Blog E commerce

Populair artikel BTW_e-commerce
24.06.2021 Bart Van den Brande

BTW in e-commerce voor marktplaatsen vanaf 1 juli 2021

De regels voor BTW in e-commerce veranderen vanaf 1 juli 2021.  Daarover kon je al alles lezen in onze checklist “De nieuwe BTW-regels in e-commerce. Dankzij deze wetswijziging worden gelijke concurrentievoorwaarden voor ondernemingen gegarandeerd, zowel binnen als buiten de EU, dus dat is een positief gegeven.

Als webshop eigenaar ben je maar beter op de hoogte van de nieuwe BTW-regels. Er is een grote impact op je fiscalé aangifte én je hebt de verantwoordelijkheid om op jouw webshop de correcte prijzen inclusief BTW te vermelden. Ook voor webbouwers is dit een uitdaging aangezien niet alle webshop platformen complexe en verschillende BTW-voeten per land kunnen hanteren.

Deze week kregen we een concrete vraag van één van de grote logistieke partners in FMCG in de Benelux naar de verantwoordelijkheden van marktplaatsen en platformwebsites onder de nieuwe regels en die leek ons relevant genoeg om ze even in een blog te hernemen.  

 

Kleine verkopen door verkopers buiten de EU

Tot 1 juli 2021 zijn pakjes met een kleine waarde, onder 22 euro, die afkomstig zijn van buiten de EU (denk aan verkopen via bvb AliExpress) gewon vrijgesteld van BTW.  dat is handig voor de consument, maar dat veroorzaakt wel een concurrentienadeel voor Europese verkopers, die wél BTW moeten aanrekenen en dus altijd duurder zijn dan hun niet-Europese concurrenten.

Vanaf 1 juli verandert dit.  Op alle verkopen, ook onder 22 euro en ook door verkopers buiten de EU, is gewoon BTW verschuldigd.  

Er wordt wel een nieuw systeem ingevoerd, dat voorziet dat marktplaatsen of platformwebsites in de EU die derde verkopers van buiten de EU hosten, verantwoordelijk kunnen zijn voor het afhandelen van de BTW voor die niet-Europese verkopen als het gaat om verkopen van minder dan 150 euro per pakketje.  Op die manier is Amerikaanse of Chinese verkoper zelf niet verantwoordelijk voor BTW-verplichtingen in de EU én kan voorkomen worden dat de consument bij levering door de koerier gevraagd wordt om nog even (onverwacht meestal) de BTW bij te passen. 

 

Verantwoordelijkheid platformen en marktplaatsen

Er zijn wat voorwaarden die vervuld moeten zijn voordat je als marktplaats of platformwebsite moet instaan voor de BTW op kleine verkopen door niet-EU verkopers op jouw platform.   We lijsten die hieronder nog even op.

In se staan platformen en marktplaatsen in voor de BTW-afhandeling als zij “de goederenlevering faciliteren”.  Dat begrip is zeer breed te interpreteren.  De bedoeling van de EC is om quasi alle platformen en marktplaatsen wel als BTW-plichtige in te schakelen, behalve in zeer beperkte uitzonderlijke gevallen.  Wie valt buiten de definities: eigenlijk de facto alleen pure PSP’s of pure lead generation / affiliate platformen.

Vraag is in de eerste plaats wat “faciliteren” hier betekent.  Dat wordt verduidelijkt in de “Toelichting op de btw-regels voor e-commerce” die de Europese Commissie afgelopen najaar publiceerde.

Samengevat zijn dit de regels:

  • De vraag of een platform of marktplaats verkopen “faciliteert” moet per transactie bekeken worden.  Het kan best zijn dat er soms sprake is van “faciliteren” en soms niet en dat de marktplaats of het platform dus soms instaat voor de BTW-verplichtingen en soms niet (bvb afhankelijk van de vraag of het pakket boven of onder de 150 euro zit of afhankelijk van de rol van de marktplaats of het platform bij bepaalde verkopen)…
  • Onder “faciliteren” wordt verstaan het in contact brengen van koper en verkoper via een elektronische interface (webplatform). Met andere woorden, de verkoop-aankoop wordt gerealiseerd/gesloten met behulp van de elektronische interface. 
  • Concreet blijkt “faciliteren” uit het feit dat de werkelijke bestelling en de afrekening door of met behulp van de elektronische interface worden uitgevoerd.
  • Daarnaast moet de transactie ook effectief worden afgesloten via de elektronische interface”.  dat staat los van de levering/shipping/logisitiek, die eventueel door de verkoper zelf afgehandeld wordt.
  • Er is géén sprake van “faciliteren” als 3 voorwaarden cumulatief vervuld zijn:
    • Als het platform  noch direct, noch indirect één van de algemene voorwaarden bepaalt waaronder de goederenlevering wordt verricht.  Dit is zeer breed te interpreteren: zodra het platform zelf ook gebruiksvoorwaarden / accountvoorwaarden heeft voor gebruikers, wordt het geacht wel onrechtstreeks één van de algemene voorwaarden te bepalen (zie lijstje hieronder met voorbeelden van situaties waarin het platform geacht wordt (mee) de voorwaarden te bepalen). 
    • Én als het platform noch direct, noch indirect betrokken is bij “het verlenen van goedkeuring om de afnemer te factureren voor de gedane betaling” (Dit is concreet het faciliteren van de betaling via het platform of via een PSP gekoppeld aan het platform)
    • Én als het platform noch direct, noch indirect betrokken is bij de bestelling of de levering van de goederen.  Ook dit moet ruim geïnterpreteerd worden, zie lijstje met voorbeelden hieronder.

 

Concrete voorbeelden

Het platform bepaalt mee de voorwaarden in bijvoorbeeld deze gevallen, volgens de “Toelichting op de btw-regels voor e-commerce” :

  • als de elektronische interface is eigenaar van of beheert het technische platform voor de levering van goederen;  
  • als de elektronische interface bepaalt regels voor het aanbieden en verkopen van goederen via zijn platform;  
  • als de elektronische interface is eigenaar van klantgegevens in verband met de levering;  
  • als de elektronische interface voorziet in een technische oplossing voor het opnemen van bestellingen of het in gang zetten van het aankoopproces (bv. door de goederen in een winkelwagen te plaatsen);  
  • als de elektronische interface organiseert/beheert de communicatie van het aanbod, de aanvaarding van de bestelling of de betaling voor de goederen;  
  • als de elektronische interface bepaalt voorwaarden waaronder de leverancier of afnemer verantwoordelijk is voor de betaling van de kosten in verband met het terugzenden van goederen;  
  • als de elektronische interface legt een of meer specifieke betaalmethoden, opslag- of fulfilmentvoorwaarden of methoden voor verzending of levering op aan de onderliggende leverancier die moeten worden gebruikt om de handeling te volbrengen;  
  • als de elektronische interface heeft het recht de betaling van de afnemer te verwerken of in te houden van de onderliggende leverancier of om anderszins de toegang tot tegoeden te beperken;  
  • als de elektronische interface kan de verkoop zonder toestemming of goedkeuring van de onderliggende leverancier crediteren indien de goederen niet naar behoren werden ontvangen;  
  • als de elektronische interface biedt klantenservice, hulp bij het terugzenden of omruilen van goederen, of procedures voor klachtenafhandeling en geschillenbeslechting voor leveranciers en/of hun afnemers;  
  • als de elektronische interface heeft het recht om de prijs vast te stellen waartegen de goederen worden verkocht, bijvoorbeeld door korting aan te bieden via een loyaliteitsprogramma, heeft controle over of oefent invloed uit op de prijsstelling.

Het platform is betrokken bij de bestelling of de levering als:

  • de elektronische interface voorziet in het technische hulpmiddel om de bestelling van de afnemer aan te nemen (meestal de winkelwagen / afrekening);  
  • de elektronische interface verstrekt de afnemer en de onderliggende leverancier de bevestiging en/of de gegevens van de bestelling;  
  • de elektronische interface berekent de onderliggende leverancier een vergoeding of commissie op basis van de waarde van de bestelling;  
  • de elektronische interface geeft goedkeuring om met de levering van de goederen te beginnen / geeft de onderliggende leverancier of een derde opdracht om de goederen te leveren;  
  • de elektronische interface verleent fulfilmentdiensten aan de onderliggende leverancier;  
  • de elektronische interface regelt de levering van de goederen;  
  • de elektronische interface verstrekt de afnemer gegevens met betrekking tot de levering. 

 

Vragen over e-commere of BTW?

Check zeker even onze checklist én onze “BTW-checker” service voor webshops als je meer info wil over de nieuwe BTW-regels in e-commerce.

