Blog Handelsrecht

 Bart Van den Brande

Dankzij deze strengere wettelijke betalingstermijnen geraak jij straks sneller betaald

Vanaf begin 2022 worden kleine ondernemers nog beter beschermd in hun onderhandelingen met grotere klanten door de invoering van nieuwe regels die veel te lange betalingstermijnen voor facturen onmogelijk maken. 

17.05.2020 Sophie Vercraeye

5 juridische voorzorgsmaatregelen bij de heropening van handelszaken na de Corona lockdown

De heropening van de Belgische winkels was een geschenk uit de hemel voor onze ondernemers en lokale handelaars. In onze thuisstad Mechelen wordt er creatief omgegaan met de voorzorgsmaatregelen. Zo lees je op de straten: “2800love is… wandelen en weer doorgaan”.  Door heel de stad vind je praktische signalisatie, er is een circulatieplan voor de drukke winkelstraten, kortom alles om de hygiëne- en afstandsmaatregelen te garanderen. Het nieuwe normaal is dan ook shopping met 1,5 meter afstand, wie had ooit gedacht dat dit een deel van onze shopping zou worden.  Bij de heropening van handelszaken na de Corona lockdown hebben wij toch wat juridische bedenkingen en aandachtspunten. Weinigen onder jullie zullen ervan wakker liggen, maar wij geven preventief 5 juridische voorzorgsmaatregelen mee, dat is tenslotte onze job.  

 

1. Massacommunicatie

We zien de laatste dagen heel wat mails passeren in de aard van  “we zijn terug open, kom eens bij ons langs”, “we geven speciale Coronakortingen van 10% zolang de crisis duurt” of “bij ons kan je veilig kopen, geen reden dus om weg te blijven”. We begrijpen uiteraard dat je als bedrijf je omzetverlies wil goedmaken en dat je plots massaal gaat mailen om snel zoveel mogelijk cliënteel te bereiken. Dit is echter niet zonder risico, want ook in deze Coronatijden is heel wat wetgeving van toepassing.

Denk daarbij vooral aan de GDPR en de anti-spam wetgeving. De anti-spamwetgeving zegt dat je énkel reclamemails mag sturen naar:

– mensen die daarvoor expliciete toestemming gegeven hebben
– mensen die geen expliciete toestemming hebben gegeven, maar reeds bestaande klanten zijn die eerder iets gekocht hebben van jou (maar dan enkel reclame voor gelijkaardige goederen of diensten);
– anonieme e-mailadressen zoals info@-adressen. 

Maar wat is dan de definitie van een reclamemail? Dit wordt heel breed geïnterpreteerd. Alles wat je doet, waarmee je eigenlijk probeert om het imago van je bedrijf te verbeteren, je diensten in de verf te zetten of alles wat rechtstreeks of onrechtstreeks dient om je bedrijf te promoten valt onder ‘reclame’. Mails zoals “bij ons kan je veilig kopen, geen reden dus om weg te blijven”, vallen hier dus ook onder. Het zijn niet enkel de klassieke reclameaanbiedingen, zoals folders, die onder deze wetgeving vallen.

Wat niet onder deze regelgeving valt, zijn de puur informatieve e-mails. Je zou kunnen zeggen dat mails met gewijzigde openingsuren, het feit dat je gesloten bent of wat het maximale aantal toegestane klanten zijn, eventueel puur informatief zijn. Zodra daar ook maar in de minste mate een commerciële boodschap aan gelinkt wordt, val je weer onder ‘reclame’. Bijgevolg zal je die mails enkel mogen sturen naar mensen die tot één van de drie categorieën behoren.

Wees trouwens ook heel voorzichtig met het kopen of huren van adressenlijsten. Onze vaststelling is dat heel veel aanbieders van e-mailadressen eigenlijk zelf niet GDPR-compliant zijn. Bovendien is het soms zeer onduidelijk of zij deze adressen wel rechtmatig verkregen hebben en dus mogen gebruiken of verkopen. 

 

2. Grote kortingen, oneerlijke marktpraktijken?

Wat betreft de supermarkten, hebben we de afgelopen weken gemerkt dat de prijzen van verschillende ketens zoals Delhaize, Colruyt en Carrefour dichter naar elkaar toe groeiden. De concurrentie verminderde wegens het tijdelijk verbod op kortingen.

Een tegenovergesteld effect stellen we vast bij andere winkels. Daar waar bijvoorbeeld grote bouwmarkten en tuincentra wél mochten openen vanaf 18 april 2020, was dit voor gespecialiseerde zaken nog niet het geval. Sinds deze week mogen ook echter gespecialiseerde zaken terug open. Hierbij stellen we opmerkelijke acties vast van doe-het-zelf-zaken (die reeds enkele weken open waren). Zo proberen ze nog snel klanten te lokken door knappe aanbiedingen te geven op producten van de gespecialiseerde winkels, zoals verf. 

Is dit wettelijk toegelaten? Is er hier sprake van oneerlijke concurrentie? Men lijkt namelijk misbruik te maken van deze unieke en ongelukkige situatie, waarbij de ene winkel langer gesloten moest blijven dan de andere. Op zich is er niets mis met deze eenmalige en tijdelijke korting, hoe pijnlijk het ook is voor de gespecialiseerde winkels. Dergelijke kortingen geven op producten, die buiten de soldenwetgeving vallen, zijn in principe toegelaten en zijn geen oneerlijke, misleidende of agressieve handelspraktijk. 

Wel kan dit strijdig zijn met de Belgische wetgeving indien de concurrent kortingen aanbiedt in die mate dat hij ‘verkoopt met verlies’. Er is sprake van verkoop met verlies indien de concurrent de producten verkoopt tegen een prijs die lager is dan de prijs waartegen een onderneming het goed heeft gekocht, na aftrek van eventueel toegekende en definitief verworven kortingen. Indien dit het geval is, kan je een stakingsvordering instellen bij de rechtbank.

 

3. Een leverancier die (nog) niet levert, wat met jouw stock?

Je winkel mag terug open, perfect! Maar wat indien jouw Italiaanse leverancier nog steeds niet werkzaam is, je zonder stock komt te zitten en je je volgens het contract niet tot een andere leverancier mag wenden? Hiervoor moet je allereerst nagaan of er sprake is van overmacht. Hiervoor verwijzen je graag door naar ons artikel “Het coronavirus en overmacht“. 

Indien jouw leverancier zich op overmacht kan beroepen, probeer dan eerst met de leverancier te bespreken of je toch niet, tijdelijk, beroep mag doen op een andere leverancier. Staat de leverancier het niet toe, dan moet je nagaan of het mogelijk is om je contract te ontbinden wegens overmacht. Soms is het namelijk contractueel bepaald dat je de overeenkomst kosteloos mag opzeggen indien de overmachtsituatie X aantal dagen aanhoudt. Is dergelijke bepaling evenmin opgenomen in jullie contract, zal je in principe de overmachtsituatie moeten uitzitten en afwachten. Hierbij moeten we wel vermelden dat de leverancier de overeenkomst wel nog steeds te goeder trouw moet uitvoeren. Indien hij jou dus onredelijk lang de toegang tot stock weigert, wetende dat hij zelf niet kan leveren en jij hiervan afhankelijk bent, kan dit rechtsmisbruik in hoofde van de leverancier uitmaken. In geval van rechtsmisbruik kan je door de rechter een schadevergoeding of de normale uitoefening van de overeenkomst laten opleggen. 

