Blog E commerce

26.11.2021 Bart Van den Brande

Kan je vervolgd worden voor een negatieve review: vrije meningsuiting of toch niet?

Online reviews zijn vandaag de dag overal te vinden. Deze digitale vorm van mond-aan-mondreclame geeft consumenten een stem en biedt ondernemingen tegelijkertijd een manier om betrouwbaarheid uit te stralen.

08.11.2021 Bart Van den Brande

Een opt-in voor algemene voorwaarden op mijn webshop, moet dat nu echt?

Is het echt nodig als webshop om een opt-in vakje te voorzien waar klanten expliciet bevestigen dat ze de algemene voorwaarden aanvaarden? Het is een vraag die we heel vaak krijgen bij Sirius Legal. We begrijpen ook best waarom. Consumenten houden immers niet van al te veel aanvinkhokjes en elke bijkomende actie die nodig is om een bestelling af te ronden verkleint de kans op conversie.
Toch is het vaak verstandig om wél te zorgen voor een expliciete aanvaarding van je algemene voorwaarden. 2 recente arresten verduidelijken waarom…

Populair artikel BTW_e-commerce
24.06.2021 Bart Van den Brande

BTW in e-commerce voor marktplaatsen vanaf 1 juli 2021

De regels voor BTW in e-commerce veranderen vanaf 1 juli 2021.  Daarover kon je al alles lezen in onze checklist “De nieuwe BTW-regels in e-commerce. Dankzij deze wetswijziging worden gelijke concurrentievoorwaarden voor ondernemingen gegarandeerd, zowel binnen als buiten de EU, dus dat is een positief gegeven.

Als webshop eigenaar ben je maar beter op de hoogte van de nieuwe BTW-regels. Er is een grote impact op je fiscalé aangifte én je hebt de verantwoordelijkheid om op jouw webshop de correcte prijzen inclusief BTW te vermelden. Ook voor webbouwers is dit een uitdaging aangezien niet alle webshop platformen complexe en verschillende BTW-voeten per land kunnen hanteren.

Deze week kregen we een concrete vraag van één van de grote logistieke partners in FMCG in de Benelux naar de verantwoordelijkheden van marktplaatsen en platformwebsites onder de nieuwe regels en die leek ons relevant genoeg om ze even in een blog te hernemen.  

 

Kleine verkopen door verkopers buiten de EU

Tot 1 juli 2021 zijn pakjes met een kleine waarde, onder 22 euro, die afkomstig zijn van buiten de EU (denk aan verkopen via bvb AliExpress) gewon vrijgesteld van BTW.  dat is handig voor de consument, maar dat veroorzaakt wel een concurrentienadeel voor Europese verkopers, die wél BTW moeten aanrekenen en dus altijd duurder zijn dan hun niet-Europese concurrenten.

Vanaf 1 juli verandert dit.  Op alle verkopen, ook onder 22 euro en ook door verkopers buiten de EU, is gewoon BTW verschuldigd.  

Er wordt wel een nieuw systeem ingevoerd, dat voorziet dat marktplaatsen of platformwebsites in de EU die derde verkopers van buiten de EU hosten, verantwoordelijk kunnen zijn voor het afhandelen van de BTW voor die niet-Europese verkopen als het gaat om verkopen van minder dan 150 euro per pakketje.  Op die manier is Amerikaanse of Chinese verkoper zelf niet verantwoordelijk voor BTW-verplichtingen in de EU én kan voorkomen worden dat de consument bij levering door de koerier gevraagd wordt om nog even (onverwacht meestal) de BTW bij te passen. 

 

Verantwoordelijkheid platformen en marktplaatsen

Er zijn wat voorwaarden die vervuld moeten zijn voordat je als marktplaats of platformwebsite moet instaan voor de BTW op kleine verkopen door niet-EU verkopers op jouw platform.   We lijsten die hieronder nog even op.

In se staan platformen en marktplaatsen in voor de BTW-afhandeling als zij “de goederenlevering faciliteren”.  Dat begrip is zeer breed te interpreteren.  De bedoeling van de EC is om quasi alle platformen en marktplaatsen wel als BTW-plichtige in te schakelen, behalve in zeer beperkte uitzonderlijke gevallen.  Wie valt buiten de definities: eigenlijk de facto alleen pure PSP’s of pure lead generation / affiliate platformen.

Vraag is in de eerste plaats wat “faciliteren” hier betekent.  Dat wordt verduidelijkt in de “Toelichting op de btw-regels voor e-commerce” die de Europese Commissie afgelopen najaar publiceerde.

Samengevat zijn dit de regels:

  • De vraag of een platform of marktplaats verkopen “faciliteert” moet per transactie bekeken worden.  Het kan best zijn dat er soms sprake is van “faciliteren” en soms niet en dat de marktplaats of het platform dus soms instaat voor de BTW-verplichtingen en soms niet (bvb afhankelijk van de vraag of het pakket boven of onder de 150 euro zit of afhankelijk van de rol van de marktplaats of het platform bij bepaalde verkopen)…
  • Onder “faciliteren” wordt verstaan het in contact brengen van koper en verkoper via een elektronische interface (webplatform). Met andere woorden, de verkoop-aankoop wordt gerealiseerd/gesloten met behulp van de elektronische interface. 
  • Concreet blijkt “faciliteren” uit het feit dat de werkelijke bestelling en de afrekening door of met behulp van de elektronische interface worden uitgevoerd.
  • Daarnaast moet de transactie ook effectief worden afgesloten via de elektronische interface”.  dat staat los van de levering/shipping/logisitiek, die eventueel door de verkoper zelf afgehandeld wordt.
  • Er is géén sprake van “faciliteren” als 3 voorwaarden cumulatief vervuld zijn:
    • Als het platform  noch direct, noch indirect één van de algemene voorwaarden bepaalt waaronder de goederenlevering wordt verricht.  Dit is zeer breed te interpreteren: zodra het platform zelf ook gebruiksvoorwaarden / accountvoorwaarden heeft voor gebruikers, wordt het geacht wel onrechtstreeks één van de algemene voorwaarden te bepalen (zie lijstje hieronder met voorbeelden van situaties waarin het platform geacht wordt (mee) de voorwaarden te bepalen). 
    • Én als het platform noch direct, noch indirect betrokken is bij “het verlenen van goedkeuring om de afnemer te factureren voor de gedane betaling” (Dit is concreet het faciliteren van de betaling via het platform of via een PSP gekoppeld aan het platform)
    • Én als het platform noch direct, noch indirect betrokken is bij de bestelling of de levering van de goederen.  Ook dit moet ruim geïnterpreteerd worden, zie lijstje met voorbeelden hieronder.