We maken natuurlijk ook graag persoonlijk tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

02.02.2021 Bart Van den Brande

Eerste grote boete voor geoblocking gaat naar gaming platform Steam

De Europese Commissie heeft Valve, eigenaar van het online pc-gamingplatform “Steam”, en vijf verdelers van videogames een boete van € 7,8 miljoen opgelegd wegens het overtreden van de Europese geoblockingregels.  Valve en de betrokken verdelers beperkten de crossborder verkoop van bepaalde videogames op basis van de geografische locatie van consumenten en precies dat is verboden onder de geoblockingverordening.

 

Wat is geoblocking?

In het kader van haar Digital Single Market pakket geldt in de EU sinds 2019 de zogenaamde Geoblockingverordening.  Met die Geoblockingverordening wil de EU korte metten maken met elke discriminatie op basis van woon- of verblijfplaats online.  De praktijk wees immers uit dat heel vaak inwoners van een bepaald land niet konden meegenieten van bepaalde aanbiedingen online omdat zij op basis van hun locatie of IP-adres de toegang tot een bepaalde website ontzegd werden of omdat zij automatisch omgeleid werden naar een andere landversie. 

Het klassieke voorbeeld dat daarbij aangehaald wordt is de passagier die een vliegtuigticket wil boeken op een vlucht van bijvoorbeeld Berlijn naar Brussel.  Wie vanuit Duitsland naar de website van de betreffende airline surft, vindt daar een aanbod aan, opnieuw bijvoorbeeld, 59 euro.  Wie als passagier echter vanuit België datzelfde ticket probeert te boeken, wordt automatisch omgeleid naar een Belgische website, waar hetzelfde ticket aanzienlijk duurder is, of kan gewoon geen toegang krijgen tot de Duitse website.  Precies dat wil de EU voorkomen met de Geoblockingverordening. 

De verordening bevat een reeks regels die zowel het technisch beperken van toegang voor buitenlandse kopers tot een website als het praktisch bemoeilijken of onmogelijk maken van aankopen op een website door buitenlanders aan banden legt.

 

Wat is niet meer toegestaan sinds begin 2019?

  • De toegang tot websites technisch onmogelijk maken vanuit een ander land (pure geoblocking)
  • De toegang tot websites of tot de producten aangeboden op deze website “op enigerlei andere wijze” bemoeilijken of onmogelijk maken (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een koper zijn adresgegevens niet kan invullen in het bestelformulier omdat het formaat van de invulvelden dit niet toelaat, met name bij de postcode blijkt dit geregeld problematisch te zijn omdat deze een gepreformateerd formaat vereist)
  • Het omleiden van websitebezoekers naar een lokale versie van de website zonder voorafgaande toestemming van de betrokkene
  • Het hanteren van prijsverschillen op basis van afkomst van de koper (tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat)
  • Het hanteren van andere verkoopsvoorwaarden in functie van de woon- of verblijfplaats van de koper (tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat)
  • Verkoopsweigering op basis van woon- of verblijfplaats (wat wel kan is de levering beperken tot bepaalde gebieden, maar de koper die bereid is de beperkte leveringsmogelijkheden te aanvaarden, moet steeds kunnen aankopen)
  • Het discrimineren van kopers op basis van de aangeboden betaalmiddelen (dit is in casu het systematisch weigeren van bvb kredietkaarten die uitgegeven zijn in een ander land)

 

Wat deed Valve verkeerd?

Commissaris Margrethe Vestager, verantwoordelijk voor het mededingingsbeleid, verwoorde een en ander als volgt: Meer dan 50% van alle Europeanen speelt videogames. De videogame-industrie in Europa bloeit en is nu meer dan € 17 miljard waard. De sancties van vandaag tegen de “geoblocking” -praktijken van Valve en vijf uitgevers van pc-videogames herinneren eraan dat volgens de EU-concurrentiewetgeving het bedrijven verboden is om grensoverschrijdende verkoop contractueel te beperken. Dergelijke praktijken ontnemen Europese consumenten de voordelen van de digitale eengemaakte markt van de EU en de mogelijkheid om op zoek te gaan naar het meest geschikte aanbod in de EU ”.

Steam is een van ’s werelds grootste platforms voor online games, waar gebruikers games kunnen streamen of downloaden. Ook games die buiten Steam aangekocht zijn (bvb in  fysieke winkels of via downloads van derde websites) van derden, ook in staat om videogames op Steam te activeren en te spelen.  Valve biedt verdelers van games daarbij een territoriumcontrolefunctie aan, die het mogelijk maakt om bij de activering van games bepaalde geografische beperkingen in te stellen. Precies die beperkingen hebben als gevolg de actieve geoblocking van games op basis van de geografische locatie van de gebruiker.  De reden hiervoor was vooral om het territorium van elk der betrokken verdelers onder elkaar te verdelen.  Als gevolg hiervan konden gebruikers buiten een aangewezen lidstaat bepaalde games niet activeren met Steam-activeringssleutels.

De Commissie oordeelde dat Valve hiermee de facto de markt opsplitst op een wijze die in strijd is met het Europees mededingingsrecht en meer bepaald dat Valve en de betrokken verdelers zich schuldig maakten aan de volgende geoblockingpraktijken:

  • Bilaterale overeenkomsten en / of onderling afgestemde praktijken tussen Valve en elk van de betrokken verdelers geïmplementeerd door middel van geografisch geblokkeerde Steam-activeringssleutels die de activering van bepaalde videogames van deze uitgevers buiten Tsjechië, Polen, Hongarije, Roemenië, Slowakije, Estland, Letland en Litouwen, als reactie op ongevraagde verzoeken van consumenten (de zogenaamde “passieve verkoop”). Deze duurden tussen één en vijf jaar en werden, afhankelijk van de gevallen, geïmplementeerd tussen september 2010 en oktober 2015.
  • Geoblockingpraktijken in de vorm van licentie- en distributieovereenkomsten die bilateraal werden gesloten tussen vier van de vijf betrokken verdelers (Bandai, Focus Home, Koch Media en ZeniMax) en enkele van hun respectieve distributeurs in de EU, die clausules bevatten die de grensoverschrijdende (passieve) verkoop van de betrokken games binnen de EU beperkten. Deze duurden doorgaans langer, dwz tussen drie en elf jaar, en werden tussen maart 2007 en november 2018 geïmplementeerd, afhankelijk van elke bilaterale relatie.

 

Waarop letten om je zelf niet schuldig te maken aan geoblocking?

Niet alleen Internationale verdelers van online games moeten opletten met geoblocking.  De regels zijn van toepassing op elke website en webshop in Europa.

Check daarom op tijd je website minstens op onderstaande punten:

  • Is je website vrij toegankelijk vanuit de ganse EU?
  • Als je een redirect hanteert, heeft de bezoeker dan de keuze om tóch op de gekozen landversie te blijven (en daar ook te bestellen aan de aldaar aangeboden prijs)?
  • Bevatten je verkoopsvoorwaarden geen ongelijke voorwaarden in functie van de woon- of verblijfplaats (prijs, garantie, geschillenregeling, bedenktermijn, …)
  • Ben je zeker dat je payment solutions niet discrimineren in functie van de plaats van uitgifte van betaalkaarten en/of de woon- of verblijfplaats van de koper?
  • Ben je zeker dat je bestelformulieren locatieneutraal zijn opgesteld en met name in de adresvelden de lokale samenstelling van adresgegevens mogelijk laten?

 

Vragen over geoblocking of e-commerce?

Ons team maakt graag tijd.  Boek gerust rechtstreeks een kennismaking in de agenda van Bart of neem contact via mail op bart@siriuslegal.be of per telefoon op  +32 492 249 516

22.01.2021 Bart Van den Brande

E-commerce na de Brexit, kan jij nog volgen?

De definitieve Brexit is nog maar net een feit, maar de online sector begint zelfs na amper twee weken al de impact te voelen, in die mate zelfs dat heel wat Europese online retailers beslist hebben om voorlopig geen pakjes meer te bezorgen naar het VK vanwege de hoge kosten en ingewikkelde belastingregels.  Reden hiervoor zijn de nieuwe fiscale en administratieve verplichtingen voor wie exporteert naar het VK.  We zetten even op een rijtje waar Belgische en Nederlandse webshops rekening mee moeten houden als ze willen verkopen aan Britse klanten vanaf 1 januari 2021.

 

Impact van Brexit op e-commerce 

Het Verenigd Koninkrijk is Europa’s grootste markt voor e-commerce. 93% van de Britten winkelt online en ze geven gemiddeld €900 per persoon, per jaar uit.

Britse consumenten bestellen ook vaak en veel in het buitenland. 52% van de Britse buitenlandse e-commerce bestellingen gebeuren in de VS en China. Europa loopt niet ver achter. Duitsland hapt op zijn eentje overigens 9% van de Britse aankopen in de EU weg.  Groot-Brittannië is de tweede meest populaire e-commerce ‘bestemming’ voor Europa, maar onderzoek voorafgaand aan de Brexit toonde aan dat tot 70% van de Britse shoppers zou kunnen stoppen met crossborder bestellen in de EU na de Brexit.