Is overmacht niet van toepassing, dan pleegt de leverancier in principe contractbreuk. Stuur hem in dat geval een aangetekende brief, met een laatste verzoek om toch nog aan zijn contractuele verplichtingen te voldoen. Indien dit nog steeds tot niets leidt, kan je de overeenkomst laten ontbinden en kan je op zoek naar een andere leverancier. Volgens het ENAC-principe kan je ondertussen jouw contractuele verplichtingen (zoals het verbod om je tot een andere leverancier te wenden) ook tijdelijk schorsen.

 

4. Aangepaste Soldenwetgeving

Je hebt ongetwijfeld al vernomen dat de zomersolden en de voorafgaande sperperiode een maand worden opgeschoven. In plaats van 1 juli tot 31 juli, zal de soldenperiode voor de kleding-, lederwaren- en schoenensector nu van 1 augustus tot 31 augustus plaatsvinden. Dit voorstel is er gekomen zodat de ondernemingen hun producten nog even aan de volledige prijs kunnen verkopen, alvorens ze deze met korting aanbieden en vooraleer ze moeten concurreren met de grote prijsverlagingen van grote ketens zoals bijvoorbeeld H&M. 

Er is echter een grote verdeeldheid binnen de Belgische groep ondernemers. Is dit namelijk wel de beste beslissing? Rekening houdend met de cashflow-problemen, willen sommige verkopers namelijk zo snel mogelijk inkomsten binnen krijgen, al moet het aan lagere prijzen. Wanneer je nu door de winkelstraten wandelt, zie je meteen dat veel handelszaken nu al kortingen hanteren.
Een andere bedenking bij het uitstel van de soldenperiode is dat men in het buitenland geen strikte solden regeling heeft. De Belgische kopers zullen in juli dus gewoon hun koopjes
online zoeken. Dit haalt het nut van de verschuiving van de soldenperiode voor een groot deel weg. 

Wat wij hier kort over willen zeggen is dat de Belgische wetgeving, nl. het algemeen verbod op verkoop met verlies (en dus ook de soldenwetgeving), eigenlijk ingaat tegen het Europees recht. België is hier in 2013 (en Spanje in 2017) al eens voor veroordeeld door het Hof van Justitie (zaak C-343/12). België heeft dan een kleine formele aanpassing gedaan, maar eigenlijk is deze nog steeds strijdig met het EU-recht (Lees hiervoor eens ons artikel “Verkoop met verlies mag in sommige gevallen). Het is nu enkel afwachten totdat het Hof van Justitie zich hier nog eens over moet buigen. Als het voor jouw onderneming dus bijna noodzakelijk zou zijn om in juli reeds kortingen aan te bieden, teneinde het hoofd boven water te houden, is dit een risico dat je kan nemen. Wat is het risico? Dat je zaak voor de rechtbank komt, maar in dat geval heb je ook een heel sterke zaak.

 

5. Ruilcontracten

Ruilovereenkomsten (of ‘barteragreements’) komen ook in deze periode ook steeds vaker voor. Bij dergelijke overeenkomsten wordt er niet meer betaald, maar worden diensten of goederen daarentegen geruild met elkaar. Doordat de cashflow bij vele ondernemingen sterk verminderd is, kan dit een goede oplossing zijn om toch nog projecten opgestart te krijgen en zo je bedrijf draaiende te houden. 

We merken dat deze ruilovereenkomsten in de praktijk vaak zeer vaag omschreven zijn en onofficieel gebeuren, wat later voor problemen kan zorgen.

 

Waarde, timing en deliverables: 

Allereerst is het zeer belangrijk om héél specifiek en op schriftelijke wijze te beschrijven wat er exact geruild wordt en wat de waarde hiervan is.
Bv.: Jij bent bijvoorbeeld een boekhouder en je sluit een ruilovereenkomst met iemand die veranda’s bouwt. Er wordt afgesproken dat hij voor jou een veranda bouwt en jij doet drie jaar zijn boekhouding. Dit is te vaag, de verandabouwer moet concreet het plan, het aantal uren en de kostprijs van het materiaal in kaart brengen. Jij, als boekhouder, moet op jouw beurt concreet vastleggen op welke diensten hij recht heeft en op hoeveel uur werk dit zou neerkomen. Zo vermijd je dat je achteraf bedrogen uitkomt en kent iedere partij haar rechten en plichten. Leg dit vast in een aangepast contract waar bijvoorbeeld ook jullie algemene voorwaarden op van toepassing zijn.

 

Facturatie:
Maak tenslotte ook een factuur op, dit voor belastingdoeleinden. Inkomsten uit ruilhandel zijn nl. belastbaar, je moet deze transacties dus melden. Daartegenover staat dat de kosten, die je als ondernemer maakt voor het geruilde werk, aftrekbaar zijn van je belastbaar inkomen.

 

Een gewaarschuwde winkel…

Zoals je merkt komen er naast de hygiëne- en afstandsmaatregelen heel wat andere aandachtspunten kijken bij de heropstart van ondernemingen. Aandachtspunten die je wel eens snel over het hoofd zou kunnen zien doordat de honger en nood naar omzet zo groot is. Het is dus niet alleen belangrijk om jouw rechten te kennen, maar ook jouw plichten. Veel ondernemingen gaan overigens momenteel door een financieel zware periode, waardoor kwaad bloed bijgevolg snel gezet wordt. We merkten dit de afgelopen dagen al op bij onze cliënten en het type vragen die ons nu dagelijks bereiken. Ga bijgevolg niet overhaast te werk, maar sta even stil bij een aantal basisprincipes die volgens ons toch de moeite waard zijn. 

 

Vragen over dit artikel?

Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen via sophie@siriuslegal.be of bart@siriuslegal.be

16.03.2020 Sophie Vercraeye

Het Coronavirus en overmacht

Het Coronavirus of Covid-19 virus verspreidt zich sneller dan ons lief is… Naast de evidente impact op de volksgezondheid, stellen we vast dat ook ondernemingen enorm veel moeilijkheden ondervinden. We horen tot op heden verhalen van uitgestelde leveringen, stopgezette werken, opgezegde contracten, bovendien worden ook veel events last-minute afgelast. De priemende vraag die bij deze situaties luidt: Wie betaalt er dan de reeds gemaakte kosten of een schadevergoeding? Welke gevolgen heeft het Coronavirus voor de niet-nakoming van contractuele verplichtingen?