 

Concrete voorbeelden

Het platform bepaalt mee de voorwaarden in bijvoorbeeld deze gevallen, volgens de “Toelichting op de btw-regels voor e-commerce” :

  • als de elektronische interface is eigenaar van of beheert het technische platform voor de levering van goederen;  
  • als de elektronische interface bepaalt regels voor het aanbieden en verkopen van goederen via zijn platform;  
  • als de elektronische interface is eigenaar van klantgegevens in verband met de levering;  
  • als de elektronische interface voorziet in een technische oplossing voor het opnemen van bestellingen of het in gang zetten van het aankoopproces (bv. door de goederen in een winkelwagen te plaatsen);  
  • als de elektronische interface organiseert/beheert de communicatie van het aanbod, de aanvaarding van de bestelling of de betaling voor de goederen;  
  • als de elektronische interface bepaalt voorwaarden waaronder de leverancier of afnemer verantwoordelijk is voor de betaling van de kosten in verband met het terugzenden van goederen;  
  • als de elektronische interface legt een of meer specifieke betaalmethoden, opslag- of fulfilmentvoorwaarden of methoden voor verzending of levering op aan de onderliggende leverancier die moeten worden gebruikt om de handeling te volbrengen;  
  • als de elektronische interface heeft het recht de betaling van de afnemer te verwerken of in te houden van de onderliggende leverancier of om anderszins de toegang tot tegoeden te beperken;  
  • als de elektronische interface kan de verkoop zonder toestemming of goedkeuring van de onderliggende leverancier crediteren indien de goederen niet naar behoren werden ontvangen;  
  • als de elektronische interface biedt klantenservice, hulp bij het terugzenden of omruilen van goederen, of procedures voor klachtenafhandeling en geschillenbeslechting voor leveranciers en/of hun afnemers;  
  • als de elektronische interface heeft het recht om de prijs vast te stellen waartegen de goederen worden verkocht, bijvoorbeeld door korting aan te bieden via een loyaliteitsprogramma, heeft controle over of oefent invloed uit op de prijsstelling.

Het platform is betrokken bij de bestelling of de levering als:

  • de elektronische interface voorziet in het technische hulpmiddel om de bestelling van de afnemer aan te nemen (meestal de winkelwagen / afrekening);  
  • de elektronische interface verstrekt de afnemer en de onderliggende leverancier de bevestiging en/of de gegevens van de bestelling;  
  • de elektronische interface berekent de onderliggende leverancier een vergoeding of commissie op basis van de waarde van de bestelling;  
  • de elektronische interface geeft goedkeuring om met de levering van de goederen te beginnen / geeft de onderliggende leverancier of een derde opdracht om de goederen te leveren;  
  • de elektronische interface verleent fulfilmentdiensten aan de onderliggende leverancier;  
  • de elektronische interface regelt de levering van de goederen;  
  • de elektronische interface verstrekt de afnemer gegevens met betrekking tot de levering. 

 

Vragen over e-commere of BTW?

Check zeker even onze checklist én onze “BTW-checker” service voor webshops als je meer info wil over de nieuwe BTW-regels in e-commerce.

We maken natuurlijk ook graag persoonlijk tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

02.02.2021 Bart Van den Brande

Eerste grote boete voor geoblocking gaat naar gaming platform Steam

De Europese Commissie heeft Valve, eigenaar van het online pc-gamingplatform “Steam”, en vijf verdelers van videogames een boete van € 7,8 miljoen opgelegd wegens het overtreden van de Europese geoblockingregels.  Valve en de betrokken verdelers beperkten de crossborder verkoop van bepaalde videogames op basis van de geografische locatie van consumenten en precies dat is verboden onder de geoblockingverordening.

 

Wat is geoblocking?

In het kader van haar Digital Single Market pakket geldt in de EU sinds 2019 de zogenaamde Geoblockingverordening.  Met die Geoblockingverordening wil de EU korte metten maken met elke discriminatie op basis van woon- of verblijfplaats online.  De praktijk wees immers uit dat heel vaak inwoners van een bepaald land niet konden meegenieten van bepaalde aanbiedingen online omdat zij op basis van hun locatie of IP-adres de toegang tot een bepaalde website ontzegd werden of omdat zij automatisch omgeleid werden naar een andere landversie. 

Het klassieke voorbeeld dat daarbij aangehaald wordt is de passagier die een vliegtuigticket wil boeken op een vlucht van bijvoorbeeld Berlijn naar Brussel.  Wie vanuit Duitsland naar de website van de betreffende airline surft, vindt daar een aanbod aan, opnieuw bijvoorbeeld, 59 euro.  Wie als passagier echter vanuit België datzelfde ticket probeert te boeken, wordt automatisch omgeleid naar een Belgische website, waar hetzelfde ticket aanzienlijk duurder is, of kan gewoon geen toegang krijgen tot de Duitse website.  Precies dat wil de EU voorkomen met de Geoblockingverordening. 

De verordening bevat een reeks regels die zowel het technisch beperken van toegang voor buitenlandse kopers tot een website als het praktisch bemoeilijken of onmogelijk maken van aankopen op een website door buitenlanders aan banden legt.

 

Wat is niet meer toegestaan sinds begin 2019?

  • De toegang tot websites technisch onmogelijk maken vanuit een ander land (pure geoblocking)
  • De toegang tot websites of tot de producten aangeboden op deze website “op enigerlei andere wijze” bemoeilijken of onmogelijk maken (dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een koper zijn adresgegevens niet kan invullen in het bestelformulier omdat het formaat van de invulvelden dit niet toelaat, met name bij de postcode blijkt dit geregeld problematisch te zijn omdat deze een gepreformateerd formaat vereist)
  • Het omleiden van websitebezoekers naar een lokale versie van de website zonder voorafgaande toestemming van de betrokkene
  • Het hanteren van prijsverschillen op basis van afkomst van de koper (tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat)
  • Het hanteren van andere verkoopsvoorwaarden in functie van de woon- of verblijfplaats van de koper (tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat)
  • Verkoopsweigering op basis van woon- of verblijfplaats (wat wel kan is de levering beperken tot bepaalde gebieden, maar de koper die bereid is de beperkte leveringsmogelijkheden te aanvaarden, moet steeds kunnen aankopen)
  • Het discrimineren van kopers op basis van de aangeboden betaalmiddelen (dit is in casu het systematisch weigeren van bvb kredietkaarten die uitgegeven zijn in een ander land)

 

Wat deed Valve verkeerd?

Commissaris Margrethe Vestager, verantwoordelijk voor het mededingingsbeleid, verwoorde een en ander als volgt: Meer dan 50% van alle Europeanen speelt videogames. De videogame-industrie in Europa bloeit en is nu meer dan € 17 miljard waard. De sancties van vandaag tegen de “geoblocking” -praktijken van Valve en vijf uitgevers van pc-videogames herinneren eraan dat volgens de EU-concurrentiewetgeving het bedrijven verboden is om grensoverschrijdende verkoop contractueel te beperken. Dergelijke praktijken ontnemen Europese consumenten de voordelen van de digitale eengemaakte markt van de EU en de mogelijkheid om op zoek te gaan naar het meest geschikte aanbod in de EU ”.

Steam is een van ’s werelds grootste platforms voor online games, waar gebruikers games kunnen streamen of downloaden. Ook games die buiten Steam aangekocht zijn (bvb in  fysieke winkels of via downloads van derde websites) van derden, ook in staat om videogames op Steam te activeren en te spelen.  Valve biedt verdelers van games daarbij een territoriumcontrolefunctie aan, die het mogelijk maakt om bij de activering van games bepaalde geografische beperkingen in te stellen. Precies die beperkingen hebben als gevolg de actieve geoblocking van games op basis van de geografische locatie van de gebruiker.  De reden hiervoor was vooral om het territorium van elk der betrokken verdelers onder elkaar te verdelen.  Als gevolg hiervan konden gebruikers buiten een aangewezen lidstaat bepaalde games niet activeren met Steam-activeringssleutels.

