Blog Intellectuele eigendom

 Bart Van den Brande

30 september 2021: Deadline om je merken en modellen in het VK niet te verliezen na Brexit

De Brexit is voor veel bedrijven alweer een verre herinnering, maar de gevolgen ervan blijven voor heel wat ondernemers tot op vandaag voelbaar.  Ook voor wie een EU-merk of gedeponeerd model heeft en de bescherming daarvan in het VK wil bewaren is het opletten geblazen.  De deadline om je merk of model in het Verenigd Koninkrijk niet te verliezen verstrijkt op 30 september en wie zijn merk of model wil behouden over het kanaal moet dringend in actie komen…

Populair artikel
12.05.2021 Bart Van den Brande

Handboek Kunstrecht: Is "nieuwe" kunst beschermd? Over graffiti, performance art en AI in de kunst

Op uitnodiging van uitgeverij intersentia en editor Oliver Lenaerts schreef ons team mee aan het nieuwe “Handboek Kunstrecht”.  Het feit dat we precies het hoofdstuk rond auteursrecht mochten verzorgen, bevestigt alleen maar de 20 jaar lange traditie in die sector die Sirius Legal vertegenwoordigt.

Dit nieuwe “Handboek Kunstrecht” benadert alle juridische vraagstukken die rechtstreeks relevant zijn voor de sector van de beeldende kunsten vanuit een tweedimensionale invalshoek: per doelgroep (kunstenaar, curator, kunstgalerij & kunstdealer,…) en vervolgens vragen per thema (fiscus, auteursrechten, financieringen, vermogensplanning, …). Door het Q&A format is het een praktisch naslagwerk, boordevol concrete adviezen en tips.

De komende weken kiezen we alvast enkele korte vragen en antwoorden uit ons eigen hoofdstuk bij wijze van teaser.  Voor wie het volledige hoofdstuk wil lezen, is het Handboek Kunstrecht vanaf 15 juni te bestellen op de website van Uitgeverij Intersentia.

We begonnen in de vorige bijdrage met de basics van het auteursrecht ter inleidingVandaag duiken we even in “nieuwe” kunstvormen zoals graffiti, performance art en tech art.

 

Zijn conceptuele kunst, installaties of performance art auteursrechtelijk beschermd?

Een idee of een concept wordt an sich niet beschermd onder het auteursrecht, zoals we hierboven al aangegeven hebben. Maar wat met conceptuele kunst, installatiekunst of performance art?

Conceptuele kunst komt in vele vormen, van installatie over performances tot objecten, foto’s en videokunst. De vormelijke uitwerking is voor veel conceptuele kunstenaars ondergeschikt aan het idee of het concept en de aandacht ligt dus veel meer op de totale ervaring van het kunstwerk, waardoor het concept in zekere mate het kunstwerk zelf wordt.

Het meest iconische en historische voorbeeld daarbij is wellicht Fountain van Marcel Duchamp, die inmiddels al meer dan 100 jaar geleden bestaande voorwerpen, zoals bij Fountain een urinoir, tot kunst verhief door ze te signeren en tot kunstwerk uit te roepen.

De vraag of dergelijke kunstwerken auteursrechtelijk beschermd kunnen worden, is een uitdaging voor ons bestaande rechtssysteem. Met name de eerste voorwaarde betekent voor heel wat conceptuele kunstenaars een behoorlijke uitdaging. Hun werk bestaat immers vaak veel meer uit een idee of een concept, dan uit de feitelijke concretisering daarvan in een bepaalde vorm.

Denk daarbij aan een kunstenaar als Christo, die zijn hele carrière bouwde op het idee of het concept van ‘inpakkunst’, of Arne Quinze, die doorbrak met conceptuele houtskeletkunst als Uchronia of Cityscape of nog aan de banaan-met-plakband van Catellan of de participatieve kunst van Felix Gonzalez Torres. In al deze voorbeelden ligt de auteursrechtelijke bescherming voor de betrokken artiesten erg gevoelig. Het concept dat aan de basis ligt van hun werk, het inpakken van gebouwen of het bouwen van houtskeletten, is immers in principe niet beschermd of beschermbaar onder het auteursrecht. Iedereen is vrij om zelf gebouwen in te pakken of houtstructuren op te bouwen, voor zover de concrete vormgeving die daarbij gekozen wordt tenminste origineel is.

Ook de keuze om met bepaalde materialen te werken, is om die reden niet beschermbaar. Er is de voorbije jaren heel wat commotie geweest tussen een aantal kunstenaars, die allen aan de slag waren gegaan met hoogtechnologische materialen om op basis daarvan kunstwerken te ontwikkelen. Een Belgische kunstenaar als Frederik De Wilde, die in samenwerking met NASA op basis van carbon nanotubes een ‘zwarter dan zwart’ materiaal omvormt tot hedendaagse kunstwerken, komt daarbij in concurrentie met namen als Anish Kapoor, die met dezelfde materialen en op basis van dezelfde concepten kunstwerken maakt, waarbij een deel van de waarde van de kunst ontegensprekelijk vervat zit in het concept, het materiaal an sich, maar dat laatste is precies niet beschermd of beschermbaar door het auteursrecht…

Zoals we in de vorige vraag al aangaven, brengt de Europese rechtspraak van de voorbije jaren wel duidelijk meer houvast. De al vernoemde Levola-zaak uit 2018, bevestigt dat de veruiterlijking van een idee, gedacht of creatie in een installatie, een concept of een performance wel degelijk auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, zelfs als ze geen ‘permanente’ vorm hebben, zolang ze maar in zulke nauwkeurige, objectieve en originele uitdrukkingsvorm gegoten kunnen worden. Installaties, concepten, performances moeten in het licht hiervan niet permanent zijn om toch auteursrechtelijk beschermd te kunnen zijn. De herhaalbare opstelling ervan in dezelfde vorm maakt ze ook voor auteursrechtelijke bescherming vatbaar (als ze tenminste voldoen aan de originaliteitsvereiste, vanzelfsprekend).

 

Is graffiti of street art beschermd door het auteursrecht?

Graffiti is zo oud als de mensheid. Onze prehistorische voorgangers krasten al afbeeldingen van oerossen in de wanden van hun grotten. Duizenden jaren later ‘versierden’ de Romeinen hun steden met – vaak obscene – muurschilderingen, die niet zo erg verschilden van de ‘kunst’ die vandaag treintunnels en bruggen versiert.

Graffiti als echte kunstvorm is recenter. Het is pas de voorbije decennia dat graffiti zijn plaats verworven heeft tussen de meer klassieke kunstvormen en dat iemand als Banksy evenveel erkenning krijgt als zijn collega’s die klassiek olie en doek hanteren als medium voor hun kunst.

Dat ook graffiti in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming, behoeft weinig betoog. Dezelfde voorwaarden van nieuwheid en originaliteit spelen ook hier, net zoals bij elke andere kunstuiting. Een werk dat nieuw is én een minimum aan creativiteit vertoont is – los van de artistieke waarde ervan – auteursrechtelijk beschermd.

Bij zogenaamde ‘tags’ of ‘throw ups’ zijn die voorwaarden niet altijd vervuld. Dit zijn namelijk korte teksten die meestal verwijzen naar de naam van de kunstenaar. Het kan zijn dat die tags en throw ups aan de voorwaarde van originaliteit voldoen, maar dan moeten ze natuurlijk voldoende gestileerd zijn, zodat er toch sprake is van enige originaliteit.

Veel graffiti is illegaal aangebracht en de vraag rijst wel eens of zulke illegale kunst dan wel beschermd is onder het auteursrecht. In se is het immers verboden om ongevraagd een kunstwerk te maken op een openbaar gebouw of langs de openbare weg. Het illegale karakter van het kunstwerk belet nochtans niet dat het auteursrechtelijke bescherming geniet. De enige vereiste is immers het voldoen aan de twee grondvoorwaarden. Als aan de voorwaarden voldaan is, is élk werk auteursrechtelijk beschermd (met uitzondering van overheidsakten en redevoeringen van ‘vertegenwoordigende lichamen’). Ook illegaal aangebrachte werken moeten met andere woorden auteursrechtelijke bescherming genieten. Het is daarentegen wél denkbaar dat de effectieve uitoefening van die auteursrechten in rechte bemoeilijkt wordt door een van de basisprincipes uit ons recht, met name het nemo auditur-beginsel. Dit laatste houdt in dat niemand in rechte kan worden gehoord, als hij of zij zich beroept op een ongeoorloofde of illegale rechtshandeling. Dit zou met andere woorden kunnen betekenen dat een rechter besluit om geen gehoor te geven aan de eis van een auteur tot bescherming van diens auteursrecht indien het kunstwerk waarvoor bescherming wordt ingeroepen in strijd met de wet tot stand kwam. Belangrijk daarbij is dat dit nemo auditur-beginsel enkel zal spelen als de tegenpartij het inroept, de rechter zal het dus niet automatisch moeten toepassen.

De graffitikunstenaar geniet met andere woorden dezelfde bescherming en dezelfde rechten als elke andere kunstenaar. Hij of zij kan zich verzetten tegen elk gebruik van zijn werk zonder zijn of haar voorafgaande toestemming (inclusief, in theorie, de verwijdering ervan…), tegen elke reproductie en net als elke andere auteur heeft hij of zij morele rechten op vaderschap, respect voor het werk, naamsvermelding, openbaarmaking, …

Erg veel rechtspraak over auteursrecht en graffiti is er overigens niet beschikbaar. In de Verenigde Staten is een handvol zaken bekend waarin graffiti kunstenaars aanspraak maken op inbreuk op hun auteursrechten. Er is bijvoorbeeld de zaak van David Anasagasti . Zijn werk ‘drowsy eyeballs’ werd nogal prominent gebruikt in een reclamecampagne van modemerk American Eagle Outfitters en er is de zaak van een aantal graffitikunstenaars tegen filmregisseur Terry Giliam en de producenten van de film The Zero Theorem vanwege het namaken zonder voorafgaande toestemming van een van hun graffiti’s in Buenos Aires. Artist Maya Hayuk voerde twee rechtszaken tegen Sony Music en tegen modemerk Roberto Cavalli, telkens omdat haar murals als achtergrond gebruikt werden voor reclamecampagnes.