Dit is het gevolg van veel strengere en complexere invoerregelingen en BTW-regels, met alle daaraan verbonden kosten voor verkopers en consumenten.

 

Brits BTW nummer verplicht bij B2C verkopen

Nu het Verenigd Koninkrijk geen deel meer uitmaakt van de Europese interne markt, gelden er nieuwe BTW-regels, administratieve procedures en douaneformaliteiten. 

Europese webshops die in het VK willen verkopen moeten in de eerste plaats zorgen voor een BTW-registratie in het VK, net zoals Chinese of Amerikaanse invoerders dat ook al sinds jaar en dag moeten doen en dat wordt verstrekt door Her Majesty’s Revenue & Customs (HMRC), de Britse belastingdienst. Zij zullen onderworpen zijn aan het Britse BTW-regime en in het VK hun aangiftes en betalingen moeten verzorgen.  Wie verkoopt naar het VK is in België geen BTW verschuldigd, maar zal dus in het VK wel aangifte moeten doen en BTW moeten betalen. 

Verzend je pakjes met een intrinsieke waarde van méér dan 135 Britse Ponden?  Dan is je klant invoer-BTW verschuldigd.  De postbode zal dan bij levering vragen om betaling van de verschuldigde BTW, wat Britse klanten voor onaangename verrassingen dreigt te stellen.  Als je dat wil voorkomen, dan kan je zelf beroep doen op een douane-expediteur om de invoeraangifte voor jouw rekening te nemen (maar dan moet je natuurlijk rekening houden met de BTW in je prijsvermelding online).  Als je al een Brits BTW-nummer hebt, kan je de invoer-BTW in je Britse BTW-aangifte weer in aftrek brengen. In sommige gevallen kan je ook gebruik maken van de regeling om de verschuldigde invoer-BTW niet te betalen aan de douane, maar aan te geven in de Britse BTW-aangifte, wat qua administratie en cashflow de dingen vereenvoudigt.

Wie diensten levert aan particulieren in het VK (B2C), rekent in principe meestal zijn eigen BTW aan.  Dat verandert niet.  Voor sommige diensten echter, zoals raadgevende of financiële diensten, opgesomd in artikel 21bis, §2, 10° WBTW, geldt echter de plaats van de afnemer, als die gevestigd is buiten de Gemeenschap. Wie in de toekomst dergelijke diensten verricht voor een Britse particulier, moet dus geen Belgische BTW meer aanrekenen.

 

En wat bij B2B?

Wie B2B goederen verkoopt, kan dat nog steeds zonder BTW doen, maar niet meer omdat het om een intracommunautaire handeling gaat (artikel 39bis WBTW), wel omdat het om een vrijgestelde uitvoer gaat.  Om dezelfde reden hoeft het BTW-nummer van de Britse ontvanger niet meer vermeld te worden op jouw factuur om vrijstelling te krijgen.  Nog steeds om dezelfde reden moet je je verkoop niet langer opnemen onder vak 46 van je BTW-aangifte, maar wel onder vak 47.  Voor B2B-diensten verandert er weinig, behalve de wijziging in je BTW-aangifte van van 46 naar vak 47.

 

Hogere verzendkosten en douanerechten

Niet enkel de BTW-veranderingen zijn vervelend voor Europese webshops, ook de extra formaliteiten die de import-exportverrichtingen en de grenscontroles met zich meebrengen zorgen voor frustratie en vooral ook voor hogere verzendkosten van en naar het VK. Koerierbedrijven als DHL, UPS en Federal Express hebben al aangekondigd extra kosten te gaan aanrekenen voor zendingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, omwille van de investeringen die ze hebben moeten doen om hun systemen aan te passen aan de Brexit. Het zou in sommige gevallen gaan om 4 à 5 euro extra per bestelling.

Bovendien zijn in de toekomst mogelijks invoerrechten verschuldigd bij verkoop van of naar het VK.  Groot-Brittannië geniet immers niet meer van de open grenzen, die het vrije verkeer van goederen en personen mogelijk maken, met als gevolg veel strengere douanevoorschriften voor pakketten die het VK en de EU binnenkomen en verlaten.  Dit valt mee voor goederen die in de EU gemaakt zijn en naar het VK verkocht worden, maar als het gaat om goederen die buiten de EU gemaakt zijn en naar het VK verkocht worden, zijn wel degelijk invoerrechten verschuldigd als de waarde van de bestelling hoger ligt dan 150 euro.  Ook in dat geval echter moet de verkoper zorgen voor een correcte douaneadministratie op basis van de juiste douaneformulieren.  Je zal met name een EURI-nummer moeten aanvragen, oorsprongsformulieren en factuur moeten toevoegen aan de verzending voor de douanecontrole, etc… 

 

Bedenktermijn en praktische gevolgen

Onder EU-recht heeft de consument recht op 14 dagen bedenktermijn, ook bij aankopen in andere lidstaten.  De Britse wetgeving voorziet echter in een minimum van 30 dagen.  Het is nog onduidelijk of deze retourtermijn na de Brexit ook zal gelden voor webshops die vanuit de EU verzenden naar het VK, maar het heeft er alle waarschijnlijkheid van dat dit inderdaad zo zal zijn.  Europese webshops moeten dus naast alle financiële gevolgen ook rekening houden met een verstoord retourbeleid bij verkopen naar het VK.

 

Evalueer je website

Belangrijk voor Europese webshops is om hier duidelijk rekening mee te houden op hun website.  Belangrijk is om zowel de BTW-verschillen als de administratieve kosten en de extra leverkosten transparant en correct te verwerken in je pricing of op zijn minst transparant en tijdig eventuele bijkomende kosten te vermelden op je website.

Europees consumentenrecht bij online verkoop (zoals dat is opgenomen in België in Boek VI van het Wetboek Economisch Recht) vereist immers dat je de prijs steeds inclusief BTW en alle kosten vermeld aan de consument.  Enkel (leverings-)kosten die vooraf niet ingeschat kunnen worden omdat ze afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de omvang van de bestelling mogen op een later ogenblik, in de check-out, toegevoegd worden.

Ook na de Brexit blijft het Europese consumentenrecht van toepassing op Europese webshops en dezelfde transparantieverplichtingen blijven dus bestaan in principe ook naar Britse klanten toe.

 

Niet meer leveren?

De extra kosten en administratieve verplichtingen zouden heel wat webshops ertoe kunnen aanzetten om eenvoudigweg niet meer te verkopen naar het VK.  Op die manier voorkomt een webshop potentiële onaangename (financiële) verrassingen.

Sinds enkele jaren is er binnen de EU weliswaar de zogenaamde geoblockingverordening van kracht.  Op basis van die verordening is het verboden voor Europese webshops om klanten te discrimineren op basis van hun woon- of verblijfplaats.  Die discriminatie kan onder andere volgen uit prijsdifferentiatie, maar ook uit verkoopweigering.  Weigeren om aan Britten te verkopen dreigt op het eerste zicht op die manier en inbreuk te vormen op deze geoblockingregels, maar de vaststelling is dat deze Geoblockingverordening niet meer van toepassing is op Britse klanten na de brexit, waardoor je als Europese webshop perfect kan beslissen om niet meer te verkopen aan het VK.

Vragen over e-commerce?

Ons team maakt graag tijd.  Boek gerust rechtstreeks een kennismaking in de agenda van Bart of neem contact via mail op bart@siriuslegal.be of per telefoon op  +32 492 249 516

Populair artikel DSA_DMA
05.01.2021 Bart Van den Brande

De toekomstige Digital Services Act en Digital Markets Act in een notendop

Net voor de feestdagen, op 15 december, kondigde EC vice-voorzitster Margrethe Vestager de eerste ontwerpen aan van de Digital Services Act en de Digital Markets Act.  Het gaat om 2 nieuwe Europese verordeningen die samen het Digital Service Pakket vormen en die binnen afzienbare tijd voor meer en betere regulering moeten zorgen van vooral online platformen.

De Europese Commissie spreekt zelf van ‘een ambitieuze hervorming van de digitale ruimte, een uitgebreide reeks nieuwe regels voor alle digitale diensten, inclusief sociale media, onlinemarktplaatsen en andere onlineplatformen die in de EU actief zijn’.

Hoewel het gaat om twee ontwerpteksten, die nog door het Europees Parlement en de Europese Raad moeten raken, nemen we bij Sirius Legal toch al even de tijd om de hoofdlijnen op een rijtje te zetten.  De potentiële impact op de online wereld en met name op e-commerce en online marketing is immers niet gering.

 

Digital Service Pakket?

