Blog Platformen

Populair artikel DSA_DMA
05.01.2021 Bart Van den Brande

De toekomstige Digital Services Act en Digital Markets Act in een notendop

Net voor de feestdagen, op 15 december, kondigde EC vice-voorzitster Margrethe Vestager de eerste ontwerpen aan van de Digital Services Act en de Digital Markets Act.  Het gaat om 2 nieuwe Europese verordeningen die samen het Digital Service Pakket vormen en die binnen afzienbare tijd voor meer en betere regulering moeten zorgen van vooral online platformen.

De Europese Commissie spreekt zelf van ‘een ambitieuze hervorming van de digitale ruimte, een uitgebreide reeks nieuwe regels voor alle digitale diensten, inclusief sociale media, onlinemarktplaatsen en andere onlineplatformen die in de EU actief zijn’.

Hoewel het gaat om twee ontwerpteksten, die nog door het Europees Parlement en de Europese Raad moeten raken, nemen we bij Sirius Legal toch al even de tijd om de hoofdlijnen op een rijtje te zetten.  De potentiële impact op de online wereld en met name op e-commerce en online marketing is immers niet gering.

 

Digital Service Pakket?

De Digital Services Act (DSA) en Digital Markets Act (DMA) omvatten een reeks nieuwe regels die, als onderdeel van de Europese digitale strategie, Shaping Europe’s Digital Future, moeten zorgen voor een veiligere digitale omgeving voor Europese burgers en voor meer concurrentiegelijkheid voor ondernemingen, wat moet zorgen voor meer innovatie, groei en concurrentievermogen, zowel op de Europese interne markt als wereldwijd.

De DSA legt nieuwe verplichtingen op aan online tussenpersonen zoals online marktplaatsen, social mediaplatformen, app stores en booking websites, terwijl de DMA nieuwe regels invoert voor grote online platformen, die door de Europese Commissie “gatekeepers” genoemd worden.  Het gaat om de grote internetspelers die zeer veel verkeer via hun platformen kanaliseren. Concreet willen beide (toekomstige) verordeningen zorgen voor meer transparantie in online reclame, minder namaak, betere privacybescherming en vooral ook meer controle voor de EU op de economische macht van enkele internetgiganten. 

De Europese Commissie is de eerste om vast te stellen dat online platformen de voorbije 10 of 15 jaar het leven van consumenten in de EU aanzienlijk hebben veranderd in positieve zin.  Online platformen zijn de voorbije jaren ook érg belangrijk geworden in de online wereld en zelfs in onze economie in het algemeen.  Jammer genoeg echter zijn er ook enkele pijnpunten verbonden aan het succes dat platformwebsites in het huidige online landschap hebben. Zo is de handel in namaakgoederen en illegale goederen en diensten een steeds terugkerend probleem.  De voorbije jaren hebben ook aangetoond dat online diensten ook steeds vaker misbruikt worden om op basis van slimme algoritmes desinformatie te verspreiden en bijvoorbeeld verkiezingsuitslagen te manipuleren.  Ook het feit dat een handjevol (Amerikaanse) bedrijven de facto een zeer groot deel van het internet controleren, baart de EU, al langer dan vandaag overigens, zorgen.  Het zijn die bedrijven die de EU aanduidt als “gatekeepers”, die de toegang tot online diensten op het internet sturen en controleren.  De persberichten van de Europese Commissie vermelden daarbij geen namen, maar men doelt hier vanzelfsprekend op Amazon, Google, Facebook, Apple, Microsoft en andere techreuzen. 

 

Digital Services Act

Het eerste onderdeel van het Digital Service Pakket, de Digital Services Act, richt zich vooral op online tussenpersonen en bouwt daarbij voort op de reeds bestaande Richtlijn Elektronische Handel.  Het ontwerp van verordening voorziet in een hele reeks nieuwe verplichtingen voor uitbaters van allerhande vormen van online platformen, zoals booking websites, marktplaatsen, appstores, cloud services, internetproviders, messaging services en social media platforms.

De verordening voorziet onder andere in: 

  • Nieuwe verplichtingen voor zeer grote platformen om op risico gebaseerde maatregelen te nemen om misbruik van hun systemen te voorkomen
  • Regels voor het verwijderen van illegale content, illegale diensten en namaakgoederen
  • Nieuwe regels die ervoor moeten zorgen dat verkopers van namaak of illegale content sneller opgespoord kunnen worden
  • Vergaande transparantieplichten voor gerichte (“targeted”) online marketing op basis van gebruikersprofielen en algoritmen

Online platformen moeten weten wie de eigenlijke verkoper op hun platform is (“know your customer”) en moeten dat ook duidelijk vermelden, iets wat vandaag vaak onduidelijk blijft tot op het moment dat een bestelling geleverd wordt.  De EU hoopt dat dit zal helpen bij het opsporen van malafide handelaren en online shoppers zal beschermen tegen illegale producten, zoals namaakproducten en gevaarlijke producten. Tegelijkertijd zullen burgers illegale inhoud en producten op een gemakkelijke manier moeten kunnen melden op een platform.  Platformen zullen daarbij verplicht zijn om illegale content of goederen te verwijderen.  Zeer grote online platformen krijgen nog strengere regels opgelegd en moeten een risicoanalyse ondergaan en indien nodig bijkomende maatregelen tegen namaak en illegale content nemen.

Platformen die meer dan 10% van de EU-bevolking of zo’n 45 miljoen gebruikers bereiken zullen rekening moeten houden met bijkomende verplichtingen omwille van hun omvang.   Zij worden onderworpen aan het toezicht van een nieuw op te richten Raad van Nationale Coördinatoren voor Digitale Diensten (“Digital Services Coordinators”).

Het ontwerp voorziet daarnaast regels die de verspreiding van politieke desinformatie, hoaxes en manipulatie van de publieke opinie (bijvoorbeeld tijdens pandemieën) moet bestrijden.  De regels gelden vooral voor zeer grote platformen, die een risicoanalyse zullen moeten voeren en maatregelen zullen moeten nemen voor bijkomende bescherming van grondrechten, openbare belangen, volksgezondheid en veiligheid.  Online content zal beter gemodereerd moeten worden en zal in bepaalde gevallen verwijderd moeten worden.  Belangrijk daarbij is toch ook dat de tekst veel aandacht heeft voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting tegen overheidsinmenging om te voorkomen dat content te snel, te vaak of te vergaand verwijderd wordt.

De Digital Services Act bevat vervolgens heel wat regels die de online marketingwereld zoals we die vandaag kennen fundamenteel dreigen te verstoren en die voor deze sector naast de nog recente GDPR en de al enkele jaren aangekondigde ePrivacy-Verordening behoorlijk wat impact zullen hebben.  Deze nieuwe regels verplichten online adverteerders om bezoekers op websites transparant te informeren over waarom ze bepaalde advertenties te zien krijgen (en op basis van welke criteria dat gebeurt) en wie de adverteerder is.  Websitebezoekers moeten ook duidelijk zien dat bepaalde inhoud gesponsord is. Zeer grote online platformen moeten bovendien “advertentierepositories” bijhouden, waaruit blijkt welke advertenties zij in bepaalde periodes getoond hebben en welke groepen daarbij getarget werden (zonder daarbij evenwel persoonsgegevens van individuele personen bij te houden).  Ook de Digital Markets Act bevat overigens bepalingen over online reclame, die we hieronder bespreken als we dieper ingaan op dit tweede ontwerp).