De Commissie oordeelde dat Valve hiermee de facto de markt opsplitst op een wijze die in strijd is met het Europees mededingingsrecht en meer bepaald dat Valve en de betrokken verdelers zich schuldig maakten aan de volgende geoblockingpraktijken:

  • Bilaterale overeenkomsten en / of onderling afgestemde praktijken tussen Valve en elk van de betrokken verdelers geïmplementeerd door middel van geografisch geblokkeerde Steam-activeringssleutels die de activering van bepaalde videogames van deze uitgevers buiten Tsjechië, Polen, Hongarije, Roemenië, Slowakije, Estland, Letland en Litouwen, als reactie op ongevraagde verzoeken van consumenten (de zogenaamde “passieve verkoop”). Deze duurden tussen één en vijf jaar en werden, afhankelijk van de gevallen, geïmplementeerd tussen september 2010 en oktober 2015.
  • Geoblockingpraktijken in de vorm van licentie- en distributieovereenkomsten die bilateraal werden gesloten tussen vier van de vijf betrokken verdelers (Bandai, Focus Home, Koch Media en ZeniMax) en enkele van hun respectieve distributeurs in de EU, die clausules bevatten die de grensoverschrijdende (passieve) verkoop van de betrokken games binnen de EU beperkten. Deze duurden doorgaans langer, dwz tussen drie en elf jaar, en werden tussen maart 2007 en november 2018 geïmplementeerd, afhankelijk van elke bilaterale relatie.

 

Waarop letten om je zelf niet schuldig te maken aan geoblocking?

Niet alleen Internationale verdelers van online games moeten opletten met geoblocking.  De regels zijn van toepassing op elke website en webshop in Europa.

Check daarom op tijd je website minstens op onderstaande punten:

  • Is je website vrij toegankelijk vanuit de ganse EU?
  • Als je een redirect hanteert, heeft de bezoeker dan de keuze om tóch op de gekozen landversie te blijven (en daar ook te bestellen aan de aldaar aangeboden prijs)?
  • Bevatten je verkoopsvoorwaarden geen ongelijke voorwaarden in functie van de woon- of verblijfplaats (prijs, garantie, geschillenregeling, bedenktermijn, …)
  • Ben je zeker dat je payment solutions niet discrimineren in functie van de plaats van uitgifte van betaalkaarten en/of de woon- of verblijfplaats van de koper?
  • Ben je zeker dat je bestelformulieren locatieneutraal zijn opgesteld en met name in de adresvelden de lokale samenstelling van adresgegevens mogelijk laten?

 

Vragen over geoblocking of e-commerce?

Ons team maakt graag tijd.  Boek gerust rechtstreeks een kennismaking in de agenda van Bart of neem contact via mail op bart@siriuslegal.be of per telefoon op  +32 492 249 516

22.01.2021 Bart Van den Brande

E-commerce na de Brexit, kan jij nog volgen?

De definitieve Brexit is nog maar net een feit, maar de online sector begint zelfs na amper twee weken al de impact te voelen, in die mate zelfs dat heel wat Europese online retailers beslist hebben om voorlopig geen pakjes meer te bezorgen naar het VK vanwege de hoge kosten en ingewikkelde belastingregels.  Reden hiervoor zijn de nieuwe fiscale en administratieve verplichtingen voor wie exporteert naar het VK.  We zetten even op een rijtje waar Belgische en Nederlandse webshops rekening mee moeten houden als ze willen verkopen aan Britse klanten vanaf 1 januari 2021.

 

Impact van Brexit op e-commerce 

Het Verenigd Koninkrijk is Europa’s grootste markt voor e-commerce. 93% van de Britten winkelt online en ze geven gemiddeld €900 per persoon, per jaar uit.

Britse consumenten bestellen ook vaak en veel in het buitenland. 52% van de Britse buitenlandse e-commerce bestellingen gebeuren in de VS en China. Europa loopt niet ver achter. Duitsland hapt op zijn eentje overigens 9% van de Britse aankopen in de EU weg.  Groot-Brittannië is de tweede meest populaire e-commerce ‘bestemming’ voor Europa, maar onderzoek voorafgaand aan de Brexit toonde aan dat tot 70% van de Britse shoppers zou kunnen stoppen met crossborder bestellen in de EU na de Brexit.

Dit is het gevolg van veel strengere en complexere invoerregelingen en BTW-regels, met alle daaraan verbonden kosten voor verkopers en consumenten.

 

Brits BTW nummer verplicht bij B2C verkopen

Nu het Verenigd Koninkrijk geen deel meer uitmaakt van de Europese interne markt, gelden er nieuwe BTW-regels, administratieve procedures en douaneformaliteiten. 

Europese webshops die in het VK willen verkopen moeten in de eerste plaats zorgen voor een BTW-registratie in het VK, net zoals Chinese of Amerikaanse invoerders dat ook al sinds jaar en dag moeten doen en dat wordt verstrekt door Her Majesty’s Revenue & Customs (HMRC), de Britse belastingdienst. Zij zullen onderworpen zijn aan het Britse BTW-regime en in het VK hun aangiftes en betalingen moeten verzorgen.  Wie verkoopt naar het VK is in België geen BTW verschuldigd, maar zal dus in het VK wel aangifte moeten doen en BTW moeten betalen. 

Verzend je pakjes met een intrinsieke waarde van méér dan 135 Britse Ponden?  Dan is je klant invoer-BTW verschuldigd.  De postbode zal dan bij levering vragen om betaling van de verschuldigde BTW, wat Britse klanten voor onaangename verrassingen dreigt te stellen.  Als je dat wil voorkomen, dan kan je zelf beroep doen op een douane-expediteur om de invoeraangifte voor jouw rekening te nemen (maar dan moet je natuurlijk rekening houden met de BTW in je prijsvermelding online).  Als je al een Brits BTW-nummer hebt, kan je de invoer-BTW in je Britse BTW-aangifte weer in aftrek brengen. In sommige gevallen kan je ook gebruik maken van de regeling om de verschuldigde invoer-BTW niet te betalen aan de douane, maar aan te geven in de Britse BTW-aangifte, wat qua administratie en cashflow de dingen vereenvoudigt.

Wie diensten levert aan particulieren in het VK (B2C), rekent in principe meestal zijn eigen BTW aan.  Dat verandert niet.  Voor sommige diensten echter, zoals raadgevende of financiële diensten, opgesomd in artikel 21bis, §2, 10° WBTW, geldt echter de plaats van de afnemer, als die gevestigd is buiten de Gemeenschap. Wie in de toekomst dergelijke diensten verricht voor een Britse particulier, moet dus geen Belgische BTW meer aanrekenen.

 

En wat bij B2B?

