Blog Contracten

 Bart Van den Brande

Dankzij deze strengere wettelijke betalingstermijnen geraak jij straks sneller betaald

Vanaf begin 2022 worden kleine ondernemers nog beter beschermd in hun onderhandelingen met grotere klanten door de invoering van nieuwe regels die veel te lange betalingstermijnen voor facturen onmogelijk maken. 

18.01.2021 Roeland Lembrechts

Naar dataveilige IT-contracten met deze 10 basistopics

Outsourcing van heel wat bedrijfsinformatie en -taken komt steeds meer voor. Door middel van verschillende IT-toepassingen zal je als bedrijf meer data, in vele gevallen ook vertrouwelijke data, delen met IT-dienstverleners. Daarbij dien je steeds in het achterhoofd te houden dat je in het proces van deze outsourcing een doorgedreven veiligheidsbeleid voert. 

In het geval van persoonsgegevens bestaat de duidelijke verplichting om gepaste technische en organisatorische maatregelen te nemen, maar het voorkomen van datalekken en de algemene verplichting om ervoor te zorgen dat je bedrijfsinformatie niet lekt of gecompromitteerd wordt is van essentieel belang. Een onveilig databeleid leidt immers steeds meer tot financiële en reputatieschade van je onderneming.

Net daarom dien je als ondernemer gepaste contractuele waarborgen in te bouwen met jouw IT-dienstverlener. Schenk daarbij de nodige aandacht aan beveiligingsmaatregelen voor de informatie die je toevertrouwt. Zo kan je cyberrisico’s zoals datalekken, ongeautoriseerde toegang of gebruik van de data, alsook de aansprakelijkheid van je bedrijf tot een minimum beperken. 

 

10 topics om mee te nemen in je veiligheidsbeleid

Waar moet je dan op letten wanneer je in de overeenkomst met je IT-dienstverlener je databeveiliging onderhandelt? Welke zaken kan je best opnemen om je veiligheidsbeleid stevig in de steigers te zetten?  We geven je graag 10 basistopics mee: 

  1. Kijk bij een onderhandeling in de eerste plaats naar je eigen situatie. Hoe gevoelig is je bedrijfsinformatie en welke impact heeft dit op je onderneming wanneer er zich een incident voordoet? Zijn de aangeboden beveiligingsmaatregelen daar toereikend genoeg voor? Wat is de bereidheid van de IT-dienstverlener om zich aan te passen aan jouw beveiligingseisen? Kijk na in hoeverre de dienstverlening conform je eigen veiligheidsbeleid en -procedures is.
  2. Kijk steeds na of er wettelijke vereisten en procedures op jouw bedrijf van toepassing zijn en in welke mate de contracterende dienstverlener daar een ondersteunende rol in speelt. We denken daarbij aan de talrijke transparantie-, meldings-, notificatie- en medewerkingsverplichtingen die op je onderneming van toepassing kunnen zijn, afhankelijk van de soort data die je verwerkt, de sector waarin je werkzaam bent of de hoedanigheid van je onderneming.
  3. Definieer welke personen geautoriseerd worden om je bedrijfsinformatie te ontsluiten en probeer dit te beperken tot enkel de personen die noodzakelijk toegang moeten hebben tot deze gegevens. Stipuleer naast de interne bevoegdheden bij je contractspartij ook welke derde partijen, zoals onderaannemers, toegang zullen hebben.
  4. Bepaal de inhoudelijke veiligheidsverplichtingen met je IT-dienstverlener met betrekking tot de vertrouwelijke behandeling van je data, de voorwaarden voor de ontsluiting ervan, en de aansprakelijkheid voor de schending van deze voorwaarden, inclusief de schending van de geautoriseerde personen en derden.
  5. Kijk na of je IT-dienstverlener handelt conform internationale, Europese en nationale wetgeving en laat in je clausules de IT-dienstverlener bevestigen dat hij conform handelt. Eventueel kan je specifieker nagaan conform welke internationale standaarden je IT-dienstverlener werkzaam is en in het positieve geval welke certificaten de IT-dienstverlener bezit. Belangrijk hierbij is om goed na te kijken op wat deze certificaten concreet betrekking hebben en voor welke bedrijfsactiviteiten er effectief certificaten behaald zijn. Hebben deze voldoende betrekking op de verwerking van jouw bedrijfsinformatie? Ben je zelf voldoende technisch aangelegd, dan kan je zelf een reeks technische beveiligingsmaatregelen opnemen in de overeenkomst die de IT-dienstverlener dient te respecteren.
  6. Leg procedures vast in het geval er zich een beveiligingsincident zou voordoen, waarbij er voor de IT-dienstverlener duidelijk wordt omschreven wat zijn detectieplichten, waarschuwingsplichten, medewerkingsplichten, etc. zijn. Stel in het kader van de opstelling van een incident response team vast welke coördinerende rol de IT-dienstverlener kan opnemen. Voeg daaraan toe welke communicatie de IT-dienstverlener wel, maar vooral niet kan voeren en zorg ervoor dat je deze crisiscommunicatie zelf in handen houdt.
  7. Maak goede afspraken over verplichtingen rond herstel en verbeteringen van de systemen van de IT-dienstverlener na een eventueel incident. Maak daarbij afspraken over de gemaakte kosten, de aansprakelijkheid van de IT-dienstverlener en zijn verplichtingen tot vrijwaring in geval van schadeclaims, boetes en overige vervolgingen waar je je aan zou kunnen blootstellen. 
  8. Ter controle van alle voorgaande verplichtingen kan je ook de mogelijkheid opnemen om gerichte audits en controles uit te oefenen bij de IT-dienstverlener. Deze controle kan je zelf doen of laten doen door derden-specialisten.
  9. Neem in de overeenkomst eventueel op dat een schending van de voorgaande verplichtingen een schending is van een essentiële contractuele verplichting die je toelaat om eenzijdig en kosteloos het contract te beëindigen.
  10. Tot slot, voorzie steeds de mogelijkheid om van de IT-dienstverlener te eisen dat bij eerste verzoek alle informatie kan overgedragen of vernietigd kan worden, zowel tijdens de overeenkomst als bij afloop. Kijk daarbij steeds na welke informatie kan vernietigd worden en/of welke informatie de IT-dienstverlener dient bij te houden binnen het kader van zijn wettelijke verplichtingen.