We horen rondom ons maar al te vaak dat het Coronavirus “toch overduidelijk een geval van overmacht is” en dat een schadevergoeding hier niet aan de orde is. Is dit echt zo? Don’t shoot the messenger, maar het antwoord hierop is neen. Alleen als aan een aantal strenge voorwaarden voldaan is, zal een onderneming zich op overmacht kunnen beroepen en alles hangt daarbij, ook bij Corona, af van de concrete situatie.  We zetten nog eens alles op een rijtje.

 

Wat is overmacht? 

Volgens de Belgische wet is overmacht ‘een onoverkomelijk beletsel voor de nakoming van een verbintenis’. Het moet gaan om:

  1. een onvoorziene omstandigheid 
  2. die buiten de controle van de partij die moet uitvoeren ligt
  3. en die de nakoming van de verbintenis geheel onmogelijk maakt.

De rechtspraak en rechtsleer hebben verder vorm gegeven aan deze vage voorwaarden. De meningen lopen hier helaas enorm uiteen, met als gevolg dat de beoordeling door de rechtbank vaak erg subjectief is, hence de grijze zone. Wij vatten hieronder voor jou de meest gangbare en algemeen best aanvaarde standpunten samen. 

 

Voorwaarde 1: Een onvoorzienbare situatie 

Het uitgangspunt van deze voorwaarde is dat de situatie niet redelijkerwijze voorzienbaar was op het moment van het sluiten van de overeenkomst

In het kader van de huidige crisis stelt zich de vraag in welke mate bij het afsluiten van een contract een, twee of meer jaar geleden een wereldwijde virusuitbraak redelijkerwijze voorzienbaar was. Het lijkt ons veilig om te stellen dat niemand een virusaanval op deze schaal zag aankomen of kon zien aankomen, zeker niet in het anders toch veilige West-Europa.  Dat de huidige situatie dus een onvoorzienbare omstandigheid is, lijdt weinig twijfel. Dat zou overigens anders kunnen zijn in andere delen van de wereld. Wie handel drijft met Afrika weet immers dat ziekten en virussen daar vaker op de loer liggen, denk maar aan de Ebola-crisissen uit het verleden.   

Maar vanaf welk moment tijdens de voorbije weken werd de impact van deze crisis dan wel “voorzienbaar”?  Subjectiviteit troef, wat maakt dat het moment hiervan vastpinnen een enorm moeilijke oefening wordt. Ons lijkt het redelijk om uit te gaan van ‘voorzienbaarheid’ in de eerste week volgend op de krokusvakantie. Enerzijds begon op dat ogenblik het virus zich immers duidelijk in België te verspreiden. Anderzijds kon men de economische moeilijkheden die hierop zouden volgen reeds afleiden uit de situatie in China en Italië en uit de eerste voorspellingen.  Wie op dat ogenblik een overeenkomst afsloot die op korte termijn bijvoorbeeld reizen naar het buitenland zou vereisen, kon wellicht toch wel redelijkerwijze voorzien dat dat moeilijk ging worden…. 

 

Voorwaarde 2: Ontoerekenbaar

Dit impliceert dat het voorval niet te wijten mag zijn aan de fout of de schuld van degene die de prestatie of het product moet leveren.

Heel belangrijk hierbij is om steeds na te gaan wat de exacte oorzaak is voor het niet-nakomen van afspraken. Zo moet er bijvoorbeeld een onderscheid gemaakt worden tussen een overheidsmaatregel die verband houdt met het Coronavirus (vb. ‘er mag geen transport plaatsvinden van specifieke goederen via de lucht’) en het stilvallen van een fabriek vanwege ziekte van personeel (wat voorkomen/vermeden kan worden door extra personeel in te schakelen) of een preventieve sluiting. Het is de vraag of de directe oorzaak van het niet-nakomen van afspraken onder de definitie van overmacht valt of niet. 

Het loutere bestaan van het Coronavirus zal dus niet volstaan om overmacht in te roepen en de angst of onzekerheid over het virus is dat al evenmin.  Ook het feit dat vele mensen thuis werken of ziek worden volstaat wellicht niet als oorzaak. Alles hangt af van de context en de concrete omstandigheden. Wat wél zou kunnen is dat een onverwacht reisverbod of een plotse sluiting van alle horecazaken een overmachtsituatie uitmaakt.  Corona is dus zeker géén vrijgeleide om lopende overeenkomsten zomaar op te zeggen of zelfs maar tijdelijk op te schorten.

 

Voorwaarde 3: Absolute onmogelijkheid om de verbintenissen uit te voeren

Als gevolg van de onvoorzienbare situatie waar je zelf geen controle over hebt, moet er ook sprake zijn van een ‘onoverkomelijk beletsel’.

Meestal wordt gezegd dat de beoordeling redelijk en menselijk moet blijven, maar dat het wel steeds om een effectieve onmogelijkheid moet gaan.  Het is dus onvoldoende om vast te stellen dat het nakomen van je plicht veel meer inspanning zou vergen dan voorzien of veel duurder zou zijn.  Dat zijn typisch gevolgen die tot jouw ondernemersrisico behoren. Zolang je bijvoorbeeld zelf nog een alternatieve onderaannemer kan inschakelen, een andere leverancier kan vinden, extra personeel kan vrijmaken, etc… ongeacht de kost daarvan, is er géén onmogelijkheid die je toelaat om te zeggen dat er sprake is van overmacht.

Concreet moet je allereerst nagaan of het Coronavirus een tijdelijke of permanente belemmering oplevert voor jouw situatie. Meestal zal de overmacht slechts tijdelijk zijn, maar het kan best dat Corona een overeenkomst geheel nutteloos maakt door het uitstel (bv. bij het leveren van bloemen voor een trouwfeest). 

Vervolgens en samenhangend met het bovenstaande, moet er gekeken worden of er redelijke alternatieven beschikbaar zijn om alsnog de verplichtingen na te komen. Is er bijvoorbeeld een andere vorm van transport mogelijk? Dergelijke factoren maken het verschil bij de beoordeling of er sprake is van overmacht of niet.

Op basis van die twee criteria kan je inschatten of er al dan niet sprake is van een tijdelijke of blijvende onmogelijkheid.

Overeenkomst met een overmachtsclausule

Bovenstaande theorie blinkt niet uit in duidelijkheid. Daarom is het belangrijk om in contracten altijd een overmachtsclausule op te nemen. Daarin kan je immers zélf mee bepalen wat wel en geen overmacht uitmaakt en welke stappen gevolgd moeten worden als zo’n onvoorziene situatie zich ooit voordoet.
Is er een overeenkomst met een overmachtsclausule?  Controleer dan: 

  • Welke overmachtsgronden somt de clausule op: Het ‘Coronavirus’ zal er vanzelfsprekend niet letterlijk in staan, maar het kan zijn dat je “epidemie”, “pandemie” of “ziekte” hebt opgenomen in de lijst van overmachtsituaties. De kans is groot dat de rechtbank dit zal aanvaarden.
  • Welke bewoording gebruikt men: Moet de uitvoering fysiek of juridisch verhinderd zijn of volstaat een belemmering of vertraging? Dit valt samen met de wettelijke ‘onmogelijkheids’-voorwaarde. Met een clausule heb je hier echter de kans om de striktheid ervan te verduidelijken.
  • Welke voorwaarden of procedure moeten gevolgd worden?  Moet je eerst een ingebrekestelling sturen?  Binnen welke termijn en hoe? Mag je je bij een derde partij bevoorraden of niet?  Moet je nog een laatste kans geven om alsnog te leveren?  