Wie B2B goederen verkoopt, kan dat nog steeds zonder BTW doen, maar niet meer omdat het om een intracommunautaire handeling gaat (artikel 39bis WBTW), wel omdat het om een vrijgestelde uitvoer gaat.  Om dezelfde reden hoeft het BTW-nummer van de Britse ontvanger niet meer vermeld te worden op jouw factuur om vrijstelling te krijgen.  Nog steeds om dezelfde reden moet je je verkoop niet langer opnemen onder vak 46 van je BTW-aangifte, maar wel onder vak 47.  Voor B2B-diensten verandert er weinig, behalve de wijziging in je BTW-aangifte van van 46 naar vak 47.

 

Hogere verzendkosten en douanerechten

Niet enkel de BTW-veranderingen zijn vervelend voor Europese webshops, ook de extra formaliteiten die de import-exportverrichtingen en de grenscontroles met zich meebrengen zorgen voor frustratie en vooral ook voor hogere verzendkosten van en naar het VK. Koerierbedrijven als DHL, UPS en Federal Express hebben al aangekondigd extra kosten te gaan aanrekenen voor zendingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, omwille van de investeringen die ze hebben moeten doen om hun systemen aan te passen aan de Brexit. Het zou in sommige gevallen gaan om 4 à 5 euro extra per bestelling.

Bovendien zijn in de toekomst mogelijks invoerrechten verschuldigd bij verkoop van of naar het VK.  Groot-Brittannië geniet immers niet meer van de open grenzen, die het vrije verkeer van goederen en personen mogelijk maken, met als gevolg veel strengere douanevoorschriften voor pakketten die het VK en de EU binnenkomen en verlaten.  Dit valt mee voor goederen die in de EU gemaakt zijn en naar het VK verkocht worden, maar als het gaat om goederen die buiten de EU gemaakt zijn en naar het VK verkocht worden, zijn wel degelijk invoerrechten verschuldigd als de waarde van de bestelling hoger ligt dan 150 euro.  Ook in dat geval echter moet de verkoper zorgen voor een correcte douaneadministratie op basis van de juiste douaneformulieren.  Je zal met name een EURI-nummer moeten aanvragen, oorsprongsformulieren en factuur moeten toevoegen aan de verzending voor de douanecontrole, etc… 

 

Bedenktermijn en praktische gevolgen

Onder EU-recht heeft de consument recht op 14 dagen bedenktermijn, ook bij aankopen in andere lidstaten.  De Britse wetgeving voorziet echter in een minimum van 30 dagen.  Het is nog onduidelijk of deze retourtermijn na de Brexit ook zal gelden voor webshops die vanuit de EU verzenden naar het VK, maar het heeft er alle waarschijnlijkheid van dat dit inderdaad zo zal zijn.  Europese webshops moeten dus naast alle financiële gevolgen ook rekening houden met een verstoord retourbeleid bij verkopen naar het VK.

 

Evalueer je website

Belangrijk voor Europese webshops is om hier duidelijk rekening mee te houden op hun website.  Belangrijk is om zowel de BTW-verschillen als de administratieve kosten en de extra leverkosten transparant en correct te verwerken in je pricing of op zijn minst transparant en tijdig eventuele bijkomende kosten te vermelden op je website.

Europees consumentenrecht bij online verkoop (zoals dat is opgenomen in België in Boek VI van het Wetboek Economisch Recht) vereist immers dat je de prijs steeds inclusief BTW en alle kosten vermeld aan de consument.  Enkel (leverings-)kosten die vooraf niet ingeschat kunnen worden omdat ze afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de omvang van de bestelling mogen op een later ogenblik, in de check-out, toegevoegd worden.

Ook na de Brexit blijft het Europese consumentenrecht van toepassing op Europese webshops en dezelfde transparantieverplichtingen blijven dus bestaan in principe ook naar Britse klanten toe.

 

Niet meer leveren?

De extra kosten en administratieve verplichtingen zouden heel wat webshops ertoe kunnen aanzetten om eenvoudigweg niet meer te verkopen naar het VK.  Op die manier voorkomt een webshop potentiële onaangename (financiële) verrassingen.

Sinds enkele jaren is er binnen de EU weliswaar de zogenaamde geoblockingverordening van kracht.  Op basis van die verordening is het verboden voor Europese webshops om klanten te discrimineren op basis van hun woon- of verblijfplaats.  Die discriminatie kan onder andere volgen uit prijsdifferentiatie, maar ook uit verkoopweigering.  Weigeren om aan Britten te verkopen dreigt op het eerste zicht op die manier en inbreuk te vormen op deze geoblockingregels, maar de vaststelling is dat deze Geoblockingverordening niet meer van toepassing is op Britse klanten na de brexit, waardoor je als Europese webshop perfect kan beslissen om niet meer te verkopen aan het VK.

Vragen over e-commerce?

Ons team maakt graag tijd.  Boek gerust rechtstreeks een kennismaking in de agenda van Bart of neem contact via mail op bart@siriuslegal.be of per telefoon op  +32 492 249 516

Populair artikel analytics_cookies_position_paper_GBA
13.01.2021 Bart Van den Brande

Digitale sector unisono in overleg met de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA): Analytics cookies zonder voorafgaande opt-in zijn een noodzaak  

Sirius Legal overlegde samen met de quasi volledige digitale sector in België op 7 januari 2021 unisono met de Gegevensbeschermingsautoriteit over het gebruik van analytics cookies.  

ACC, BAM, Cube, Feweb, SafeShops.be, UBA en UMA legden vorige week collectief hun bezorgdheid voor aan de GBA over de wijze waarop vandaag in online omgevingen voorafgaande expliciete toestemming gevraagd moet worden voor het plaatsen van analytics cookies. De vakverenigingen, die samen het brede spectrum van de Belgische online wereld vertegenwoordigen, deden dat op basis van een uitgebreid onderbouwde position paper die tot stand kwam dankzij advocatenkantoor Sirius Legal.  

 

Bezorgdheid over expliciete toestemming analytics cookies

Grote bezorgdheid in de ganse sector is immers het feit dat de verplichting om middels een cookiebanner het akkoord van websitebezoekers te vragen zeer grote economische schade toebrengt aan de sector.  Heel wat surfers op internet, sommige statistieken spreken zelfs van meer dan 80%, klikken de vaak vervelend geachte cookie pop-ups immers gewoon weg of geven geen toestemming, waardoor webshops en online marketeers broodnodige data over het aantal bezoeken aan hun website of over de efficiëntie van hun website mislopen en de inhoud ervan dus niet kunnen verbeteren. Dit zorgt voor bijzonder veel frustratie omdat in de ons omringende landen het gebruik van zulke analytics cookies wél mogelijk is zonder voorafgaande toestemming van de websitebezoeker, wat een ernstig concurrentienadeel creëert voor Belgische online ondernemers.  