Elke lidstaat zal een Coördinator Digitale Diensten moeten aanstellen, een onafhankelijke autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de in hun lidstaat gevestigde dienstverleners. Deze nieuwe autoriteiten zullen sancties kunnen opleggen, waaronder vanzelfsprekend ook financiële boetes die de lidstaten zelf kunnen vaststellen in nationale wetgeving.  Ook hier bestaat een strenger regime voor de zeer grote platformen. Die vallen onder rechtstreeks toezicht van de Europese Commissie, die boetes kan opleggen tot maar liefst 6% van de wereldwijde omzet van een dienstverlener. Daarmee is het sanctiesysteem meteen nóg een pak strenger dan de monsterboetes die GDPR destijds introduceerde (tot 4% van de wereldwijde omzet). 

 

Digital Markets Act

Daar waar de Digital Services Act zich richt op alle online tussenpersonen en voor de zeer grote spelers bijkomende strenge verplichtingen voorziet, wil de Digital Markets Act vooral de impact van de internetgiganten, die in het ontwerp zelf als “gatekeepers” aangeduid worden, aanpakken. Een aantal bedrijven heeft intussen zo’n grote greep om het internet, op e-commerce en op online marketing, dat zij de facto (een belangrijk deel van) de toegang tot digitale diensten beheersen.  

The usual suspects voor de Europese Commissie zijn daar Amazon, Google, Apple, Facebook en Microsoft of elk ander bedrijf dat aan de criteria in het ontwerp voldoet of dat door de commissie zelf “na een marktonderzoek” eenzijdig als gatekeeper aangewezen wordt (!).  Die gatekeepers zijn platformen die een aanzienlijke impact hebben op de interne markt, die als een belangrijke toegangspoort fungeren voor professionele aanbieders om hun klanten te bereiken en stevig verankerd zijn in de digitale economie. Dit geeft hen in een aantal gevallen zeer veel (te veel?) economische macht ten aanzien van zowel de bedrijven die hun diensten willen gebruiken als ten aanzien van consumenten. Dit leidt bijvoorbeeld tot onder meer het oneerlijk gebruik van gegevens van bedrijven die op deze platformen actief zijn, of situaties waarin gebruikers vastzitten aan een bepaalde dienst en beperkte mogelijkheden hebben om over te schakelen naar een andere.  

Precies daaraan wil de Digital Markets Act verhelpen. De Digital Markets Act is bedoeld om te voorkomen dat gatekeepers oneerlijke voorwaarden opleggen aan bedrijven en consumenten en om de openheid van belangrijke digitale diensten te waarborgen. Voorbeelden van deze oneerlijke voorwaarden zijn bijvoorbeeld het onmogelijk maken om vooraf geïnstalleerde software of apps te verwijderen (iets wat zeer vaak gebeurt bij smartphones en tablets vandaag) of nalaten om ervoor te zorgen dat software van derden goed kan functioneren en samenwerken met hun eigen diensten.

 
Op wie is de Digital Markets Act nu specifiek van toepassing?

De Digital Markets Act is alleen van toepassing op grote bedrijven die volgens de in het voorstel uiteengezette objectieve criteria als “gatekeepers” worden aangemerkt. Dit zijn bedrijven die een bijzonder belangrijke rol spelen op de interne markt vanwege hun omvang en hun belang als toegangspoort voor professionele aanbieders om hun klanten te bereiken.

Deze bedrijven beheren ten minste één zogenaamde “kernplatformdienst” (zoals zoekmachines, sociale netwerkdiensten, bepaalde berichtendiensten, besturingssystemen en onlinetussenhandelsdiensten), en hebben een blijvend groot gebruikersbestand in meerdere landen in de EU.

Concreet zijn er drie belangrijke cumulatieve criteria die een bedrijf onder het toepassingsgebied van de Digital Markets Act brengen:

  • Een jaaromzet in de Europese Economische Ruimte (de EU + Noorwegen en Liechtenstein) van minstens 6,5 miljard euro in de afgelopen drie boekjaren of een gemiddelde marktkapitalisatie of gelijkwaardige reële marktwaarde in het afgelopen boekjaar van minstens 65 miljard euro en een kernplatformdienst die beschikbaar is in minstens drie lidstaten.
  • Controle over een belangrijke toegangspoort voor professionele aanbieders richting eindgebruikers: dit wordt verondersteld het geval te zijn als het bedrijf een kernplatformdienst exploiteert met meer dan 45 miljoen maandelijkse actieve eindgebruikers in de EU en jaarlijks meer dan 10.000 professionele aanbieders in de EU.
  • Een (verwachte) verankerde en duurzame positie: dit wordt verondersteld het geval te zijn als de onderneming in elk van de laatste drie boekjaren elk aan de andere twee criteria voldeed.

Als niet aan al deze drempels wordt voldaan, kan de Commissie in het kader van een marktonderzoek voor het aanwijzen van gatekeepers de specifieke situatie van een bepaald bedrijf evalueren en besluiten om het op basis van een kwalitatieve beoordeling toch als gatekeeper aan te merken. 

 
Wat zijn de gevolgen voor wie als gatekeeper beschouwd wordt?

De Digital Markets Act stelt een reeks verplichtingen vast die gatekeepers in hun dagelijkse activiteiten moeten implementeren om eerlijke en open digitale markten te garanderen.

Enkele voorbeelden van de “do’s” zijn de volgende:

  • Het openstellen van eigen diensten aan derden die ermee willen samenwerken
  • Bedrijven die op hun platform adverteren, toegang geven tot de prestatiemeetinstrumenten van de gatekeeper en de informatie die adverteerders en uitgevers nodig hebben om hun eigen onafhankelijke verificatie uit te voeren van hun advertenties die door de gatekeeper worden gehost
  • Professionele aanbieders toestaan om ​​hun producten of diensten ook aan te bieden of te promoten buiten het gatekeepersplatform (denk aan hotels die ook buiten booking platformen om hun kamers moeten kunnen aanbieden)

Enkele voorbeelden van de “don’ts” zijn:

  • Gebruikers verhinderen om vooraf geïnstalleerde software of apps te verwijderen;
  • Gegevens die zijn verkregen van hun professionele aanbieders niet gebruiken om te concurreren met deze professionele aanbieders
 
Wat gebeurt er als een gatekeeper de regels negeert?

Wie de regels niet volgt, kan boetes oplopen tot in dit geval liefst 10% van de wereldwijde omzet.  De inflatie aan boetebedragen in recente EU-verordeningen lijkt inmiddels niet meer bij te houden… Voor terugkerende overtreders kunnen deze sancties ook de verplichting inhouden om structurele maatregelen te nemen, die zich mogelijk kunnen uitstrekken tot de afstoting van bepaalde bedrijven, waar geen andere even effectieve alternatieve maatregel beschikbaar is om naleving te garanderen. 

 
Wie handhaaft de Digital Markets Act?

Gezien het grensoverschrijdende karakter van gatekeepers en de complementariteit van de Digital Markets Act met de Digital Service Act en andere interne marktregels en het mededingingsrecht in het bijzonder, blijft de handhaving in handen van de Commissie. De lidstaten kunnen de Commissie altijd verzoeken om een ​​marktonderzoek te openen om een ​​nieuwe gatekeeper aan te wijzen.