 

Stel er is sprake van overmacht, wat zijn dan de gevolgen? 

Als je zelf verplichtingen hebt, maar je bent van mening dat je die omwille van overmacht niet kan nakomen, moet je de andere partij hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen, samen met het bewijs van de overmachtsituatie. Je overeenkomst vermeldt mogelijks de manier waarop deze kennisgeving dient te gebeuren, kijk dit dus zeker eens na. Verder zal je ook de schade die hieruit volgt zoveel mogelijk moeten beperken. Dit impliceert bijvoorbeeld het aanvaarden van een alternatieve leveringswijze of een uitstel van een afspraak/deadline. 

Als je geconfronteerd wordt met een tegenpartij die zich beroept op overmacht, reageer dan snel. Een laattijdige (of geen) reactie kan namelijk beschouwd worden als een aanvaarding van de overmacht. Controleer hierbij zeker of alle bovenstaande voorwaarden voldaan is. Het Coronavirus maakt in se geen overmachtsituatie uit, bijgevolg zal jouw tegenpartij concrete redenen moeten aanhalen én bewijzen.  

Wat zijn de concrete gevolgen van overmacht voor de contractuele verplichtingen en de reeds gemaakte kosten? Is er een overmachtsclausule, ga dan allereerst na of de clausule iets vermeldt over de implicaties van de overmacht. Indien er geen clausule is of deze vermeldt geen implicaties, dan val je terug op de algemene wettelijke regeling. Hier maakt men een onderscheid tussen de gevolgen van een tijdelijke en een definitieve overmachtsituatie.  

Is er sprake van een definitieve overmachtsituatie die het volledig onmogelijk maakt om de overeenkomst uit te voeren, dan zal de partij die zich op overmacht beroept, bevrijd zijn van haar verbintenissen. Ze zal niet langer gehouden zijn tot haar contractuele verplichtingen en zal evenmin aansprakelijk zijn voor haar “contractuele wanprestatie”. Bijgevolg is ze ook vrijgesteld van het betalen van een schadevergoeding. Let wel:  indien de overeenkomst nog gedeeltelijk uitgevoerd kan worden, blijft de uitvoering van dit gedeelte verplicht. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een gedeeltelijke levering.

Een tijdelijke overmachtsituatie zal slechts aanleiding geven tot de opschorting van de uitvoering van de verbintenissen gedurende de periode van overmacht. Verliest de overeenkomst hierdoor echter iedere betekenis, dan zal overmacht toch leiden tot een bevrijding van de verplichtingen. 

Indien jij of je leverancier zich op overmacht kan beroepen en er is contractueel niets overeengekomen over de verdeling van de reeds gemaakte kosten in geval van overmacht, dan is de kans groot dat de andere partij (de partij ten aanzien van wie overmacht wordt ingeroepen) de kosten zal moeten dragen. De door overmacht getroffen partij zal op grond van overmacht namelijk bevrijd zijn van enige aansprakelijkheid voor niet-uitvoering. 

 

Conclusie

Er zijn al sterke aanknopingspunten die het Covid-19 virus duwen in de richting van een aanvaarde overmachtsituatie. Zo heeft de China Council for the Promotion of International Trade het Coronavirus aangemerkt als overmacht voor Chinese contractspartijen en benoemt de Wereldgezondheidsorganisatie WHO de uitbraak van het coronavirus tot een pandemie (waarvan algemeen aanvaard is dat dit buiten de invloedssfeer van contractspartijen ligt).

Desondanks kan er geen algemeen oordeel over gegeven worden, alles hangt namelijk af van de concrete situatie. De beoordeling hiervan kan beïnvloed worden door factoren zoals:
– de aan- of afwezigheid van overmachtsclausules
– op welk moment de samenwerking is aangegaan
– in hoeverre de overheid maatregelen oplegt
– zijn er alternatieven beschikbaar
– … 

Wat moet je nu concreet doen? Ga allereerst na of je overeenkomst een overmachtsclausule, contractuele sancties of informatieverplichtingen bevat. Maak op basis hiervan, of bij afwezigheid hiervan op basis van de wet, een risicobeoordeling. De aanwezigheid van een overmachtsclausule impliceert namelijk geen automatische vrijstelling voor het naleven van jouw verplichtingen. Informeer vervolgens je tegenpartij en controleer ook zeker of je verzekerd bent om eventuele schade langs jouw kant te dekken. 

Had je geen overmachtsclausule opgenomen in jouw overeenkomst, laat dit dan een wake up call zijn om dit in nieuwe overeenkomsten steeds te incorporeren. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, toch?

 

Hulp nodig bij overmachtsituaties door Corona?

Twijfel je of je aan de voorwaarden voldoet of wens je hulp bij het opstellen van een overeenkomst om dergelijke problemen te vermijden in de toekomst, contacteer ons dan vrijblijvend via sophie@siriuslegal.be of bart@siriuslegal.be

10.10.2019 Bart Van den Brande

Kickstart je carrière als freelancer met deze tips

Starten als freelancer klinkt voor vele jonge ondernemers als een erg aantrekkelijk alternatief voor het statuut van werknemer. Sirius Legal helpt zij die de sprong wagen graag op weg met deze tips voor freelancers.

 

Tip 1: Denk na over het statuut waaronder je wil werken. 

Wanneer je hebt gekozen om de stap te zetten en freelancer te worden, zijn er een aantal keuzes waar je jezelf door moet worstelen, afhankelijk van wat je doel precies is. 

Werk je nog als werknemer en wil je daarnaast al even “proeven” van het bestaan als freelancer, kan je in sommige gevallen op een fiscaal interessante wijze “bijklussen” tot 6.125 EUR per jaar. De voorwaarden kan je vinden via volgende link. Wanneer je ervoor kiest om deeltijds te werken als freelancer, kan je dit uiteraard ook doen als zelfstandige in bijberoep. 

Indien je de stap naar het statuut van zelfstandige té groot vindt, kan je ook een beroep doen op een payrollkantoor zoals bv. Tentoo, Amplo, SMart,…. Je registreert je bij dit kantoor, zoekt zelf je klanten én dit kantoor betaalt jouw loon uit en regelt voor jou je sociale zekerheidszaken. Maar deze payroll-service kost uiteraard ook geld, dus laat je op voorhand zeer goed informeren over het kostenplaatje.

 

Tip 2: Zelfstandige natuurlijke-persoon of vennootschap?