De Digital Services Act (DSA) en Digital Markets Act (DMA) omvatten een reeks nieuwe regels die, als onderdeel van de Europese digitale strategie, Shaping Europe’s Digital Future, moeten zorgen voor een veiligere digitale omgeving voor Europese burgers en voor meer concurrentiegelijkheid voor ondernemingen, wat moet zorgen voor meer innovatie, groei en concurrentievermogen, zowel op de Europese interne markt als wereldwijd.

De DSA legt nieuwe verplichtingen op aan online tussenpersonen zoals online marktplaatsen, social mediaplatformen, app stores en booking websites, terwijl de DMA nieuwe regels invoert voor grote online platformen, die door de Europese Commissie “gatekeepers” genoemd worden.  Het gaat om de grote internetspelers die zeer veel verkeer via hun platformen kanaliseren. Concreet willen beide (toekomstige) verordeningen zorgen voor meer transparantie in online reclame, minder namaak, betere privacybescherming en vooral ook meer controle voor de EU op de economische macht van enkele internetgiganten. 

De Europese Commissie is de eerste om vast te stellen dat online platformen de voorbije 10 of 15 jaar het leven van consumenten in de EU aanzienlijk hebben veranderd in positieve zin.  Online platformen zijn de voorbije jaren ook érg belangrijk geworden in de online wereld en zelfs in onze economie in het algemeen.  Jammer genoeg echter zijn er ook enkele pijnpunten verbonden aan het succes dat platformwebsites in het huidige online landschap hebben. Zo is de handel in namaakgoederen en illegale goederen en diensten een steeds terugkerend probleem.  De voorbije jaren hebben ook aangetoond dat online diensten ook steeds vaker misbruikt worden om op basis van slimme algoritmes desinformatie te verspreiden en bijvoorbeeld verkiezingsuitslagen te manipuleren.  Ook het feit dat een handjevol (Amerikaanse) bedrijven de facto een zeer groot deel van het internet controleren, baart de EU, al langer dan vandaag overigens, zorgen.  Het zijn die bedrijven die de EU aanduidt als “gatekeepers”, die de toegang tot online diensten op het internet sturen en controleren.  De persberichten van de Europese Commissie vermelden daarbij geen namen, maar men doelt hier vanzelfsprekend op Amazon, Google, Facebook, Apple, Microsoft en andere techreuzen. 

 

Digital Services Act

Het eerste onderdeel van het Digital Service Pakket, de Digital Services Act, richt zich vooral op online tussenpersonen en bouwt daarbij voort op de reeds bestaande Richtlijn Elektronische Handel.  Het ontwerp van verordening voorziet in een hele reeks nieuwe verplichtingen voor uitbaters van allerhande vormen van online platformen, zoals booking websites, marktplaatsen, appstores, cloud services, internetproviders, messaging services en social media platforms.

De verordening voorziet onder andere in: 

  • Nieuwe verplichtingen voor zeer grote platformen om op risico gebaseerde maatregelen te nemen om misbruik van hun systemen te voorkomen
  • Regels voor het verwijderen van illegale content, illegale diensten en namaakgoederen
  • Nieuwe regels die ervoor moeten zorgen dat verkopers van namaak of illegale content sneller opgespoord kunnen worden
  • Vergaande transparantieplichten voor gerichte (“targeted”) online marketing op basis van gebruikersprofielen en algoritmen

Online platformen moeten weten wie de eigenlijke verkoper op hun platform is (“know your customer”) en moeten dat ook duidelijk vermelden, iets wat vandaag vaak onduidelijk blijft tot op het moment dat een bestelling geleverd wordt.  De EU hoopt dat dit zal helpen bij het opsporen van malafide handelaren en online shoppers zal beschermen tegen illegale producten, zoals namaakproducten en gevaarlijke producten. Tegelijkertijd zullen burgers illegale inhoud en producten op een gemakkelijke manier moeten kunnen melden op een platform.  Platformen zullen daarbij verplicht zijn om illegale content of goederen te verwijderen.  Zeer grote online platformen krijgen nog strengere regels opgelegd en moeten een risicoanalyse ondergaan en indien nodig bijkomende maatregelen tegen namaak en illegale content nemen.

Platformen die meer dan 10% van de EU-bevolking of zo’n 45 miljoen gebruikers bereiken zullen rekening moeten houden met bijkomende verplichtingen omwille van hun omvang.   Zij worden onderworpen aan het toezicht van een nieuw op te richten Raad van Nationale Coördinatoren voor Digitale Diensten (“Digital Services Coordinators”).

Het ontwerp voorziet daarnaast regels die de verspreiding van politieke desinformatie, hoaxes en manipulatie van de publieke opinie (bijvoorbeeld tijdens pandemieën) moet bestrijden.  De regels gelden vooral voor zeer grote platformen, die een risicoanalyse zullen moeten voeren en maatregelen zullen moeten nemen voor bijkomende bescherming van grondrechten, openbare belangen, volksgezondheid en veiligheid.  Online content zal beter gemodereerd moeten worden en zal in bepaalde gevallen verwijderd moeten worden.  Belangrijk daarbij is toch ook dat de tekst veel aandacht heeft voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting tegen overheidsinmenging om te voorkomen dat content te snel, te vaak of te vergaand verwijderd wordt.

De Digital Services Act bevat vervolgens heel wat regels die de online marketingwereld zoals we die vandaag kennen fundamenteel dreigen te verstoren en die voor deze sector naast de nog recente GDPR en de al enkele jaren aangekondigde ePrivacy-Verordening behoorlijk wat impact zullen hebben.  Deze nieuwe regels verplichten online adverteerders om bezoekers op websites transparant te informeren over waarom ze bepaalde advertenties te zien krijgen (en op basis van welke criteria dat gebeurt) en wie de adverteerder is.  Websitebezoekers moeten ook duidelijk zien dat bepaalde inhoud gesponsord is. Zeer grote online platformen moeten bovendien “advertentierepositories” bijhouden, waaruit blijkt welke advertenties zij in bepaalde periodes getoond hebben en welke groepen daarbij getarget werden (zonder daarbij evenwel persoonsgegevens van individuele personen bij te houden).  Ook de Digital Markets Act bevat overigens bepalingen over online reclame, die we hieronder bespreken als we dieper ingaan op dit tweede ontwerp).

Elke lidstaat zal een Coördinator Digitale Diensten moeten aanstellen, een onafhankelijke autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de in hun lidstaat gevestigde dienstverleners. Deze nieuwe autoriteiten zullen sancties kunnen opleggen, waaronder vanzelfsprekend ook financiële boetes die de lidstaten zelf kunnen vaststellen in nationale wetgeving.  Ook hier bestaat een strenger regime voor de zeer grote platformen. Die vallen onder rechtstreeks toezicht van de Europese Commissie, die boetes kan opleggen tot maar liefst 6% van de wereldwijde omzet van een dienstverlener. Daarmee is het sanctiesysteem meteen nóg een pak strenger dan de monsterboetes die GDPR destijds introduceerde (tot 4% van de wereldwijde omzet). 

 

Digital Markets Act

Daar waar de Digital Services Act zich richt op alle online tussenpersonen en voor de zeer grote spelers bijkomende strenge verplichtingen voorziet, wil de Digital Markets Act vooral de impact van de internetgiganten, die in het ontwerp zelf als “gatekeepers” aangeduid worden, aanpakken. Een aantal bedrijven heeft intussen zo’n grote greep om het internet, op e-commerce en op online marketing, dat zij de facto (een belangrijk deel van) de toegang tot digitale diensten beheersen.  

The usual suspects voor de Europese Commissie zijn daar Amazon, Google, Apple, Facebook en Microsoft of elk ander bedrijf dat aan de criteria in het ontwerp voldoet of dat door de commissie zelf “na een marktonderzoek” eenzijdig als gatekeeper aangewezen wordt (!).  Die gatekeepers zijn platformen die een aanzienlijke impact hebben op de interne markt, die als een belangrijke toegangspoort fungeren voor professionele aanbieders om hun klanten te bereiken en stevig verankerd zijn in de digitale economie. Dit geeft hen in een aantal gevallen zeer veel (te veel?) economische macht ten aanzien van zowel de bedrijven die hun diensten willen gebruiken als ten aanzien van consumenten. Dit leidt bijvoorbeeld tot onder meer het oneerlijk gebruik van gegevens van bedrijven die op deze platformen actief zijn, of situaties waarin gebruikers vastzitten aan een bepaalde dienst en beperkte mogelijkheden hebben om over te schakelen naar een andere.  

Precies daaraan wil de Digital Markets Act verhelpen. De Digital Markets Act is bedoeld om te voorkomen dat gatekeepers oneerlijke voorwaarden opleggen aan bedrijven en consumenten en om de openheid van belangrijke digitale diensten te waarborgen. Voorbeelden van deze oneerlijke voorwaarden zijn bijvoorbeeld het onmogelijk maken om vooraf geïnstalleerde software of apps te verwijderen (iets wat zeer vaak gebeurt bij smartphones en tablets vandaag) of nalaten om ervoor te zorgen dat software van derden goed kan functioneren en samenwerken met hun eigen diensten.