Bij onze noorderburen is één voorbeeld bekend over de auteursrechtelijke bescherming van graffiti. Graffitikunstenaar Tellegen had een muurschildering gemaakt in de Amsterdam Arena en die muurschildering was overgenomen in een voetbalspel voor PC waarin de Amsterdam Arena een van de stadions was waarin gespeeld kon worden. Tellegen verloor in dit geval de procedure, niet omdat zijn graffiti niet beschermd zou zijn, maar wel omdat artikel 18 van de Nederlandse Auteurswet in een zogenaamde panoramaexceptie voorziet die het gebruik van kunstwerken in foto’s en afbeeldingen toelaat die zijn gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, mits de verveelvoudiging of openbaarmaking betreft van het werk “zoals het zich aldaar bevindt”. Ook België kent overigens een panoramauitzondering, maar zoals we verderop in deze bijdrage zullen zien is de draagwijdte en betekenis ervan anders dan in Nederland.

 

Is artificiële intelligentie het begin van het einde voor het auteursrecht?

De vraag naar creatieve keuzes gemaakt ‘door de auteur’, doet in deze tijden overigens een nieuwe vraag rijzen. Kunstenaars gebruiken al decennialang technologie om kunstwerken te maken, maar vandaag zijn we aanbeland in een wereld waarin software zelf en autonoom op basis van artificiële intelligentie content kan creëren.

Google bijvoorbeeld heeft AI-software die zelf nieuwsartikels kan genereren. Onderzoekers slaagden er al in 2016 in om, in opdracht van enkele Nederlandse musea, een geheel nieuw portret (‘The next Rembrandt’) te schilderen op basis van de analyse van duizenden tekeningen en schilderijen van Rembrandt Van Rijn. Traditioneel stond het auteursrechten op (mede) door de computer gegenereerde werken niet ter discussie, omdat het programma slechts een hulpmiddel was dat het creatieve proces ondersteunde, net als een pen en papier.

Maar met de komst van AI is het computerprogramma niet langer een hulpmiddel. AI neemt eigenlijk het creatieve proces volledig over van de traditionele auteur.Daarmee kondigt zich een nieuw tijdperk aan, waarin ‘kunst’ niet langer het prerogatief van de mens is en waarin we zullen moeten beslissen welk type van bescherming we willen geven aan werken die gemaakt zijn door intelligente algoritmen zonder menselijke tussenkomst. De vraag naar een creatieve vonk in hoofde van de auteur om bescherming te kunnen claimen, verliest immers zijn betekenis in een context waarin elke creatieve keuze eigenlijk een berekening is, die door een algoritme gemaakt wordt op basis van big data en die onvermijdelijk tot hetzelfde resultaat leidt als de – misschien overschatte – menselijke creativiteit…

 

Vragen over auteursrecht?

We maken graag tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

29.04.2021 Bart Van den Brande

Handboek Kunstrecht: auteursrecht, wat is dat?

Auteursrecht en de kunstwereld liggen aan de basis van wat wij vandaag doen bij Sirius Legal.  Ons kantoor is doorheen de jaren uitgegroeid tot een specialist in alles wat met media, internet en digitalisering te maken heeft, maar onze roots liggen bij het auteursrecht.  Onze managing partner Bart Van den Brande, die 11 jaar geleden aan de wieg van Sirius Legal stond,  werkte jarenlang voor beheersvennootschappen als Sabam, voor schrijvers, kunstenaars en muzikanten en later voor productiehuizen, tv- en radiozenders en reclamebureaus.  

Vandaag bestaat ons cliënteel vooral uit technologische start-ups, software en app developers, online handelaars en online marketing professionals, maar we zijn onze roots zeker niet vergeten.  Precies daarom waren we erg blij met de uitnodiging van uitgeverij Intersentia en editor Oliver Lenaerts om met ons team mee te schrijven aan het nieuwe “Handboek Kunstrecht”.  Het feit dat we precies het hoofdstuk rond auteursrecht mochten verzorgen, bevestigt alleen maar de 20 jaar lange traditie in die sector die Sirius Legal vertegenwoordigt.

Dit nieuwe “Handboek Kunstrecht” benadert alle juridische vraagstukken die rechtstreeks relevant zijn voor de sector van de beeldende kunsten vanuit een tweedimensionale invalshoek: per doelgroep (kunstenaar, curator, kunstgalerij & kunstdealer,…) en vervolgens vragen per thema (fiscus, auteursrechten, financieringen, vermogensplanning, …). Door het Q&A format is het een praktisch naslagwerk, boordevol concrete adviezen en tips. 

De komende weken kiezen we alvast enkele korte vragen en antwoorden uit ons eigen hoofdstuk bij wijze van teaser.  Voor wie het volledige hoofdstuk wil lezen, is het Handboek Kunstrecht vanaf 15 juni te bestellen op de website van Uitgeverij Intersentia.

We beginnen met de basics ter inleiding: Auteursrecht, wat is dat eigenlijk en wat beschermt het…?

 

Auteursrecht, wat is dat?

Auteurs, kunstenaars en muzikanten leven (of althans proberen te leven) van hun werk. Het is niet evident om een inkomen te verwerven uit je passie en het is dan ook bijzonder frustrerend als je moet vaststellen dat je werk zonder jouw toestemming en zonder enige vergoeding gebruikt wordt door anderen, die er zelf geld mee verdienen. Dat was nochtans eeuwenlang de norm. Kunst werd nauwelijks of niet beschermd en kunstenaars, zelfs de grote namen uit onze kunstgeschiedenis, hadden vaak de grootste moeite om hun boterham te verdienen met hun kunst. Daarin is gelukkig de voorbije eeuw verandering gekomen met de intrede van het auteursrecht.

Het auteursrecht is een door de wet voorziene bescherming die kunstenaars, schrijvers, muzikanten en eigenlijk iedereen die creatieve werken tot stand brengt (‘auteurs’) beschermt en hen het exclusieve recht geeft om te beslissen wat er met hun creatie gebeurt. Alleen de auteur van een werk beslist of en hoe zijn of haar werk gebruikt wordt en of hij of zij voor dat gebruik al dan niet vergoed wil worden. Dat betekent meteen ook dat het gebruik van een auteursrechtelijk beschermd werk zonder de voorafgaande toestemming van de auteur verboden is.

Destijds was het auteursrecht vooral bedoeld als bescherming voor schrijvers en uitgevers. Veel later werd het ook van toepassing op muziek, schilderijen en beeldende kunst, film, foto’s en tegenwoordig beschermt het auteursrecht in principe élke creatie, inclusief bijvoorbeeld softwarecode, lay-out en vormgeving en ‘alternatieve’ kunstvormen op basis van digitale technieken, geluid en beeld of bijvoorbeeld nog artificiële intelligentie.

Dankzij de bescherming die het auteursrecht verleent, kunnen creatievelingen vandaag wél controle houden over hun werk en een inkomen genereren uit de exploitatie ervan.

Het auteursrecht was en is dus de voorbije honderd jaar een enorme verbetering voor artiesten, kunstenaars, muzikanten en schrijvers overal ter wereld. Tegelijkertijd moet die vaststelling de voorbije twee decennia genuanceerd worden. De enorm snelle technologische evolutie en de digitale samenleving waarin we vandaag leven, maakt het voor veel creatievelingen steeds moeilijker om controle over hun werk te behouden. Knippen, plakken, kopiëren en samplen: het wordt allemaal steeds makkelijker en ook steeds meer als vanzelfsprekend beschouwd, in die zin zelfs dat sommigen het bestaansrecht zelf van het auteursrecht in een digitale maatschappij in vraag durven stellen en ervan uitgaan dat creativiteit gemeen goed moet zijn en niet kan of mag toebehoren aan één persoon.

Gelukkig is dit een evolutie waarin wetgevers en rechtbanken tot op heden niet meegestapt zijn. Vandaag beschermt het auteursrecht de rechten van kunstenaars en artiesten met net zoveel kracht en overtuiging in een digitale wereld als bij haar ontstaan.

 

Er bestaat niet één ‘auteursrecht’

‘Het auteursrecht’ bestaat overigens niet. Het auteursrecht is intrinsiek territoriaal van aard. Elk land heeft zijn eigen ‘auteursrecht’ en de vraag welke bescherming verleend wordt aan de auteur of kunstenaar hangt dus in grote mate af van het land waarin men zich bevindt. Eenzelfde werk van eenzelfde kunstenaar kan met andere woorden op hetzelfde ogenblik in verschillende landen anders beschermd zijn.

De vraag welk recht van toepassing is, wordt overigens niet ingegeven door de nationaliteit van de kunstenaar of van het land waar het kunstwerk gecreëerd is. De vraag welk recht dan wél van toepassing is, is een soms complexe vraag van Internationaal Privaatrecht, die afhankelijk van het geval en afhankelijk van de plaats waar de vraag gesteld wordt (!) een andere invulling kan krijgen.

De specifieke vraag welk recht van toepassing zal zijn bij online inbreuken op het auteursrecht, waar de inbreuk in werkelijkheid overal plaatsvindt en waar de locatie van de inbreukpleger niet altijd eenvoudig te achterhalen is. De (Europese) rechtspraak heeft een tijdje nodig gehad om zich te ontwikkelen op dit punt, maar vandaag kunnen we zeggen dat het nationale recht van de ‘plaats waar de inbreuk plaatsvindt’ ingeroepen kan worden en dat onder dat laatste ook begrepen moet worden de plaats waar de auteur of kunstenaar de facto schade lijdt. Het gevolg hiervan is dat een Belgische kunstenaar wiens kunst online nagemaakt wordt door een Amerikaanse kunstenaar en waarbij die namaak online toegankelijk is vanuit België wellicht de bescherming zal kunnen inroepen van de Belgische rechtbanken. Dezelfde redenering geldt overigens ten aanzien van de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in dergelijke gevallen. Evengoed echter zou diezelfde kunstenaar ook in de Verenigde Staten naar de rechtbank kunnen trekken om schadevergoeding te vorderen voor de inbreuken op zijn of haar auteursrecht. De lokale rechter zou dan onder Amerikaans recht moeten beoordelen of hij of zij bevoegd is en zou vervolgens naar alle waarschijnlijkheid het Amerikaanse recht moeten toepassen.