De ganse sector is bijzonder begaan met online privacy en verwelkomt de transparantie die verplichte cookie opt-ins met zich mee brengen als het gaat om gegevensverzameling voor marketingdoeleinden. Hij heeft echter op de grote urgentie aangedrongen bij de GBA, en zal dit in een volgende fase doen bij de bevoegde minister, om voor België een gelijkaardige uitzondering te voorzien als deze die in Frankrijk, Nederland en Duitsland al bestaat voor strikt analytische doeleinden. Performante websites, die aangepast zijn aan de vragen en verwachtingen van de consument zijn in de eerste plaats ook in het voordeel van precies die consument. Goede analytics data laten immers toe om betere diensten en producten, onder betere voorwaarden en met betere  prijzen aan te bieden aan precies die consument.  

 

Position paper en relevante artikels

Het volledige standpunt van de sector is uitgewerkt in een position paper. Deze paper geeft een zeer goede schets van de actuele problematiek en reflecteert het standpunt van de volledige digitale sector. 

We schreven bij Sirius Legal al eerder een aantal artikels over deze problematiek en zijn bijzonder verheugd dat onze position paper door heel de digitale sector zo enthousiast onderschreven wordt. Sirius Legal zal samen met BAM en de andere associaties de nodige stappen nemen om te komen tot een voorstel van tekst en onderhandelingen met het kabinet van de Minister Mathieu Michel. Wij houden je daarvan zeker op de hoogte!

 

Vragen over cookies of over deze position paper?

Contacteer ons gerust via bart@siriuslegal.be of boek hier rechtstreeks een overlegmoment in.

Populair artikel DSA_DMA
05.01.2021 Bart Van den Brande

De toekomstige Digital Services Act en Digital Markets Act in een notendop

Net voor de feestdagen, op 15 december, kondigde EC vice-voorzitster Margrethe Vestager de eerste ontwerpen aan van de Digital Services Act en de Digital Markets Act.  Het gaat om 2 nieuwe Europese verordeningen die samen het Digital Service Pakket vormen en die binnen afzienbare tijd voor meer en betere regulering moeten zorgen van vooral online platformen.

De Europese Commissie spreekt zelf van ‘een ambitieuze hervorming van de digitale ruimte, een uitgebreide reeks nieuwe regels voor alle digitale diensten, inclusief sociale media, onlinemarktplaatsen en andere onlineplatformen die in de EU actief zijn’.

Hoewel het gaat om twee ontwerpteksten, die nog door het Europees Parlement en de Europese Raad moeten raken, nemen we bij Sirius Legal toch al even de tijd om de hoofdlijnen op een rijtje te zetten.  De potentiële impact op de online wereld en met name op e-commerce en online marketing is immers niet gering.

 

Digital Service Pakket?

De Digital Services Act (DSA) en Digital Markets Act (DMA) omvatten een reeks nieuwe regels die, als onderdeel van de Europese digitale strategie, Shaping Europe’s Digital Future, moeten zorgen voor een veiligere digitale omgeving voor Europese burgers en voor meer concurrentiegelijkheid voor ondernemingen, wat moet zorgen voor meer innovatie, groei en concurrentievermogen, zowel op de Europese interne markt als wereldwijd.

De DSA legt nieuwe verplichtingen op aan online tussenpersonen zoals online marktplaatsen, social mediaplatformen, app stores en booking websites, terwijl de DMA nieuwe regels invoert voor grote online platformen, die door de Europese Commissie “gatekeepers” genoemd worden.  Het gaat om de grote internetspelers die zeer veel verkeer via hun platformen kanaliseren. Concreet willen beide (toekomstige) verordeningen zorgen voor meer transparantie in online reclame, minder namaak, betere privacybescherming en vooral ook meer controle voor de EU op de economische macht van enkele internetgiganten. 

De Europese Commissie is de eerste om vast te stellen dat online platformen de voorbije 10 of 15 jaar het leven van consumenten in de EU aanzienlijk hebben veranderd in positieve zin.  Online platformen zijn de voorbije jaren ook érg belangrijk geworden in de online wereld en zelfs in onze economie in het algemeen.  Jammer genoeg echter zijn er ook enkele pijnpunten verbonden aan het succes dat platformwebsites in het huidige online landschap hebben. Zo is de handel in namaakgoederen en illegale goederen en diensten een steeds terugkerend probleem.  De voorbije jaren hebben ook aangetoond dat online diensten ook steeds vaker misbruikt worden om op basis van slimme algoritmes desinformatie te verspreiden en bijvoorbeeld verkiezingsuitslagen te manipuleren.  Ook het feit dat een handjevol (Amerikaanse) bedrijven de facto een zeer groot deel van het internet controleren, baart de EU, al langer dan vandaag overigens, zorgen.  Het zijn die bedrijven die de EU aanduidt als “gatekeepers”, die de toegang tot online diensten op het internet sturen en controleren.  De persberichten van de Europese Commissie vermelden daarbij geen namen, maar men doelt hier vanzelfsprekend op Amazon, Google, Facebook, Apple, Microsoft en andere techreuzen. 

 

Digital Services Act

Het eerste onderdeel van het Digital Service Pakket, de Digital Services Act, richt zich vooral op online tussenpersonen en bouwt daarbij voort op de reeds bestaande Richtlijn Elektronische Handel.  Het ontwerp van verordening voorziet in een hele reeks nieuwe verplichtingen voor uitbaters van allerhande vormen van online platformen, zoals booking websites, marktplaatsen, appstores, cloud services, internetproviders, messaging services en social media platforms.

De verordening voorziet onder andere in: 

  • Nieuwe verplichtingen voor zeer grote platformen om op risico gebaseerde maatregelen te nemen om misbruik van hun systemen te voorkomen
  • Regels voor het verwijderen van illegale content, illegale diensten en namaakgoederen
  • Nieuwe regels die ervoor moeten zorgen dat verkopers van namaak of illegale content sneller opgespoord kunnen worden
  • Vergaande transparantieplichten voor gerichte (“targeted”) online marketing op basis van gebruikersprofielen en algoritmen

Online platformen moeten weten wie de eigenlijke verkoper op hun platform is (“know your customer”) en moeten dat ook duidelijk vermelden, iets wat vandaag vaak onduidelijk blijft tot op het moment dat een bestelling geleverd wordt.  De EU hoopt dat dit zal helpen bij het opsporen van malafide handelaren en online shoppers zal beschermen tegen illegale producten, zoals namaakproducten en gevaarlijke producten. Tegelijkertijd zullen burgers illegale inhoud en producten op een gemakkelijke manier moeten kunnen melden op een platform.  Platformen zullen daarbij verplicht zijn om illegale content of goederen te verwijderen.  Zeer grote online platformen krijgen nog strengere regels opgelegd en moeten een risicoanalyse ondergaan en indien nodig bijkomende maatregelen tegen namaak en illegale content nemen.

Platformen die meer dan 10% van de EU-bevolking of zo’n 45 miljoen gebruikers bereiken zullen rekening moeten houden met bijkomende verplichtingen omwille van hun omvang.   Zij worden onderworpen aan het toezicht van een nieuw op te richten Raad van Nationale Coördinatoren voor Digitale Diensten (“Digital Services Coordinators”).