 
Op wie is de Digital Markets Act nu specifiek van toepassing?

De Digital Markets Act is alleen van toepassing op grote bedrijven die volgens de in het voorstel uiteengezette objectieve criteria als “gatekeepers” worden aangemerkt. Dit zijn bedrijven die een bijzonder belangrijke rol spelen op de interne markt vanwege hun omvang en hun belang als toegangspoort voor professionele aanbieders om hun klanten te bereiken.

Deze bedrijven beheren ten minste één zogenaamde “kernplatformdienst” (zoals zoekmachines, sociale netwerkdiensten, bepaalde berichtendiensten, besturingssystemen en onlinetussenhandelsdiensten), en hebben een blijvend groot gebruikersbestand in meerdere landen in de EU.

Concreet zijn er drie belangrijke cumulatieve criteria die een bedrijf onder het toepassingsgebied van de Digital Markets Act brengen:

  • Een jaaromzet in de Europese Economische Ruimte (de EU + Noorwegen en Liechtenstein) van minstens 6,5 miljard euro in de afgelopen drie boekjaren of een gemiddelde marktkapitalisatie of gelijkwaardige reële marktwaarde in het afgelopen boekjaar van minstens 65 miljard euro en een kernplatformdienst die beschikbaar is in minstens drie lidstaten.
  • Controle over een belangrijke toegangspoort voor professionele aanbieders richting eindgebruikers: dit wordt verondersteld het geval te zijn als het bedrijf een kernplatformdienst exploiteert met meer dan 45 miljoen maandelijkse actieve eindgebruikers in de EU en jaarlijks meer dan 10.000 professionele aanbieders in de EU.
  • Een (verwachte) verankerde en duurzame positie: dit wordt verondersteld het geval te zijn als de onderneming in elk van de laatste drie boekjaren elk aan de andere twee criteria voldeed.

Als niet aan al deze drempels wordt voldaan, kan de Commissie in het kader van een marktonderzoek voor het aanwijzen van gatekeepers de specifieke situatie van een bepaald bedrijf evalueren en besluiten om het op basis van een kwalitatieve beoordeling toch als gatekeeper aan te merken. 

 
Wat zijn de gevolgen voor wie als gatekeeper beschouwd wordt?

De Digital Markets Act stelt een reeks verplichtingen vast die gatekeepers in hun dagelijkse activiteiten moeten implementeren om eerlijke en open digitale markten te garanderen.

Enkele voorbeelden van de “do’s” zijn de volgende:

  • Het openstellen van eigen diensten aan derden die ermee willen samenwerken
  • Bedrijven die op hun platform adverteren, toegang geven tot de prestatiemeetinstrumenten van de gatekeeper en de informatie die adverteerders en uitgevers nodig hebben om hun eigen onafhankelijke verificatie uit te voeren van hun advertenties die door de gatekeeper worden gehost
  • Professionele aanbieders toestaan om ​​hun producten of diensten ook aan te bieden of te promoten buiten het gatekeepersplatform (denk aan hotels die ook buiten booking platformen om hun kamers moeten kunnen aanbieden)

Enkele voorbeelden van de “don’ts” zijn:

  • Gebruikers verhinderen om vooraf geïnstalleerde software of apps te verwijderen;
  • Gegevens die zijn verkregen van hun professionele aanbieders niet gebruiken om te concurreren met deze professionele aanbieders
 
Wat gebeurt er als een gatekeeper de regels negeert?

Wie de regels niet volgt, kan boetes oplopen tot in dit geval liefst 10% van de wereldwijde omzet.  De inflatie aan boetebedragen in recente EU-verordeningen lijkt inmiddels niet meer bij te houden… Voor terugkerende overtreders kunnen deze sancties ook de verplichting inhouden om structurele maatregelen te nemen, die zich mogelijk kunnen uitstrekken tot de afstoting van bepaalde bedrijven, waar geen andere even effectieve alternatieve maatregel beschikbaar is om naleving te garanderen. 

 
Wie handhaaft de Digital Markets Act?

Gezien het grensoverschrijdende karakter van gatekeepers en de complementariteit van de Digital Markets Act met de Digital Service Act en andere interne marktregels en het mededingingsrecht in het bijzonder, blijft de handhaving in handen van de Commissie. De lidstaten kunnen de Commissie altijd verzoeken om een ​​marktonderzoek te openen om een ​​nieuwe gatekeeper aan te wijzen.

 

Next steps

Zowel de Digital Services Act als de Digital Markets Act zijn voorlopig eerste ontwerpteksten van de Europese Commissie.  De teksten zijn wel al het voorwerp geweest van uitgebreide publieke consultatierondes en de teksten ervan liggen in vrij grote mate vast.  Niettemin moet een en ander nog door het Europees Parlement en door de Europese Raad goedgekeurd worden en beide instellingen kunnen nog uitgebreide wijzigingen aanbrengen.  Het is dus nog even afwachten wat de finale teksten zullen opleveren, maar dat beide verordeningen er uiteindelijk zullen komen lijkt vast te staan. 

Wat de timing betreft, lijkt een behandeling binnen zowel het Parlement als de Raad niet eerder te verwachten dan 2023.  In afwachting volgen wij de meest recente ontwikkelingen vanzelfsprekend van dichtbij op.

 

Vragen over e-commerce, online marketing of internetrecht in het algemeen?

We maken graag tijd voor een online kennismaking of je kan ons vanzelfsprekend ook per mail of telefonisch bereiken op bart@siriuslegal.be of op +32 492 249 516. 

08.12.2020 Bart Van den Brande

Duidelijke richtsnoeren voor transparantie in zoekresultaten op platformen: de P2B verordening

De Europese Commissie publiceerde zopas, op 8 december, richtlijnen over transparantie in zoekresultaten bij de Platform-to-Business-verordening (P2B).  

Deze richtsnoeren zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat aanbieders van online platformen als Amazon en Bol.com en aanbieders van online zoekmachines voldoen aan de vereisten van artikel 5 van de P2B-verordening ter bevordering van eerlijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van online platformwebsites. 

Ook voor Belgische online verkopers en voor onze partners bij SafeShops.be en Ecommerce Europe is dit vanzelfsprekend van belang.  

 

P2B-verordening? Eerlijk en transparant handelen op platformen

Platformen zijn niet meer weg te denken uit e-commerce vandaag. Heel wat webshops verkopen inmiddels niet meer alleen via hun eigen webshop, maar ook via een online platform zoals Amazon, AliExpress, Bol.com of andere. Platformen bieden webshops grote voordelen, zoals een groter bereik, meer omzet en allerlei extra services zoals online marketing, payment afhandeling, etc…. 

Sommige platformen hebben echter de voorbije jaren heel wat commerciële macht opgebouwd en voor kleinere webshopuitbaters zijn er jammer genoeg ook nadelen verbonden aan hun aanwezigheid op platformwebsites.  Er is bijvoorbeeld de provisie op verkoop en het feit dat retailers afhankelijk zijn van de strategie van het platform inzake marketing en inzake bijvoorbeeld het tonen van zoekresultaten binnen het platform. 

Om de afhankelijkheid van webshops ten opzichte van grote internationale platforms te garanderen, heeft de Europese Commissie de Platform-to-Business Verordening (P2B Verordening) ingevoerd. Deze Europese Verordening moet ervoor zorgen dat platformen eerlijker en transparanter zijn in hun relatie met de verkopers op hun platform.

De P2B Verordening geldt voor online platformen, maar bijvoorbeeld ook voor app-stores zoals Google Play en de Apple App Store of voor sociale media die producten aanbieden of kunnen aanbieden, zoals Facebook, Instagram of voor prijsvergelijkers zoals Beslist.be of Google Shopping.

 

Richtsnoeren voor transparantie

De P2B Verordening van de EU is van toepassing sinds 12 juli 2020. Sindsdien moeten online platformen en zoekmachines in hun algemene voorwaarden een beschrijving opnemen van de belangrijkste parameters die bepalen hoe prominent goederen en diensten op hun platform weergegeven worden. 

De Europese Commissie publiceerde zopas een set aanbevelingen (“Richtsnoeren”) voor transparantie op marktplaatsen.  De richtlijnen leggen uit hoe online platformen onder de P2B Verordening inzage moeten geven in de werking van de algoritmes die de rangschikking bepalen waarin shops verschijnen bij een interne search naar een bepaald product op het platform. De bedoeling is om verkopers de juiste informatie te geven om zelf controle te kunnen nemen over de manier waarop ze hun online zichtbaarheid het beste kunnen optimaliseren.