Indien je toch voor het statuut van zelfstandige hebt gekozen, zal je je moeten registreren als zelfstandige en een BTW-nummer aanvragen. Je bent dan “zelfstandige-natuurlijke persoon”. Daarnaast en afhankelijk van je ambities en plannen kan je er ook voor kiezen om een vennootschap op te starten. Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe vennootschapswetgeving is het heel gemakkelijk om een bv (voorheen: bvba) op te starten. De voorwaarde van een inbreng van 18.500 EUR valt volledig weg en je hoeft enkel (op basis van een financieel plan) een toereikend aanvangsvermogen te voorzien. Indien je bijvoorbeeld start als freelancer in marketing, zal je vaak niet méér nodig hebben dan een laptop en internet en telefoon om te starten. Het resultaat is dat je het “toereikend aanvangsvermogen” dat je moet voorzien zéér beperkt zal zijn: met 1.000 EUR ben je al een heel eind op weg. Daarnaast geeft de keuze voor een vennootschap je vaak veel voordelen op vlak van aansprakelijkheid. Zéér interessant voor freelancers in bijvoorbeeld de IT-sector die vaak aan grote (en dure) projecten werken die een aanzienlijke aansprakelijkheid kunnen meebrengen indien er iets foutloopt.

Meer weten over de verschillende vennootschapsvormen? Check onze vorige blogpost over dit onderwerp. 

 

Tip 3: Algemene voorwaarden? Altijd een goed idee!

Vaak vragen cliënten ons of het wel zin heeft om zelf algemene voorwaarden op te stellen aangezien hen meestal bijzonder uitgebreide en onevenwichtige contracten opgedrongen worden. Ons antwoord is steeds: dat is zéker een goed idee (en niet enkel omdat we die zelf kunnen aanbieden). 

Wanneer jou een offerte wordt gevraagd en je stuurt je algemene voorwaarden mee met je offerte en de klant aanvaardt je offerte, dan gaat hij automatisch ook akkoord met je algemene voorwaarden. In je algemene voorwaarden neem je dan wel best op dat jouw voorwaarden steeds voorrang hebben op de voorwaarden van je klant. 

Zo hebt je de garantie, dat indien niets is geregeld of soms wanneer de zaken snel moeten gaan, je je eigen voorwaarden kan opleggen aan de klant inclusief betaalvoorwaarden. 

 

Tip 4: Laat je niet onder druk zetten!

We horen vaak van cliënten dan ze onder druk worden gezet of “geen andere optie hebben” dan het contract te ondertekenen dat hen wordt voorgeschoteld. In de praktijk blijkt dan, wanneer we hen toch kunnen overtuigen, dat de tegenpartij wél openstaat voor contractonderhandeling. Het getuigt bovendien ook van meer professionalisme indien je het aangeboden contract laat nalezen door een professional dan wanneer je blindelings contracten tekent die je misschien niet volledig begrijpt.

Bovendien helpt de nieuwe wet B2B-relaties (die nog moet in werking treden) jou als freelancer ook heel erg, in die zin dat een aantal clausules in contracten verboden worden zoals: de mogelijkheid voor de tegenpartij om de betaling van jouw factuur in te houden tot wanneer je opdrachtgever zelf betaald is, de mogelijkheid voor de opdrachtgever om eenzijdig een clausule van het contract te interpreteren,… 

Tot slot helpt de nieuwe wet rond betalingstermijnen (die nog moet in werking treden) jou ook als freelancer: de betalingstermijn mag in de toekomst immers in totaal niet méér dan 60 dagen bedragen. 

Laat je dus nooit onder druk zetten om akkoord te gaan met exotische en totaal onevenwichtige clausules en hou vast aan een betaaltermijn die voor jou realistisch is én in overeenstemming met de wet. 

 

Tip 5: Bouw je netwerk uit en werk samen

Een succesvol ondernemer/freelancer is er één met een uitgebreid netwerk. Dit netwerk is niet enkel handig wanneer je op zoek moet naar nieuwe klanten. Daarnaast kan je ook van gedachten wisselen met gelijkgestemden en zelfs in de toekomst misschien samenwerken met iemand waarvan je aanvankelijk dacht dat die persoon een concurrent was. 

 

Tot slot: REPEAT

We hopen natuurlijk dat je na enige tijd groeit in je freelance-bestaan en grotere projecten kan aantrekken en aannemen die je misschien niet alleen aankan en waarvoor je wil samenwerken. Of misschien wil je zelf je eerste werknemer aannemen? In dat geval is sowieso een goed idee om de vorige 4 stappen opnieuw te doorlopen beginnend met de vraag: is de structuur waarin ik werk aangepast aan mijn plannen? Indien je vaststelt dat dat niet in het geval is, laat je dan zeker adviseren door een professional. 

 

Vragen over het werken als freelancer? 

Contacteer ons gericht via info@siriuslegal.be of telefoon 02/721 13 00 en check zeker ons Legal Kickstarter pakket speciaal ontwikkeld voor freelancers.

23.09.2019 Bart Van den Brande

Klantenkaart aanmaken met eID? Opgelet!

De Gegevensbeschermingsautoriteit (voorheen Privacycommissie) legde recent een boete op van 10.000 EUR aan een handelaar die een klantenkaart wou aanmaken door het uitlezen van de eID. Ondanks het feit dat de klant voorstelde om schriftelijk zijn gegevens te geven, aanvaardde de handelaar dit niet en legde de klant klacht neer bij de Gegevensbeschermingsautoriteit. Deze gaf de klant gelijk en veroordeelde de handelaar tot een administratieve geldboete. 

 

 

Principes 

Op basis van het principe “minimale gegevensverwerking” mag de handelaar in principe enkel deze persoonsgegevens verzamelen die hij/zij werkelijk nodig heeft voor het doel van de verwerking (in dit geval dus: de aanmaak van een klantenkaart) en de opslagperiode beperken tot de duur die noodzakelijk is in functie van dit doel.  Nochtans betekent het uitlezen van een eID steevast het uploaden van persoonsgegevens waarvan je een deel vaak helemaal niet nodig hebt (zoals het rijksregisternummer). Dit is jammer genoeg inherent aan het systeem van de eID. 

Bijkomend probleem met de eID is dat het rijksregisternummer een persoonsgegeven is dat door de GBA aan strikte regels voor raadpleging en opslag is onderworpen. Het opvragen en opslaan ervan in een commerciële context is zodus niet te verantwoorden. 

Welke persoonsgegevens je wél mag opvragen bij de aanmaak van een klantenkaart hangt af van wat je precies met de klantenkaart wil doen. Om enkel een korting te geven aan je klanten telkens wanneer ze langskomen, heb je geen geboortedatum, telefoonnummer of adres van je klant nodig. Maar stel dat je aan je klantenkaart-klanten jaarlijks een kortingsbon opstuurt met de post, dan heb je het adres wel nodig en dan moet je dit ook voorzien in de privacy policy. Bijvoorbeeld: “Bij het aanmaken van een klantenkaart vragen wij uw adres op, zodat wij u jaarlijks de kortingsbon kunnen toezenden die u bijeen hebt gespaard. De rechtsgrond voor de verwerking is uw toestemming.”