Een en ander betekent dat eenzelfde rechtszaak over eenzelfde auteursrechtelijke inbreuk twee verschillende aflopen kan kennen afhankelijk van waar ze gevoerd wordt en welk recht erop van toepassing zal zijn… Een treffend voorbeeld is een reeks van procedures die al 25 jaar lang gevoerd worden door twee Belgische componisten tegen de Amerikaanse componist R. Kelly en diens platenlabel(s). In 1995 bevestigden deskundigen aangesteld door de Belgische auteursrechtenvereniging SABAM dat het lied “You are not alone”, dat R. Kelly voor Michael Jackson schreef, gelijkenissen vertoonde met een werk dat oorspronkelijk in 1993 werd gecomponeerd door de Belgische componisten en producers Eddy en Danny Van Passel onder de naam “If we can start all over”. “You are not alone” stond op nr. 1 in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en tal van andere landen. R. Kelly beweerde het nummer te hebben gecomponeerd, maar heeft daar geen bewijs van geleverd. Na 12 jaar, op 11 september 2007, gaf de Belgische rechter Danny en Eddy Van Passel gelijk dat zij en niet producer R. Kelly de hit “You are not alone“ hebben gecomponeerd. Op 3 september 2009 bevestigde ook het Hof van Cassatie het arrest van 2007 en de uitspraak moest ‘internationaal’ worden gepubliceerd. De heren Van Passel rekenden zich al rijk, rekening houdende met het feit dat “You are not alone” een wereldhit en een klassieker was en nog steeds is. Alleen is de vaststelling dat de beslissing van de Belgische rechter een zeer beperkte (territoriale) reikwijdte heeft: alleen in België is “You are not alone” een bewerking van “If we can start all over” en alleen in België worden beide heren als de rechtmatige auteurs van het nummer beschouwd. In de rest van de wereld blijft R. Kelly de auteur en blijven de auteursrechten aan hem toekomen. Tenzij de heren Van Passel in elk land afzonderlijk dezelfde rechtszaak opnieuw voeren en dan telkens onder het nationale recht van dat land trachten de auteursrechten naar zich toe te trekken…

Een belangrijke uitzondering op deze territoriale werking van het auteursrecht, tenminste binnen de Europese Unie, is de leer van de ‘communautaire uitputting’. Die ‘uitputtingsleer’ volgt uit een reeks opeenvolgende arresten van het Europees Hof van Justitie, allen voortbouwend op het zogenaamde ‘Deutsche Grammophonarrest’, en houdt in dat als een werk of een kopie of een bewerking van een werk (bv. posters van een kunstwerk) binnen de Europese Unie in één lidstaat rechtsgeldig in het economische verkeer zijn gebracht, de auteur of rechthebbende zich niet kan verzetten tegen de verdere verdeling en herverkoop ervan in andere lidstaten van de Europese Unie. De kunstenaar die aan een partner in een EU-lidstaat het recht geeft om bijvoorbeeld reproducties te maken van zijn of haar kunstwerk, kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van die reproducties op het Belgisch grondgebied op basis van zijn auteursrecht als zij hun weg tot hier vinden. Zij zijn regelmatig in het verkeer gebracht en de latere verspreiding ervan binnen de gehele Europese Unie is vrij.

Wat daarentegen wel mogelijk is voor de kunstenaar in kwestie is om op contractuele basis te (trachten) voorkomen dat diezelfde reproducties hun weg naar België zouden vinden door in de overeenkomst met zijn partner de nodige clausules op te nemen om export of doorverkoop aan personen die export beogen te verbieden. De reproducent kan dan niet verkopen aan een partij waarvan hij of zij weet dat deze de intentie heeft om de reproducties in België beschikbaar te maken. Als vervolgens de gezegde reproducties toch op de Belgische markt aanwezig blijken te zijn, heeft de kunstenaar in principe een contractueel verhaal ten aanzien van de reproducent (maar nog steeds geen auteursrechtelijk verhaal op de Belgische eigenaar van de betreffende reproductie, omwille van de beperking aan zijn auteursrecht op basis van de uitputtingsleer).

 

Wat is auteursrechtelijk beschermd?

Het doel van het auteursrecht was steeds om de drempel om in aanmerking te komen voor bescherming zo laag mogelijk te houden. Het auteursrecht wilde immers alle kunstenaars zo goed mogelijk beschermen.

Noch het Belgische Wetboek Economisch Recht, waarin het auteursrecht is opgenomen, noch de Europese Richtlijnen 2006/116/EG betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten of 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van de informatiemaatschappij, noch enige andere wetgevende norm bevatten een duidelijke definitie van wat precies in aanmerking komt om als auteursrechtelijk beschermd werk beschouwd te worden. Wel is er sprake in artikel XI.165 van het Wetboek Economisch Recht van “werken van letterkunde of kunst” en worden verder in hetzelfde boek XI criteria aangegeven die van toepassing zijn op onder andere werken van letterkunde (XI.172 WER), werken van grafische of beeldende kunst (XI.173 WER) of audiovisuele werken (XI.179 WER).

Wat precies is een ‘werk’? Ook die invulling geeft de wet ons niet. De rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, met name in de Levolo zaak uit 2018, leert ons wel dat het moet gaan om een idee, gedachte of creatie met een nauwkeurige, objectieve en originele uitdrukkingsvorm. Interessant daarbij in het licht van conceptuele kunst is dat die ‘uitdrukkingsvorm’ volgens het Europees Hof van Justitie niet permanent moet zijn, voor zover hij toelaat om het voorwerp van de auteursrechtelijke bescherming ‘nauwkeurig en objectief uit te drukken’. Installaties bijvoorbeeld moeten in het licht hiervan niet permanent zijn om toch auteursrechtelijk beschermd te kunnen zijn.

De precieze invulling van wat als een auteursrechtelijk beschermd werk beschouwd kan worden, is ingegeven door decennia van rechtspraak en rechtsleer en ondanks de vele verfijningen en beperkingen die doorheen de jaren door verschillende rechtbanken zijn opgelegd, blijft ook vandaag het basisprincipe dat élke creatie auteursrechtelijk beschermd is als aan twee essentiële voorwaarden voldaan is.

Eerst en vooral moet een werk in een concrete vorm gegoten zijn. Een louter idee of concept is niet beschermd door het auteursrecht. Dat werd zeer recent in juni 2020 nogmaals bevestigd door het Europees Hof van Justitie in de Brompton fietsen zaak, waarin het Europees Hof van Justitie nogmaals duidelijk maakt dat ideeën, methodes, concepten of vormgevingen die louter technisch zijn ingegeven niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. De concrete vorm of uitdrukking die aan een idee, concept, principe gegeven wordt, is daarentegen wel beschermbaar. (Tenzij tenminste deze een noodzakelijk gevolg is van de onderliggende technische concepten. Een wiel is immers omwille van zijn concept altijd rond en de ronde vorm ervan is om die reden niet auteursrechtelijk beschermd).

Het meest voor de hand liggende voorbeeld om te verduidelijken dat het onderliggende idee niet beschermd is, maar de concrete vormgeving die eraan gegeven wordt wel, is een vaas met bloemen. Het idee om een schilderij te maken van een vaas met bloemen is niet beschermd en kan niet beschermd worden. Niemand kan de eigendom op dat idee claimen. Er zijn doorheen de eeuwen dan ook miljoenen variaties geschilderd op hetzelfde basisidee van een vaas met bloemen. Elk van die variaties is een individuele concretisering van hetzelfde idee en die individuele concretisering komt wél voor bescherming in aanmerking. Niet ‘een’ vaas met bloemen is beschermd door het auteursrecht, maar ‘mijn’ vaas met bloemen is beschermd door het auteursrecht.

De tweede voorwaarde om auteursrechtelijk bescherming te kunnen inroepen, is de noodzaak om ‘origineel’ te zijn. Een werk moet, zegt men dan, de ‘persoonlijke stempel’ van de auteur dragen. De drempel ligt ook hier erg laag. Een werk moet absoluut niet vernieuwend zijn of een grote artistieke waarde hebben om voor bescherming in aanmerking te komen. Het volstaat dat de auteur eigen, individuele keuzes gemaakt heeft die zich onderscheiden van de keuzes van andere auteurs in dezelfde situatie. Om het met hetzelfde voorbeeld te zeggen: ‘mijn’ vaas is auteursrechtelijk beschermd omwille van de vorm en de kleuren die ik gekozen heb, de lichtinval die ik gegeven heb, het kader en de achtergrond die ik gekozen heb.

De tweede voorwaarde stelt in praktijk minder problemen. De algemene consensus lijkt te zijn dat zodra een auteur kan aantonen dat hij of zij in zekere mate individuele keuzes gemaakt heeft, zijn of haar werk auteursrechtelijk beschermd is. Er zijn nochtans wel enkele deelgebieden van het auteursrecht waar geregeld discussies opduiken over de vraag of er wel sprake is van voldoende creatieve vrijheid in hoofde van de auteur. Met name in de (journalistieke) fotografie valt af en toe te horen dat de fotograaf die niet meer deed dan louter op het juiste moment de sluiter indrukken, geen auteursrecht kan claimen. Die stelling komt bijvoorbeeld weleens naar boven bij sportfotografie. De fotograaf bij een voetbalwedstrijd controleert immers niet de choreografie, de belichting, het onderwerp van zijn foto’s en zelfs in veel gevallen niet het kader of de achtergrond. 

Nochtans wordt ook daar de drempel bewust laag gehouden: zodra een fotograaf kan aantonen dat hij of zij een aantal minimale keuzes gemaakt heeft, bij het maken van de foto of bij de bewerking ervan achteraf, is zijn of haar werk wel degelijk auteursrechtelijk beschermd. Iedereen kent wellicht ook het voorbeeld van de aap die met het fototoestel van fotograaf David Slater in 2011 een selfie maakte, waarna zich een lange discussie, tot voor de rechtbank en tot voor het US Copyright Office, ontspon over de vraag of een selfie genomen door een aap al dan niet auteursrechtelijk beschermd kan zijn. (Het antwoord op die vraag is overigens tot op vandaag niet evident en verschillend afhankelijk van het land waar je de vraag stelt. Auteursrecht verschilt immers van land tot land).