De richtlijnen zijn niet juridisch bindend, maar ze zullen platformen en zoekmachines helpen bij het nakomen van hun verplichting om transparant te zijn over de werking van ranking op hun diensten. 

 

Andere verplichtingen onder de P2B Verordening

De P2B Verordening bevat overigens nog heel wat andere verplichtingen voor marktplaatsen en platforms. 

Een aantal van die regels gelden voor alle online platformen.  Het gaat voornamelijk over het verzekeren van transparantie in de gebruiksvoorwaarden die verkopers moeten aanvaarden als ze toetreden tot een platform.  Die Terms & Conditions moeten begrijpelijk, transparant en makkelijk vindbaar zijn. Ook moet het online platform in de algemene voorwaarden opnemen wanneer zij kan besluiten om de toegang aan een verkoper te ontzeggen. Een online platform moet daarnaast schriftelijk motiveren waarom zij de toegang tot het platform voor een verkoper eventueel (tijdelijk of blijvend) opschort en dat binnen 30 dagen.  Online platformen zijn ook verplicht om verkopers op de hoogte te stellen als de algemene voorwaarden worden aangepast. De verkoper moet een termijn van minimaal 15 dagen krijgen om de platformovereenkomst op te zeggen als hij of zij het niet eens is met de aanpassingen.

Voor ‘grote’ platformen gelden een aantal bijkomende specifieke regels.  Het gaat dan om regels die alleen gelden voor platformen waar 50 of meer personen werkzaam zijn en die een jaaromzet van meer dan € 10 miljoen behalen. Deze platformen moeten voor hun verkopers een intern klachtenafhandelingssysteem opzetten.  Verder moeten grote platformen twee of meer bemiddelaars aanwijzen voor het geval de klacht niet kan worden opgelost via het klachtenafhandelingssysteem of om een procedure voor de rechtbank te voorkomen. 

 

Meer weten over de P2B-Verordening of over e-commerce in het algemeen?

Neem gerust vrijblijvend contact op met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of boek meteen een vrijblijvende kennismaking via Google Meet in de agenda van Bart. 

09.11.2020 Sophie Vercraeye

De nieuwe BTW-regels voor E-commerce: laat van je horen!

Door de globalisering en digitalisering van de verkoop van goederen en diensten stijgt de vraag naar een vereenvoudigde BTW-regelgeving voor webshops. De nieuwe Europese richtlijn over e-commerce is al een grote stap in de goede richting. De nieuwe regels zouden de BTW-heffing op grensoverschrijdende ‘internetverkopen’ van goederen en diensten aan consumenten moeten vereenvoudigen. Ook probeert men met deze wetswijziging gelijke concurrentievoorwaarden te garanderen voor ondernemingen, zowel binnen als buiten de EU.

 

Wanneer zijn de nieuwe BTW-regels van kracht?

De Europese lidstaten moesten deze richtlijn normaal gezien tegen 1 januari 2021 omzetten, al wordt deze termijn omwille van corona verlengd. België krijgt nu de tijd tot 1 juli 2021 om de Belgische wet aan te passen. 

Toch is het zeker nuttig om al op de hoogte te zijn van de toekomstige wijzigingen, zeker aangezien de minister van Financiën Vincent Van Peteghem iedere geïnteresseerde uitnodigt om zijn/haar input te geven over de invulling van deze nieuwe wetgeving (waarover verder meer). 

 

Wat verandert er aan de BTW-regels? 

De nieuwe wet zal verschillende aanpassingen met zich meebrengen. Wij sommen hier enkele belangrijke aanpassingen kort op: 

  1. Allereerst zal de BTW in principe geheven worden in de lidstaat van bestemming en op basis van de daar geldende BTW-tarieven.  Vandaag is dit al het geval als je de voorziene jaarlijkse omzetdrempels overschrijdt. Wie bijvoorbeeld op jaarbasis voor meer dan 35.000 euro naar Duitsland verkoopt of voor meer dan 100.000 euro naar Nederland, moet de lokale Duitse of Nederlandse BTW aanrekenen.  Vanaf juni 2021 vervalt dat systeem en is BTW altijd verschuldigd in het land waar de koper gevestigd is, behalve als je een kleine e-commerce ondernemer bent die onder een omzetdrempel van 10.000 euro per jaar blijft én je slechts in één EU-land gevestigd bent. In dat geval is de BTW verschuldigd  aan het EU-land waar het transport begint (de facto zal dat de vestiging van de verkoper zijn in de meeste gevallen).
  2. Sinds enkele jaren bestaat er voor een aantal online diensten een zogenaamd “Mini One Stop Shop” of “MOSS” systeem.  Dat zorgt ervoor dat zelfs als je buitenlandse BTW moet aanrekenen omdat je de voorziene drempels overschrijdt, je je aangifte nog steeds in je eigen land kan doen. Je moet dan wel een BTW inschrijving nemen in het betreffende land, maar de aangiftes kunnen dus gewoon in België gebeuren. Dat bestaande beperkte MOSS -systeem wordt uitgebreid tot een algemeen OSS (“One stop shop”)-systeem dat niet meer beperkt is tot leveranciers van elektronische diensten, maar dat ook geldt voor de afstandsverkopen van goederen en diensten. Vanaf juni 2021 kunnen alle webshops met andere woorden genieten van dit vereenvoudigde systeem.
  3. Daarnaast zal er in de toekomst altijd BTW verschuldigd zijn op aankopen door consumenten van diensten en goederen die afkomstig zijn van buiten de EU. Vroeger waren kleine zendingen met een kleinere waarde dan 22 euro vrijgesteld van BTW. Ook kleine zendingen zullen dus belast worden.
  4. Goed nieuws ook voor de ondernemers die goederen van buiten de EU invoeren. Ook zij kunnen genieten van het nieuwe OSS-systeem.  Als je als online handelaar goederen van buiten de EU invoert met een intrinsieke waarde van maximaal 150 euro, kan je in de toekomst gebruik maken van het IOSS (“Invoer One Stop Shop”)-systeem. Dit zorgt ervoor dat je alleen in het land van aankomst (meestal is dat gewoon in het land waar jouw bedrijf gevestigd is), een BTW-aangifte moet doen. De invoer zelf is vrijgesteld van BTW. 

De IOSS is niet verplicht, maar wanneer je dit niet toepast zal de invoer dus wel onderworpen zijn aan BTW. De online verkoper kan de invoer-BTW dan innen bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn (de klant).

 

Bereid je nu alvast voor!

Als webshopeigenaar kan je maar beter de BTW-regels goed kennen en zorgen dat je bedrijf en webshop klaar zijn om rekening te houden met verschillende BTW-regimes.  Door het wegvallen van de minimale BTW-drempels, is potentieel élke verkoop via je webshop aan een buitenlandse klant onderworpen aan een andere BTW-voet dan de Belgische.  Het is jouw verantwoordelijkheid als webshopuitbater om ervoor te zorgen dat je telkens de juiste BTW aanrekent.  Doe je dit niet dan riskeer je controles en boetes van de lokale BTW overheden, iets wat we de voorbije jaren bij verschillende van onze cliënten jammer genoeg moesten vaststellen.  De boetes kunnen hoog zijn, wees dus voorbereid.

Er is nog een tweede aandachtspunt voor webshops.  Consumentenwetgeving verplicht je immers om aan consumenten steeds de juiste prijs inclusief BTW te tonen.  Als je je met je webshop richt op klanten uit de ganse EU, moet je er rekening mee houden dat je in functie van de locatie van de klant (op basis van IP-adres of locatiegegevens?) het juiste BTW-tarief kan tonen.  Om dat te kunnen doen moet je de locatie van je bezoeker kunnen bepalen, iets wat meestal cookie based zal gebeuren. De BTW-wetgeving heeft dus impact op het cookiebeleid op je website, want cookies die locaties bepalen zal je wellicht als strikt noodzakelijk kunnen beschouwen (als je de locatiedata uitsluitend gebruikt voor aangepaste prijsaffichering in functie van BTW tenminste).  

Het alternatief als webshop is dat je slechts één prijs toont, inclusief Belgische BTW, maar dat je zelf de BTW-verschillen achter de schermen verrekent.  Let daar echter mee op! Dit kan jouw product in bepaalde landen duurder maken dan lokale concurrenten en het kan bovendien onverwacht aan je winstmarge vreten…

 

Laat je horen! 

Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) wil de Belgische ondernemers, belangengroepen of alle andere geïnteresseerden graag betrekken bij het opmaken van de wet, om zo een ‘level playing field’ te creëren. Hij organiseert een publieksbevraging om al deze nuttige input te betrekken bij het ontwerp van de nieuwe Belgische BTW-wetgeving op e-commerce.

Je kan dus tot en met 11 november 2020 feedback geven op elk onderdeel van de wettekst aan de hand van dit online formulier.