 

Een geïntegreerde aanpak voor dataveilige IT-contracten

Het implementeren van bepalingen rond de beveiliging van je data vraagt steeds om een geïntegreerde aanpak binnen de gehele overeenkomst en grondig nazicht van de toepasselijke wetgeving. Dit kan soms leiden tot complexe vraagstukken, waarbij er in vele gevallen een evenwicht dient gezocht te worden tussen de mogelijkheden en de bereidheid van de IT-dienstverlener en anderzijds de minimale beveiligingsvoorwaarden die je moet of kan opleggen als afnemer van deze diensten.

Wens je begeleiding of ondersteuning bij de opmaak van je IT-contract of het opzetten van deze specifieke clausules, neem dan gerust contact op met Roeland via roeland@siriuslegal.be 

07.01.2021 Bart Van den Brande

GDPR nieuws om het nieuwe jaar mee in te duiken: Brexit en Standard Contract Clauses

2020 was een woelig jaar voor de ganse wereld om evidente redenen, maar ook specifiek in GDPR ging het jaar niet ongemerkt voorbij.  Wie afgelopen jaar onze blog gevolgd heeft, heeft zonder twijfel gemerkt dat heel wat bedrijven in Europa, soms bijzonder hoge, boetes opliepen.  Google, Amazon, Marriott, Ticketmaster, H&M, British Airways, Vodafone, … Het waren vaak niet de minsten die tegen de lamp liepen.  Bovendien was er behoorlijk wat ophef over de impact van het Planet 49 arrest en afgelopen zomer ook het Schrems II arrest.

Op de valreep bracht 2020 nog twee belangrijke nieuwigheden die we je niet willen onthouden bij de start van het nieuwe jaar. Brexit is een feit en tegen alle verwachtingen in werd toch nog een Brexitdeal gevonden, die ook gegevensexport naar het VK omvat. Daarnaast, maar in dezelfde sfeer van data export, publiceerde de Europese Commissie haar langverwachte draft versie van de nieuwe Standard Contract Clauses voor gegevensexport buiten de EER.  We vatten beiden kort samen hieronder.

 

De impact van de Brexitdeal op gegevensexport 

Het leek wel The never ending story, maar kijk, op de absolute valreep hebben de EU en het VK toch nog een akkoord bereikt over (de grote lijnen van) hun samenwerking na de Brexit.  In dit akkoord zit ook één korte passage over gegevensbescherming en gegevensexport tussen het VK en de EU.

Vanaf 1 januari 2021 is het VK immers een ‘derde land’ in de zin van GDPR.  We legden al eerder uit dat dat zonder Brexit deal zou betekenen dat het VK op vlak van data export plots gelijk gesteld zou moeten worden met Rusland of China, aangezien het VK niet automatisch op de lijst met “veilige” landen opgenomen kan worden, die geacht worden een gelijkwaardig, adequaat databeschermingsbeleid te voeren als de EU zelf.  Dat zou betekenen dat iedereen die data verzendt naar het VK in allerijl op zoek zou moeten gaan naar de nodige alternatieve zekerheden om veilig data te exporteren.  In de meeste gevallen zou dit betekenen dat er overeenkomsten voorzien zouden moeten worden op basis van de Standard Contract Clauses van de Europese Commissie, eventueel aangevuld met de nodige bijkomende waarborgen in het licht van het Schrems II arrest.  Bovendien zouden bestaande Binding Corporate Rules vervangen moeten worden als die destijds door de Britse ICO (die niet langer een Europese gegevensbeschermingsautoriteit is) goedgekeurd werden en zouden heel wat Britse bedrijven een vertegenwoordiger in de EU moeten aanstellen.  

Het Brexitakkoord paste hier gelukkig op de valreep een mouw aan in de vorm van een engagement vanwege de EU om het VK snel een adequaatheidsbeslissing te verlenen en om in afwachting daarvan het VK gedurende een periode van alvast maximaal zes maanden een tijdelijke adequaatheid te verlenen die gegevensuitwisseling met het VK zonder verdere formaliteiten alvast tijdelijk verder mogelijk maakt in afwachting van een formele erkenning als veilig derde land.  De afspraak werkt overigens in beide richtingen, dus ook voor data die van het VK naar de EU stroomt. Gegevensuitwisseling met het VK kan -voorlopig althans- dus ongestoord en zonder verdere juridische of administratieve ingrepen verdergaan. 

Er bestaat voorlopig nog één kleine reserve: hoewel de Brexitovereenkomst voorlopig van kracht is sinds 1 januari 2021, moet deze nog steeds formeel goedgekeurd worden door de Europese Raad en door het Europees Parlement voordat ze kan worden geratificeerd en volledig kan worden uitgevoerd. De deal moet bovendien ook nog goedgekeurd worden door het Britse parlement.  Als het akkoord alsnog niet goedgekeurd raakt, dreigen de eerder voorziene problemen rond gegevensuitwisseling na Brexit binnenkort toch nog de kop op te steken…

 

Nieuwe Standard Contract Clauses

Even langverwacht als de Brexitdeal waren de nieuwe versies van de Standard Contract clauses voor gegevensexport buiten de EU.  De oude versies waren immers niet afgestemd op de terminologie uit de GDPR en waren erg onhandig in gebruik.  Bovendien maakte het Schrems II arrest afgelopen zomer duidelijk dat de bestaande SCC’s onvoldoende zijn als juridische basis voor data export buiten de EER (de EU, uitgebreid met Noorwegen en Liechtenstein).  De Europese Commissie werkte dan ook al een hele tijd aan een update van de bestaande contractclausules.

Op 12 november 2020 heeft de Europese Commissie intussen haar voorstel van aangepaste en aangevulde SCC’s publiek gemaakt voor consultatie en de voorziene consultatieperiode is inmiddels kort voor Kerst afgesloten.  De Europese Commissie verwerkt nu de ontvangen feedback in haar finale versies en wacht daarvoor onder andere ook nog even op het finale advies van de EDPB over passende bijkomende waarborgen bij gegevensexport (volgend op het Schrems II arrest).  De intentie van de Commissie is om die waarborgen meteen contractueel in te kapselen in de SCC’s, om op die manier te zorgen voor een vlotte en veilige gegevensexport buiten de EER op basis van de nieuwe SCC’s zonder bijkomende rompslomp.

De Commissie voorziet voor bedrijven een overgangsperiode van 12 maanden vanaf de datum waarop de finale versie publiek zal worden gemaakt om de nieuwe SCC’s te implementeren.  Wie data exporteert op basis van de oude SCC’s of op basis van het inmiddels nietig verklaarde Privacy Shield houdt dus best de website van de Commissie best in de gaten.

