Blog Social media

23.11.2020 Matthias Vandamme

Juridische aandachtspunten voor je business op social media

WhatsApp, TikTok, Facebook, Instagram, Twitter, YouTube, LinkedIn, Pinterest … steeds meer ondernemingen wagen zich op sociale media en wie kan het ze kwalijk nemen. Billboards en advertenties op de traditionele media (kranten, televisie, radio) zijn vaak duur en de ROI is moeilijk meetbaar. Via sociale media kunnen (potentiële) klanten direct en interactief aangesproken worden. Het huwelijk tussen business en sociale media heeft een enorm potentieel, maar dient wel rekening te houden met de diverse juridische regels.

 

Sociale bedrijven

Sociale media platformen zijn goed op de hoogte van hun krachten en bieden daarom ook diverse diensten aan voor bedrijven. In eerste instantie zijn dit marketingdiensten, denk maar aan het Instagram account van je favoriete kledingwinkel of de diverse gepersonaliseerde TikTok advertenties die met grote regelmaat op de gebruikers afgevuurd worden. Maar het is meer dan louter reclame. 

Ondernemingen chatten, posten, liken, sharen, … net zoals een een gewone gebruiker dat doet. De moderne onderneming is daarom meer dan een gewone winkel die producten of diensten verkoopt. Het gaat tegenwoordig om online persoonlijkheid. Sommige sociale media bieden naast reclame en een contactplatform ook de mogelijkheid om rechtstreeks via het sociale media kanaal te verkopen. Social selling heet dat dan. Geen nood aan persoonlijke websites of bakstenen winkels meer. Zoals je misschien al verwachtte, is het niet allemaal rooskleurig, op juridisch gebied kan het hele sociale media verhaal er één van kommer en kwel zijn. 

Hieronder staan drie belangrijke juridische aandachtspunten uitgewerkt waar in de praktijk maar al te vaak tegen gezondigd wordt. Op vlak van privacy zijn de applicaties vaak niet helemaal waterdicht. Op vlak van consumentenbescherming kennen veel ondernemers hun verplichtingen niet. Op het gebied van reclame zijn er ook een aantal aandachtspunten.

 

Aandachtspunt 1: Privacy

TikTok is de meest gedownloade app van 2020, vooral geliefd door kinderen, tieners en pubers en sinds kort ook een marketingtool voor bedrijven. “Don’t make ads, make TikToks”, zo luidt de slogan van TikTok For Business. De TikToks zijn natuurlijk nog steeds reclame, maar op een andere manier ingepakt. Via hun business account delen ze enkele voorbeelden van TikTok advertenties gemaakt door bedrijven.   

Hoewel het nog een relatief jonge app is, is ze al het onderwerp geweest van veel controverse. In diverse landen was er sprake van een ban op de app en de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens startte al een onderzoek naar de applicatie. De applicatie houdt het namelijk niet zo nauw met de privacy van haar gebruikers. Dit is des te meer een probleem omdat de gebruikers voornamelijk minderjarig zijn. De app houdt geen rekening met de privacy by design en by default principes. Deze houden in dat een applicatie zo ontworpen wordt om niet meer persoonsgegevens te verwerken dan strikt noodzakelijk om hun doel te bereiken en dat de standaardinstellingen steeds op de meest privacyvriendelijke wijze ingesteld staan.

In een tijdperk waar privacy compliance een selling point is, kunnen bedrijven zich de vraag stellen of een samenwerking met TikTok wel optimaal is. TikTok mag dan misschien wel de laatste zijn die privacy inbreuken maakt, ze is zeker niet de enigste. De hele Facebook familie (Facebook, Messenger, WhatsApp, Instagram, …), YouTube, Snapchat, … hebben al een aantal inbreuken op hun palmares staan.

 

Aandachtspunt 2: Consumentenbescherming

WhatsApp Business bestond al een tijdje en zorgde er onder meer voor dat bedrijven in rechtstreeks contact met hun (potentiële) klanten konden staan. Recent maakte WhatsApp bekend een shoppingplatform met betalingsdienst te willen opzetten binnen de applicatie. Zo kan een klant rechtstreeks aankopen doen van zijn favoriete winkel. Voor kmo’s is dit een laagdrempelige manier om met e-commerce te starten.

Uit de berichtgeving van WhatsApp blijkt nergens hoe ze zullen verzekeren dat de consumenten beschermd en geïnformeerd blijven in deze context. Als bedrijf ben je  verplicht om je klanten via je algemene voorwaarden te informeren over diverse zaken, waaronder het retourrecht, de garantieregeling en het klachtrecht. Alle informatie moet daarbovenop ook op permanente wijze beschikbaar zijn voor je klant (bijvoorbeeld door de algemene voorwaarden downloadbaar te maken). Er zijn ook tal van verplichtingen waaraan je bedrijf moet voldoen tijdens het bestelproces, denk maar aan geoblocking voorkomen, een correcte prijsaanduiding en toestemming verkrijgen voor de verwerking van persoonsgegevens. 