Wat in elk geval niét van invloed is op de vraag of een werk al dan niet in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming zijn de esthetische waarde of het talent van de kunstenaar, de nieuwheid, de vraag of het werk af is of nog niet, de vaststelling dat het strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, de omvang van het werk (of de lengte van een muzikaal of audiovisueel werk), het doel waarvoor het werk bestemd is of de inspanning die nodig was om het werk tot stand te brengen.

We geven nog even mee dat het auteursrecht ook voorziet in een regeling voor werken gemaakt door verscheidene (co-)auteurs. Zulke werken kunnen worden opgedeeld in deelbare werken (waarbij de auteur voor elk onderdeel van het werk geïdentificeerd kan worden, zoals bv. het geval is met dit boek) of ondeelbare werken (waarbij de bijdragen van de verschillende auteurs niet van elkaar te onderscheiden zijn), elk met hun eigen regels voor de exploitatie van de betreffende auteursrechten.

 

Vragen over auteursrecht?

We maken graag tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

Onze volgende publicatie uit het boek zal je zeker interesseren: Is “nieuwe” kunst beschermd? Over graffiti, performance art en AI in de kunst. Hou onze blog in de gaten!

Populair artikel website_content_auteursrecht
15.02.2021 Matthias Vandamme

Hoe je website van content voorzien zonder inbreuken op het auteursrecht?

Ook afbeeldingen en andere content die publiek op het internet staan worden beschermd door het auteursrecht. Maar al te vaak worden we gecontacteerd door mensen die een gepeperde factuur hebben ontvangen van een (al dan niet terecht) boze fotograaf omdat ze zijn foto zonder toestemming hebben overgenomen op hun website. Die fotograaf werkt hard voor het maken van een mooie foto en doet hiervoor vaak aanzienlijke investeringen. Hij wil zich dan ook verzetten tegen ieder onrechtmatig gebruik. Toch heeft de fotograaf niet altijd gelijk. De foto’s zijn namelijk soms niet auteursrechtelijk beschermd en onder bepaalde voorwaarden kan je kosteloos foto’s overnemen op je website zonder daar toestemming voor te moeten vragen. Daar zijn echter wel een aantal voorwaarden aan verbonden… We zetten hier de regels even voor je op een rijtje.

 

Vraag in principe toestemming

Om te genieten van een auteursrecht moet een werk aan geen enkele formaliteit voldoen. Het moet ook niet in een bepaalde vorm zijn of zelfs “mooi” zijn. Er zijn drie voorwaarden vooraleer een werk auteursrechtelijk beschermd is:

  • Het moet gaan om een creatieve activiteit. Dit mag heel ruim geïnterpreteerd worden. Elke schepping van de menselijke geest kan worden beschermd. Of dat nu een vlog is, een lied, een blog of een foto, dat maakt niet uit. Een foto gemaakt door een dier wordt echter niet beschermd. Dit bleek uit een discussie over deze selfie van een kuifmakaak. Een edelsteen die je in de natuur vindt zal ook niet beschermd worden. Een foto of tekening van diezelfde edelsteen kan misschien wel beschermd worden als het aan de volgende twee voorwaarden voldoet.
  • Ideeën, concepten en methodes worden niet beschermd door het auteursrecht. Het werk moet in een concrete vorm uitgedrukt worden. Dat hoeft niet noodzakelijk in een tastbaar formaat te zijn zoals een boek of een schilderij. Het kan ook gaan om een blog die enkel op het internet bestaat of zelfs een geïmproviseerd straatconcert dat voorbij is wanneer de laatste noot gespeeld werd.
  • Het werk moet ten laatste origineel zijn. Soms wordt de term ‘oorspronkelijkheid’ ook wel gebruikt om hetzelfde uit te drukken. Er is al veel gezegd en geschreven over dit onderwerp, maar het komt er uiteindelijk op neer dat je de inbreng van de kunstenaar moet kunnen zien in het werk. Had een ander bijvoorbeeld de foto getrokken, dan had die er niet hetzelfde uitgezien. De inbreng van de auteur kan blijken uit de keuze van lichtinval, de grootte van het werk, de kleuren die gebruikt worden, de instellingen op het fototoestel, …

Als we over foto’s op het internet praten, dan is er vaak discussie over dit laatste punt. Uit de praktijk blijkt wel dat rechtbanken redelijk snel aanvaarden dat een werk origineel is. Zo kan een foto van een natuurlandschap of zelfs een edelsteen ook beschermd worden door het auteursrecht. In dat geval mag je de foto niet zomaar gaan knippen en plakken op je website.

Het principe bij auteursrechtelijke beschermde werken is dat je altijd de toestemming nodig hebt van de auteur vooraleer je het werk mag gaan kopiëren. Soms voorziet de auteur wel in zijn algemene voorwaarden dat je het werk onder bepaalde condities mag gebruiken. Bijvoorbeeld enkel in een niet-commerciële context. Op dit principe bestaan uitzonderingen die hieronder verder behandeld worden.

 

Delen is niet vermenigvuldigen

Maar er zijn uitzonderingen: hyperlinken, embedden en soortgelijke praktijken. Als je hier correct gebruik van maakt dan kan je beschermde content van anderen op je website plaatsen zonder toestemming of vergoeding. Deze uitzondering is al vaak bevestigd door de rechtbanken.

De hyperlink is iedereen welbekend. Je deelt eigenlijk gewoon de vindplaats van een stukje content op het internet met een link. Daarop kunnen je website bezoekers  klikken en worden zo getransporteerd naar de website waarnaar verwezen wordt. Zo hebben wij bijvoorbeeld hierboven ook via een hyperlink verwezen naar de selfie van de kuifmakaak. 

Embedden houdt eveneens in dat je verwijst naar een stukje content op een andere website, maar die content is rechtstreeks op jouw website zichtbaar. Veel online platformen faciliteren dit zelfs, denk maar aan YouTube, Instagram en Twitter. Het is echter geen vereiste dat dit gefaciliteerd wordt. Iemand met een minimale hoeveelheid technische knowhow kan quasi elk stukje content embedden op een website, tenzij de website eigenaar dit onmogelijk maakt.  

Zowel bij hyperlinking als embedden blijft de content op de originele server staan. Een gevolg hiervan is dat wanneer de foto verwijderd wordt van de originele server, deze ook verwijderd wordt op alle websites die de foto geëmbed hebben. 

Je kan controleren of een foto geëmbed werd door met je rechtermuisknop te klikken op ‘afbeelding openen in nieuw tabblad’. In de link bovenaan zou je vervolgens de vindplaats op de originele website moeten zien. Als de foto gedownload en geüpload werd, dan is er geen sprake van embedden, maar gewoon van kopiëren. In dat geval geldt de uitzondering dus niet. Hier is het vaak opletten geblazen, want sommige CMS tools kopiëren de content automatisch naar hun eigen server wanneer je die upload op je website. In dat geval is er dus ook sprake van een kopie en kan je geen beroep doen op de uitzondering.

 

 

Embedden en hyperlinking is geen vrijgeleide om ongeremd te doen wat je wil. Er zijn een aantal beperkingen die doorheen de jaren in de rechtspraak werden ontwikkeld:

  • Je mag namelijk geen illegale content delen. Een foto die zonder de toestemming van de rechthebbende op het internet werd geplaatst mag je in principe niet delen. Dus je mag geen video embedden die door middel van piraterij online werd geplaatst. De rechtbanken zijn strenger in deze beoordeling als het overduidelijk is dat de content zonder de toestemming van de rechthebbende online werd geplaatst. Dit zal bij een piraterij website waarschijnlijk het geval zijn. Daarnaast geldt er een vermoeden dat iemand met een winstoogmerk eerder kennis zou hebben van de ontbrekende toestemming, dan een gewone particulier.
  • Je mag niet linken naar content die achter betaalmuren of andere drempels zit. Deze voorwaarde spreekt natuurlijk voor zich. De rechthebbenden nemen namelijk actief stappen om te voorkomen dat de content gedeeld wordt. Het gaat hier bijvoorbeeld over betalende artikels op de website van een tijdschrift of betalende foto’s van beeldbanken zoals Shutterstock, Getty Images, etc.
  • Je mag de content niet bewerken. Deze voorwaarde ligt ook voor de hand, maar durft in de praktijk al eens voor problemen te zorgen. Veel kunstenaars hebben er geen problemen mee dat er gelinkt wordt naar hun werken of dat deze geëmbed worden. Zo verkrijgen ze meer zichtbaarheid op het net. Deze verhoogde zichtbaarheid wordt echter tenietgedaan zodra hun foto bewerkt wordt. Veel kunstenaars nemen daarom ook technische maatregelen om dit te voorkomen. Zo plaatsen ze bijvoorbeeld een watermerk op de foto of plakken ze er een informatieve balk aan met hun gegevens. Als iemand de foto dan wil embedden op zijn website, dan zijn deze gegevens sowieso beschikbaar. Sommige website eigenaars proberen dit te omzeilen door de foto zodanig te bewerken dat deze gegevens wegvallen. In dat geval geldt de uitzondering uiteraard niet.