De nieuwe (voorlopig nog draft) SCC’s zijn modulair opgebouwd. Er is één centrale versie van de SCC die op basis van bijkomende tekstmodules aangepast kan worden om vier hypotheses te dekken:

  • Uitwisseling tussen twee (of meer) controllers 
  • Overdracht van een controller naar een (of meer) processors
  • Overdracht van een processor naar een (of meer) (sub-)processors
  • Overdracht  van een processor naar een (of meer) controllers

De ontwerpen voor de nieuwe SCC’s leggen veel meer dan vroeger de focus op transparantie, ongetwijfeld ingegeven door het Schrems II arrest.  Bij doorgifte van controller naar controller bijvoorbeeld moet de gegevensimporteur heel wat informatie verstrekken aan de betrokkenen (rechtstreeks of via de gegevensexporteur), zoals de identiteit van de gegevensimporteur en details over de voorgenomen verwerking.

De draft SCC’s bevatten ook de verplichting om bij verdere gegevensoverdracht door de gegevensimporteur aan een derde partij (zogenaamde “verdere doorgifte”), ofwel met deze derde ook de overeenkomstige SCC te tekenen ofwel een andere rechtsgrond te voorzien.

De SCC’s voorzien ook standaard de garantie door de gegevensimporteur dat geen enkele lokale wet zijn taak zal beïnvloeden. Partijen moeten overigens voorafgaand een effectbeoordeling opstellen precies ter verificatie van de mogelijke impact van lokale wetgeving.  De gegevensimporteur moet bovendien de gegevensexporteur – en indien mogelijk de betrokkenen – onmiddellijk verwittigen van inzageverzoeken door lokale overheden en om bijvoorbeeld ook de nodige juridische actie te ondernemen tegen onwettige inzageverzoeken.

De SCC’s krijgen ook een uitgebreide bijlage mee deze keer.  Daarin worden nog concrete aanvullingen verwacht door de Europese Commissie met minimale technische en organisatorische maatregelen om data te beschermen bij export.  Die aanvullingen zullen gebaseerd zijn op het finale advies van de EDPB over precies die maatregelen dat eerstdaags zal verschijnen en dat er komt in opvolging van het Schrems II arrest.  

 

Vooruitzichten

De modernisering van de Standard Contract Clauses is een stap vooruit inzake vlotte data export buiten de EER, maar de vrees blijft toch bestaan dat dit op termijn onvoldoende is.  De meeste juristen kijken ongerust uit naar een volgend Schrems arrest, dat gericht zou zijn tegen de SCC’s in plaats van zoals afgelopen jaar tegen het Privacy Shield.  De onderliggende problematiek blijft immers dezelfde: geen enkele contractuele of structurele afspraak kan zekerheid geven over dataveiligheid buiten de EU.  Buitenlandse veiligheidsdiensten hebben op grote schaal, al dan niet legaal, toegang tot Europese data en ontvangers buiten de EER kunnen nooit garanderen dat dat voorkomen zou kunnen worden, ook niet met nieuwe en strengere SCC’s…

Niettemin doe je er best aan om de nieuwe SCC’s zo snel mogelijk te implementeren zodra ze finaal zijn.  Hoe je best omgaat met data export en hoe je zorgt voor een veilige en juridisch (zo goed mogelijk) sluitende context, hebben we al uiteengezet in een aantal webinars (waarvan de opname op ons Youtube kanaal beschikbaar is) en op onze website (met een handige questionnaire die je kan uitsturen naar partners buiten de EER om in te schatten of de data die je met hen uitwisselt veilig en correct verwerkt wordt).

 

Vragen over internationale data transfers of over GDPR in het algemeen?

We maken graag tijd voor een online kennismaking die je zelf kan inplannen op deze link.  Je kan natuurlijk ook altijd mailen of bellen naar Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of op +32 492 249 516.

23.11.2019 Roeland Lembrechts

Waarop moet je letten bij een cloudcontract?

Op 16 oktober werd door de experten Bob Diachenko en Vinny Troia een gigantisch datalek ontdekt op de Elasticsearch-server. Het gaat om een lek van 4 terabyte van zo’n 4 miljard gebruikersaccounts. De experten telden gegevens van meer dan 4 miljard unieke personen. Het gaat daarbij over gegevens zoals namen, e-mailadressen, telefoonnummers en profielinformatie van verschillende platformen zoals Facebook, Linkedin, Twitter & GitHub. Men spreekt over het grootste datalek ooit in een cloudomgeving. (https://www.dataviper.io/blog/2019/pdl-data-exposure-billion-people/)

Steeds meer bedrijven schakelen de laatste jaren over op de ‘cloud’ en dat is niet zonder reden. Het reduceert IT-kosten, zorgt voor effectiever mobiel werken, een hogere productiviteit, standaardisatie van processen, … Je gebruikt en betaalt immers enkel hetgeen je nodig hebt in de cloud. Dit in tegenstelling tot aankoop van het traditionele on-premise IT-materiaal. Die voordelen blijken ook op grote schaal hun effect te kennen: gebruik van cloud computing heeft een relevant effect op het bruto binnenlands product (bbp) van de EU met maximaal € 250 miljard en creëert 3,8 miljoen banen tegen 2020 vergeleken met 2012.

Maar ondanks al deze voordelen blijken heel wat ondernemingen tot op vandaag nog terughoudend te zijn om hun activiteiten toe te vertrouwen aan cloudservices. De grootste redenen hiervoor zijn onvoldoende kennis en deskundigheid van de contractuele, de juridische aspecten en de technische implementatie van diensten op basis van de cloud. Maar ook het risico van een inbreuk op de beveiliging blijkt een belangrijke overweging voor ondernemingen: de zorg over een beveiligingslek scoort het hoogst voor zowel grote ondernemingen als KMO’s.

 

Onderzoek naar de economische schade ten gevolge van slechte cloudcontracten

De Europese commissie publiceerde op 04/11/2019 haar finaal rapport ‘Study on the Economic Detriment to Small and Medium-Sized Enterprises Arising from Unfair and Unbalanced Cloud Computing Contracts’ waarin duidelijk wordt welke problemen Europese kmo’s ondervinden met cloud-contracten en wat de kost inhoudt van oneerlijke en onevenwichtige Cloud Computing Contracten.