De laagdrempeligheid van de verkoop maakt het nog belangrijker om de consumenten op een minstens even laagdrempelige manier te informeren. Transparante en leesbare algemene voorwaarden vergezeld van een correct opgesteld bestelproces zijn daarvoor cruciaal.

 

Aandachtspunt 3: Reclame

Sociale media gaan sinds hun ontstaan hand in hand met reclame. Elk social media platform biedt daarom een ‘for business’ dienst aan voor bedrijven. Deze diensten bestaan in verschillende vormen. Bij diensten zoals Facebook en Instagram for Business heb je als bedrijf zelf nog een groot deel in handen en kan je zelf beslissen aan welke doelgroepen je advertenties wil tonen. Andere diensten zoals TikTok nemen dit proces bijna volledig uit handen en laten hun eigen algoritmes bepalen wie welke advertentie te zien krijgt. Het ene proces biedt al wat meer transparantie dan het andere. Deze diensten gaan dan ook steeds gepaard met diverse privacyproblemen.

Daarnaast is het op sociale media niet steeds duidelijk wat reclame is en wat niet. Bij TikTok is dit zelfs verre van duidelijk. De filmpjes verschijnen in de feed van gebruikers zonder de vermelding dat een bepaald filmpje wel degelijk reclame is. Aangezien deze applicatie vooral jonge, meer beïnvloedbare, gebruikers heeft, is het risico des te groter.

Dit is natuurlijk geen nieuw fenomeen, op Instagram en YouTube promoten influencers al vaker producten en diensten zonder duidelijk te maken dat het om reclame gaat of dat ze gesponsord worden. In een volgende blogpost onthullen we de nieuwe regels die in de maak zijn voor influencer marketing.

 

Social media & business: a match made in heaven?

Voor bedrijven in alle sectoren is een goed social media beleid een ware must. Het is een manier om dichter bij de klanten te staan, aan branding te doen en zelfs producten te verkopen.

Gezien de grote risico’s is het van groot belang om altijd te handelen met respect voor de privacy van je (potentiële) klanten, de regels met betrekking tot verkoop op afstand in acht te houden en te adverteren volgens de regels van de kunst.

Dit alles kan een hele boterham zijn om rekening mee te houden. Bij Sirius Legal hebben we daarom ook een aantal tools ontwikkeld om (beginnende) e-handelaars verder te helpen, bijvoorbeeld de Campaign Checker voor al je reclamecampagnes, een Website Certifier waarmee we ineens een hele juridische check doen van je website en nog veel meer tools.
Contacteer ons gerust via 02/721 13 00,
bart@siriuslegal.be of matthias@siriuslegal.be

Populair artikel lasterlijke_social_media_post_strafbaar
17.04.2020 Bart Van den Brande

Een lasterlijke social media post liken of sharen is strafbaar, zegt Zwitserse rechter

Opgelet voor je een schijnbaar “grappige” Facebook post over iemand anders of een negatieve recensie over een bedrijf of webshop liket.  Als de inhoud ervan lasterlijk of beledigend blijkt te zijn, zou je volgens het Zwitsers Hooggerechtshof weleens strafbaar kunnen zijn, niet enkel door het posten van zo’n bericht, maar ook door het simpelweg liken ervan…  

 

Laster, eerroof en beledigingen online

Laster en eerroof is strafbaar. Wie in het openbaar kwaadwillig onwaarheden over iemand vertelt die zijn eer of imago kunnen schaden, begaat een inbreuk op artikel 442 van het Strafwetboek.  Ook publieke beledigingen kunnen bestraft worden, in dat geval door artikel 448 van het Strafwetboek.

Ook bedrijven kunnen overigens het slachtoffer zijn van lasterlijke of beledigende uitlatingen, bijvoorbeeld in valse reviews door wraakzuchtige klanten of ontevreden concurrenten (zie ook ons artikel over valse reviews).  Dat alles geldt ook voor laster of beledigingen op social media. Social media worden immers meestal beschouwd als “openbare” of “publieke” plaatsen.  

 

Maar dus ook als je enkel geliked hebt

Maar wat een Zwitserse rechter onlangs besliste gaat toch nog een stap verder.  Hij oordeelde dat niet enkel de publieke lasterlijke of beledigende uitspraak zelf bestraft kan worden, maar ook het liken van de post waarin zo’n uitspraken gedaan worden.