Daarnaast moet het principe van vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming ook in herinnering worden gebracht. Een toestemming die niet vrij kan worden gegeven aangezien aan de klant geen enkele andere keuze werd gelaten dan het inlezen van zijn eID, is geen geldige toestemming. Het resultaat is dat je gegevens verwerkt zonder deze te baseren op één van de rechtsgronden in de GDPR, hetgeen een ernstige inbreuk uitmaakt.

 

Beslissing 

De GBA motiveerde de veroordeling tot boete van 10.000 EUR als volgt:

Het gebruik van elektronische identiteitskaarten als klantenkaart is een gangbare praktijk. Echter, de toegang tot veel persoonsgegevens is krachtens de AVG niet toegestaan als deze niet strikt noodzakelijk zijn voor het verlenen van een dienst en er geen geldige rechtsgrond voor bestaat. De Geschillenkamer beschouwt dit als een ernstige inbreuk en legt daarom een boete op.”

 

Wat moet je hiervan onthouden?

Bij de verwerking van persoonsgegevens, zoals de aanmaak van een klantenkaart moet je steeds de principes van de GDPR in het achterhoofd houden waaronder minimale gegevensverwerking (Heb ik de gegevens die ik vraag écht nodig?) en de vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de betrokken persoon. De toestemming is niet vrij gegeven wanneer je enkel de voordelen van de klantenkaart kan genieten door je eID te overhandigen en niet door bijvoorbeeld je gegevens zelf te noteren, hetgeen minder “intrusief” is. 

Bovendien moet je de verantwoording van het voldoen aan deze principes steeds opnemen in je privacy policy door aan te geven wat je precies met de gegevens zal doen, op basis van welke rechtsgrond, hoe lang je de gegevens zal bewaren,…

 

Vragen over GDPR in het algemeen of over de GDPR-implementatie binnen jouw bedrijf?
Contacteer Bart Van den Brande via
bart@siriuslegal.be of telefoon 02/721 13 00

22.08.2019 Bart Van den Brande

Betalingstermijn aan KMO's en freelancers aangescherpt

Sinds 2002 zijn al strengere regels van kracht voor de betalingstermijnen tussen ondernemingen. Indien partijen geen overeenkomst afsluiten, geldt een betalingstermijn van 30 kalenderdagen. In de praktijk blijkt echter dat veel KMO’s en freelancers zeer lange betalingstermijnen (tot wel 90 of 120 dagen) opgelegd krijgen onder meer door multinationals, waardoor hun eigen liquiditeit in het gevaar komt. De wetgever wil hieraan tegemoet komen door een wijziging aan de wet betalingsachterstand.

 

 

Achtergrond?

Twee derde van de ondernemingen in België (waaronder ook freelancers vallen) geeft te kennen betalingstermijnen te aanvaarden die langer zijn dan wat zij comfortabel achten. Vooral multinationals blijken hierop aan te dringen. 69% van de bedrijven geven aan deze langere termijnen ook te aanvaarden, ondanks het feit dat deze vaak voor hen liquiditeitsproblemen met zich meebrengen. 

De Europese wetgever had reeds voorzien dat lidstaten zelf kunnen voorzien in een aangescherpte regeling in hun nationale wetgeving teneinde de betalingstermijnen in een B2B-context te verbeteren. Nederland voorzag al in een dergelijke regeling en ook in Frankrijk werd recent een initiatief genomen om de bestaande betaaltermijnen aan te scherpen. 

 

Wat is de situatie vandaag?

Wanneer géén betalingstermijn is overeengekomen (bv. er is geen contract, geen algemene voorwaarden,…) moet elke vergoeding van een handelstransactie gebeuren binnen een termijn van 30 kalenderdagen. Maar partijen kunnen contractueel een langere termijn overeenkomen. 

Ten opzichte van overheden geldt in principe eveneens een betalingstermijn van 30 dagen. Het is daarnaast mogelijk om te voorzien in een (bijkomende) termijn van 30 dagen voorafgaand aan de betalingstermijn voor de inspectie van de goederen. Na deze 30 dagen verificatieperiode vangt dan de betalingstermijn van 30 dagen aan. Het is wel mogelijk om hier contractueel van af te wijken tenzij er sprake is van een situatie van onbillijkheid ten opzichte van de handelaar. 

 

Wat staat in de nieuwe wet?

Wie in de toekomst als niet-KMO contracteert met een KMO of freelancer moet de wettelijke betalingstermijn van 30 kalenderdagen respecteren. Deze datum kan eventueel verschoven worden indien en voor zover er een termijn van verificatie van (maximaal) 30 dagen werd overeengekomen. 

Maar, partijen kunnen evenwel geen uiterste dag van betaling overeenkomen van meer dan zestig dagen, indien de schuldeiser een KMO of freelancer is en de schuldenaar geen KMO is.

Indien dit beding tóch zou opgenomen worden in een contract of algemene voorwaarden dan is dit beding nietig. 

 

Op wie is de nieuwe wet van toepassing?

Jammer genoeg is de wet enkel van toepassing op KMO’s die contracteren met niet-KMO’s en niet op KMO’s die contracteren met overheden. 

Een KMO is omschreven als een onderneming die op het ogenblik van het sluiten van de handelstransactie niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt:

  • een jaargemiddelde van 50 werknemers;
  • een jaaromzet, exclusief de BTW, van EUR 9.000.000; en
  • een balanstotaal van EUR 4.500.000

Ook freelancers, zelfs wanneer zij ondernemen als “zelfstandige natuurlijke persoon” vallen onder deze definitie en kunnen hiervan gebruik maken (!)

 

Vanaf wanneer van kracht?

De wijziging aan de wet betalingsachterstand is aangenomen door de plenaire zitting van het parlement. Nu is het wachten op de publicatie in het Belgisch Staatsblad van deze nieuwe wet. Zes maanden na de publicatie zal de wet dan in werking treden en dit op alle overeenkomsten die vanaf de datum van inwerkingtreding zijn getreden. 

 

Wat met bestaande overeenkomsten?

We kunnen ons afvragen wat het lot is van KMO’s die op regelmatige basis met eenzelfde groot bedrijf zaken doen en waarbij de contractuele relaties tussen partijen enkel zijn geregeld door de algemene voorwaarden van de grote speler. Of het lot van de freelancer die een project uitvoert bij een grote klant en die zich akkoord heeft verklaard met de algemene voorwaarden van die speler. 

In dat geval is er inderdaad sprake van een “lopende overeenkomst” en zal de nieuwe wet hier dus niet op van toepassing zijn. 

Wanneer echter de algemene voorwaarden van de tegenpartij zouden aangepast worden in de toekomst, zou je kunnen verantwoorden dat vanaf dan een nieuwe overeenkomst tot stand komt. Indien dit plaatsvindt ná de inwerkingtreding van de nieuwe wet, dan zullen de nieuwe bepalingen van de wet betalingsachterstand tóch van toepassing  zijn op deze contractuele relaties, ook al werken jullie al een hele tijd samen. 