Uit dit onderzoek is onder meer gebleken dat:

  • de contractuele verantwoordelijkheid van de cloudprovider in vele gevallen onduidelijk blijkt te zijn door overlappingen en lacunes in de overeenkomsten. Dit blijkt vooral zo met betrekking tot beveiligingsaspecten.
  • KMO’s ook kijken naar het aantal datalek-incidenten dat een cloudprovider reeds heeft gehad.
  • KMO’s in vele gevallen een slechte onderhandelingspositie hebben om de algemene voorwaarden aan te passen aan hun behoeften, waardoor zij niet altijd een aangepaste oplossing hebben wanneer er zich een probleem voordoet. De algemene voorwaarden worden regelmatig als oneerlijk beschouwd.
  • Cloud services heel wat vragen oproepen met betrekking tot privacy, vertrouwelijkheid en gegevensintegriteit.
  • In de periode 2016-2017 één op de vier KMO’s geconfronteerd werd met contractgerelateerde problemen met Cloudproviders. De belangrijkste problemen hielden verband met de non-conformiteit van de geleverde dienst. Het gaat dan voornamelijk over  de snelheid van de dienstverlening (55% van de bevraagde KMO’s), de beschikbaarheid of continuïteit van de dienst (49%), updates van de service (32%) en duidelijkheid van de instructies voor het gebruik van cloud computing-services (26%).
  • Problemen met betrekking tot beveiliging vrij vaak voorkwamen. Daarbij gaat het vooral over het gebrek aan bescherming van de gegevens tegen diefstal of virussen en ongeoorloofde openbaarmaking van of toegang tot gegevens.
  • Contractgerelateerde problemen een groot economisch nadeel genereerden, gemeten aan de hand van verloren omzet en alle andere kosten. Het omzetverlies was de belangrijkste component van het nadeel, die 37% van het totale nadeel vertegenwoordigde, terwijl de kosten van personeel die betrokken zijn bij het oplossen van het probleem ongeveer 32% van het totale nadeel vertegenwoordigen.

 

Waarop moet ik letten bij het ondertekenen van een cloudcontract?

Dat slechte cloudcontracten tot kosten en frustraties kunnen leiden, lijkt met dit onderzoek nu wel vast te staan. Een probleem dat vele ondernemingen ondervinden is dat zij te weinig kennis hebben van de technische implicaties van de aangeboden dienst én van de juridische garanties die daar tegenover moeten/kunnen gesteld worden. En dit is toch van belang, aangezien een probleem rond veiligheid van je bedrijfsgegevens of de gebrekkige dienstverlening moet leiden tot een adequate aansprakelijkheidsregeling van de Cloudprovider.

Die analyse is in vele gevallen niet eenvoudig. Cloud contracten zijn geen overeenkomsten die een aparte wettelijke regeling hebben. Zij moeten, afhankelijk van de soort dienstverlening(en), gekwalificeerd worden als een verkoop, lease, huur, hosting, aanneming, sui generis-overeenkomst, … Bovendien is er ondertussen heel wat Europese regelgeving die specifiek van toepassing is op digitale contracten/dienstverlening. Dit kan telkens zijn implicatie hebben op de draagwijdte van de aansprakelijkheid van de Cloudprovider en je mogelijkheden om tot een oplossing te komen.

Ondernemingen zijn dan ook meestal niet in staat om de gevolgen van deze contractuele beperkingen in te schatten. Nochtans kan dit van groot belang zijn in het geval je geconfronteerd wordt met een datalek en je als onderneming daar zelf voor verantwoordelijk kan gesteld worden.

Voordat je zulke overeenkomsten tekent, is het aan te raden om volgende zaken na te (laten) kijken. Een verwittigd man is er niet alleen twee waard, maar vooral minder gefrustreerd.

  1. Kijk na hoe de onderlinge verantwoordelijkheid tussen jezelf en de Cloudprovider verdeeld is. Is die evenwichtig? Is dit duidelijk genoeg gedefinieerd? Kan dit bij problemen tot een bevredigende en snelle oplossing leiden? Heeft de Cloudprovider niet al te veel zijn aansprakelijkheid beperkt en is dit nog rechtmatig? Zijn de Clouddiensten conform de Cloud SLA  Standardisation Guidelines van de Europese Commissie?
    In vele gevallen zijn Cloud-overeenkomsten standaardcontracten en is je onderhandelingsmarge niet echt ruim. Wens je toch te onderhandelen, hou er dan rekening mee dat de Cloudprovider zich via andere clausules of een hogere prijs zal willen indekken. Het is in elk geval het proberen waard en helpt je bij het beslissingsproces om al dan niet een overeenkomst te sluiten.
  2. Vraag ook wie de subcontractors zijn van de Cloudprovider. In vele gevallen beheren deze subcontractors essentiële onderdelen van de clouddienst en is het dus van belang dat je de betrouwbaarheid en de juridische verhouding met de Cloudprovider kent. 
  3. Hoe zit het buiten het gebruiksgemak met de databeveiliging en de privacy? Kan de Cloudprovider je verzekeren dat hij, indien toepasselijk, aan de NIS-verplichtingen voldoet? Regelmatig zal je ook een verwerkersovereenkomst moeten voorzien om je databescherming cfr. de GDPR te verzekeren. Ga ook steeds na waar de servers van de Cloudprovider fysiek staan.
  4. Blijkt uit de overeenkomst voldoende wat precies het voorwerp is van de dienstverlening? Weet je op voorhand welke dienst je effectief kan verwachten? Heeft de Cloudprovider voorzien dat hij eenzijdig wijzigingen aan het contract kan maken, gelet op de snelle evoluties in de IT-wereld? Zo ja, blijft de verhouding tussen de partijen dan nog evenwichtig?
  5. Zijn je intellectuele eigendomsrechten op je data en je creaties die je in de Cloudomgeving upload en/of ontwikkelt, voldoende beschermd? Is het duidelijk wat de eventuele eigendomsoverdrachten zijn en/of de gebruiksrechten die je er op toestaat?
  6. Zijn er onderzoeks- en controlemogelijkheden voor je voorzien? Kan je zelf controleren wat de beveiligingsmaatregelen zijn en op welke manier je data effectief bewaard worden? Kan je bijvoorbeeld nagaan of er sprake was van een datalek en zo ja, hoe groot de impact is?
  7. Aangezien een Cloudovereenkomst al snel een internationaal karakter heeft, is het nuttig om na te kijken welk recht van toepassing is en waar je eventueel je rechten kan uitoefenen. Kijk dus ook zeker na of je in werkelijkheid je rechten wel kan afdwingen.

 

Conclusie

Het succes van Clouddiensten voor een onderneming kan niet meer ontkend worden en is te danken aan haar kostenreducerende en flexibele toepassingen. Maar aan deze opportuniteiten en gebruiksvriendelijkheid zijn ook risico’s verbonden. Om die reden zijn ondernemingen nog steeds terughoudend ten opzichte van Cloudtoepassingen, waarbij voornamelijk een gebrekkige dienstverlening en de gebrekkige veiligheid van de bedrijfsgegevens als grootste bezorgdheden worden genoemd.