 

Checklist voor een correct gebruik van content

Je bent je website aan het voorzien van leuke content, waar moet je dan op letten? In de onderstaande checklist zetten we bij elke punt ook even de gevolgen op een rij:

  • Auteursrechtelijk beschermde content: Dit is zelden een uitgemaakte zaak. Voorkomen is beter dan genezen, dus hier ga je best van uit en vraag toestemming aan de rechthebbende. Door expliciet toestemming aan de auteur te vragen, voorkom je trouwens 99% van alle problemen. Ook bij hyperlinken en embedden.
  • Illegale content: Als je een website hebt met een winstoogmerk (héél ruim criterium, daarvoor moet je niet noodzakelijk iets verkopen), dan moet je dit grondig onderzoeken. Als de content illegaal is of je twijfelt, gebruik het dan best niet. Ben je zeker dat de content online is geplaatst met de vereiste toestemming, dan is gebruik mogelijk.
  • Gebruiksvoorwaarden: Bijvoorbeeld condities in de algemene voorwaarden of een Creative Commons licenties. Als er gebruiksvoorwaarden zijn moet je daar rekening mee houden bij het gebruik. Zo kan de auteur bijvoorbeeld verbieden dat je zijn content gebruikt voor commerciële doeleinden.
  • Belemmeringen: Als de rechthebbende bepaalde (technische) obstakels zoals een betaalmuur heeft ingebouwd dan kan je de content dus niet delen. Wanneer er een expliciete HTML code voorzien wordt, zoals bij YouTube, dan wordt het delen gefaciliteerd.
  • Geen bewerkingen. Dit is niet mogelijk bij het embedden van of linken naar content. Moest dit op de één of andere manier toch mogelijk zijn, dan geldt de uitzondering niet en mag je de content niet delen.
  • Delen is niet vermenigvuldigen. Je mag de content niet copy-pasten, niet downloaden en uploaden, geen screenshot nemen en op je website plaatsen, … De content moet blijven staan op de originele plaats en je mag er geen kopie van maken.

Nog vragen over internetrecht, auteursrecht of intellectueel recht in het algemeen? Aarzel niet om ons vrijblijvend te contacteren via bart@siriuslegal.be, matthias@siriuslegal.be of +32 2 721 13 00. 

17.09.2020 Sophie Vercraeye

Merkenconflict "Vooruit": you snooze, you lose

Zoals je ongetwijfeld al hebt gehoord, heeft de Sp.a haar oog laten vallen op ‘Vooruit’ als nieuwe naam. Een merkenconflict dat al heel wat aandacht kreeg in de media …
Over smaken en kleuren valt niet te twisten, maar wat betreft de implicaties van deze naamkeuze op merkenrechtelijk vlak, hebben wij én de Vooruit in Gent wel een duidelijke mening. 

Het Gentse kunstencentrum vreest ervoor dat deze naamkeuze van de Sp.a de oorzaak kan vormen voor verwarring over de naam, maar ook over de (politieke) onafhankelijkheid van het kunstencentrum. De Vooruit hecht enorm veel waarde aan haar naam, desondanks achtte ze het al die tijd onnodig om deze naam officieel als een merk te deponeren. Pas nadat de Sp.a deze naam op 28 juli 2020 als een merk gedeponeerd had, deponeerde de Vooruit de naam één dag later zelf. Doordat ze deze naam niet eerder gedeponeerd heeft, staat de Vooruit nu veel minder sterk in haar schoenen tegenover de Sp.a en diens gebruik van de naam ‘Vooruit’. Nochtans is niet alle hoop verloren, zo zou de Vooruit zich mogelijks kunnen beroepen op een merkdepot te kwader trouw en zo de nietigheid van de merkregistratie vragen. Wat de slaagkansen daarvan zijn is nog een andere vraag.

 

Reden tot paniek in dit merkenconflict? 

Dat het kunstencentrum uit Gent niet gelinkt wil worden met een politieke partij is begrijpelijk. Desondanks volstaat deze jammerlijke tegenvaller niet om te kunnen spreken van een merkregistratie te kwader trouw. Vooraleer er sprake is van een merkdepot te kwader trouw moet eerst worden vastgesteld dat de aanvrager wist of behoorde te weten dat een ander een (soort)gelijk teken gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren, waardoor verwarring kan ontstaan met het teken waarvoor de inschrijving is gedaan. Daarnaast moet de aanvrager de bedoeling hebben om de oorspronkelijke gebruiker (met het niet-geregistreerde merk) te hinderen.

Hoewel de Vooruit een instituut is in Gent, is zij niet de enige die gelinkt kan worden met de naam ‘Vooruit’. Hierbij denken we aan de socialistische onderneming ‘Vooruit’ die reeds in 1880 tot leven is geroepen en waaruit o.a. een dagblad en een sociale ontmoetingsplaats in Gent uit voortkwam. Deze droegen allemaal de naam… jawel, je raadt het goed, ‘Vooruit’. De Sp.a heeft deze naam dus absoluut niet zomaar uit de lucht gegrepen. Wie was er dus eerst?

Los daarvan moet er ook gekeken worden of er verwarring kan ontstaan tussen beide gebruikers van de naam. In eerste instantie lijkt het programma van een politieke partij heel anders dan het programma van een kunstencentrum. Desondanks werden beide merken geregistreerd voor 2 gemeenschappelijke merkklassen. Wanneer je een merk deponeert moet je namelijk aangeven voor welke goederen of diensten je het merk wil gebruiken (klassen). De overlappende klassen van de Sp.a en de Vooruit zijn klasse 35 voor ‘reclame; beheer van commerciële zaken; zakelijke administratie en administratieve diensten’ en klasse 41 voor ‘opvoeding; opleiding; ontspanning; sportieve en culturele activiteiten’. Ondanks dat de Vooruit en de Sp.a een toch wel verschillende invulling hebben gegeven aan deze klassen, wil dit toch zeggen dat ze de merknaam gaan gebruiken voor deels overlappende doeleinden. Dit kan dan weer in het voordeel spelen voor de Vooruit indien zij willen aantonen dat er sprake is van een merkdepot te kwader trouw. 

Bovendien is het merkdepot van Sp.a op een toch wel zeer opmerkelijke wijze verlopen. Zo werd het woordmerk ‘Vooruit’ op 28 juli 2020 eigenlijk op naam van Esther Gomez Garcia gedeponeerd, een Spaanse vrouw die werkzaam is bij een Gents intellectueel eigendomsrecht-bureau. Bij dit merkdepot gaf ze aan dat het merk gebruikt zou worden voor voornamelijk politieke doeleinden. Later blijkt nu ook dat niet zij, maar wel Sp.a de eigenlijke merkhouder van het merk is. Duidt dit erop dat de Sp.a zich ervan bewust was dat ze zich hiermee toch wel eens in gevaarlijke wateren kan begeven? 

 

De problematiek van een vergeten (?) merkdepot

We stellen verbazend genoeg vast dat grote en bekende instituten zoals de Vooruit blijkbaar geen aandacht hebben voor de bescherming van hun merk, hun naam en dus hun imago. Een merkdepot is echter geen luxe, een merkdepot is basic risk management en IP protection binnen je bedrijf.  Dat geldt overigens niet enkel voor de grote ondernemingen. Ook kleine KMO’s zouden tijdig hun naam en logo moeten beschermen, samen met alle relevante domeinnamen.  

Wat is nu het gevolg indien je dit niet doet? Zonder merk zal je in principe derden niet kunnen beletten dezelfde naam te gebruiken voor hun waren of diensten, ook niet wanneer er daardoor verwarring voor klanten ontstaat. Dit kan voor de Vooruit dus wel eens een grote stap ‘achteruit’ betekenen.

 

Hoe bescherm je dan je merk?

Hoe kan je je merk nu concreet beschermen? Dit doe je door je merk te registreren (ook wel ‘deponeren’ genoemd). Het klinkt misschien als een ‘ver van jouw bed-show’, maar dat is het allesbehalve. Bovendien hoeft dergelijk merkdepot echt niet veel te kosten. 

Concreet moet je opletten voor:

  • Is je naam origineel genoeg en voldoende afwijkend van andere merk- en handelsnamen?
  • Is je naam onderscheidend genoeg om niet als te beschrijvend beschouwd te worden?
  • Wil je je naam zelf beschermen,  of eerder je logo of misschien een combinatie van beide?
  • Welke goederen ga je verkopen of welke diensten ga je leveren, binnen welke klasse passen die het best en hoe omschrijf je je eigen activiteiten binnen een bepaalde klasse best?
  • Op welk grondgebied ga je actief zijn, vandaag, maar ook in de toekomst?
  • Hoe zorg je ervoor voor, tijdens en na je merkaanvraag dat derden je rechten respecteren (d.m.v. een goede domeinnaamstrategie, contractuele beschermingen, goede merkbewaking, …)?
  • Hoe optimaliseer je fiscaal gezien je merkenportefeuille en bij uitbreiding je ganse intellectuele eigendom?

 

Lessons learned bij dit merkenconflict

De boodschap die je moet meenemen uit deze (mogelijks) harde les voor de Vooruit, is dat je beter op veilig speelt qua merkbescherming wanneer je zelf een onderneming opstart en dat je hierbij snel moet handelen. Ook wanneer je een kleine speler bent is het van belang om de registratie van je naam, logo, domeinnaam … serieus te overwegen. Moest er later een andere speler op het toneel verschijnen met bijvoorbeeld dezelfde naam die verwarring kan veroorzaken, dan kan je zonder een geregistreerd merk wel eens met de gebakken peren zitten.
Je kan veel zelf doen, maar dit is eigenlijk specialistenwerk.

 

Vragen over merkenrecht, auteursrecht of andere intellectuele eigendomsrechten?

Contacteer ons gerust voor een eerste vrijblijvende kennismaking via bart@siriuslegal.be of sophie@siriuslegal.be.
Kijk gerust eens naar onze merkdepot pagina waarin we heel het proces van een merkdepot stapsgewijs uitleggen. 

14.09.2020 Bart Van den Brande

Merkdepots worden in de toekomst minder evident: het Pet's Budget arrest

Je merknaam beschermen is een verstandige en zelfs noodzakelijke stap bij het opstarten van een nieuwe zaak en het lanceren van een dienst of product, dat kunnen wij als advocaat niet vaak genoeg benadrukken. De recente discussie rond de naam “Vooruit” tussen Sp.a en kunstencentrum de Vooruit is een mooi alledaags voorbeeld.  

Een merkdepot vereist echter ook de nodige aandacht en zorgvuldigheid, zoals blijkt uit een recent arrest van het Benelux Gerechtshof van 15 juni 2020.  Je merknaam mag immers niet “te beschrijvend” zijn.  Je merknaam moet met andere woorden voldoende origineel zijn en mag niet te expliciet verwijzen naar de goederen of diensten die je wil aanbieden.  We leggen hieronder aan de hand van dit recente arrest nog even uit waar je op moet letten.