 

Next steps

Zowel de Digital Services Act als de Digital Markets Act zijn voorlopig eerste ontwerpteksten van de Europese Commissie.  De teksten zijn wel al het voorwerp geweest van uitgebreide publieke consultatierondes en de teksten ervan liggen in vrij grote mate vast.  Niettemin moet een en ander nog door het Europees Parlement en door de Europese Raad goedgekeurd worden en beide instellingen kunnen nog uitgebreide wijzigingen aanbrengen.  Het is dus nog even afwachten wat de finale teksten zullen opleveren, maar dat beide verordeningen er uiteindelijk zullen komen lijkt vast te staan. 

Wat de timing betreft, lijkt een behandeling binnen zowel het Parlement als de Raad niet eerder te verwachten dan 2023.  In afwachting volgen wij de meest recente ontwikkelingen vanzelfsprekend van dichtbij op.

 

Vragen over e-commerce, online marketing of internetrecht in het algemeen?

We maken graag tijd voor een online kennismaking of je kan ons vanzelfsprekend ook per mail of telefonisch bereiken op bart@siriuslegal.be of op +32 492 249 516. 

08.12.2020 Bart Van den Brande

Duidelijke richtsnoeren voor transparantie in zoekresultaten op platformen: de P2B verordening

De Europese Commissie publiceerde zopas, op 8 december, richtlijnen over transparantie in zoekresultaten bij de Platform-to-Business-verordening (P2B).  

Deze richtsnoeren zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat aanbieders van online platformen als Amazon en Bol.com en aanbieders van online zoekmachines voldoen aan de vereisten van artikel 5 van de P2B-verordening ter bevordering van eerlijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van online platformwebsites. 

Ook voor Belgische online verkopers en voor onze partners bij SafeShops.be en Ecommerce Europe is dit vanzelfsprekend van belang.  

 

P2B-verordening? Eerlijk en transparant handelen op platformen

Platformen zijn niet meer weg te denken uit e-commerce vandaag. Heel wat webshops verkopen inmiddels niet meer alleen via hun eigen webshop, maar ook via een online platform zoals Amazon, AliExpress, Bol.com of andere. Platformen bieden webshops grote voordelen, zoals een groter bereik, meer omzet en allerlei extra services zoals online marketing, payment afhandeling, etc…. 

Sommige platformen hebben echter de voorbije jaren heel wat commerciële macht opgebouwd en voor kleinere webshopuitbaters zijn er jammer genoeg ook nadelen verbonden aan hun aanwezigheid op platformwebsites.  Er is bijvoorbeeld de provisie op verkoop en het feit dat retailers afhankelijk zijn van de strategie van het platform inzake marketing en inzake bijvoorbeeld het tonen van zoekresultaten binnen het platform. 

Om de afhankelijkheid van webshops ten opzichte van grote internationale platforms te garanderen, heeft de Europese Commissie de Platform-to-Business Verordening (P2B Verordening) ingevoerd. Deze Europese Verordening moet ervoor zorgen dat platformen eerlijker en transparanter zijn in hun relatie met de verkopers op hun platform.

De P2B Verordening geldt voor online platformen, maar bijvoorbeeld ook voor app-stores zoals Google Play en de Apple App Store of voor sociale media die producten aanbieden of kunnen aanbieden, zoals Facebook, Instagram of voor prijsvergelijkers zoals Beslist.be of Google Shopping.

 

Richtsnoeren voor transparantie

De P2B Verordening van de EU is van toepassing sinds 12 juli 2020. Sindsdien moeten online platformen en zoekmachines in hun algemene voorwaarden een beschrijving opnemen van de belangrijkste parameters die bepalen hoe prominent goederen en diensten op hun platform weergegeven worden. 

De Europese Commissie publiceerde zopas een set aanbevelingen (“Richtsnoeren”) voor transparantie op marktplaatsen.  De richtlijnen leggen uit hoe online platformen onder de P2B Verordening inzage moeten geven in de werking van de algoritmes die de rangschikking bepalen waarin shops verschijnen bij een interne search naar een bepaald product op het platform. De bedoeling is om verkopers de juiste informatie te geven om zelf controle te kunnen nemen over de manier waarop ze hun online zichtbaarheid het beste kunnen optimaliseren.

De richtlijnen zijn niet juridisch bindend, maar ze zullen platformen en zoekmachines helpen bij het nakomen van hun verplichting om transparant te zijn over de werking van ranking op hun diensten. 

 

Andere verplichtingen onder de P2B Verordening

De P2B Verordening bevat overigens nog heel wat andere verplichtingen voor marktplaatsen en platforms. 

Een aantal van die regels gelden voor alle online platformen.  Het gaat voornamelijk over het verzekeren van transparantie in de gebruiksvoorwaarden die verkopers moeten aanvaarden als ze toetreden tot een platform.  Die Terms & Conditions moeten begrijpelijk, transparant en makkelijk vindbaar zijn. Ook moet het online platform in de algemene voorwaarden opnemen wanneer zij kan besluiten om de toegang aan een verkoper te ontzeggen. Een online platform moet daarnaast schriftelijk motiveren waarom zij de toegang tot het platform voor een verkoper eventueel (tijdelijk of blijvend) opschort en dat binnen 30 dagen.  Online platformen zijn ook verplicht om verkopers op de hoogte te stellen als de algemene voorwaarden worden aangepast. De verkoper moet een termijn van minimaal 15 dagen krijgen om de platformovereenkomst op te zeggen als hij of zij het niet eens is met de aanpassingen.

Voor ‘grote’ platformen gelden een aantal bijkomende specifieke regels.  Het gaat dan om regels die alleen gelden voor platformen waar 50 of meer personen werkzaam zijn en die een jaaromzet van meer dan € 10 miljoen behalen. Deze platformen moeten voor hun verkopers een intern klachtenafhandelingssysteem opzetten.  Verder moeten grote platformen twee of meer bemiddelaars aanwijzen voor het geval de klacht niet kan worden opgelost via het klachtenafhandelingssysteem of om een procedure voor de rechtbank te voorkomen. 

 

Meer weten over de P2B-Verordening of over e-commerce in het algemeen?

Neem gerust vrijblijvend contact op met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of boek meteen een vrijblijvende kennismaking via Google Meet in de agenda van Bart. 

20.04.2020 Valeska De Pauw

Aansprakelijkheid van online marktplaatsen voor merkinbreuken: het Hof van Justitie verduidelijkt (niet)

Je las wellicht al over de namaakgeneesmiddelen ter bestrijding van COVID-19. Dit toont nog maar eens aan dat namaakgoederen nog lang de wereld niet uit zijn. Als merkhouder is het behoorlijk lastig om tegen deze praktijken op te treden, zeker nu online marktplaatsen zoals Amazon en eBay de verkoop ervan erg eenvoudig maken. Kunnen merkhouders zich dan niet richten tegen de online marktplaats zelf? 

Wel, het recente Coty t. Amazon-arrest van het Hof van Justitie leert ons dat het niet gemakkelijk is om online marktplaatsen rechtstreeks aansprakelijk te stellen voor dergelijke merkinbreuken. Alles zal afhangen van de feiten en de rol die de online marktplaats precies speelt. 