Om het vertrouwen te winnen in je Cloudleverancier is het om die reden aangeraden het Cloudcontract grondig door te (laten) nemen en zo mogelijk te onderhandelen over verschillende aspecten. Zo kan je op zijn minst inschatten welke risico’s je daarbij neemt en hoe je deze risico’s tot een aanvaardbaar minimum kan herleiden zonder al te veel te moeten inboeten op het potentieel van de Cloudtoepassing. 

 

Meer vragen?

Neem dan gerust contact op met Roeland via roeland@siriuslegal.be.

23.05.2019 Bart Van den Brande

Waarop letten bij het niet-concurrentiebeding als freelancer?

In een vorige blogpost gaven we jou al een aantal tips en tricks bij het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met een opdrachtgever als freelancer. Eén van de elementen die vaak voorkomt in dergelijke contracten is een niet-concurrentiebeding. In deze blogpost gaan we iets dieper in op de do’s en dont’s van een niet-concurrentiebeding.

 

Wat is een niet-concurrentiebeding?

Opdrachtgevers die met freelancers willen samenwerken nemen meestal een niet-concurrentiebeding op in hun overeenkomst. De bedoeling van een dergelijke clausule is enerzijds verhinderen dat concurrenten gebruik maken van de ervaring en competenties die de freelancer heeft verworven tijdens het project en anderzijds verhinderen dat de freelancer de klanten van de opdrachtgever commercieel zou trachten te benaderen na afloop van de opdracht.

Aangezien je als freelancer meestal voor verschillende klanten op relatief korte termijn werkt, zou je wel eens in de problemen kunnen komen als je de voorgestelde niet-concurrentiebedingen blindelings zou ondertekenen omdat je bv. niet meer mag werken in een bepaalde sector, voor bepaalde bedrijven in een regio, voor concurrenten van je klant, … Het komt er dus op aan om goed te weten wat je precies ondertekent en welke de onderhandelingsmarge is.

 

Welke regels gelden?

Het niet-concurrentiebeding voor freelancers is niet wettelijk geregeld, in tegenstelling tot het niet-concurrentiebeding voor handelsvertegenwoordigers of voor arbeiders. Specifiek voor freelancers en consultants geldt dus de contractsvrijheid die de partijen toelaat om de voorwaarden, sanctionering,… zelf in te vullen zoals ze willen. 

Ondanks deze principiële contractsvrijheid wordt wel algemeen aangenomen dat ook het niet-concurrentiebeding in een overeenkomst met een freelancer (of een zelfstandig consultant) aan 3 voorwaarden moet voldoen, naar analogie met de wettelijk voorziene niet-concurrentiebedingen. Deze bedingen moeten beperkt zijn in tijd, geografisch afgebakend zijn en qua verboden activiteiten beperkt zijn:

In eerste instantie dient dus de duur van het niet-concurrentiebeding beperkt te zijn tot de duur die je nodig hebt om klanten aan jou te binden. De precieze duur hangt af van de duur van de samenwerking, de specificiteit van de opdracht,…

Daarnaast moet het beding geografisch beperkt zijn tot een bepaalde regio. Dit kan een gewest, provincie, stad maar even goed een land zijn.

Tot slot dienen de activiteiten die uitgesloten zijn ook opgenomen te worden in het beding en moeten die uiteraard verband houden met de activiteiten die je als freelancer hebt opgenomen tijdens de duur van de overeenkomst.

 

Waarop moet je nu letten?

Probeer steeds te onderhandelen om het concurrentiebeding te beperken tot een redelijke termijn en ook tot het geografisch gebied waarin je effectief actief zal zijn. Het is geen goed idee om akkoord te gaan met een niet-concurrentiebeding van 5 jaar voor gans België, wanneer je gedurende 6 maand hebt gewerkt voor een lokaal bedrijf uit West-Vlaanderen bijvoorbeeld. (Tenzij dit bedrijf natuurlijk in gans België actief is …). Je zal immers méér dan 6 maand nodig hebben om het cliënteel van je opdrachtgever aan jou te binden, zo wordt algemeen aangenomen. 

Daarnaast kan je er ook best op toezien dat de verboden activiteiten zo beperkt mogelijk worden omschreven en effectief de activiteiten zijn die je zal uitoefenen binnen het bedrijf. “Geen HR-activiteiten uitoefenen” zou bijvoorbeeld heel erg ruim kunnen zijn als je misschien enkel instaat voor rekrutering of voor payroll.

Check zeker het bedrag van de schadevergoeding bij het niet-naleven van het beding en ga na of dit geen astronomisch bedrag is dat totaal niet in verhouding staat tot de waarde van de opdracht of het bedrag dat je kan factureren tijdens de opdracht.

Ga tot slot ook even na of er een matigingsbeding is opgenomen in de overeenkomst dat bijvoorbeeld als volgt kan geformuleerd zijn:  “In geval van nietigheid of ongeldigheid van één van de bedingen in de overeenkomst, blijft het beding geldig voor het gedeelte dat wettelijk is toegelaten.” Wanneer iets dergelijks is opgenomen in de overeenkomst kan de rechter bij geschillen het beding matigen (of “aanpassen”) naar hetgeen de rechter als “redelijk” beschouwd. Bijvoorbeeld:de duur verminderen naar een aanvaardbare duur of het geografisch gebied verkleinen. Wanneer een dergelijk matigingsbeding niet in de overeenkomst staat en de 3 bovenvermelde voorwaarden niet zijn nageleefd, dan kan de rechter het beding in zijn geheel nietig verklaren en is het dus ongeldig. 

 

Vragen over het niet-concurrentie beding of andere vragen als freelancer?

Contacteer ons gerust via mail (info@siriuslegal.be) of telefoon 02/721 13 00.
Wist je trouwens al dat wij een Legal Kickstarter lanceerden? Dat is een juridisch adviespakket voor starters, aan een vast tarief en zonder verrassingen aan het einde van de rit. 

17.04.2019 Bart Van den Brande

Tips en tricks: hoe sluit je als freelancer een goede samenwerkingsovereenkomst af?