We geven je hier graag het ontwerp van de Belgische wet alvast mee.

Heb je dus bedenkingen of suggesties over deze nieuwe wet? Make your voice heard!

22.09.2020 Sophie Vercraeye

Wijs als webshopuitbater je klanten correct de weg naar bemiddeling en arbitrage

Ben jij eigenaar van een webshop die zich richt op consumenten?  Dan is een recente uitspraak (C‑380/19) van het Hof van Justitie van belang voor jou. Dat arrest bevestigt (voor zover nodig) nogmaals dat je in je algemene voorwaarden je klanten expliciet moet uitleggen waar ze terecht kunnen voor alternatieve geschillenbeslechting als ze niet tevreden zijn over jouw dienstverlening.  Die verplichting geldt overigens ook indien de consument niet echt iets kan kopen op de website. 

 

First things first: wat is alternatieve geschillenbeslechting?

Europese consumenten zijn goed beschermd door strenge regelgeving. Maar ondanks de strenge consumentenbescherming (of misschien net omdat die bestaat) ontstaan er toch regelmatig geschillen tussen consumenten en ondernemers. Om voor de consument vaak dure en lange gerechtelijke procedures te vermijden, is enkele jaren geleden vanuit de EU een systeem van alternatieve geschillenbeslechting (alternative dispute resolution – ADR) in het leven geroepen. Dit biedt een eenvoudige, snelle en goedkope oplossing voor geschillen tussen consumenten en ondernemers, maar dan buiten de rechtbank om.

Lidstaten kunnen zo’n ADR-oplossingen op verschillende manieren opzetten, bvb. via een ombudsman, bemiddelaar, verzoeningscommissie, arbitrage, … Indien men kiest voor ADR zal deze onafhankelijke instantie zich uitspreken over het geschil of proberen om samen met de consument en ondernemer tot een oplossing te komen. Of zo’n beslissing ook echt bindend is, is afhankelijk van procedure tot procedure en van lidstaat tot lidstaat.

 

Informatieplicht voor ondernemers

Alle Europese ondernemers hebben ten aanzien van de consument een zekere ‘informatieplicht’. Zo moet je de consument bijvoorbeeld steeds informeren over de identiteit van je onderneming en de voornaamste kenmerken van de goederen of diensten. Je bent als onderneming echter ook verplicht de consument te informeren over ADR.

 

Situatieschets

De Duitse bank DAÄB heeft een louter informatieve website. Je kan er geen overeenkomsten sluiten met DAÄB, maar je vindt er enkel informatie. Op haar website pagina vermeldt DAÄB wel het bestaan van de toepasselijke Duitse buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure en dat wordt nog eens herhaald op een informatiedocument op het moment dat de consument effectief een overeenkomst sloot met DAÄB. DAÄB was van mening dat ze op deze manier voldeed aan de wettelijke informatieplicht ten aanzien van consumenten. 

Maar bovenstaande informatie was niet opgenomen in haar algemene voorwaarden en dat was niet naar de zin van het Duitse Bundesverband (eiseres in deze zaak). Zij was namelijk van mening dat deze informatie wel degelijk ook in de algemene voorwaarden opgenomen moet worden, ook op louter informatieve websites en ook als je de informatie al op een andere plek verschaft.

 

Beslissing Hof van Justitie

De Duitse rechter die hierover moest oordelen struikelde over de interpretatie van artikel 13 ‘richtlijn ADR consumenten’. Het artikel klinkt als volgt:  

“[de informatie omtrent ADR] moet op duidelijke, begrijpelijke en eenvoudige wijze toegankelijk zijn op de website van de ondernemer, voor zover hij over een website beschikt, en, in voorkomend geval, in de algemene voorwaarden van tussen de ondernemer en een consument gesloten verkoop- of dienstenovereenkomsten.

De rechter heeft bijgevolg de hulp van het Europees Hof van Justitie (hierna het Hof) ingeschakeld.

  1. Moet deze informatie (over alternatieve geschillenbeslechting) vermeld worden indien je geen overeenkomsten kan sluiten op de website?

Ondanks het feit dat deze bepaling spreekt van “een gesloten verkoop- of dienstenovereenkomst”, legt het Hof de nadruk op het eerste gedeelte van de zin, namelijk “voor zover hij over een website beschikt”. Het Hof stelde dat de wettekst hierbij namelijk geen ruimte voor twijfel laat. Is er dus een website, dan moet jij als ondernemer deze informatie opnemen op de website, onverschillig of je op de website overeenkomsten kan sluiten of niet. 

      2. Moet dit in de algemene voorwaarden of mag dit ook op een andere plaats op de website of in een ander document?

De bewoording in de ‘richtlijn ADR consumenten’ is volgens het Hof ook hier heel duidelijk en ondubbelzinnig. De uitdrukking  „en, in voorkomend geval” geeft volgens het Hof namelijk aan dat die informatie niet alleen op die website moet worden vermeld, maar ook dat die informatie in die algemene voorwaarden moet worden opgenomen wanneer zij op die website beschikbaar zijn. Is er dus een website met algemene voorwaarden, dan moet je deze informatie opnemen in de algemene voorwaarden, onverschillig of je op de website iets kan kopen of niet. 

Dit hangt samen met de verplichting om de consument tijdig en voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst te informeren over de voorwaarden en gevolgen van de overeenkomst en de rechten van de consument. Het volstaat dus niet om de informatie over ADR slechts op het moment van het sluiten van de overeenkomst te verschaffen, al zeker niet op een apart document (bv. een bestelbon of een lijst van prestaties en tarieven) maar ook niet indien je de algemene voorwaarden pas op dat moment ter beschikking stelt. Wordt de ADR dus niet opgenomen in jouw algemene voorwaarden op de website, dan voldoe je als ondernemer niet aan de informatieplicht. 

 

Wat betekent dit voor jou als Belgische webshop?

De richtlijn ADR consumenten is omgezet in de Belgische wet in boek VI van het Wetboek economisch recht. De uitspraak van het Hof geldt dus evengoed in België. 

Zorg er dus voor dat je in je algemene voorwaarden informatie opneemt over alternatieve geschillenbeslechting. 

Je kan dat doen door middel van deze standaard tekst:

Bij buitengerechtelijke regeling van het geschil is de Consumentenombudsdienst van de Federale Overheid bevoegd om elke aanvraag tot buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen te ontvangen. Deze zal op haar beurt de aanvraag ofwel zelf behandelen ofwel doorsturen naar een gekwalificeerde entiteit. U kan de Consumentenombudsdienst bereiken via deze link: http://www.consumentenombudsdienst.be//nl “

Bij geschillen met een grensoverschrijdend karakter kan je bovendien beroep doen op het Online Dispute Resolution platform van de Europese Unie

Hou er rekening mee dat dit in elk geval ook in je algemene voorwaarden moet staan, het is niet voldoende dat je als ondernemer:

  • deze informatie in andere op die website toegankelijke documenten of in andere tabbladen van die website vermeldt of  
  • de consument deze informatie via een afzonderlijk document verstrekt bij het sluiten van de overeenkomst waarop deze algemene voorwaarden van toepassing zijn.

Hou ook rekening met alle andere transparantieverplichtingen in het kader van e-commerce.  We zien nog al te vaak webshops die tekortschieten in het het verschaffen van informatie over hun identiteit als bedrijf, over retourrechten en garantie, over gegevensverwerking, GDPR en cookies, etc…  

De beste garantie om jezelf te wapenen tegen juridische foutjes is de Website Certifier van Sirius Legal overigens.  Voor een vast bedrag van 750 euro + BTW lichten wij je ganse webshop door en zorgen voor alle nodige aanpassingen, in 2 talen en steeds in overleg met jou en op jouw individuele maat.

 

Vragen over Website Certifier of e-commerce?

Neem gerust contact op met ons team via bart@siriuslegal.be of sophie@siriuslegal.be of op 02 721 13 00

26.02.2020 Bart Van den Brande

De Europese Commissie vraagt webshops zich in regel te stellen met het EU-recht

Uit een onderzoek door de toezichthouders (in opdracht van de Europese Commissie) dat op 31 januari gepubliceerd werd, blijkt dat een ruime meerderheid van de webwinkels de fundamentele consumentenrechten niet naleeft. Het zou om maar liefst twee op de drie webshops gaan. Dit onderzoek werd uitgevoerd door de 27 toezichthouders van de verschillende lidstaten van de EU, die in totaal een kleine 500 online winkels controleerden. De lijst van de gecontroleerde webshops werd niet vrijgegeven.

