijgend akkoord van de verhuurder of krachtens een rechterlijke beslissing, de verhuurder, behoudens andersluidende overeenkomst, de verwijdering ervan bij het vertrek van de huurder niet kan vorderen, maar hij kan zich ertegen verzetten. Indien de verbouwingen niet worden verwijderd, heeft de verhuurder de keus om ofwel de waarde van de materialen en het arbeidsloon te vergoeden, ofwel een bedrag te betalen, dat gelijk is aan de door het onroerend goed verkregen meerwaarde.
Ten aanzien van door de huurder zonder verlof ondernomen verbouwingen kan de verhuurder, hetzij in de loop van de huur, hetzij bij het eindigen ervan, eisen dat de lokalen in hun vroegere toestand worden hersteld, onverminderd schadevergoeding, zo daartoe grond bestaat. Indien hij de aldus uitgevoerde verbouwingswerken behoudt, is hij geen vergoeding verschuldigd.

Deze wettelijke bepaling spreekt over ‘behoudens andersluidende overeenkomst’ zodat partijen over het lot van de verbouwingswerken anders kunnen overeenkomen. Een goede contractuele clausule in de huurovereenkomst is dan ook zeer belangrijk  voor zowel huurder als verhuurder die bepaalde verbouwingswerken willen behouden / meegenomen / vergoed zien.

  1. Overdracht van huur en onderhuur

De huurder kan de huur overdragen of in onderhuur geven. In de praktijk zal de verhuurder meestal contractueel bepalen dat zulks verboden is. Dit is een rechtsgeldige clausule. Dit verbod geldt evenwel niet indien de handelshuur(overeenkomst) samen met de handelszaak wordt overgedragen (bv. de huurder wil stoppen met zijn bakkerij en vindt een overnemer; hij kan ook de huurovereenkomst mee overdragen). Er zijn uitzonderingen en voorwaarden. Goed om weten is dat na overdracht van de handelshuur, de oorspronkelijke huurder mede aansprakelijk blijft voor alle verplichtingen van de huurovereenkomst gedurende dezelfde 9-jarige periode (bv. hij kan aangesproken worden in betaling van huurgelden als de overnemer de huur niet betaalt).

  1. Verkoop van het gehuurde pand: uitzetting?

De verhuurder verkoopt tijdens de huurperiode het handelspand. De koper wordt dan de nieuwe verhuurder en treedt in de rechten en plichten van de vorige verhuurder. Hij kan de huur enkel maar opzeggen onder aan aantal voorwaarden. De huurovereenkomst dient ten eerste deze mogelijkheid tot opzeg te voorzien, ten tweede kan dit slechts in een aantal gevallen (hij of bepaalde familie wil zelf het pand benutten; hij wil geen handelsbestemming meer; hij wil bepaalde grote werken uitvoeren, er zijn grove tekortkomingen door de huurder), ten derde dient hij dit te doen binnen de 3 maanden na aankoop en ten vierde geldt een opzegtermijn van 1 jaar.

  1. Wat na de eerste huurperiode (van 9 jaar)

Na het einde van de eerste huurperiode (dus na 9 jaar indien de huur aangegaan wordt voor 9 jaar) wordt de huur eenvoudigweg voortgezet  als geen van beide partijen heeft gereageerd en de huurder het pand blijft betrekken. Er ontstaat dan een huurovereenkomst van onbepaalde duur die opzegbaar is met een termijn van 18 maanden.

Om dit te vermijden nemen huurder dan wel verhuurder best tijdig initiatief. De huurder die graag de handelshuur blijft behouden voor een nieuwe periode (van 9 jaar), zal dit aangetekend en tijdig aan de verhuurder dienen mee te delen, nl. tussen de 18e en de 15e maand voor het verstrijken van het einde van de huurperiode. Hierbij zijn bepaalde vermeldingen verplichtend opgenomen in de brief. Deze materie en de navolgende acties van de verhuurder die deze hernieuwing kan weigeren (redenen, mogelijkheden, vergoedingen,..), is complex van aard en bijzondere voorzichtigheid is aan de orde. Het zou niet de eerste keer zijn dat een huurder een hernieuwing van zijn huur geweigerd ziet omwille van het niet naleven van een formalistisch aspect voorzien in de wet.

 

Bepalingen die partijen zelf overeen kunnen komen

De handelshuurwet schrijft een aantal rechten en plichten voor maar vele afspraken kunnen partijen zelf overeenkomen, bv:

–        de huurprijs

–        de al dan niet indexering van de huurprijs

–        gedetailleerde bestemming van het pand

–        huurwaarborg

–        belastingen, nutsvoorzieningen, lasten onroerende voorheffing

–        onderhoud & herstellingen

–        verzekeringen

–        plaatsbeschrijving

–        het lot van uitgevoerde werken

–        …

 

Belang van een goede handelshuurovereenkomst

Zowel de huurder als de verhuurder hebben belang bij een goede handelshuurovereenkomst. Het geeft zekerheid en vermijdt discussies en evt. rechtszaken achteraf. Wees kritisch en onderteken niet zomaar een handelshuurcontract dat u wordt voorgelegd. Wees eveneens voorzichtig bij een opzeg of bij een aanvraag tot hernieuwing van de handelshuurovereenkomst.