De markt van de freelancers is de laatste jaren booming business. Meer en meer zelfstandigen kiezen ervoor om in hoofd-of bijberoep te starten als freelancer. Als freelancer sta je daarbij vaak in een zwakkere onderhandelingspositie ten aanzien van je klanten. Wat kan je in dat geval best opnemen in je eigen contract of algemene voorwaarden? En wat als je klant zélf een contract voorstelt? We geven je in dit artikel een aantal tips & tricks voor freelancers.

 

1. Zorg voor goede algemene voorwaarden

Vaak zal je klant, zeker wanneer dit een groter bedrijf is, met zijn eigen algemene voorwaarden en betalingsvoorwaarden bij jou komen aankloppen. Desalniettemin loont het wél de moeite om zelf tijd en aandacht te besteden aan je eigen algemene voorwaarden. Niet enkel omdat dit professioneler overkomt, maar ook omdat jouw algemene voorwaarden van toepassing zullen zijn wanneer de klant gewoon je offerte ondertekent of gewoon ineens laat weten dat je de opdracht mag starten. Wanneer je je algemene voorwaarden hebt meegestuurd met je offerte en de klant vraagt je om de opdracht te starten, dan heeft de klant zich immers akkoord verklaard met je algemene voorwaarden.

Weet dat algemene voorwaarden die aanvaard zijn door beide partijen, dezelfde bewijswaarde hebben als een contract dat ondertekend is door beide partijen. Dit komt omdat het bewijs tussen handelaars vrij is en een handelaar door het bevestigen van de opdracht (en voor zover hij/zij je algemene voorwaarden heeft ontvangen) zich ook akkoord verklaart met je algemene voorwaarden. Met andere woorden: met goede algemene voorwaarden kom je al een héél eind!

 

2. Denk na over je intellectuele eigendom en overdracht

Wanneer je tijdens je freelance opdracht iets maakt of creëert bv. verslagen, grafisch werk, een logo, een brochure, social media posts,… is het belangrijk om na te denken over wat er met de intellectuele eigendomsrechten op deze werken kan en moet gebeuren. Wanneer je bijvoorbeeld een logo ontwerpt voor een klant zal je de intellectuele eigendom waarschijnlijk willen overdragen (hetgeen ook resulteert in een hogere vergoeding uiteraard). Wanneer je daarentegen je eigen software implementeert bij een klant, zal je je intellectueel eigendomsrecht niet willen overdragen en moet je nadien een licentie overeenkomst afsluiten met je klant.

Denk met andere woorden op voorhand na wat je precies wil bereiken en wat de klant precies wil: overdracht of geen overdracht van intellectuele eigendomsrechten?

 

3. Als je opdrachtgever toch een contract voorstelt: er is altijd onderhandelingsmarge

In het geval je klant zelf zijn eigen algemene voorwaarden of een contract ter ondertekening voorlegt aan jou als freelancer, ben je niet verplicht om dit gewoon blindelings te ondertekenen. Integendeel, het loont echt de moeite om even advies in te winnen om hier eens grondig door te gaan zodat je wéét wat je tekent.

Onze ervaring is overigens dat in dergelijke contracten je vaak wél nog onderhandelingsmarge hebt en kan onderhandelen om bepaalde passages aan te passen op voorwaarde dat je dit goed motiveert. De standaardcontracten en standaard algemene voorwaarden van grote(re) bedrijven zijn vaak eenheidsworst geschreven op maat van andere grote(re) bedrijven, dus in de meeste gevallen zal niemand ervan versteld staan als je aanpassingen voorstelt.

Wat je zeker moet (laten) nakijken in een contract dat je van je klant ontvangt is de betalingstermijn (30 dagen? 60 dagen?), of het een overeenkomst is van bepaalde of onbepaalde duur en hoe die kan beëindigd worden (eenzijdig door de klant met een korte opzegtermijn?), de vergoeding die is voorzien voor meerwerk, de al dan niet overdracht van intellectuele eigendom, eventuele boetebedingen bij laattijdige oplevering, welke kosten inbegrepen zijn, of de aansprakelijkheid op een evenwichtige wijze is geregeld,…

 

4. Handig hulpmiddel: nieuwe wet B2B-relaties

Tot slot staan we nog even stil bij een wetswijziging die in maart 2019 werd gestemd in het Parlement en die bedrijven onderling wil beschermen tegen oneerlijke marktpraktijken, hetgeen voornamelijk zal spelen in een situatie waarbij de ene partij economisch afhankelijk is van de andere speler. Dit zal veelal het geval zijn voor freelancers die -zeker bij een langere opdracht- volledig afhankelijk zijn van hun (economisch sterkere) opdrachtgever.

De wetgever heeft hieraan willen tegemoetkomen door het opleggen van een aantal restricties in de contracten tussen bedrijven (B2B). Onder meer door het benoemen van een aantal bedingen in dergelijke contracten die absoluut verboden zijn en anderzijds een lijst van “grijze” bedingen die in sommige gevallen verboden zijn.

Volgende bedingen zijn absoluut verboden: eenzijdig recht om een clausule van de overeenkomst te interpreteren, aanvaarding van clausules waarvan men geen kennis had vóór het afsluiten van de overeenkomst,… Wanneer deze tóch in je overeenkomst zouden staan zijn deze eenvoudigweg niet geldig.

Daarnaast zijn er een aantal grijze bedingen waarbij de economisch sterkere partij kan aantonen dat deze wél evenredig zijn in de gegeven omstandigheden zoals: eenzijdige wijzigingen aan de prijs, voorwaarden of kenmerken van een product/dienst zonder opgave van een geldige reden, stilzwijgende verlenging van het contract zonder redelijke opzegtermijn, de schadevergoedingsbedragen moeten evenredig zijn aan het nadeel dat de onderneming kan lijden,…

De wetgever heeft ook voorzien in een sanctionering  voor bedrijven wanneer zij misbruik maken van hun economisch machtspositie bijvoorbeeld door aankoop of verkoopweigering, rechtstreeks of onrechtstreeks opleggen van onbillijke aan-of verkoopprijzen,… In deze gevallen KAN er sprake zijn van misbruik (en de betaling van een boete), maar dit moet wel bewezen worden.

Tot slot zijn  er ook nieuwe regels van toepassing tussen bedrijven met betrekking tot misleidende en agressieve handelspraktijken, naar analogie met de regels die gelden ten aanzien van consumenten. Meer informatie hierover in één van onze volgende blogposts.

Extra munitie dus voor jou als freelancer wanneer je wordt geconfronteerd met een overeenkomst die door een economisch sterkere partij wordt opgelegd!

 

Juridisch advies nodig als freelancer?
Check onze Legal Kickstarter en/of contacteer ons via mail (info@siriuslegal.be) of telefoon (02/721 13 00).