 

Pet’s Budget voor huisdieren producten is té beschrijvend 

Het Benelux-Gerechtshof (BHJ) is de rechtbank die binnen de Benelux toeziet op de eenvormige interpretatie en toepassing van het merkenrecht en die sinds enige tijd ook alle geschillen over merkinschrijvingen voor Benelux-merken als beroepsinstantie behandelt.  Merkinschrijvingen zijn territoriaal, in principe per land, maar binnen de Benelux geldt één depot voor de drie landen en ook op Europees niveau bestaat een eengemaakt depot voor wie meteen in de ganse EU bescherming wil.

Dat BHJ heeft begin deze zomer uitspraak gedaan in een geschil over de merkaanvraag “Pets Budget” door het bedrijf Aniserco.  Aniserco verkoopt toebehoren voor huisdieren zoals verzorgingsproducten, halsbanden, speelgoed, kooien en kleding voor dieren. Aniserco had daarvoor een merkaanvraag ingediend voor de klassen 3, 5, 18, 20, 21 en 31. 

Het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) heeft die aanvraag afgewezen voor de naam Pet”s Budget omdat ‘budget’ in het Engels verwijst naar goedkoop of voordelig, waardoor de naam een te letterlijke beschrijving is voor goedkope en voordelige producten voor huisdieren.

 

“Te beschrijvend”?

Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie  is een merk beschrijvend als het “in ten minste een van zijn mogelijke betekenissen verwijst naar een kenmerk van de betrokken waren of diensten“. 

Het BHJ bevestigt die definitie, wat betekent dat de naam Pet’s Budget té expliciet verwijst naar budget toebehoren voor huisdieren, waardoor de naam niet als merk kan ingeschreven worden.

 

Wat betekent dit concreet?

Het oordeel van het BHJ bevestigt een trend die al een tijdje aan de gang is en die inschrijvingen van merken alsmaar moeilijker maakt.  Het Europees merkenbureau EUIPO had eerder ook al gezegd dat “een teken moet als beschrijvend worden geweigerd als het een betekenis heeft die door het relevante publiek onmiddellijk wordt opgevat als informatie over de aangevraagde waren en diensten. Dit is het geval wanneer het bord informatie geeft over onder meer de hoeveelheid, kwaliteit, kenmerken, doel, soort en / of omvang van de waren en diensten.”

Het BBIE zelf was de afgelopen jaren sowieso al erg streng en heel wat merkaanvragen werden geweigerd omdat ze te beschrijvend waren.  Dat zal er niet op verbeteren nu het BBIE bevestigd wordt in zijn strenge houding door dit arrest.  Het wordt hierdoor ongetwijfeld nog moeilijker om Benelux-merken te registreren die als beschrijvend kunnen worden beschouwd. 

 

Schakel tijdig hulp in

Een merkaanvraag kan je als ondernemer in principe zelf doen.  Op de website van het BBIE of van het EUIPO zijn immers eenvoudige invulformulieren beschikbaar en ook de registratiekost (ongeveer 250 euro voor een Benelux merk en ongeveer 1.000 euro voor een EU merk) kan eenvoudig per overschrijving betaald worden.

Bovenstaande mag echter duidelijk maken dat een merkaanvraag de nodige aandacht en voorbereiding vergt.  Er zijn immers heel wat aandachtspunten die je in overweging moet nemen en in vele gevallen is het aangewezen om een professional in te schakelen om samen een goede merkstrategie op te zetten, rekening houdende onder meer met de volgende punten:

  • Is je naam origineel genoeg en voldoende afwijkend van andere merk- en handelsnamen?
  • Is je naam onderscheidend genoeg om niet als te beschrijvend beschouwd te worden?
  • Wil je je naam zelf beschermen,  of eerder je logo of misschien een combinatie van beide?
  • Welke goederen ga je verkopen of welke diensten ga je leveren, binnen welke klasse passen die het best en hoe omschrijf je je eigen activiteiten binnen een bepaalde klasse best?
  • Op welk grondgebied ga je actief zijn, vandaag, maar ook in de toekomst?
  • Hoe zorg je ervoor voor, tijdens en na je merkaanvraag dat derden je rechten respecteren (dmv een goede domeinnaamstrategie, contractuele beschermingen, goede merkbewaking, …)?
  • Hoe optimaliseer je fiscaal gezien je merkenportefeuille en bij uitbreiding je ganse intellectuele eigendom? 

 

Neem gerust contact op…

De advocaten van Sirius Legal hebben 20 jaar ervaring in intellectuele eigendom.  Als je vragen hebt over merkenrecht, auteursrecht of andere intellectuele eigendomsrechten, kan je zelf een meeting inboeken met Bart Van den Brande.

Of bel of mail gerust voor een eerste vrijblijvende kennismaking op 0486 901 931 of bart@siriuslegal.be of neem een kijkje op de merkdepot pagina op onze website.

28.04.2020 Jenny Cheung

Zijn.quotes.beschermd? 

In de corona crisistijden probeert iedereen zijn steentje bij te dragen, ieder op zijn manier. Zo besloot RUMAG, een marketingbedrijf dat zich richt op jongeren en onder andere T-shirts verkoopt met satirische quotes, om een corona-collectie aan te bieden. De opbrengst doneren ze aan het Rode Kruis. Ze boden mondmaskers aan met “krijg de corona” of T-shirts met de tekst “IK.GELOOF.IN.JOU.EN.MIJ.“ en ontvingen hierop enorme kritiek waardoor de CEO intussen ook is opgestapt. 

De tekst “ik geloof in jou en mij” klinkt wellicht bekend in de oren voor kenners van het lied ‘Avond’ van Boudewijn de Groot (geschreven door Lennaert Nijgh). De quote op de T-shirts is namelijk een stukje van de songtekst: “maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij”. De vraag is hoe het zit met de auteursrechtelijke bescherming van deze tekst en of dat anderen dit (of een deel ervan) mogen reproduceren. 

 

Kritiek op RUMAG 

RUMAG maakt T-shirts, koffiemokken, deurmatten, ballonnen,… met satirische quotes in haar kenmerkende opmaak, namelijk witte letters tegen een zwarte achtergrond waarbij spaties zijn vervangen door punten. Vaak zijn deze quotes niet zelf bedacht, maar afkomstig van anderen of een vertaling naar het Nederlands van reeds bestaande uitspraken in het Engels. Kan RUMAG dit zomaar doen of zijn quotes auteursrechtelijk beschermd?

In het programma “Zondag met Lubach” keurt Arjen Lubach dit alleszins af en beschuldigt hij RUMAG van het plegen van plagiaat op teksten van anderen en geld te willen verdienen aan de Coronacrisis. Ook in België kreeg RUMAG in het verleden al kritiek over het “stelen” van de “IK.WIL.NAAR.HUIS-slogan” van ontwerpster Karen François (bekend om de quote “Aladdin zonder d is ook maar Alain”).  

 

Auteursrecht en quotes

Quotes kunnen auteursrechtelijk beschermd zijn, wanneer er twee voorwaarden vervuld zijn:

1) de tekst heeft een eigen oorspronkelijk karakter
2) de tekst draagt een persoonlijke stempel van de maker. 

Banale of triviale werken komen niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming. In het arrest Infopaq oordeelde het Hof van Justitie reeds lange tijd dat zinnen auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, voor zover de zin origineel en creatief is.  Quotes kunnen dus auteursrechtelijk beschermd zijn, indien het een zekere mate van creativiteit bevat van de maker. 

Zinnen zijn maar beschermd, indien ‘bijzonder origineel’ of duidelijk creatief. In principe kan je stellen dat hoe meer keuzes de auteur heeft moeten maken, hoe meer er sprake kan zijn van enige creativiteit. Bij korte zinnen moet de auteur minder keuzes maken en kan er bijgevolg minder creativiteit ontstaan. Dit wil niet zeggen dat korte zinnen in alle gevallen van auteursrechtelijke bescherming zijn uitgesloten, maar dat het gewoonweg niet mag gaan over zinnen die iedereen had kunnen bedenken. 

Het zal je niet verbazen dat korte alledaagse zinnen die gebruikelijk zijn in een bepaalde situatie geen vorm van creativiteit tonen en dus geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Dit lijkt het geval te zijn voor T-shirts met de tekst “ik wil naar huis”. Dit is een korte zin die op zichzelf voor eenieder voor de hand liggend is en niet zal beschermd zijn door het auteursrecht. 

Wat betreft de T-shirts van RUMAG met “IK.GELOOF.IN.JOU.EN.MIJ.” is het verdedigbaar én betwistbaar dat de tekst beschermd is door het auteursrecht. In de eerste plaats verdedigbaar, omdat in het verleden is aangenomen dat de songtitel “Hoe sterk is de eenzame fietser” (ook van Lennaert Nijgh) beschermd is door het auteursrecht. Anderzijds is de auteursrechtelijke bescherming van “ik geloof in jou en mij” betwistbaar, omdat dit slechts een stukje van de songtekst is en toch behoort tot een alledaagse zin die iedereen had kunnen bedenken. 

Het is duidelijk dat je voor elke quote in kwestie afzonderlijk zal moeten beoordelen of het al dan niet beschermd is door het auteursrecht. 

 

Is er dan sprake van een inbreuk door RUMAG?

Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht, wanneer een auteursrechtelijk beschermd werk, zonder toestemming van de auteur door een ander openbaar wordt gemaakt.  In het geval van RUMAG zal men per quote moeten nagaan of de quote auteursrechtelijk beschermd is om dan na te gaan of het werk ongeoorloofd is gereproduceerd.

Er zijn uitzonderingen op het verbod op reproduceren van bestaande auteursrechtelijk beschermde werken. Zo is het toegestaan om auteursrechtelijk beschermde werken, zoals bijvoorbeeld een quote, te kopiëren en op een T-shirt te drukken, wanneer dit uitsluitend voor eigen gebruik is bedoeld. Deze uitzondering was uiteraard niet van toepassing voor RUMAG die de T-shirts te koop stelde via hun website ter ondersteuning van het Rode Kruis. 