 

Coty t. Amazon: wat is er precies gebeurd?

Amazon, wereldwijd de grootste online marktplaats waarop derde verkopers hun waren kunnen aanbieden, geeft verkopers ook de mogelijkheid om het voorraadbeheer en de ganse fulfillment uit te besteden aan Amazon via het “Verzending door Amazon”-programma.  De voorraden van de verkoper worden dan opgeslagen in de logistieke centra van Amazon en van daaruit verzonden door externe dienstverleners.

In 2014 kocht een testkoper van de Duitse licentiehouder van het merk DAVIDOFF -Coty Germany- via Amazon.de een flesje parfum “Davidoff Hot Water EdT 60 ml” van een verkoopster die gebruik maakt van “Verzenden door Amazon”. Bij ontvangst van de bestelling bleek het, zoals vermoed, om namaak te gaan.  

Coty maande de verkoopster in kwestie aan om de verkoop van het namaakparfum onmiddellijk te staken en keerde zich ook tegen Amazon zelf. Volgens Coty is Amazon zelf schuldig aan namaak omdat het de nagemaakte voorraden beheert en verzendt en dus in bezit heeft. 

Zowel in eerste als in tweede aanleg kreeg Coty ongelijk, omdat volgens de rechters Amazon de namaakgoederen alleen voor rekening van de verkoopster opgeslagen had en het Davidoff-merk dus niet zelf gebruikt -lees nagemaakt- had. Coty stelde vervolgens cassatie in bij het Duitse Bundesgerichtshof, dat besliste om de vraag voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. Het Bundesgerichtshof wilde meer bepaald weten of een onderneming die voor rekening van een derde verkoper waren opslaat die een inbreuk maken op het merkrecht, zonder zich van deze inbreuk bewust te zijn, dit merk zelf gebruikt (en daardoor medeplichtig zou zijn aan de namaak).

 

Voorlopig geen rechtstreekse aansprakelijkheid voor Amazon…

Uit de Gemeenschapsmerkverordening en de meer recente Uniemerkverordening volgt dat je als merkhouder maar kan optreden tegen een derde als die derde een teken gebruikt dat gelijk is of overeenstemt met jouw merk.

De term “gebruik” veronderstelt van de online marktplaats (en bij uitbreiding iedere derde) een actieve gedraging en directe of indirecte controle over de handeling waarin het gebruik bestaat (zie Daimler en Mitsubishi). De online marktplaats moet het teken minstens gebruiken in het kader van zijn eigen commerciële communicatie en dus niet alleen in die van de verkoper (zie Google France en Google). Meer specifiek betekent dit voor online marktplaatsen dat zij het litigieuze teken zélf niet gebruiken wanneer het teken in verkoopaanbiedingen op hun platform getoond worden (zie L’Oréal). Evenmin zal een online marktplaats het teken zelf “gebruiken”, wanneer het slechts zorgt voor de technische voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van het teken en daarvoor vergoed wordt (zie Frisdranken Industrie Winters).

Het Hof geeft nu in de zaak Coty t. Amazon, volledig in lijn met bovenstaande, een invulling aan het meer specifieke gebruik dat bestaat in “het aanbieden van waren, het in de handel brengen ervan, het daartoe in voorraad hebben of het verrichten van diensten onder dit teken”. Uit deze bewoording leidt het Hof af dat het opslaan van waren – zoals Amazon doet – slechts als “gebruik” gekwalificeerd kan worden als de online marktplaats zelf het voornemen heeft om de waren aan te bieden of in de handel te brengen. Aangezien Amazon, gebaseerd op de feiten, zelf niet het voornemen had om de parfumflesjes te koop aan te bieden of in de handel te brengen, maakt Amazon dus geen gebruik van het Davidoff-teken en kan Coty Amazon niet rechtstreeks aansprakelijk stellen voor een merkinbreuk.

Is dit nu een grote overwinning voor alle online marktplaatsen en andere tussenpersonen? Niet echt. De uitspraak beperkt zich namelijk tot het feitenrelaas zoals vervat in de verwijzingsbeslissing. De beslissing van het Hof was dus mogelijks anders geweest indien uit de feiten bleek dat Amazon actiever betrokken was bij het in de handel brengen van de waren. Te denken valt aan het inpakken van de waren, het aanprijzen van de waren in de resultaten op haar zoekpagina, het beheer van retourzendingen, enz. De Advocaat-Generaal lijkt alvast de mening toegedaan dat een online marktplaats in dat geval wel zélf het voornemen heeft om de litigieuze waren aan te bieden of in de handel te brengen en dus rechtstreeks aansprakelijk is.

 

… maar indirecte aansprakelijkheid blijft mogelijk

Als merkhouder kom je gelukkig niet helemaal zonder munitie te zitten, want naast de merkenverordeningen blijft ook andere wetgeving van belang. Met name de E-Commerce Richtlijn en de Handhavingsrichtlijn maken het mogelijk om een tussenpersoon aansprakelijk te stellen wanneer die een andere marktdeelnemer in staat stelt om een merk op onrechtmatige wijze te gebruiken.

Als aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij kan een online marktplaats zich in bepaalde gevallen beroepen op de vrijstelling van aansprakelijkheid uit artikel 14, lid 1 van de E-Commerce Richtlijn. Wel is vereist dat de online marktplaats een louter passieve rol speelt en enkel zorgt voor het technische proces en de toegang tot het platform. Bovendien zal de uitzondering maar gelden als de online marktplaats (1) geen daadwerkelijke kennis heeft van de inbreuk én geen kennis heeft van feiten en omstandigheden waaruit de inbreuk duidelijk blijkt, of (2) prompt handelt om de litigieuze waren te verwijderen zodra ze wel kennis of besef krijgt van de inbreuk. Om te beoordelen of een online marktplaats kennis heeft of moet hebben, moet je je de vraag stellen of een zorgvuldige marktdeelnemer de inbreuk had moeten vaststellen of niet (zie L’Oréal). Als de online marktplaats dus wel kennis heeft of moet hebben, of de litigieuze waren niet prompt verwijdert nadat je hem hierover inlicht, dan kan je hem indirect aansprakelijk stellen voor de inbreuk. Dat doe je dan op grond van de toepasselijke wetgeving in de betrokken lidstaat. 

Speelt de online marktplaats daarentegen een actieve rol in het verkoopproces zodat hij kennis kan nemen van of controle kan uitoefenen op de door hem opgeslagen inhoud, dan kan hij geen aanspraak maken op de vrijstelling van aansprakelijkheid (zie L’Oréal). Als dus blijkt dat Amazon met het “Verzending door Amazon”-programma een actieve rol speelt bij het in handel brengen van de waren, dan zou Amazon geen beroep kunnen doen op de vrijstelling en kan ze wel rechtstreeks aansprakelijk gesteld worden.

Tot slot kan je als merkhouder op grond van artikel 11 van de Handhavingsrichtlijn verzoeken om een bevelschrift tegen tussenpersonen wier diensten door een derde gebruikt worden om inbreuk te plegen op je intellectuele eigendomsrechten. 