Het ontwerp voorziet daarnaast regels die de verspreiding van politieke desinformatie, hoaxes en manipulatie van de publieke opinie (bijvoorbeeld tijdens pandemieën) moet bestrijden.  De regels gelden vooral voor zeer grote platformen, die een risicoanalyse zullen moeten voeren en maatregelen zullen moeten nemen voor bijkomende bescherming van grondrechten, openbare belangen, volksgezondheid en veiligheid.  Online content zal beter gemodereerd moeten worden en zal in bepaalde gevallen verwijderd moeten worden.  Belangrijk daarbij is toch ook dat de tekst veel aandacht heeft voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting tegen overheidsinmenging om te voorkomen dat content te snel, te vaak of te vergaand verwijderd wordt.

De Digital Services Act bevat vervolgens heel wat regels die de online marketingwereld zoals we die vandaag kennen fundamenteel dreigen te verstoren en die voor deze sector naast de nog recente GDPR en de al enkele jaren aangekondigde ePrivacy-Verordening behoorlijk wat impact zullen hebben.  Deze nieuwe regels verplichten online adverteerders om bezoekers op websites transparant te informeren over waarom ze bepaalde advertenties te zien krijgen (en op basis van welke criteria dat gebeurt) en wie de adverteerder is.  Websitebezoekers moeten ook duidelijk zien dat bepaalde inhoud gesponsord is. Zeer grote online platformen moeten bovendien “advertentierepositories” bijhouden, waaruit blijkt welke advertenties zij in bepaalde periodes getoond hebben en welke groepen daarbij getarget werden (zonder daarbij evenwel persoonsgegevens van individuele personen bij te houden).  Ook de Digital Markets Act bevat overigens bepalingen over online reclame, die we hieronder bespreken als we dieper ingaan op dit tweede ontwerp).

Elke lidstaat zal een Coördinator Digitale Diensten moeten aanstellen, een onafhankelijke autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de in hun lidstaat gevestigde dienstverleners. Deze nieuwe autoriteiten zullen sancties kunnen opleggen, waaronder vanzelfsprekend ook financiële boetes die de lidstaten zelf kunnen vaststellen in nationale wetgeving.  Ook hier bestaat een strenger regime voor de zeer grote platformen. Die vallen onder rechtstreeks toezicht van de Europese Commissie, die boetes kan opleggen tot maar liefst 6% van de wereldwijde omzet van een dienstverlener. Daarmee is het sanctiesysteem meteen nóg een pak strenger dan de monsterboetes die GDPR destijds introduceerde (tot 4% van de wereldwijde omzet). 

 

Digital Markets Act

Daar waar de Digital Services Act zich richt op alle online tussenpersonen en voor de zeer grote spelers bijkomende strenge verplichtingen voorziet, wil de Digital Markets Act vooral de impact van de internetgiganten, die in het ontwerp zelf als “gatekeepers” aangeduid worden, aanpakken. Een aantal bedrijven heeft intussen zo’n grote greep om het internet, op e-commerce en op online marketing, dat zij de facto (een belangrijk deel van) de toegang tot digitale diensten beheersen.  

The usual suspects voor de Europese Commissie zijn daar Amazon, Google, Apple, Facebook en Microsoft of elk ander bedrijf dat aan de criteria in het ontwerp voldoet of dat door de commissie zelf “na een marktonderzoek” eenzijdig als gatekeeper aangewezen wordt (!).  Die gatekeepers zijn platformen die een aanzienlijke impact hebben op de interne markt, die als een belangrijke toegangspoort fungeren voor professionele aanbieders om hun klanten te bereiken en stevig verankerd zijn in de digitale economie. Dit geeft hen in een aantal gevallen zeer veel (te veel?) economische macht ten aanzien van zowel de bedrijven die hun diensten willen gebruiken als ten aanzien van consumenten. Dit leidt bijvoorbeeld tot onder meer het oneerlijk gebruik van gegevens van bedrijven die op deze platformen actief zijn, of situaties waarin gebruikers vastzitten aan een bepaalde dienst en beperkte mogelijkheden hebben om over te schakelen naar een andere.  

Precies daaraan wil de Digital Markets Act verhelpen. De Digital Markets Act is bedoeld om te voorkomen dat gatekeepers oneerlijke voorwaarden opleggen aan bedrijven en consumenten en om de openheid van belangrijke digitale diensten te waarborgen. Voorbeelden van deze oneerlijke voorwaarden zijn bijvoorbeeld het onmogelijk maken om vooraf geïnstalleerde software of apps te verwijderen (iets wat zeer vaak gebeurt bij smartphones en tablets vandaag) of nalaten om ervoor te zorgen dat software van derden goed kan functioneren en samenwerken met hun eigen diensten.

 
Op wie is de Digital Markets Act nu specifiek van toepassing?

De Digital Markets Act is alleen van toepassing op grote bedrijven die volgens de in het voorstel uiteengezette objectieve criteria als “gatekeepers” worden aangemerkt. Dit zijn bedrijven die een bijzonder belangrijke rol spelen op de interne markt vanwege hun omvang en hun belang als toegangspoort voor professionele aanbieders om hun klanten te bereiken.

Deze bedrijven beheren ten minste één zogenaamde “kernplatformdienst” (zoals zoekmachines, sociale netwerkdiensten, bepaalde berichtendiensten, besturingssystemen en onlinetussenhandelsdiensten), en hebben een blijvend groot gebruikersbestand in meerdere landen in de EU.

Concreet zijn er drie belangrijke cumulatieve criteria die een bedrijf onder het toepassingsgebied van de Digital Markets Act brengen:

  • Een jaaromzet in de Europese Economische Ruimte (de EU + Noorwegen en Liechtenstein) van minstens 6,5 miljard euro in de afgelopen drie boekjaren of een gemiddelde marktkapitalisatie of gelijkwaardige reële marktwaarde in het afgelopen boekjaar van minstens 65 miljard euro en een kernplatformdienst die beschikbaar is in minstens drie lidstaten.
  • Controle over een belangrijke toegangspoort voor professionele aanbieders richting eindgebruikers: dit wordt verondersteld het geval te zijn als het bedrijf een kernplatformdienst exploiteert met meer dan 45 miljoen maandelijkse actieve eindgebruikers in de EU en jaarlijks meer dan 10.000 professionele aanbieders in de EU.
  • Een (verwachte) verankerde en duurzame positie: dit wordt verondersteld het geval te zijn als de onderneming in elk van de laatste drie boekjaren elk aan de andere twee criteria voldeed.

Als niet aan al deze drempels wordt voldaan, kan de Commissie in het kader van een marktonderzoek voor het aanwijzen van gatekeepers de specifieke situatie van een bepaald bedrijf evalueren en besluiten om het op basis van een kwalitatieve beoordeling toch als gatekeeper aan te merken. 

 
Wat zijn de gevolgen voor wie als gatekeeper beschouwd wordt?

De Digital Markets Act stelt een reeks verplichtingen vast die gatekeepers in hun dagelijkse activiteiten moeten implementeren om eerlijke en open digitale markten te garanderen.