Daarnaast is het toegestaan om teksten te citeren, maar dan moet het overgenomen stuk ten behoeve zijn van kritiek of recensie. De reden hiervoor is de vrijheid van meningsuiting en het recht om kritiek te uiten. Bijkomend is dat het moet gaan om een serieuze context zoals een aankondiging, beoordeling of een wetenschappelijke verhandeling en is een bronvermelding vereist. Het is duidelijk dat de satirische quotes van RUMAG niet onder deze uitzondering vallen. 

Als laatste vermelden we nog de parodie als uitzondering. (zie ook ons blogartikel over parodie in de modewereld) Het komt erop neer dat een kopie van een auteursrechtelijk beschermd werk is toegestaan, wanneer het een humoristische bedoeling heeft en een andere betekenis krijgt dan het bestaand werk zonder enige verwarring te scheppen. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat RUMAG onder deze uitzondering zou vallen. Het louter overnemen van bestaande teksten en door het vorm te geven in hun kenmerkende opmaak (witte letters tegen een zwarte achtergrond met punten in de plaats van spaties) lijkt weinig humor te bevatten en brengt geen nieuwe context aan de bestaande teksten. Zeker niet wanneer de quotes verbonden zijn met een commercieel aspect, namelijk de verkoop van T-shirts en kantoorartikelen.

 

Zijn.quotes.beschermd?

Het is niet vanzelfsprekend dat quotes van auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Vaak bevat het een gebrek aan creativiteit van de maker en behoort het tot alledaagse zinnen die iedereen had kunnen bedenken. Dit is ook één van de redenen waarom RUMAG ermee wegkomt om quotes te gebruiken van anderen. De tactiek is ook dat ze vaak niet de volledige quotes overnemen, maar slechts een deel ervan. 

Indien een quote dan toch beschermd zou zijn door het auteursrecht, zal degene die hier een inbreuk op maakt zich kunnen verdedigen door zich te beroepen op de uitzondering: het citeren of de parodie, die beide niet gemakkelijk aanvaard worden.

Over de T-shirts “IK.GELOOF.IN.JOU.EN.MIJ.” zou er enige twijfel kunnen bestaan of dit al dan niet auteursrechtelijk beschermd is. Wat wel zeker is, is dat de corona-collectie niet meer te verkrijgen is bij RUMAG, wellicht door de kritiek die ze hebben ontvangen in het Nederlandstalig programma. 

 

Vragen over auteursrecht of over dit artikel? 

Neem gerust contact op met Jenny Cheung (jenny@siriuslegal.be) of Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be)

20.04.2020 Valeska De Pauw

Aansprakelijkheid van online marktplaatsen voor merkinbreuken: het Hof van Justitie verduidelijkt (niet)

Je las wellicht al over de namaakgeneesmiddelen ter bestrijding van COVID-19. Dit toont nog maar eens aan dat namaakgoederen nog lang de wereld niet uit zijn. Als merkhouder is het behoorlijk lastig om tegen deze praktijken op te treden, zeker nu online marktplaatsen zoals Amazon en eBay de verkoop ervan erg eenvoudig maken. Kunnen merkhouders zich dan niet richten tegen de online marktplaats zelf? 

Wel, het recente Coty t. Amazon-arrest van het Hof van Justitie leert ons dat het niet gemakkelijk is om online marktplaatsen rechtstreeks aansprakelijk te stellen voor dergelijke merkinbreuken. Alles zal afhangen van de feiten en de rol die de online marktplaats precies speelt. 

 

Coty t. Amazon: wat is er precies gebeurd?

Amazon, wereldwijd de grootste online marktplaats waarop derde verkopers hun waren kunnen aanbieden, geeft verkopers ook de mogelijkheid om het voorraadbeheer en de ganse fulfillment uit te besteden aan Amazon via het “Verzending door Amazon”-programma.  De voorraden van de verkoper worden dan opgeslagen in de logistieke centra van Amazon en van daaruit verzonden door externe dienstverleners.

In 2014 kocht een testkoper van de Duitse licentiehouder van het merk DAVIDOFF -Coty Germany- via Amazon.de een flesje parfum “Davidoff Hot Water EdT 60 ml” van een verkoopster die gebruik maakt van “Verzenden door Amazon”. Bij ontvangst van de bestelling bleek het, zoals vermoed, om namaak te gaan.  

Coty maande de verkoopster in kwestie aan om de verkoop van het namaakparfum onmiddellijk te staken en keerde zich ook tegen Amazon zelf. Volgens Coty is Amazon zelf schuldig aan namaak omdat het de nagemaakte voorraden beheert en verzendt en dus in bezit heeft. 

Zowel in eerste als in tweede aanleg kreeg Coty ongelijk, omdat volgens de rechters Amazon de namaakgoederen alleen voor rekening van de verkoopster opgeslagen had en het Davidoff-merk dus niet zelf gebruikt -lees nagemaakt- had. Coty stelde vervolgens cassatie in bij het Duitse Bundesgerichtshof, dat besliste om de vraag voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. Het Bundesgerichtshof wilde meer bepaald weten of een onderneming die voor rekening van een derde verkoper waren opslaat die een inbreuk maken op het merkrecht, zonder zich van deze inbreuk bewust te zijn, dit merk zelf gebruikt (en daardoor medeplichtig zou zijn aan de namaak).

 

Voorlopig geen rechtstreekse aansprakelijkheid voor Amazon…

Uit de Gemeenschapsmerkverordening en de meer recente Uniemerkverordening volgt dat je als merkhouder maar kan optreden tegen een derde als die derde een teken gebruikt dat gelijk is of overeenstemt met jouw merk.

De term “gebruik” veronderstelt van de online marktplaats (en bij uitbreiding iedere derde) een actieve gedraging en directe of indirecte controle over de handeling waarin het gebruik bestaat (zie Daimler en Mitsubishi). De online marktplaats moet het teken minstens gebruiken in het kader van zijn eigen commerciële communicatie en dus niet alleen in die van de verkoper (zie Google France en Google). Meer specifiek betekent dit voor online marktplaatsen dat zij het litigieuze teken zélf niet gebruiken wanneer het teken in verkoopaanbiedingen op hun platform getoond worden (zie L’Oréal). Evenmin zal een online marktplaats het teken zelf “gebruiken”, wanneer het slechts zorgt voor de technische voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van het teken en daarvoor vergoed wordt (zie Frisdranken Industrie Winters).

Het Hof geeft nu in de zaak Coty t. Amazon, volledig in lijn met bovenstaande, een invulling aan het meer specifieke gebruik dat bestaat in “het aanbieden van waren, het in de handel brengen ervan, het daartoe in voorraad hebben of het verrichten van diensten onder dit teken”. Uit deze bewoording leidt het Hof af dat het opslaan van waren – zoals Amazon doet – slechts als “gebruik” gekwalificeerd kan worden als de online marktplaats zelf het voornemen heeft om de waren aan te bieden of in de handel te brengen. Aangezien Amazon, gebaseerd op de feiten, zelf niet het voornemen had om de parfumflesjes te koop aan te bieden of in de handel te brengen, maakt Amazon dus geen gebruik van het Davidoff-teken en kan Coty Amazon niet rechtstreeks aansprakelijk stellen voor een merkinbreuk.

Is dit nu een grote overwinning voor alle online marktplaatsen en andere tussenpersonen? Niet echt. De uitspraak beperkt zich namelijk tot het feitenrelaas zoals vervat in de verwijzingsbeslissing. De beslissing van het Hof was dus mogelijks anders geweest indien uit de feiten bleek dat Amazon actiever betrokken was bij het in de handel brengen van de waren. Te denken valt aan het inpakken van de waren, het aanprijzen van de waren in de resultaten op haar zoekpagina, het beheer van retourzendingen, enz. De Advocaat-Generaal lijkt alvast de mening toegedaan dat een online marktplaats in dat geval wel zélf het voornemen heeft om de litigieuze waren aan te bieden of in de handel te brengen en dus rechtstreeks aansprakelijk is.

 

… maar indirecte aansprakelijkheid blijft mogelijk

Als merkhouder kom je gelukkig niet helemaal zonder munitie te zitten, want naast de merkenverordeningen blijft ook andere wetgeving van belang. Met name de E-Commerce Richtlijn en de Handhavingsrichtlijn maken het mogelijk om een tussenpersoon aansprakelijk te stellen wanneer die een andere marktdeelnemer in staat stelt om een merk op onrechtmatige wijze te gebruiken.

Als aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij kan een online marktplaats zich in bepaalde gevallen beroepen op de vrijstelling van aansprakelijkheid uit artikel 14, lid 1 van de E-Commerce Richtlijn. Wel is vereist dat de online marktplaats een louter passieve rol speelt en enkel zorgt voor het technische proces en de toegang tot het platform. Bovendien zal de uitzondering maar gelden als de online marktplaats (1) geen daadwerkelijke kennis heeft van de inbreuk én geen kennis heeft van feiten en omstandigheden waaruit de inbreuk duidelijk blijkt, of (2) prompt handelt om de litigieuze waren te verwijderen zodra ze wel kennis of besef krijgt van de inbreuk. Om te beoordelen of een online marktplaats kennis heeft of moet hebben, moet je je de vraag stellen of een zorgvuldige marktdeelnemer de inbreuk had moeten vaststellen of niet (zie L’Oréal). Als de online marktplaats dus wel kennis heeft of moet hebben, of de litigieuze waren niet prompt verwijdert nadat je hem hierover inlicht, dan kan je hem indirect aansprakelijk stellen voor de inbreuk. Dat doe je dan op grond van de toepasselijke wetgeving in de betrokken lidstaat. 

Speelt de online marktplaats daarentegen een actieve rol in het verkoopproces zodat hij kennis kan nemen van of controle kan uitoefenen op de door hem opgeslagen inhoud, dan kan hij geen aanspraak maken op de vrijstelling van aansprakelijkheid (zie L’Oréal). Als dus blijkt dat Amazon met het “Verzending door Amazon”-programma een actieve rol speelt bij het in handel brengen van de waren, dan zou Amazon geen beroep kunnen doen op de vrijstelling en kan ze wel rechtstreeks aansprakelijk gesteld worden.