 

To be continued

Het Hof heeft zich voorlopig uitgesproken in het voordeel van online marktplaatsen, maar de draagwijdte van de uitspraak blijft beperkt. Het staat enkel vast dat je online marktplaatsen die louter waren stockeren voor rekening van een derde, zonder kennis van de inbreuk, niet rechtstreeks aansprakelijk kunt stellen. Ongetwijfeld volgen er in de toekomst nog uitspraken die de rechtstreekse aansprakelijkheid van meer actieve online marktplaatsen zullen behandelen. 

 

Vragen over namaak, merkenrecht of intellectuele eigendom?

Contacteer vrijblijvend Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be) of Valeska De Pauw (valeska@siriuslegal.be).

20.03.2019 Bart Van den Brande

App stores moeten transparanter persoonsgegevens verwerken

De app stores van Apple en Google zijn vaak niet transparant voor consumenten, dat zeggen consumentenbeschermingsautoriteiten van 26 landen wereldwijd in een collectieve verklaring, die door de Noorse consumentenoverheid online werd geplaatst (hoewel gedeeltelijk onleesbaar gemaakt om redenen van confidentialiteit).  Ze roepen Apple en Google op hun app store aan te passen zodat consumenten beter geïnformeerd worden over het gebruik van persoonsgegevens van de consument bij het downloaden en gebruiken van apps.

 

GDPR en databescherming

Binnen de EU, uitgebreid met Noorwegen, Andorra en Ijsland geldt sinds mei 2018 de GDPR.  Ook andere landen hebben de voorbije 24 maanden nieuwe wetgeving aangenomen die sterk gelijkt op de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of, zoals meer gangbaar onder de Engelse afkorting, GDPR).   Consumenten hebben op basis van die uitgebreide gegevensbeschermingswetgeving het recht te weten wat bedrijven achter een app die gedownload wordt uit de ene of de andere app store concreet doet met hun persoonsgegevens.

Vaak echter loopt het daar vandaag mis.  Er is in vele gevallen een totaal gebrek aan transparantie en heel wat apps zijn duidelijk niet “GDPR compliant” in die zin dat de identiteit van de aanbieder vaak niet transparant is, de aard van de verzamelde gegevens vaak niet transparant is, evenmin als het gebruik dat van die gegevens gemaakt zal worden.  Bovendien worden de regels voor het verkrijgen van toestemming niet correct nageleefd.  Dat is overigens ook de vaststelling die wij bij Sirius Legal al vaker dienden te maken in het kader van de vele appbouwers die ons consulteren.

De app stores van Apple en Google bieden die mogelijkheid nu niet. Dit moet zo snel mogelijk veranderen, vinden de verschillende consumentenbeschermers.

 

Grootscheepse controle uitgevoerd

Vorig jaar hebben de verschillende consumententoezichthouders die lid zijn van het internationale netwerk van ICPEN (International Consumer Protection and Enforcement Network), waar ook België lid van is, onderzoek gedaan naar de manier waarop consumenten in de verschillende app stores worden geïnformeerd over de persoonsgegevens die app-aanbieders over hen verzamelen en wat zij met deze gegevens doen. De vaststelling van ICPEN was dat de informatieverschaffing en transparantie aan de consument ruimschoots onvoldoende is.  Nochtans is transparantie onder GDPR en onder heel wat gelijkaardige wetgevingen precies één van de kernbegrippen waaraan bedrijven in alle omstandigheden moeten voldoen.  Het ICPEN onderzoek was de eerste gelegenheid waarbij zoveel consumententoezichthouders wereldwijd hun krachten bundelden.

Interessant om zien is overigens dat het initiatief uitgaat van consumentenbeschermingsautoriteiten en niet van de gegevensbeschermingsautoriteiten van de betrokken landen.  Een en ander onderstreept eens te meer de nauwe band tussen consumentenbescherming en gegevensbescherming.

 

Hoe bindend is dit voor Google en Apple?

De open brief van de 26 betrokken toezichthouders heeft op zich geen bindende juridische kracht voor app stores en app-aanbieders.  Het spreekt echter voor zich dat elk van de betrokken overheden individueel kan beslissen om sancties op te leggen als Apple en Google niet tegemoet komen aan de eisen van de verschillende toezichthouders.  To be continued, dus.

 

Vragen over GDPR, gegevensbescherming of consumentenbescherming in België of de rest van Europa?

Ons team staat voor je klaar.  Contacteer Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of op + 32 2 721 13 00

22.02.2019 Bart Van den Brande

Betere bescherming voor online verkopers op marktplaatsen en platformwebsites

We berichtten al enkele maanden geleden over de nieuwe wetgeving die de Europese Unie voorbereidde om te zorgen voor een betere bescherming van handelaren die producten online verkopen via marktplaatsen, hotels die boekingsplatforms gebruiken en app-ontwikkelaars.  

Over die nieuwe regels hebben de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad op 14 februari ll. nu een definitief akkoord bereikt in de vorm van een nieuwe Europese Verordening.  Deze nieuwe verordening zorgt ervoor dat de online handelsomgeving voorspelbaarder en transparanter wordt en biedt nieuwe mogelijkheden om geschillen en klachten op te lossen.

 

De macht van marktplaatsen, platforms en search engines

Volgens de Europese Commissie zijn er zo’n 7000 online platforms en marktplaatsen actief in de EU. Sommige daarvan zijn de voorbije jaren zo groot geworden dat ze een belangrijk deel van de e-commerce markt naar zich toe getrokken hebben.  Denk bijvoorbeeld maar aan eBay, Fnac, Amazon of Bol.com, maar evengoed aan de appstores van respectievelijk Apple, Google en Microsoft, social selling via Facebook, Instagram en anderen of aan boekingssites als Booking.com. Ook search engines die verkopers raten of rangschikken vallen onder de nieuwe verordening.

De EU voert al een hele tijd onderzoek naar de machtspositie die sommige van deze platforms opgebouwd hebben ten aanzien van de verkopers die op deze platforms actief zijn.  Voor heel wat online handelaars is aanwezigheid op de grote marktplaatsen immers een economische verplichting geworden, waardoor zij zich in een zwakke onderhandelingspositie bevinden ten aanzien van die platforms.  

Volgens Europese cijfers is maar liefst 42% van de Europese online handelaars actief op marktplaatsen en platformwebsites en ruim de helft van hen ondervindt problemen in hun contractuele relatie met de marktplaatsen in kwestie, met als rechtstreeks gevolg een verlies aan verkoopinkomsten van 2 miljard euro.  De klachten gaan bijvoorbeeld over het plots wijzigen van de rankings van verkopers zonder duidelijke redenen, het eenzijdig aanpassen van gebruiksvoorwaarden en zelfs het eenzijdig blokkeren of afsluiten van accounts.


Welke bescherming krijgen verkopers in de toekomst?