Als KMO zou je dit ook zelf ook kunnen uitlokken door wijzigingen voor te stellen aan de algemene voorwaarden van de grote speler, na de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Het loont in elk geval de moeite om je contractspartij hierover in te lichten vanaf het ogenblik van de inwerkingtreding. 

 

Vragen over betalingstermijnen of over je algemene voorwaarden?

Contacteer ons gerust via mail (info@siriuslegal.be) of telefoon 02/721 13 00

15.05.2019 Bart Van den Brande

Nieuwe Corporate Governance Code voorgesteld

Op 9 mei 2019 stelde de regering de nieuwe Belgische Corporate Governance Code 2020 voor.  Deze nieuwe versie van de Corporate Governance Code vervangt de voorgaande versies uit 2004 en 2009.

De nieuwe Code 2020 is van toepassing voor beursgenoteerde vennootschappen vanaf boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020. De vennootschap kan er echter voor kiezen om vrijwillig de Code toe te passen voor de verslagjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019.

 

Wat is de Corporate Governance Code?

De Corporate Governance Code is een gedragscode die opgelegd wordt aan beursgenoteerde bedrijven.  Ze is opgesteld door de Commissie Corporate Governance.

Die Commissie Corporate Governance is een orgaan dat in 2004 opgericht werd op initiatief van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en Euronext Brussels, met als voornaamste doel om een gedragscode voor de Belgische beursgenoteerde ondernemingen uit te werken.

Belgische genoteerde vennootschappen zijn verplicht om de Belgische Corporate Governance Code 2009 aan te duiden als de in het vennootschapsrecht voorziene referentiecode en dit naar aanleiding van de implementatie van de Europese Richtlijn 2006/46/EG tot de invoering van een corporate governance verklaring.

 

Wat staat er in de nieuwe Corporate Governance Code?

Sinds de vorige editie van de code zijn er tal van wijzigingen geweest in het Belgisch en Europees regelgevend kader dat van toepassing is op beursgenoteerde vennootschappen.  Zo houdt Code 2020 rekening met de nieuwe bepalingen betreffende de beursgenoteerde vennootschappen die worden ingevoerd door het Belgische Wetboek van vennootschappen en verenigingen dat op 1 januari 2020 in werking treedt. Een voorbeeld daarvan is de mogelijkheid om een duaal bestuursmodel in te voeren.

Daarnaast zijn er sinds 2009 bijkomende inzichten gegroeid op maatschappelijk en academisch vlak met betrekking tot het deugdelijk bestuur van beursgenoteerde vennootschappen. Een code dient mee te evolueren met de tijd om beter aan te sluiten bij de verwachtingen van diens primaire gebruikers en rekening te houden met de internationale praktijken die met name worden weerspiegeld in de recente wijzigingen van de corporate governance codes in verschillende landen.

De Corporate Governance Code is opgebouwd uit tien basisprincipes, die vervolgens meer gedetailleerd uitgewerkt worden in de code.  Die tien basisprincipes zijn de volgende:

  • De vennootschap maakt een expliciete keuze betreffende haar governance structuur en communiceert hier duidelijk over
  • De raad en het uitvoerend management blijven binnen hun respectieve bevoegdheden en interageren op constructieve wijze
  • De vennootschap heeft een doeltreffende en evenwichtig samengestelde raad
  • Gespecialiseerde comités staan de raad bij in de uitvoering van zijn verantwoordelijkheden
  • De vennootschap heeft een transparante procedure voor de benoeming van bestuurders
  • Alle bestuurders geven blijk van een onafhankelijke geest en handelen altijd in het vennootschapsbelang
  • De vennootschap vergoedt de bestuurders en de leden van het uitvoerend management op een billijke en verantwoorde wijze
  • De vennootschap draagt zorg voor een gelijke behandeling van alle aandeelhouders en eerbiedigt hun rechten
  • De vennootschap heeft een rigoureuze en transparante procedure voor de beoordeling van haar governance
  • De vennootschap brengt openbaar verslag uit over de naleving van de code

 

Waar vind je de nieuwe Corporate Governance Code?

De volledige tekst van de code kan je hier raadplegen.  Een handig overzicht van de wijzigingen vind je hier.

 

Vragen over het nieuwe vennootschapsrecht?

Neem vrijblijvend contact op met ons team voor een kennismakingsgesprek.  Mailen kan naar bart@siriuslegal.be of bel naar 02 721 13 00.

06.03.2019 Bart Van den Brande

Uber chauffeurs zijn géén werknemers en Uber is géén taxidienst

Wij berichtten reeds enkele weken geleden over de rechtzaak waarin Deliveroo in Nederland sinds geruime tijd verwikkeld is met een aantal van zijn koeriers over de vraag of zij al dan niet als werknemer beschouwd moeten worden, met alle sociaalrechtelijke voordelen die daaraan verbonden zijn voor de betrokken koeriers. 

Een en ander is tekenend voor de bijzonder verstorende impact die disruptieve marktmodellen hebben op onze bestaande economische en sociaalrechtelijke structuren, die veelal niet aangepast zijn aan de nieuwe economische realiteit die de 21ste eeuw met zich mee lijkt te brengen. 

In een gelijkaardig geschil oordeelde de Brusselse ondernemingsrechtbank recent ten aanzien van Uber dat Uber-chauffeurs in elk geval wél als zelfstandigen aangemerkt kunnen worden. In hetzelfde vonnis wordt in één trek door ook klaarheid gebracht over de vraag of Uber nu wel of niet de strenge taxiwetgeving moet naleven en bijvoorbeeld voor elk van haar chauffeurs voor een -dure- taxilicentie moet zorgen.

 

Uberpop en UberX

Het geschil waarin Uber in België verwikkeld raakte heeft weliswaar een iets andere oorzaak en achtergrond dan het geschil tussen Deliveroo en haar koeriers in Nederland.  Deliveroo besliste om puur sociaalrechtelijke redenen om haar koeriers in de toekomst als zelfstandigen te gaan beschouwen, waarop een aantal van de betrokken koeriers in opstand kwamen en eisten dat zij als werknemer beschouwd zouden worden, wat hen recht zou geven op betaalde vakantiedagen, pensioenrechten, vergoeding voor overuren, etc…

In het geval van Uber dient de beslissing om chauffeurs als zelfstandigen aan te merken gekaderd te worden binnen de al enkele jaren aan de gang zijnde taxioorlog in Brussel, waarbij officiële taxichauffeurs zich met hand en tand blijven verweren tegen de onvermijdelijke veranderingen die platforms als Uber met zich meebrengen.