Enkele voorbeelden van de “do’s” zijn de volgende:

  • Het openstellen van eigen diensten aan derden die ermee willen samenwerken
  • Bedrijven die op hun platform adverteren, toegang geven tot de prestatiemeetinstrumenten van de gatekeeper en de informatie die adverteerders en uitgevers nodig hebben om hun eigen onafhankelijke verificatie uit te voeren van hun advertenties die door de gatekeeper worden gehost
  • Professionele aanbieders toestaan om ​​hun producten of diensten ook aan te bieden of te promoten buiten het gatekeepersplatform (denk aan hotels die ook buiten booking platformen om hun kamers moeten kunnen aanbieden)

Enkele voorbeelden van de “don’ts” zijn:

  • Gebruikers verhinderen om vooraf geïnstalleerde software of apps te verwijderen;
  • Gegevens die zijn verkregen van hun professionele aanbieders niet gebruiken om te concurreren met deze professionele aanbieders
 
Wat gebeurt er als een gatekeeper de regels negeert?

Wie de regels niet volgt, kan boetes oplopen tot in dit geval liefst 10% van de wereldwijde omzet.  De inflatie aan boetebedragen in recente EU-verordeningen lijkt inmiddels niet meer bij te houden… Voor terugkerende overtreders kunnen deze sancties ook de verplichting inhouden om structurele maatregelen te nemen, die zich mogelijk kunnen uitstrekken tot de afstoting van bepaalde bedrijven, waar geen andere even effectieve alternatieve maatregel beschikbaar is om naleving te garanderen. 

 
Wie handhaaft de Digital Markets Act?

Gezien het grensoverschrijdende karakter van gatekeepers en de complementariteit van de Digital Markets Act met de Digital Service Act en andere interne marktregels en het mededingingsrecht in het bijzonder, blijft de handhaving in handen van de Commissie. De lidstaten kunnen de Commissie altijd verzoeken om een ​​marktonderzoek te openen om een ​​nieuwe gatekeeper aan te wijzen.

 

Next steps

Zowel de Digital Services Act als de Digital Markets Act zijn voorlopig eerste ontwerpteksten van de Europese Commissie.  De teksten zijn wel al het voorwerp geweest van uitgebreide publieke consultatierondes en de teksten ervan liggen in vrij grote mate vast.  Niettemin moet een en ander nog door het Europees Parlement en door de Europese Raad goedgekeurd worden en beide instellingen kunnen nog uitgebreide wijzigingen aanbrengen.  Het is dus nog even afwachten wat de finale teksten zullen opleveren, maar dat beide verordeningen er uiteindelijk zullen komen lijkt vast te staan. 

Wat de timing betreft, lijkt een behandeling binnen zowel het Parlement als de Raad niet eerder te verwachten dan 2023.  In afwachting volgen wij de meest recente ontwikkelingen vanzelfsprekend van dichtbij op.

 

Vragen over e-commerce, online marketing of internetrecht in het algemeen?

We maken graag tijd voor een online kennismaking of je kan ons vanzelfsprekend ook per mail of telefonisch bereiken op bart@siriuslegal.be of op +32 492 249 516. 

08.12.2020 Bart Van den Brande

Duidelijke richtsnoeren voor transparantie in zoekresultaten op platformen: de P2B verordening

De Europese Commissie publiceerde zopas, op 8 december, richtlijnen over transparantie in zoekresultaten bij de Platform-to-Business-verordening (P2B).  

Deze richtsnoeren zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat aanbieders van online platformen als Amazon en Bol.com en aanbieders van online zoekmachines voldoen aan de vereisten van artikel 5 van de P2B-verordening ter bevordering van eerlijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van online platformwebsites. 

Ook voor Belgische online verkopers en voor onze partners bij SafeShops.be en Ecommerce Europe is dit vanzelfsprekend van belang.  

 

P2B-verordening? Eerlijk en transparant handelen op platformen

Platformen zijn niet meer weg te denken uit e-commerce vandaag. Heel wat webshops verkopen inmiddels niet meer alleen via hun eigen webshop, maar ook via een online platform zoals Amazon, AliExpress, Bol.com of andere. Platformen bieden webshops grote voordelen, zoals een groter bereik, meer omzet en allerlei extra services zoals online marketing, payment afhandeling, etc…. 

Sommige platformen hebben echter de voorbije jaren heel wat commerciële macht opgebouwd en voor kleinere webshopuitbaters zijn er jammer genoeg ook nadelen verbonden aan hun aanwezigheid op platformwebsites.  Er is bijvoorbeeld de provisie op verkoop en het feit dat retailers afhankelijk zijn van de strategie van het platform inzake marketing en inzake bijvoorbeeld het tonen van zoekresultaten binnen het platform. 

Om de afhankelijkheid van webshops ten opzichte van grote internationale platforms te garanderen, heeft de Europese Commissie de Platform-to-Business Verordening (P2B Verordening) ingevoerd. Deze Europese Verordening moet ervoor zorgen dat platformen eerlijker en transparanter zijn in hun relatie met de verkopers op hun platform.

De P2B Verordening geldt voor online platformen, maar bijvoorbeeld ook voor app-stores zoals Google Play en de Apple App Store of voor sociale media die producten aanbieden of kunnen aanbieden, zoals Facebook, Instagram of voor prijsvergelijkers zoals Beslist.be of Google Shopping.

 

Richtsnoeren voor transparantie

De P2B Verordening van de EU is van toepassing sinds 12 juli 2020. Sindsdien moeten online platformen en zoekmachines in hun algemene voorwaarden een beschrijving opnemen van de belangrijkste parameters die bepalen hoe prominent goederen en diensten op hun platform weergegeven worden. 

De Europese Commissie publiceerde zopas een set aanbevelingen (“Richtsnoeren”) voor transparantie op marktplaatsen.  De richtlijnen leggen uit hoe online platformen onder de P2B Verordening inzage moeten geven in de werking van de algoritmes die de rangschikking bepalen waarin shops verschijnen bij een interne search naar een bepaald product op het platform. De bedoeling is om verkopers de juiste informatie te geven om zelf controle te kunnen nemen over de manier waarop ze hun online zichtbaarheid het beste kunnen optimaliseren.

De richtlijnen zijn niet juridisch bindend, maar ze zullen platformen en zoekmachines helpen bij het nakomen van hun verplichting om transparant te zijn over de werking van ranking op hun diensten. 

 

Andere verplichtingen onder de P2B Verordening

De P2B Verordening bevat overigens nog heel wat andere verplichtingen voor marktplaatsen en platforms. 

Een aantal van die regels gelden voor alle online platformen.  Het gaat voornamelijk over het verzekeren van transparantie in de gebruiksvoorwaarden die verkopers moeten aanvaarden als ze toetreden tot een platform.  Die Terms & Conditions moeten begrijpelijk, transparant en makkelijk vindbaar zijn. Ook moet het online platform in de algemene voorwaarden opnemen wanneer zij kan besluiten om de toegang aan een verkoper te ontzeggen. Een online platform moet daarnaast schriftelijk motiveren waarom zij de toegang tot het platform voor een verkoper eventueel (tijdelijk of blijvend) opschort en dat binnen 30 dagen.  Online platformen zijn ook verplicht om verkopers op de hoogte te stellen als de algemene voorwaarden worden aangepast. De verkoper moet een termijn van minimaal 15 dagen krijgen om de platformovereenkomst op te zeggen als hij of zij het niet eens is met de aanpassingen.