Dit zijn, samengevat, de maatregelen waar het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie een akkoord over hebben bereikt:

  • Accounts mogen niet meer plotseling en zonder uitleg worden geblokkeerd.  In de algemene voorwaarden moet duidelijk worden omschreven om welke redenen platformen de overeenkomst kunnen opschorten of beëindigen.
  • Algemene voorwaarden van de platformen moeten in duidelijke en eenduidige taal zijn opgesteld en op elk ogenblik (ook tijdens de “onderhandelingen” als die er al zijn) eenvoudig toegankelijk zijn.  De sanctie is de nietigheid van (het deel van) de voorwaarden (dat niet duidelijk was of niet vooraf bekend was).
  • De algemene voorwaarden moeten vermelden hoe de ranking  (de volgorde waarop producten en diensten worden getoond) wordt bepaald. Hiervoor worden steeds complexere algoritmes en profielen van bezoekers gebruikt en voor (zelfs professionele) verkopers op online platformen is de werking daarvan erg vaag en niet transparant.  Bedrijven moeten daarom ook worden geïnformeerd over de manier waarop zij hun positie in de rangschikking op online platforms kunnen beïnvloeden, bijvoorbeeld via de betaling van extra commissies.
  • Online zoekmachines moeten ook de consumenten informeren wanneer de rangorde van het zoekresultaat wordt beïnvloed door overeenkomsten met de gebruikers van de website.
  • Als een online platform zelf ook producten en/of diensten aanbiedt via zijn online platform, zoals bvb Bol.com moet in de algemene voorwaarden een omschrijving opgenomen worden van elke wijze waarop de eigen producten van het platform anders behandeld worden (bvb in zoekresultaten) dan de producten van de verkopers op het platform.
  • Marktplaatsen en platformen moeten een intern en extern klachtensysteem inrichten met betrekking tot klachten van de professionele verkopers.  Het gaat dus niet om klachten van consumenten, waarvoor al enkele jaren de ADR en ODR regels bestaan. Het klachtensysteem moet eenvoudig toegankelijk zijn om rechtstreeks klachten in te dienen bij de aanbieder van het platform. Het systeem moet erop gericht zijn dat problemen onderling opgelost worden.  Hierop geldt een uitzondering voor kleine platforms. Wie minder dan 50 werknemers heeft en minder dan 10 miljoen euro omzet haalt, hoeft geen bijkomende geschillenafhandeling op te richten.
  • Bij het gebruiken van een online platform worden er door zowel de professionele verkopers als door consumenten (persoons)gegevens gedeeld met het platform. Het gaat om pure persoonsgegevens van consumenten, maar ook bvb om productfoto’s of productinformatie van de verkoper. Die gegevens zijn erg waardevol voor zowel het platform als voor de professionele verkoper. In de toekomst moet daarom in de algemene voorwaarden geregeld zijn of en hoe het platform als de professionele verkoper toegang heeft tot welke gegevens en wat de voorwaarden daarvoor zijn.

 

Wie valt niet onder de nieuwe verordening?

De verordening is niet van toepassing op online reclame, betalingsdiensten, SEO diensten, louter technische verbindingsplatforms en platforms die alleen B2B opereren. Ook online detailhandelaren, zoals supermarkten en detailhandelaren van merken (bv. Nike.com), vallen niet onder de verordening voor zover zij alleen hun eigen producten rechtstreeks aan de consument verkopen, zonder een beroep te doen op andere verkopers en niet betrokken zijn bij het faciliteren van rechtstreekse transacties tussen andere verkopers en consumenten.

 

Wat is de verdere timing?

De nieuwe regels treden 12 maanden na de vaststelling en publicatie ervan in werking (dat zal dus de facto begin 2020 zijn).  

 

Meer evenwichtige marktsituatie…

Een en ander zou moeten leiden tot een meer evenwichtige marktsituatie, waarbij online verkopers meer controle krijgen over hoe marktplaatsen, platforms en zoekmotoren hen behandelen, waardoor zij meteen ook meer controle krijgen over hun eigen concurrentiepositie en hun eigen verkoopkanalen.  

Je zal met andere woorden als online verkoper beter begrijpen hoe de grote marktplaatsen werken en sneller kunnen vaststellen of je onjuist behandeld wordt.  Je zal bovendien makkelijker actie kunnen ondernemen tegen de marktplaats in kwestie in dergelijke gevallen.

De EU heeft alvast beslist om de verordening vervolgens binnen 18 maanden een eerste keer te herzien om ervoor te zorgen dat zij gelijke tred houden met de zich snel ontwikkelende e-commerce markt. De EU heeft bovendien een speciaal waarnemingscentrum voor online platforms en marktplaatsen opgericht dat toezicht houdt op de ontwikkeling van de online markt.

 

Vragen over marktplaatsen of over e-commerce in het algemeen?

Ons team staat graag ter beschikking.  Neem gerust contact op met Bart Van den Brande op 0486 901 931 of via bart@siriuslegal.be  

17.09.2018 Bart Van den Brande

Voorstel van EU verordening die de werking van online platformen beter moet reguleren

De EU werkt al enkele jaren erg hard aan een eengemaakte digitale markt in de EU.  Bedoeling is om ervoor te zorgen dat voor digitale diensten alle binnengrenzen weggenomen worden.  Recente voorbeelden van het EU werk in die richting die een impact hebben op de e-commercewereld zijn oa de geoblockingverordening en de PSD II richtlijn.

Een ander aspect van de online handel waar de EU al een hele poos bij stilstaat is de vaststelling dat een steeds groter deel van de Europese e-commerce in handen komt van platformwebsites zoals eBay of Amazon.  Zulke online platformen zijn handig en goedkoop voor (kleine) webshophouders die snel een breed publiek willen bereiken, maar tegelijk is de vaststelling dat die platformen steeds meer macht krijgen ten koste van de kleine ondernemers. Daarom heeft de Europese Commissie op 26 april 2018 een voorstel gedaan voor een nieuwe verordening.

 

Voorstel van verordening

De EU is van oordeel dat het onevenwicht in de machtsverhoudingen tussen online platformen en verkopers de platformen de gelegenheid geeft om oneerlijke en schadelijke handelspraktijken op te leggen aan de verkopers die via hen willen verkopen. Het gaat hier vooral om het eenzijdig wijzigen van de algemene voorwaarden, het beëindigen van de dienst zonder duidelijke motivering en een algemeen gebrek aan transparantie. Het doel van de nieuwe verordening is om een beter ondernemingsklimaat te bieden met een ‘level playing field’ dat de verkopers beter beschermt

 

Voor wie geldt de nieuwe verordening?

De verordening is van toepassing op online platformen die hun diensten aanbieden aan professionele verkopers die in de EU gevestigd zijn en die hun goederen of diensten aanbieden aan consumenten in de EU. Het gaat dan om bvb online marktplaatsen, appstores, prijsvergelijkingswebsites, zoekmachines en sociale media.

 

Bescherming voor de professionele verkoper

De verordening introduceert regels om de professionele verkoper van online platformen (dus de verkopers) te beschermen tegenover het online platform.  De regels beogen dus niet de bescherming van de consument die goederen of diensten aankoopt op een platformwebsite.