In 2015 had de Rechtbank van Koophandel in Brussel al besloten dat Uberpop in België onwettig opereerde en in een tweede beslissing uit 2018 werd hetzelfde geoordeeld voor wat betreft UberX.  De combinatie van beide beslissingen leidde volgens de meeste analisten tot het noodzakelijke besluit dat UberX en zijn chauffeurs onderworpen waren aan de strenge wettelijke verplichtingen voor taxidiensten (vergunning, keuring, verzekering), wat de kern van het ganse UberX bedrijfsmodel in moeilijkheden bracht omdat UberX chauffeurs nu precies niet over een officiële taxivergunning beschikken.

 

Uber blijkt nu alsnog géén taxi te zijn

In 2018 startten een aantal Brusselse taxibedrijven vervolgens een nieuwe procedure tegen Uber en enkele van haar chauffeurs.  Zij eisten een verbod om nog langer taxidiensten te leveren onder verbeurte van een dwangsom van 1.000 euro per overtreding.

Begin 2019 wees de Ondernemingsrechtbank (voorheen Rechtbank van Koophandel) deze eis af.  Volgens de Ondernemingsrechtbank  zijn UberX en haar chauffeurs niet onderworpen aan de taxiwetgeving. De rechtbank concludeerde dat de chauffeurs zich enkel moeten houden aan alle verplichtingen met betrekking tot het huren van een auto met chauffeur, wat een duidelijk en minder omslachtig wettelijk kader is dan dat van toepassing op taxidiensten.

 

Bijkomend aspect: geen schijnzelfstandigheid of werknemersstatuut voor Uber chauffeurs dus…

In de marge van bovenstaand geschil, eisten de taximaatschappijen ook dat de rechtbank zou bevestigen dat de Uber chauffeurs in werkelijkheid werknemers van Uber zijn, en geen zelfstandige dienstverleners.   De taximaatschappijen hoopten op deze wijze ongetwijfeld een grote bijkomende financiële last in de vorm van sociale zekerheidsbijdragen op Uber te plaatsen die zou weerspiegeld worden in de prijzen voor haar diensten (wat het prijsverschil met klassieke taxi’s zou verkleinen en dus de concurrentiepositie van deze taxi’s zou versterken).

De rechtbank wees deze stelling echter af met de vaststelling dat er geen band van gezag bestaat tussen Uber en haar chauffeurs omdat de chauffeurs zelf kiezen waar en wanneer ze werken, hoe lang ze rijden, welke ritten ze aannemen of niet en dat de chauffeurs allemaal hun eigen auto hebben (of er althans een leasen of huren) en dat ze vrij zijn om naast hun werk voor Uber ook andere jobs uit te oefenen zoals het hen uitkomt.

Deze toch erg interessante beslissing, als ze wordt bevestigd in hoger beroep, zou Uber kunnen beschermen tegen aanspraken van zijn Belgische chauffeurs op werknemer- benefits zoals minimumloon en vakantiegeld of tegen aanspraken van de socialezekerheidsadministratie met betrekking tot de betaling van werkgevers- en werknemersbijdragen voor haar chauffeurs.

Ze kan ook een aanzienlijke impact hebben op andere gelijkaardige platformdienstenaanbieders, zoals koerierdiensten bijvoorbeeld.  In vele gevallen bevinden de medewerkers (of personeelsleden…) van dergelijke platforms zich immers in gelijkaardige omstandigheden als de Uber chauffeurs.  Het is dus met interesse afwachten of deze beslissing doorgetrokken kan worden naar andere disruptieve spelers, zoals het reeds eerder genoemde Deliveroo…

 

Vragen over disruptieve economie, service platforms of nieuwe technologie?

Ons team staat graag ter beschikking.  Neem gerust contact op met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of op +32 486 901 931

22.02.2019 Bart Van den Brande

Nieuwe EU-richtlijn voor een volledige online oprichting van uw vennootschap

Onze samenleving digitaliseert razendsnel.  Spullen kopen en diensten bestellen doen we online, onze muziek en tv zijn digitaal, zelfs onze paspoorten zijn gedigitaliseerd.  Maar de overheid blijft op een aantal vlakken jammer genoeg nog in gebreke.  Een klassiek pijnpunt is de administratieve rompslomp waarmee ondernemingen geconfronteerd worden in hun contacten met de overheid, bijvoorbeeld bij het oprichten van een vennootschap.

Precies daar wil de EU nu iets aan doen.  De Europese Raad kondigde zopas een ontwerprichtlijn aan die het gebruik van online oplossingen in het contact van een onderneming met de overheid moet vereenvoudigen en bevorderen. De ontwerprichtlijn wijzigt het Europese vennootschapsrecht om door digitalisering van een aantal processen meer efficiëntie, transparantie en rechtszekerheid te kunnen bieden aan bedrijven.  Een vennootschap oprichten zal zo in de toekomst zeer snel, zonder moeite en volledig online kunnen gebeuren.

Er zijn overigens ongeveer 24 miljoen bedrijven in de EU, waarvan 80% naamloze vennootschappen. 98% van de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid zijn kleine en middelgrote ondernemingen, die dus allen de voordelen van deze ontwerprichtlijn zullen ondervinden.

 

 

Nieuwe richtlijn

De Europese Raad heeft aangekondigd dat de ontwerprichtlijn het volgende bevat:

  • De nationale overheden moeten ervoor zorgen dat ondernemers volledig online een bedrijf (bvba, nv, …) kunnen oprichten (dit kan overigens al in een aantal lidstaten, waaronder Estland)
  • Informatie over de voorwaarden om een vennootschap op te richten moet online beschikbaar zijn in een of meerdere talen die de meerderheid van de EU burgers kan begrijpen
  • Regels voor vergoedingen voor online beschikbare formaliteiten moeten transparant zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast
  • Overheden mogen aan de online oprichting van vennootschappen geen kosten verbinden die hoger zijn dan de werkelijke kost die zij hebben voor de administratie
  • Ondernemingen zullen gegevens slechts één keer aan de overheid moeten overmaken en de overheid moet ervoor zorgen dat die gegevens correct bewaard en intern gedeeld worden
  • De ontwerprichtlijn voorziet overigens in waarborgen tegen fraude en misbruik bij onlineprocedures, met inbegrip van de controle van de identiteit en rechtspersoonlijkheid van een persoon die een bedrijf opzet, en de mogelijkheid om een ​​fysieke aanwezigheid in de betrokken lidstaat te eisen teneinde puur virtuele vennootschappen te vermijden.

 

Hoe loopt dit verder?

Het gaat op dit ogenblik nog maar om een ontwerprichtlijn.  Die moet het komende jaar nog definitief worden goedgekeurd door de Europese Raad en het Europees Parlement volgens de gangbare procedures. Ergens in de loop van 2020 mag de definitieve tekst verwacht worden, die dan wellicht in de loop van 2021 door de lidstaten moet omgezet worden in nationaal recht.

 

Vragen over digitaliseringsprocessen of vragen over het starten van een onderneming of het oprichten van een vennootschap?

Ons team staat ter beschikking voor een vrijblijvende kennismaking.  Neem gerust contact op via +32 486 901 931 of bart@siriuslegal.be

1 2