06.03.2019 Bart Van den Brande

Uber chauffeurs zijn géén werknemers en Uber is géén taxidienst

Wij berichtten reeds enkele weken geleden over de rechtzaak waarin Deliveroo in Nederland sinds geruime tijd verwikkeld is met een aantal van zijn koeriers over de vraag of zij al dan niet als werknemer beschouwd moeten worden, met alle sociaalrechtelijke voordelen die daaraan verbonden zijn voor de betrokken koeriers. 

Een en ander is tekenend voor de bijzonder verstorende impact die disruptieve marktmodellen hebben op onze bestaande economische en sociaalrechtelijke structuren, die veelal niet aangepast zijn aan de nieuwe economische realiteit die de 21ste eeuw met zich mee lijkt te brengen. 

In een gelijkaardig geschil oordeelde de Brusselse ondernemingsrechtbank recent ten aanzien van Uber dat Uber-chauffeurs in elk geval wél als zelfstandigen aangemerkt kunnen worden. In hetzelfde vonnis wordt in één trek door ook klaarheid gebracht over de vraag of Uber nu wel of niet de strenge taxiwetgeving moet naleven en bijvoorbeeld voor elk van haar chauffeurs voor een -dure- taxilicentie moet zorgen.

 

Uberpop en UberX

Het geschil waarin Uber in België verwikkeld raakte heeft weliswaar een iets andere oorzaak en achtergrond dan het geschil tussen Deliveroo en haar koeriers in Nederland.  Deliveroo besliste om puur sociaalrechtelijke redenen om haar koeriers in de toekomst als zelfstandigen te gaan beschouwen, waarop een aantal van de betrokken koeriers in opstand kwamen en eisten dat zij als werknemer beschouwd zouden worden, wat hen recht zou geven op betaalde vakantiedagen, pensioenrechten, vergoeding voor overuren, etc…

In het geval van Uber dient de beslissing om chauffeurs als zelfstandigen aan te merken gekaderd te worden binnen de al enkele jaren aan de gang zijnde taxioorlog in Brussel, waarbij officiële taxichauffeurs zich met hand en tand blijven verweren tegen de onvermijdelijke veranderingen die platforms als Uber met zich meebrengen.

In 2015 had de Rechtbank van Koophandel in Brussel al besloten dat Uberpop in België onwettig opereerde en in een tweede beslissing uit 2018 werd hetzelfde geoordeeld voor wat betreft UberX.  De combinatie van beide beslissingen leidde volgens de meeste analisten tot het noodzakelijke besluit dat UberX en zijn chauffeurs onderworpen waren aan de strenge wettelijke verplichtingen voor taxidiensten (vergunning, keuring, verzekering), wat de kern van het ganse UberX bedrijfsmodel in moeilijkheden bracht omdat UberX chauffeurs nu precies niet over een officiële taxivergunning beschikken.

 

Uber blijkt nu alsnog géén taxi te zijn

In 2018 startten een aantal Brusselse taxibedrijven vervolgens een nieuwe procedure tegen Uber en enkele van haar chauffeurs.  Zij eisten een verbod om nog langer taxidiensten te leveren onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per overtreding.

Begin 2019 wees de Ondernemingsrechtbank (voorheen Rechtbank van Koophandel) deze eis af.  Volgens de Ondernemingsrechtbank  zijn UberX en haar chauffeurs niet onderworpen aan de taxiwetgeving. De rechtbank concludeerde dat de chauffeurs zich enkel moeten houden aan alle verplichtingen met betrekking tot het huren van een auto met chauffeur, wat een duidelijk en minder omslachtig wettelijk kader is dan dat van toepassing op taxidiensten.

 

Bijkomend aspect: geen schijnzelfstandigheid of werknemersstatuut voor Uber chauffeurs dus…

In de marge van bovenstaand geschil, eisten de taximaatschappijen ook dat de rechtbank zou bevestigen dat de Uber chauffeurs in werkelijkheid werknemers van Uber zijn, en geen zelfstandige dienstverleners.   De taximaatschappijen hoopten op deze wijze ongetwijfeld een grote bijkomende financiële last in de vorm van sociale zekerheidsbijdragen op Uber te plaatsen die zou weerspiegeld worden in de prijzen voor haar diensten (wat het prijsverschil met klassieke taxi’s zou verkleinen en dus de concurrentiepositie van deze taxi’s zou versterken).

De rechtbank wees deze stelling echter af met de vaststelling dat er geen band van gezag bestaat tussen Uber en haar chauffeurs omdat de chauffeurs zelf kiezen waar en wanneer ze werken, hoe lang ze rijden, welke ritten ze aannemen of niet en dat de chauffeurs allemaal hun eigen auto hebben (of er althans een leasen of huren) en dat ze vrij zijn om naast hun werk voor Uber ook andere jobs uit te oefenen zoals het hen uitkomt.

Deze toch erg interessante beslissing, als ze wordt bevestigd in hoger beroep, zou Uber kunnen beschermen tegen aanspraken van zijn Belgische chauffeurs op werknemer- benefits zoals minimumloon en vakantiegeld of tegen aanspraken van de socialezekerheidsadministratie met betrekking tot de betaling van werkgevers- en werknemersbijdragen voor haar chauffeurs.

Ze kan ook een aanzienlijke impact hebben op andere gelijkaardige platformdienstenaanbieders, zoals koerierdiensten bijvoorbeeld.  In vele gevallen bevinden de medewerkers (of personeelsleden…) van dergelijke platforms zich immers in gelijkaardige omstandigheden als de Uber chauffeurs.  Het is dus met interesse afwachten of deze beslissing doorgetrokken kan worden naar andere disruptieve spelers, zoals het reeds eerder genoemde Deliveroo…

 

Vragen over disruptieve economie, service platforms of nieuwe technologie?

Ons team staat graag ter beschikking.  Neem gerust contact op met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of op +32 486 901 931

16.01.2019 Bart Van den Brande

Deliveroo koeriers zijn werknemers, zegt Nederlandse rechter

Disruptieve online dienstverleners passen moeilijk in het juridische kader dat decennialang uitgebouwd is binnen de klassieke economie.  Dat blijkt in België -en in andere landen- uit onder meer de herhaalde rechtzaken tegen bedrijven als Uber.