 

Wat voorziet het voorstel inhoudelijk

  • Algemene voorwaarden van de platformen moeten in duidelijke en eenduidige taal zijn opgesteld en op elk ogenblik (ook tijdens de “onderhandelingen” als die er al zijn) eenvoudig toegankelijk zijn.  De sanctie is de nietigheid van (het deel van) de voorwaarden (dat niet duidelijk was of niet vooraf bekend was).
  • Online platformen mogen hun algemene voorwaarden niet zomaar wijzigen .Professionele verkopers moeten geïnformeerd worden over beoogde wijzigingen van de algemene voorwaarden en die wijzigingen mogen pas worden doorgevoerd als er een ‘redelijke’ wachttermijn is verstreken van minimaal 15 dagen.  ook hier is de sanctie de nietigheid van de gewijzigde algemene voorwaarden.
  • In de algemene voorwaarden moet duidelijk worden omschreven om welke redenen platformen de overeenkomst kunnen opschorten of beëindigen. Als hier niet aan wordt voldaan, dan is die bepaling over opschorting of beëindiging nietig.
  • De algemene voorwaarden moeten vermelden hoe de ranking  (de volgorde waarop producten en diensten worden getoond) wordt bepaald. Hiervoor worden steeds complexere algoritmes en profielen van bezoekers gebruikt en voor (zelfs professionele) verkopers op online platformen is de werking daarvan erg vaag en niet transparant.
  • Als een online platform zelf ook producten en/of diensten aanbiedt via zijn online platform, zoals bvb Bol.com moet in de algemene voorwaarden een omschrijving opgenomen moet worden van elk wijze waarop de eigen producten van het platform anders behandeld worden (bvb in zoekresultaten) dan de producten van de verkopers op het platform.
  • Platformen mogen professionele verkopers nog steeds beperkingen opleggen voor het aanbieden van dezelfde producten of diensten via andere kanalen, zoals andere online platformen, maar de reden voor het bestaan van zulke beperkingen moet dan wel in de algemene voorwaarden worden uitgelegd.
  • Bij het gebruiken van een online platform worden er door zowel de professionele verkopers als door consumenten (persoons)gegevens gedeeld met het platform. Het gaat om pure persoonsgegevens van consumenten, maar ook bvb om productfoto’s of productinformatie van de verkoper Die gegevens zijn erg waardevol voor zowel het platform als voor de professionele verkoper. In de toekomst moet daarom in de algemene voorwaarden geregeld zijn of en hoe het platform als de professionele verkoper toegang heeft tot welke gegevens en wat de voorwaarden daarvoor zijn.
  • Het voorstel van de EC verplicht online platformen (als ze meer dan 50 werknemers tellen) verder om een effectief intern en extern klachtensysteem in te richten met betrekking tot klachten van de professionele verkopers over de platformen.  Het gaat dus niet om klachten van consumenten, waarvoor al enkele jaren de ADR en ODR regels bestaan. Het klachtensysteem moet eenvoudig toegankelijk zijn om rechtstreeks klachten in te dienen bij de aanbieder van het platform. Het systeem moet erop gericht zijn dat problemen onderling opgelost worden.

 

Nog geen definitieve tekst

Bovenstaande is een eerste voorstel tot verordening.  De tekst heeft nog een lange weg af te leggen in het Europees Parlement en in de Commissie en de finale versie zal ongetwijfeld nog enige tijd op zich laten wachten.  bovendien kan de uiteindelijke tekst nog wel afwijken van wat hierboven beschreven is, al is de vaststelling bij recente richtlijnen in e-commerce (geoblocking bvb) dat er in de finale tekst betrekkelijk weinig afgeweken werd van de initiële ontwerpen.

We volgen de verdere evolutie natuurlijk nauwgezet voor u op en berichten ten gepaste tijde over de voortgang van dit ontwerp.

 

Vragen over e-commerce?

Neem gerust vrijblijvend contact op met ons team op info@siriuslegal.be of op 02 721 13 00

23.08.2018 Bart Van den Brande

Het einde van de machtsgreep van de boekingswebsites?

Midden in de zomerperiode en terwijl de meeste Belgen ergens in het Zuiden in een hotel verbleven, is een nieuwe wet gepubliceerd die precies het reserveren van zo’n hotel goedkoper en transparanter moet maken voor de consument en die tegelijk aan de hotelhouder of aan de uitbater van een andere vorm van vakantieverblijf opnieuw meer macht moet geven in de onderlinge verhouding met boekingswebsites.

 

Boekingswebsites zijn incontournable

Precies die boekingswebsites hebben immers de voorbije jaren een erg machtige economische positie verworven.  Reserveringen voor overnachtingen gaan steeds meer -en zelfs overwegend nu- via internet en wie in de massa aan hotels, B&B en andere vakantieverblijven gevonden wil worden, is de facto verplicht om aanwezig te zijn op een van de vele boekingswebsites en vergelijkingswebsites voor hotelprijzen.  

Het is die noodzaak om op zulke platformen aanwezig te zijn die boekingswebsites de economische macht verleent om aan hotels en B&B’s erg onevenwichtige contractclausules op te leggen.  Het gaat dan meer bepaald om clausules die hotels en B&B’s verbieden om hun eigen kamers op hun eigen website (of op derde websites) aan te bieden aan een prijs die lager is dan de prijs op de boekingswebsite.  Wie met zijn hotelkamer aanwezig is op boekingssite X of Y mag nergens anders dezelfde kamer voordeliger aanbieden.

Een en ander beperkt natuurlijk in zeer grote mate de concurrentievrijheid van de betrokken hotels en B&B’s en het is niet verwonderlijk dat de Belgische wetgever nu -in navolging van enkele andere Europese landen, overigens- paal en perk tracht te stellen aan deze praktijken.

 

Wat verandert er?

De nieuwe wet wil zorgen voor eerlijke mededingingsvoorwaarden tussen de boekingswebsites en de hotels door aan deze laatsten het recht te garanderen om in alle omstandigheden in alle vrijheid hun overnachtingstarieven te bepalen en aan te passen. Gedaan met het verbod om onder de online prijs te gaan.  Wie bijvoorbeeld nog enkele kamers leeg heeft voor het aanstaande weekend, mag die vanaf nu met korting aanbieden om ze alsnog gevuld te krijgen.

De wet zelf is eigenlijk uitzonderlijk kort.  Ze telt amper zeven artikels, die als volgt samen te vatten zijn:

1. De wet is van toepassing alle contracten die boekingswebsites uit de ganse wereld afsluiten met uitbaters van in België gelegen logies en dit ongeacht het recht dat van toepassing is op het contract afgesloten tussen een uitbater en een boekingswebsite.  De boekingswebsite ontsnapt dus in se niet aan het Belgisch recht.

2. De verhuurprijs wordt vrij door de uitbater bepaald. Hij is ook volkomen vrij om korting of andere voordeel toe te kennen.

3. Clausules die bovenstaande regels niet respecteren zijn nietig en worden als niet geschreven beschouwd.

 

Goed nieuws (?)

Goed nieuws voor de reiziger en voor de toeristische sector op het eerste zicht  Maar voorzichtigheid is geboden.  De vraag blijft of een buitenlandse rechtbank zich zomaar gebonden acht door deze wet.  De regels van het internationaal privaatrecht zijn op dat vlak nogal complex en onzeker en wie zich voor een buitenlandse rechtbank op deze wet beroept, loopt grote kans om afgewezen te worden.  En aangezien de meeste boekingswebsites buitenlands zijn en in hun standaardvoorwaarden meestal de exclusieve bevoegdheid om geschillen op te lossen gegeven wordt aan buitenlandse rechtbanken, riskeert deze wet zijn doel jammer genoeg voorbij te schieten.

Maar op zijn minst probeert de Belgische overheid een duidelijk signaal te geven, dat mist gelijkaardig antwoord in andere EU lidstaten toch het evenwicht op de markt wat zal kunnen herstellen.

 

Goed nieuws bis (?)