Tot slot kan je als merkhouder op grond van artikel 11 van de Handhavingsrichtlijn verzoeken om een bevelschrift tegen tussenpersonen wier diensten door een derde gebruikt worden om inbreuk te plegen op je intellectuele eigendomsrechten. 

 

To be continued

Het Hof heeft zich voorlopig uitgesproken in het voordeel van online marktplaatsen, maar de draagwijdte van de uitspraak blijft beperkt. Het staat enkel vast dat je online marktplaatsen die louter waren stockeren voor rekening van een derde, zonder kennis van de inbreuk, niet rechtstreeks aansprakelijk kunt stellen. Ongetwijfeld volgen er in de toekomst nog uitspraken die de rechtstreekse aansprakelijkheid van meer actieve online marktplaatsen zullen behandelen. 

 

Vragen over namaak, merkenrecht of intellectuele eigendom?

Contacteer vrijblijvend Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be) of Valeska De Pauw (valeska@siriuslegal.be).

Populair artikel
04.02.2020 Sophie Vercraeye

Sky vs Skykick: een merkdepot zonder gebruiksintentie is kwader trouw

Een recent arrest van het Europees Hof van Justitie maakt duidelijk dat merkaanvragers erg voorzichtig moeten zijn bij een merkdepot en de precieze draagwijdte van de goederen en diensten waarvoor ze bescherming vragen goed moeten aflijnen. 

De neiging bestaat bij een merkdepot om een zo breed mogelijke bescherming te vragen voor alle mogelijke toepassingen. Het Skykick-arrest dat we hieronder kort toelichten, leert ons echter dat in zo’n geval het risico bestaat dat je merk achteraf nietig verklaard kan worden als er sprake was van kwade trouw of dat het voorafgaand geweigerd wordt door het merkenbureau.

Het deponeren van een merk vergt dan ook aandacht, nauwkeurigheid en een grondige overweging van wat wel en niet verantwoordbaar binnen de activiteiten van de aanvrager ligt.

 

Een merk deponeren

Als je een merk deponeert in de EU en het Verenigd Koninkrijk, dan geldt de bescherming van je merk alleen voor de algemene klasse van goederen en diensten die je hebt aangeduid.  Er is een beperkte lijst van 45 klassen waaruit je kan kiezen.  Wie software ontwikkelt bijvoorbeeld, kan zijn naam beschermen binnen de klasse 9, die software beschermt en binnen de klasse 42, die diensten binnen de softwarewereld (zoals development) beschermt.  Binnen een standaard merkendepot kan je twee klassen kiezen en die keuze vergt een goede afweging vooraf.  Uitbreiden naar drie of meer klassen brengt extra kosten met zich mee.

Dit impliceert echter niet dat je bescherming krijgt voor alles wat onder “Software” gecatalogeerd kan worden.  Je moeten binnen elke klasse zeer precies specificeren welke goederen of diensten je precies wil beschermen (“specificaties”).  In ons voorbeeld voor software zou dat kunnen zijn “besturingsprogramma’s” of “computer game software”.

Wie zijn merk wil beschermen, wil natuurlijk altijd een zo breed mogelijke bescherming bekomen. Daardoor bestaat de neiging al vlug om zoveel mogelijk specificaties te kiezen en deze zo ruim mogelijk te formuleren om zo de merkbescherming zo breed mogelijk te maken.

Maar zijn hier grenzen aan? Wat als je hiermee anderen onverantwoord belemmert in hun handelsactiviteiten? Wanneer wordt de maximalisatie van je merkbescherming een misbruik van het merkenrecht systeem? 

 

Kernvraag: kan ik een merk beschermen voor goederen of diensten die ik helemaal niet verkoop…?

Bovenstaand pijnpunt binnen het merkenrecht werd nogmaals goed blootgelegd in de Skykick-zaak (zaak C‑371/18).

Sky is een bekend media- en omroepbedrijf met een aantal Uniemerken (“SKY”) en beschuldigt Skykick,  een klein softwarebedrijf, van inbreuken op haar merk doordat ze het beeldmerk “Skykick” gebruikt.

Skykick countert deze beschuldigingen en gaat in de tegenaanval door op haar beurt de geldigheid van de merken van Sky aan te vallen wegens:

  • een gebrek aan heldere en precieze specificaties
  • een registratie ter kwader trouw  

Skykick is daarbij van mening van Sky ten onrechte haar merken ook beschermd heeft voor “computersoftware”.  Sommige van Sky’s producten zijn weliswaar gerelateerd aan computersoftware,  maar ze verkoopt eigenlijk helemaal geen software en er is  evenmin bewijs dat hier toekomstplannen voor zijn. In zo’n geval, zegt Skykick, kan Sky geen merkbescherming krijgen voor toepassingen die onder “computersoftware” vallen. 

De twee kernvragen die zich hier stellen zijn:  

1) Kan een onvoldoende duidelijk of nauwkeurige specificatie (zoals ‘computersoftware’, ‘financiële diensten’, ‘telecommunicatiediensten’, …) een nietigheidsgrond betreffen voor een merk?

2) Is er sprake van kwade trouw als een merk wordt geregistreerd voor goederen en diensten waarvoor de aanvrager niet de intentie heeft om het merk te gebruiken?

 

En wat zegt het Europees Hof nu precies…

Het Hof veegt in se de argumenten van Skykick van tafel, in die zin dat het van oordeel is dat onduidelijke en vage specificaties een gemeenschaps- of nationaal merk niet geheel of gedeeltelijk ongeldig maken.  De reden hiervoor is volgens het Hof dat een brede merkinschrijving niet strijdig is met de openbare orde.  De merken van Sky zijn dus geldig en Skykick kan de nietigheid ervan niet vorderen.

Dat betekent met andere woorden dat de brede merkinschrijving van Sky gewoon geldig is en dat zij dus een merkdepot kon nemen waarin ook “computersoftware” opgenomen was, ondanks het feit dat zij helemaal geen software verkoopt.  Dat betekent meteen ook dat Sky hoogstwaarschijnlijk wel degelijk aan Skykick zal kunnen verbieden om het merk ‘Skykick’ te gebruiken  voor computersoftware.

Op het eerste zicht kunnen merkaanvragen zo breed mogelijk genomen worden in de toekomst, aangezien ze achteraf om die reden toch niet vernietigd kunnen worden.  Maar het Hof voegt aan haar arrest wél toe dat de nationale merkenbureaus en het EUIPO (het Europese merkenbureau) nog steeds een voorafgaande controle kunnen doen op het moment van de registratie en op dat moment merken kunnen weigeren omdat ze te vaag of te breed geformuleerd zijn.   Het blijft dus voor merkaanvragers belangrijk om ervoor te zorgen dat hun aanvraag zo precies mogelijk de specificaties omschrijft waarvoor ze bescherming zoeken, op het risico om de aanvraag geweigerd te zien met alle daaraan verbonden kosten. 

 

Maar wat als er sprake is van kwade trouw?

Als er daarentegen sprake is van kwade trouw en men kan aantonen dat de merkhouder in werkelijkheid helemaal geen intentie heeft om het merk te gebruiken voor bepaalde specificaties waarvoor wel bescherming gevraagd wordt, kan dit volgens het Hof wel degelijk wél leiden tot de ongeldigheid van het merk. Deze ongeldigheid geldt weliswaar énkel voor de specificaties die ter kwader trouw geregistreerd zijn.

Er is sprake van kwade trouw als de merkhouder de aanvraag heeft ingediend:

(1)  louter met de intentie om de belangen van derden oneerlijk te ondermijnen of 

(2) om een exclusief recht te verkrijgen voor andere doeleinden dan die van de functies van een merk.

Het feit dat men op het ogenblik van de merkaanvraag  een bepaald product nog niet verkoopt of een bepaalde dienst nog niet levert, betekent echter niet automatisch dat er sprake is van kwade trouw.  Dit zou immers onredelijk zijn, gezien vele ondernemingen bij de aanvang van hun activiteiten het kapitaal of de expertise missen om reeds al hun toekomstplannen uit te voeren.  Er is wél sprake van kwade trouw als je een merk enkel deponeert om een ander bedrijf te blokkeren, natuurlijk.

 

Waarom is dit zo belangrijk?

Het wordt interessant om te volgen hoe het EUIPO en andere instanties dit arrest gaan toepassen bij het verlenen van nieuwe merken.  Advocaat Generaal Tanchev maakte immers zeer terecht de bedenking in zijn conclusie dat als registraties te eenvoudig of te breed verkregen kunnen worden, dit tot gevolg zou hebben dat het voor derden moeilijker wordt om de markt te betreden door een verminderd aanbod van geschikte handelsmerken. Bijgevolg verkrijgt de merkhouder een onrechtvaardig monopolie en kan deze zijn prijzen verhogen, wat strijdig is met het algemeen belang.

Voor wie een merkaanvraag overweegt betekent het arrest vooral dat de aanvrager zéér goed moet nadenken waarvoor hij precies bescherming vraagt.  Bij te vage of te brede omschrijvingen riskeert de aanvraag immers geweigerd te worden, wat onnodige extra kosten voor een nieuwe aanvraag met zich meebrengt.  Bij een depot dat achteraf als te kwader trouw beschouwd wordt omdat men alleen maar “de markt wou bezetten” riskeert men achteraf zelf vernietiging, wat nog meer kosten meebrengt.  Win dus tijdig professioneel advies in en laat je begeleiden bij elke merkaanvraag.

 

Vragen over merkenrecht of specifiek over dit artikel?

Neem vrijblijvend contact op met Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be) of Sophie Vercraeye (sophie@siriuslegal.be)
Wil je graag weten hoe wij te werk gaan bij een merkdepot? Raadpleeg onze merkdepot pagina. Wij helpen je graag verder aan een vaste prijs.

1 2 3 4
Contracten_vennootschappen

Vragen over dit topic? Bel ons gerust eens.