Ook het succes van koerierdiensten als Deliveroo zorgt voor de nodige juridische discussies, in dit geval vanuit sociaalrechtelijk oogpunt. Afgelopen najaar pas heeft het Belgische gerecht een paar honderd Deliveroo-koeriers, die per fiets maaltijden rondbrengen, opgeroepen voor verhoor als getuigen in een onderzoek naar de manier van werken van de maaltijdbezorger, waarbij koeriers als schijnzelfstandigen zouden worden tewerkgesteld. Het onderzoek door het Arbeidsauditoraat loopt op heden nog steeds.  De FOD Sociale Zekerheid van haar kant, had begin maart 2018 al geconcludeerd dat een koerier die in dienst is bij Deliveroo geen zelfstandig werk verricht, maar wel een werknemer is en dus recht heeft op alle sociaalrechtelijke bescherming die bij het werknemersstatuut hoort.

 

Nederlandse rechter ziet koeriers als werknemers

Intussen oordeelde een Nederlandse kantonrechter in Amsterdam gisteren, 15 januari 2019, dat Deliveroo koeriers ook onder Nederlands recht geen zelfstandige dienstverleners zijn, maar wel als werknemers beschouwd moeten worden, die vallen onder de sociaalrechtelijke bescherming van de Nederlandse cao voor beroepsgoederentransport.

Begin 2018 had Deliveroo besloten om de arbeidsovereenkomsten van al haar bezorgers om te zetten in “partnerovereenkomsten als zelfstandig ondernemer”, wat onmiddellijk op erg veel verzet stuitte vanwege de koeriers, die hiermee een groot stuk van hun sociale bescherming verloren.

De vakbond voor de transportsector, FNV, stapte in naam van twee koeriers naar de rechtbank en werd nu in het gelijk gesteld in haar argumentatie dat er tussen Deliveroo en haar koeriers een gezagsrelatie bestaat die ervoor zorgt dat de koeriers in werkelijkheid werknemers zijn, met alle sociaalrechtelijke gevolgen van dien.

De rechter erkent wel dat maaltijden bezorgen niet helemaal hetzelfde is als “beroepsgoederenvervoer”, maar dat sluit niet uit volgens de rechter dat de koeriers toch onder de gezegde cao vallen.

Het vonnis doet weliswaar slechts uitspraak over de situatie van de twee betrokken koeriers, maar het is evident dat deze beslissing verregaande gevolgen kan hebben voor het bedrijfsmodel van Deliveroo.  Deliveroo heeft in elk geval al aangekondigd in beroep te zullen gaan tegen deze vonnissen.

 

Vragen over e-commerce of de social economy?

Neem gerust contact op met ons team op info@siriuslegal.be of op + 32 2 721 13 00

 

04.01.2019 Bart Van den Brande

Bestelbon (Auto)salon nog te herroepen?

Met het autosalon in aantocht is het een gepast moment om de regels omtrent herroepingsrecht en verkoop op afstand nog eens toe te lichten. In sommige gevallen heeft de consument immers het recht om zijn aankoop te herroepen in geval deze wordt gesloten buiten de (gebruikelijke) verkoopruimte van de verkoper maar dit is zeker niet altijd het geval zo oordeelde het Europees Hof van Justitie in een recent arrest. Sirius Legal licht de regels nogmaals toe.

 

Achtergrond

Wanneer een overeenkomst buiten de verkoopruimte of buiten de gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening van de verkoper wordt gesloten, wordt de consument in het bijzonder beschermd door een informatieverplichting van de onderneming vóór de sluiting van de overeenkomst; een verplichting tot bevestiging van de gesloten overeenkomst én door een herroepingsrecht.

In de vorige wet marktpraktijken werd heel duidelijk aangegeven dat in geval van verkopen op beurzen e.d.m. voor een bedrag van meer dan 200 EUR, dit als een verkoop buiten de lokalen van de ondernemer diende beschouwd te worden waardoor bovenvermelde strenge regels van toepassing waren. Zo ook dus op de aankoop van een wagen op bijvoorbeeld het autosalon, of de aankoop van een keuken op een interieurbeurs,…

In de huidige wetgeving marktpraktijken die is opgenomen in het Wetboek Economisch Recht is één en ander veel minder duidelijk.

 

Verkoop op salons of beurzen: EHvJ verduidelijkt

De wet voorziet enkel dat voor wat betreft overeenkomsten die buiten de gebruikelijke verkoopruimte van de verkoper zijn voorzien, de verkoper een herroepingsrecht moet aanbieden aan de consument en hierover zeer duidelijk moet communiceren, naast nog een heel aantal andere verplichte vermeldingen. De reden is de consument te beschermen tegen halsoverkop aankopen.

En hoewel deze bepaling vrij helder lijkt en zou doen geloven dat een verkoop op een beurs of een salon een verkoop buiten de gebruikelijke verkoopplaats van de verkoper is, oordeelde het Europese Hof van Justitie anders in een recent arrest  van deze zomer.

Het Hof van Justitie oordeelde dat het doorslaggevend element voor de kwalificatie van een “verkoop buiten de verkoopruimte” wordt bepaald door hoe de gemiddelde consument de situatie ervaart. Indien een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument, in het licht van het geheel aan feitelijke omstandigheden van de activiteiten, en met name van de uiterlijke verschijningsvorm van de stand en de informatie in de ruimten waar de beurs wordt gehouden, redelijkerwijs kon verwachten dat die handelaar er zijn activiteiten uitvoert en hem aanspreekt om een overeenkomst te sluiten, dan is er volgens het Hof geen sprake van een buiten verkoopruimte afgesloten overeenkomst. Met andere woorden: in dat geval zal er geen herroepingsrecht gelden.

Toegepast op salons en beurzen zoals het autosalon zou je kunnen concluderen dat in dit geval evenmin een herroepingsrecht geldt aangezien de consument die de beurs bezoekt kan verwachten dat een autodealer er zijn activiteiten uitoefent en dat hij kan aangesproken worden om een wagen aan te kopen.

 

Geen herroepingsrecht voor op goederen “op maat”

Tot slot dient nog opgemerkt te worden dat er sowieso geen herroepingsrecht geldt voor goederen die op maat gemaakt worden of zoals de wet bepaald “goederen die zijn vervaardigd zijn volgens de specificaties van de consument of duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn”. Een keuken op maat bestellen tijdens de interieurbeurs zal zodus nooit aanleiding kunnen geven tot herroepingsrecht, daarentegen: een stockwagen die men op en beurs koopt in sommige gevallen wel aangezien dit niet als een vervaardiging op maat kan beschouwd worden.

 

Vragen over het herroepingsrecht in het algemeen of consumentenbescherming in het bijzonder?

Contacteer Bart Van den Brande via bart@siriuslegal.be

1 2