Voor ‘grote’ platformen gelden een aantal bijkomende specifieke regels.  Het gaat dan om regels die alleen gelden voor platformen waar 50 of meer personen werkzaam zijn en die een jaaromzet van meer dan € 10 miljoen behalen. Deze platformen moeten voor hun verkopers een intern klachtenafhandelingssysteem opzetten.  Verder moeten grote platformen twee of meer bemiddelaars aanwijzen voor het geval de klacht niet kan worden opgelost via het klachtenafhandelingssysteem of om een procedure voor de rechtbank te voorkomen. 

 

Meer weten over de P2B-Verordening of over e-commerce in het algemeen?

Neem gerust vrijblijvend contact op met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of boek meteen een vrijblijvende kennismaking via Google Meet in de agenda van Bart. 

19.11.2020 Valeska De Pauw

Black Friday: 4 aandachtspunten voor je reclamecampagnes

De Amerikaanse koopjesdag Black Friday is intussen ook in België erg populair geworden. Niet alleen op vrijdag 27 november, maar eigenlijk het hele weekend en de maandag die erop volgt (Cyber Monday) zullen heel wat Belgische winkels en webshops acties doen en kortingen geven aan hun klanten. Vele handelaars zien hun omzet stijgen tijdens deze koopjesmeerdaagse, aangezien het voor menig shopper het startschot is voor de kerstinkopen en een laatste kans om nog wat sinterklaascadeaus in te slaan. Bij al deze acties en promoties is het echter belangrijk dat je als handelaar de regels rond reclame blijft naleven. Hieronder vind je 4 aandachtspunten die je verder op weg helpen.

 

Prijsaanduiding in reclame

Je bent niet verplicht om een prijs te vermelden in je reclameboodschap. Doe je dat toch, dan moet je de prijs op een leesbare, zichtbare en ondubbelzinnige manier weergeven. Verder ben je verplicht om de totale prijs op te geven, inclusief de btw en alle andere kosten die de consument verplicht moet bijbetalen (denk maar aan verzendkosten, recupelbijdragen, …). Als de consument daarentegen niet verplicht is om verzendkosten te betalen en bijvoorbeeld kan kiezen om zijn aankoop gratis af te halen, dan hoef je het bedrag van de verzendkosten niet te vermelden.

Als je in je reclameboodschap melding wilt maken van prijsverminderingen, dan moet je rekening houden met een aantal bijkomende regels:

  • Zo moet de vermindering betrekking hebben op de prijs die je voorheen gedurende enige tijd toegepast hebt. Het is dus niet toegelaten om de prijs enkele dagen ervoor op te trekken. 
  • De consument moet een reëel voordeel genieten. Dit betekent dat je ook niet van een “prijsvermindering” of “korting” mag spreken, wanneer je de vermindering toepast op de adviesprijs zonder deze zelf te hebben toegepast. In dat geval zal je duidelijk moeten aangeven dat je jouw prijs vergelijkt met de adviesprijs (bv. 10% lager dan de adviesprijs) en het dus niet gaat om een korting. 
  • Tot slot mag je de termen “solden” en “opruiming” enkel gebruiken tijdens de wettelijke soldenperiodes, en dus niet in je reclameboodschappen voor het koopjesweekend van Black Friday. Al is deze regel wel in strijd met Europees recht. Je kan hier meer over lezen in dit artikel

 

Misleidende reclame 

Vereenvoudigd gesteld is reclame misleidend als het (1) de consument bedriegt of kan bedriegen en (2) de consument ertoe brengt of kan brengen een besluit te nemen over een aankoop die hij anders niet gedaan had. Het hoeft daarbij niet altijd te gaan over foutieve informatie. Ook juiste informatie of het weglaten van bepaalde informatie kan de consument misleiden. Bij de beoordeling moet je altijd rekening houden met de gemiddelde consument die behoort tot de doelgroep van je reclameboodschap.

Let ook op met overdrijvingen in reclame. Je mag je producten best omschrijven als ‘de mooiste’ of ‘de snelste’. Van zodra je de overdrijving echter als een objectieve boodschap verpakt, is de kans groot dat de gemiddelde consument de overdrijving niet meer herkent en dus bedrogen wordt.

 

Vergelijkende reclame

Als je je eigen producten of diensten wilt vergelijken met die van je concurrent, dan moet je enkele strikte voorwaarden naleven. Deze hebben we al uitvoerig besproken in een vorig blogartikel “Vergelijkende reclame: do’s en don’ts”, maar we vatten de acht cumulatieve voorwaarden graag nog even kort samen. 

Vergelijkende reclame: 

  1. mag niet misleidend zijn;
  2. moet betrekking hebben op gelijkaardige goederen of diensten;
  3. moet de relevante en controleerbare en objectieve kenmerken van de goederen en diensten, zoals bijvoorbeeld de prijs, vergelijken;
  4. mag niet leiden tot verwarring met goederen of diensten van een concurrent;
  5. mag zich niet kleinerend uitlaten over concurrenten of hun goederen of diensten;
  6. mag geen oneerlijk voordeel halen uit de bekendheid van een concurrent of de oorsprongsbenaming van concurrerende goederen;
  7. moet in elk geval, voor goederen met een benaming van oorsprong, betrekking hebben op goederen met dezelfde benaming;
  8. mag goederen of diensten niet voorstellen als een imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd handelsmerk of beschermde handelsnaam.

 

Direct marketing

E-mailmarketing wordt nog steeds beschouwd als een van de meest effectieve promotiekanalen voor verkoop. Niettemin moet je sinds de GDPR wetgeving erg voorzichtig omgaan met de persoonsgegevens van je klanten en prospecten en mag je hen niet zomaar reclamemails sturen. We zetten enkele aandachtspunten op een rijtje: 

  • Zorg ervoor dat je je kan beroepen op een geldige rechtsgrond. Bij direct marketing gaat het vooral over ofwel voorafgaande toestemming, ofwel het gerechtvaardigd belang van de marketeer. 
  • Als je reclamemails verstuurt aan bestaande klanten voor gelijkaardige producten of diensten als degene die zij eerder gekocht hebben, dan kan je je in principe beroepen op het gerechtvaardigd belang. 
  • Verstuur alleen reclamemails naar prospecten als je kan aantonen dat dit noodzakelijk is voor je bedrijf en je hetzelfde resultaat niet kan bereiken op een andere manier en de belangen van het prospect in evenwicht blijven met jouw belang. 
  • Als je je beroept op het gerechtvaardigd belang, dan moet je dit duidelijk beschrijven en documenteren in je verwerkingsregister en transparant meedelen in je privacy policy.
  • Voorzie in elke reclamemail een unsubscribemogelijkheid én de mogelijkheid om zich te verzetten tegen elk verder gebruik van de persoonsgegevens voor direct marketingdoeleinden.

 

Niet zeker of je reclamecampagne voldoet aan alle geldende regels?

Check eens onze Campaign Checker, we geven je to-the-point advies binnen de 24u en dit aan een vaste prijs.
Of contacteer gerust Valeska De Pauw (valeska@siriuslegal.be) of Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be). 

1 2 3 4