De resultaten uit deze screening stemmen overeen met de ervaringen die Sirius Legal heeft bij het bijstaan van cliënten en vakorganisaties in e-commerce. Veel webshops hebben bij de opstart van hun webshop advies nodig om zich in orde te stellen met de strenge informatieverplichtingen uit het EU consumentenrecht.  Het begeleiden van webshops is bij Sirius Legal inmiddels al bijna een decennium lang onze core business. We hebben in die periode een erg lange stroom aan webshops bijgestaan vanuit onze eigen praktijk of aan een diepgravend onderzoek onderworpen in het kader van de kwaliteitscontroles die we uitvoeren voor onze partner SafeShops.be.

 

Nieuwe CPC-Verordening die samenwerking tussen consumentenautoriteiten moet verhogen

Het onderzoek en de aankondiging van de resultaten kadert in een nieuwe CPC-verordening (Consumer Protection Cooperation), die sinds 17 januari 2020 van toepassing is en die meer bevoegdheden geeft aan consumentenautoriteiten. Zo willen ze de samenwerking tussen de Europese Commissie en lidstaten verbeteren zodat slechte praktijken tegen consumenten een halt toegeroepen kunnen worden.

De Europese consumenten-toezichthouders hebben vastgesteld dat webwinkels consumenten vaak nog onvoldoende informeren over het recht om de aankoop ongedaan te maken (herroepingsrecht) en hun recht op garantie (conformiteit). Ook worden regelmatig de non-discriminatieregels – ook wel geoblockingregels genoemd – onvoldoende nageleefd. 

 

Herroepingsrecht

Bijna de helft van de onderzochte websites bevatte geen duidelijke informatie over de termijn waarin het product geretourneerd kan worden, namelijk veertien dagen vanaf het moment dat de consument de handelaar heeft medegedeeld dat hij de overeenkomst herroept. 

Nochtans is het gevolg van het niet respecteren van deze wettelijke verplichting door de webshop dat de consument een bijkomende termijn krijg van een jaar om dit product terug te sturen. Een webshop heeft er dus alle belang bij om de informatieplicht correct te vervullen. Deze sanctie is echter te weinig bekend bij webshops waardoor deze soms (verkeerdelijk) denken voordeel te kunnen doen met het niet vermelden van de wettelijke rechten. 

 

Geoblocking

Een vijfde van de onderzochte websites hield zich niet aan de Geoblocking verordening waardoor consumenten in staat worden gesteld om te winkelen op websites die niet in hun land van verblijf leveren, op voorwaarde dat zij hun aankoop kunnen laten leveren op een adres in het land waar de handelaar wel levert.

Oproep van de Europese Commissie

Met de publicatie van deze resultaten komt ook een oproep van de commissie naar webshops om zich in regel te stellen met deze elementaire consumentenrechten. 

Daarnaast wordt ook aangekondigd dat de nationale autoriteiten diepgaande onderzoeken zullen uitvoeren naar deze onregelmatigheden en dat inbreukmakende handelaren daarna verzocht zullen worden hun websites aan te passen door indien nodig hun nationale handhavingsprocedures in werking te stellen. 

Webshops zorgen dus maar beter dat ze hun webshop correct inrichten en de consument correct informeren over zijn rechten. 

Het correct naleven van deze verplichtingen komt uiteindelijk de consument én de ondernemer ten goede. De ondernemer kan er zo immers op vertrouwen dat zijn voorwaarden ook effectief geldig zijn en ook boetes omwille van het niet respecteren van de consumentenrechten vermijden.   

 

Vragen over e-commerce of consumentenbescherming?
Wil je je webshop graag in regel stellen?

Contacteer ons vrijblijvend via info@siriuslegal.be of bart@siriuslegal.be

01.08.2019 Bart Van den Brande

Tips voor online handelaars: aansprakelijkheid bij verloren pakjes?

Verloren pakjes zijn niet alleen erg vervelend voor je klant, als ondernemer stelt zich ook de financiële en commerciële vraag wie in dat geval aansprakelijk is voor het verlies van het pakje en het aangekochte verzonden product. In e-commerce worden de online gekochte producten vaak opgestuurd aan de consument. Soms worden deze geleverd door de eigen transportdienst van de (online) handelaar. Vaak worden deze pakjes echter verzonden of vervoerd door een derde partij transporteur of een pakjesdienst. 

In deze blogpost lichten we toe in welke gevallen de consument zal moeten instaan voor het verlies van het pakje en in welke gevallen de ondernemer.

 

Algemene regels bij het versturen van pakjes

Voor overeenkomsten waarbij een onderneming goederen opstuurt naar de consument is er een bijzondere regel die de consument beschermt en ervoor zorgt dat het risico van verlies of beschadiging van de verzonden producten pas overgaat op de consument op het moment dat hij de goederen fysiek in zijn bezit heeft gekregen. 

Tot op het moment waarop de consument het pakje en de goederen effectief ontvangt, blijft het risico van verloren of beschadigde pakjes meestal rusten bij de onderneming die de pakjes of goederen opstuurt naar de consument. 

 

Vanaf wanneer verschuift het risico naar de consument? 

Het risico van verlies of beschadiging van het product gaat over op de consument wanneer hij het goed effectief ontvangen heeft of de controle over de goederen verwerft. Men gaat daarbij uit van het standaard idee dat een consument het pakje aan de deur in ontvangst zou nemen. Gelet hierop vraagt men best om te tekenen voor ontvangst zodat men een bewijs heeft dat het goed geleverd is. Er zijn eveneens gevallen waarbij het risico toch overgaat op de consument voordat hij het zelf in ontvangst heeft genomen.

 

Wat met pakjes aangenomen door een aangewezen derde?

Het risico van verloren pakjes ligt eveneens bij de consument indien een door hem aangewezen derde partij (bv. een buurman) de goederen voor hem in ontvangst heeft genomen. Die derde kan niet de vervoerder, de post of de koerierdienst zijn. 

Het is hierbij wel van belang dat de derde partij (bv. een buurman) effectief door de consument is aangewezen (en dus niet zomaar door de webshop of koerier gekozen). Gelet hierop vragen bepaalde webshops om te specifiëren aan wie men het goed kan afleveren indien de consument zelf niet thuis is. De consument heeft dan zijn toestemming gegeven om de goederen op deze wijze te laten leveren bij de buurman.

Vanaf het moment dat je als online ondernemer de goederen aan de buurman hebt bezorgd, ligt het risico van verlies of beschadiging dan in principe bij de consument (en de door hem aangewezen buurman). 

 

Vervoerswijze gekozen door de consument zelf 

In het geval de consument zelf een vervoerswijze kiest die niet standaard door de webshop wordt aangeboden gaat het risico ook over op de consument op het moment dat het goed wordt afgegeven aan de door de consument gekozen vervoerder. (Vb. het geval waarbij de consument een bijzonder verzoek heeft voor de levering).

Van belang hierbij is dat het gaat om een vervoerswijze die niet door de webshop zelf wordt aangeboden. De basis redenering is dat de online ondernemer zelf instaat voor de vervoerswijzen die hij aanbiedt op zijn webshop, als de consument echter bewust voor een andere vervoerswijze kiest is dat risico voor hem. Uiteraard heeft de consument in dat geval wel rechten t.a.v. de door hem gekozen vervoerder, maar dit is dan niet meer het probleem van de webshop bij wie hij gekocht heeft.

 

Wat als de fout bij de koerierdienst ligt? 

Meestal is er juridisch gezien alleen maar een contractuele relatie tussen de webshop en de verkoper. Als een koerier een fout maakt of het pakje verliest, moet de webshop dat in principe met de koerier regelen. Zoals hierboven toegelicht is en blijft de verkoper meestal verantwoordelijk t.a.v. de consument tot de consument de bestelling in handen heeft.  Post of koerierdiensten hebben meestal wel een verzekering voor het verlies van pakjes. Je controleert als webshop dan ook best hun voorwaarden en bepalingen omtrent verloren pakjes. Indien je waardevolle goederen verzendt, controleer je best de plafonds die standaard bij verzending worden gedekt. Indien deze niet voldoende zijn, kan je overwegen om te opteren een bijkomende verzekering voor de verzending van die pakketjes af te sluiten.

 

Conclusie

In het geval pakjes worden opgestuurd naar de consument blijft het risico van verlies of beschadiging voor de levering meestal rusten bij de webshop of online ondernemer tot op het moment waarop de consument het pakje en de goederen effectief ontvangt. Je voorziet het best een duidelijk beleid omtrent het aanvaarden van pakjes door derden. Indien je waardevolle goederen verzendt, dien je hier extra aandacht aan te besteden en controleer je best of je een bijkomende verzekering moet afsluiten.

 

Vragen over prijsvermeldingen of e-commerce?

Ons team staat graag ter beschikking.  Neem gerust contact op met Bart Van den Brande via bart@siriuslegal.be of +32 486 901 931.

– Dit artikel werd geschreven door Laura Walgraeve die inmiddels Sirius Legal heeft verlaten –

1 2 4 5