Het hierboven beschreven probleem is overigens niet beperkt tot de toeristische sector.  Overal op het internet stelt men de toenemende economische macht van van platformwebsites en marketplaces, die voor vele online verkopers een verplicht verkoopkanaal geworden zijn en die zich daardoor in een onevenwichtig sterke onderhandelingspositie bevinden.  

De overheid, zowel Belgisch als Europees, is zich hier overigens zeer goed van bewust en met name op niveau van de EU wordt al geruime tijd intensief onderzoek gedaan naar de rol en de impact van marketplaces en platformen.  Misschien volgt daaruit op een gegeven ogenblik dan ook een bredere wetgeving die meer in het algemeen komaf maakt met concurrentiebeperkende verplichtingen ten aanzien van online verkopers.

 

Vragen over e-commerce, internetrecht of reisrecht?

Bel of mail ons gerust op 0032 486 901 931 of info@siriuslegal.be

05.02.2016 Bart Van den Brande

De juridische risico's van online marktplaatsen en platformwebsites

De voorbije drie maanden stonden wij een verschillende startende marktplaatsen of platformwebsites bij met juridisch advies in het kader van hun opstartfase.

Wat opvalt als we ze met elkaar vergelijken is dat ze allemaal uitgaan van hetzelfde concept van de marktplaats of het online platform, maar dat ze in hun opzet toch geheel verschillend zijn van elkaar. Sommige platformen doen niet meer dan vraag en aanbod samen brengen door bijvoorbeeld een shop in shop aan te bieden, heel wat andere bieden ook extra diensten aan zoals payment en shipment terwijl nog andere zich rechtstreeks als verkoper naar de consument gaan profileren. Heel wat marktplaatsen laten bovendien toe aan consumenten onderling om (tweedehands-)goederen te verkopen en ook de sharing economy zorgt voor heel wat nieuwe platformwebsites.

 

Onduidelijkheid voor de consument

Het gevolg hiervan is dat het voor de consument enerzijds en voor de webshops die hun goederen via zo’n platform verkopen in veel gevallen alles behalve duidelijk is hoe de juridische verhoudingen tussen platform, webshop en consument nu precies in elkaar zitten: wie is de verkoper en bij wie kan men terecht voor retours, garantie of klachten? In heel wat gevallen realiseert de consument zich immers helemaal niet dat hij zich op een marktplaats bevindt en dat hij mogelijks van een derde aanbieder koopt.

 

Gevaar voor de vrije mededinging?

Ook de Europese Commissie is de snelle groei van het aantal marktplaatsen niet ontgaan. Onderzoek van de Commissie wijst uit dat al deze verschillende vormen van marktplaatsen en platforms voor nog heel wat meer juridische problemen kan zorgen dan enkel maar de onduidelijke relatie met de consument. Verschillende online marktplaatsen zijn inmiddels zo groot geworden dat ook de vrije mededinging potentieel in gevaar komt, zegt de Commissie. Het onderhandelingsevenwicht is vaak zoek in de relatie tussen webshopuitbaters en platforms en het risico op misbruik daarvan is volgens de Commissie reëel. We spreken dan over de macht voor platforms om bepaalde verkoopsvoorwaarden op te leggen aan webshops, om webshops producten al dan niet te laten bieden, zelfs om prijzen op te leggen.

Bovendien vraagt Europa zich af of de vrijheid voor webshops om van platform te veranderen in sommige gevallen niet beperkt wordt en ook rond privacy (van wie is de verzamelde data, wie is er verantwoordelijk voor en wie mag ze gebruiken?) en in welke mate aanwezigheid op platforms en marktplaatsen voor kleinere webshops omwille van puur technische redenen van online marketing een noodzaak dreigt te worden.

 

De Europese Commissie onderzoekt de nood aan nieuwe regels

Om al die redenen is de Europese Commissie in september van start gegaan met een uitgebreide sectorbevraging in het kader van haar Digital Market Strategy, waarbij alle betrokken marktspelers hun standpunten en ideeën konden overmaken. De Commissie publiceerde zopas de eerste resultaten van die marktbevraging. Zij ontving een goede 1.000 reacties van sectororganisaties, overheden, marktplaatsen, consumentenorganisaties en individuele consumenten en deze reacties bevestigen dat heel wat consumenten en webshops inderdaad problemen ervaren in hun relaties met –nergens nader bij naam genoemde- marktplaatsen. Er is een duidelijke vraag naar vooral meer transparantie op verschillende vlakken, gaande van search results, over de precieze relaties ten aanzien van de consument tot privacy en dataverwerking en zelfs vragen rond aansprakelijkheid van tussenpersonen voor illegale content op grond van de Richtlijn Elektronische Handel.

Een specifiek onderdeel van de bevraging peilde naar obstakels voor de verdere ontwikkeling van de sharing economy. De feedback die de Commissie verzamelde geeft zeer duidelijk aan dat er nog heel wat beperkingen zijn waar sharing economy initiatieven op botsen. De onzekerheid over rechten en plichten van gebruikers ten opzichte van elkaar, ten opzichte van het platform en ten opzichte van de overheid (vaak voor wat betreft fiscale en administratieve verplichtingen) is een erg belangrijk en vaak terugkerend probleem en dit is er eentje dat we ook bij onze eigen cliënten geregeld zien opduiken. Een meerderheid van de respondenten gaf te kennen dat meer informatie en (wetgevende duidelijkheid) hier nodig is.

 

Hoe loopt dit verder?

De Europese Commissie neemt deze resultaten op in haar bredere initiatieven inzake e-commerce. De bekomen resultaten worden verder geanalyseerd en de Commissie lanceert drie bijkomende externe studies rond het gebruik van marktplaatsen. In de loop van de lente worden de volledige resultaten publiek gemaakt.

Meer dan waarschijnlijk zullen er daaropvolgend wetgevende initiatieven genomen worden om waar nodig de bestaande EU-regelgeving aan te vullen voor wat betreft transparantie naar consumenten, transparantie naar webshopuitbaters en voor wat betreft sharing economy initiatieven. Voor wat de mededingingsrechtelijke risico’s betreft, voorziet het Europees recht wellicht we al alle nodige middelen om misbruiken te voorkomen en is een en ander vooral een kwestie van het gepast inzetten van die middelen.

Intussen werkt de Europese Commissie overigens naarstig verder aan nog heel wat meer wetgevende initiatieven. Op basis van haar ‘Digital Single Market’ agenda heft de commissie en hele reeks aandachtspunten geïdentificeerd die in haar ogen de verdere ontwikkeling van een ééngemaakte Europese e-commerce markt in de weg kunnen staan als er niet gezorgd wordt voor aangepaste regelgeving. Die aandachtspunten lopen uiteen van BTW-wetgeving, over conformiteitsgaranties bij levering van consumentengoederen tot zogenaamde geo-blocking of het onrechtmatig onmogelijk maken voor consumenten in één land om aankopen te doen op websites uit een ander land. Ook voor al deze onderwerpen mogen we in de loop van dit jaar en volgend jaar nieuwe regels verwachten.

In afwachting kunnen startende marktplaatsen en platformwebsites best goed nadenken over hun opzet en zeer zorgvuldig omgaan met informatieverschaffing via hun platform, met de inhoud van algemene voorwaarden en met contracten tussen de marktplaats en de deelnemende shops.

Vragen aangaande marktplaatsen of e-commerce in het algemeen?

Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.