Sirius Legal helpt u graag bij het opstellen, nakijken en aanpassen van uw handelshuurovereenkomst en uiteraard ook bij het opduiken van eventuele problemen. Contacteer bart@siriuslegal.be voor meer informatie.

08.01.2018 Bart Van den Brande

Samenwerking met een zelfstandige? Welke rechtsregels zijn van toepassing?

Een contract opstellen bij een professionele samenwerking is steeds een goed idee. Goede afspraken maakt immers goede vrienden en in geval van een vertroebelde relatie kunnen partijen op een geschreven akkoord terugvallen. De wet regelt de verhouding tussen vele contractspartners zoals werknemers, handelsvertegenwoordigers, handelsagenten en dies meer. Maar welke regels zijn van toepassing op de relatie tussen een zelfstandige en de onderneming die beroep doet op diens diensten?

Als zelfstandige / consultant (IT, coaching, software development, aanneming…) (in eigen naam of als bvba) word je bij het begin van een samenwerking steevast een contract voorgelegd. Niet alles is even duidelijk maar de druk om te tekenen is groot. Hoe weet u wat gangbaar is en wat niet? Andersom biedt u als onderneming uw toekomstige consultants een contract aan met de betrachting alle aspecten van de samenwerking te regelen.

 

Regelgeving?

Als uitgangspunt in de Belgische wetgeving geldt het principe van de contractsvrijheid van art. 1134 Burgerlijk Wetboek. Partijen mogen overeenkomen wat zij willen, voor zover dit niet indruist tegen de dwingende wetgeving, de openbare orde & de goede zeden en de rechtspraak die zich op een aantal punten heeft ontwikkeld. M.a.w. de keuzevrijheid wat in het contract komt te staan is zeer groot.

Samenwerkingen tussen een onderneming enerzijds en een zelfstandige anderzijds worden zelden geregeld door een wet wat inhoudt dat partijen zelf de spelregels van hun samenwerking mogen uitschrijven. Dat de openbare orde en de goede zeden niet mogen worden geschonden staat in art. 6 van het Burgerlijk Wetboek en is ook logisch. Een bepaling in een overeenkomst die tegen het algemeen belang of geldende moreel ingaat, zal nietig zijn.

De rechtspraak heeft het gebrek aan wettellijk keurslijf gecompenseerd door op een aantal punten ongelijkheden weg te werken (opzegtermijn, niet-concurrentiebeding,…).

Beide partijen hebben belang bij een optimale samenwerking en kiezen daarom dan ook voor een evenwichtig contract. Want eens getekend, is er geen weg terug. Overeenkomsten hebben kracht van wet en binden de partijen, tenzij beide akkoord gaan er van af te zien (art. 1134 B.W.).

 

Inhoud van het contract

De inhoud van het contract hangt af van de specifieke aard van de samenwerking. Bedoeling is de samenwerking zo volledig mogelijk te regelen. Belangrijke onderdelen die best worden opgenomen zijn:

–          De partijen (wie, vennootschapsvorm, adres,…)

–          Beschrijving van  het voorwerp (waarover gaat het, welke prestaties,…)

–          De duurtijd van de samenwerking (onbepaalde of bepaalde duur)

–          Opzeggingsmogelijkheden  (de termijn, de wijze waarop)

–          De vergoeding voor de geleverde prestaties (uurtarief, per project, kosten,…)

–          Vertrouwelijkheid (bedrijfsgeheimen,…)

–          Niet-concurrentie / afwerving (verbod elders concurrentie te voeren,…)

–          Aansprakelijheid (wat als er schade wordt veroorzaakt?)

–          Intellectuele eigendomsrechten (wie is eigenaar van het gecrëerd werk,..)

–          Praktische afspraken (uitvoering, werktijden,openingsuren, administratie,…)

Elk van deze onderdelen heeft zijn eigen kenmerken en een correcte verwoording heeft zijn belang, zeker bij het bepalen van bv. het verbod op concurrentie tijdens en na de samenwerking en de eventuele overdracht of behoud van intellectuele eigendomsrechten. Clausules die de band uitspringen  (meestal omdat ze tegen gevestigde rechtspraak ingaan) kunnen voor niet geschreven worden gehouden / nietig verklaard, dan wel gemilderd worden in hun uitwerking. Zoals steeds zal dit per situatie dienen te worden bekeken.

Partijen dienen er over te waken dat de zelfstandige zeker als zelfstandige optreedt. Indien er sprake is van een schijnzelfstandigheid omdat er toch onder gezag wordt gewerkt, dan kan de RSZ de onderlinge verhouding alsnog beschouwen als de relatie tussen een werkgever en een  werknemer, met alle gevolgen van dien (betalen werknemers-en werkgeversbijdragen, toepassing arbeidsovereenkomstenwet,.. )

 

 Opstellen van het contract

 Er circuleren tal van contracten van allerlei niveau op het internet. Het belang van een goede overeenkomst is cruciaal omdat een goede overeenkomst problemen – lees: lastige, dure, tijdrovende discussies of rechtszaken -naderhand vermijdt.  Overeenkomsten die voor de ene sector gelden, kunnen niet zomaar gebruikt worden voor een andere sector. Het verschil zit hem soms in de details maar het zijn de details die partijen de das kunnen omdoen.

Sirius Legal helpt u bij het opstellen, nakijken en verbeteren van contracten zowel voor de opdrachtgever als voor de opdrachtnemer, zodat u met juridische zekerheid een samenwerking kan aangaan.

1 2