De Zwitserse Hoge Raad heeft eerder dit jaar een uitspraak gedaan over ‘likes’ en ‘shares’ vanop Facebook (lasterpostenBesluit 6B_1114 / 2018 van 29 januari 2020). Het Hooggerechtshof oordeelde dat het liken en delen van berichten mogelijk kan leiden tot een veroordeling wegens laster of beledigingen (of althans de equivalenten daarvan onder Zwitsers recht).

Het ganse geschil draaide om iemand die verschillende berichten op Facebook geliked en gedeeld had waarin een vereniging en een van de leden van deze vereniging beschuldigd werden van een antisemitisme, nationaal-socialisme en racisme.

Op de vraag of er werkelijk sprake is van antisemitisme of racisme antwoordde het Hooggerechtshof niet, die vraag moet verder behandeld worden door de bevoegde rechtbank.  Wat wél vaststaat volgens het Hooggerechtshof is dat het liken en sharen van zulke berichten strafbaar kan zijn overeenkomstig artikel 173 van Zwitserse Strafwetboek dat het equivalent is van onze artikelen 445 en 448 in verband met laster en eerroof en publieke beledigingen.

 

Waarom is het liken of sharen op zich strafbaar dan?

Het Zwitserse Hooggerechtshof is van oordeel dat de eigenheid van social media precies is dat berichten pas op grote schaal verspreid worden als ze geliked en geshared worden.  Wie lasterlijke berichten deelt of leuk vindt, draagt dus -bewust- bij tot de verspreiding ervan en brengt dus bijkomende schade toe aan de eer van degene die lasterlijk of beledigend afgeschilderd wordt.  Om die reden besliste het Hooggerechtshof dat het liken en delen van lasterlijke berichten in principe ​​laster vormen onder de Zwitserse strafwet.

 

Werkt dit ook in België zo?

Er is bij ons weten vooralsnog geen enkele uitspraak in België die stelt dat het liken of sharen van lasterlijke of beledigende berichten op Facebook of op andere social media strafbaar zou zijn.

Maar de logica van het Zwitserse Hooggerechtshof gaat ook in België op, ons inziens.  Opdat er sprake zou zijn van laster en eerroof moet men bewust, kwaadwillig bepaalde onjuiste verklaringen publiek maken.  Van beledigingen is sprake als iemand met de bedoeling om te schaden publiek aantijgingen doet die “de eer van een persoon kunnen krenken”.

In beide gevallen is dus nodig dat een en ander in het openbaar gebeurt en dat er een bedoeling bestaat om te schaden.  Het is perfect denkbaar dat ook onder Belgisch recht aangetoond zou worden dat iemand die bewust een lasterlijk of beledigend artikel of post deelt of liket zelf de intentie had om die boodschap (verder) publiek te maken en zelf de intentie had om te schaden.  Het doel van het sharen en zelfs het liken van berichten is binnen de meeste social media immers precies om een bericht publiek te verspreiden. 

 

Wat kan ik doen als ik of mijn bedrijf of webshop het slachtoffer zijn van laster en eerroof of beledigingen online?

De grote moeilijkheid online blijkt vaak te zijn dat de daders van dit soort inbreuken niet geïdentificeerd kunnen worden.  Het internet laat immers een hoge mate van anonimiteit toe voor wie niet herkend wil worden. De eerste opdracht is dus om te achterhalen wie de dader is.

Vervolgens kan je een aantal dingen doen:

  • Een klacht bij het social media platform in kwestie kan leiden tot de verwijdering van een bericht.  Platformen als Google of Facebook hebben wel de mogelijkheid om misbruiken te melden, maar jammer genoeg verwijderen ze slechts zeer zelden content.  Dit is dus vaak niet de meest aangewezen weg.
  • Je advocaat kan een ingebrekestelling sturen en de verwijdering eisen, onder het dreigement van een gerechtelijke procedure.
  • Je kan strafklacht neerleggen, waarna een strafonderzoek zal volgen en eventuele en strafrechterlijke veroordeling zal volgen (maar laster en eerroof zijn meestal geen prioriteit voor onze zo al overbelaste strafrechtbanken, waardoor dit soort klachten meestal nergens toe leidt).
  • Je kan zelf een burgerlijke procedure voor de rechtbank starten waarin je schadevergoeding kan vorderen, een rechtzetting kan eisen en/of de verwijdering van het bericht onder dwangsom per dag of uur vertraging kan eisen.  Eventueel kan je alvast in kortgeding voorlopige verwijdering trachten te bekomen.
  • Als je zelf een bedrijf of handelaar bent en de inbreukpleger is dat ook, dan kan je wellicht een zogenaamde “stakingsvordering” overwegen.  Dat is een snelle procedure, die werkt zoals een kortgeding, en waarin de rechter op basis van inbreuken op de eerlijke marktpraktijken de staking kan bevelen van bepaalde inbreuken die oneerlijke concurrentie vormen of die niet overeenstemmen met het normale gedrag dat je van een concurrent of handelspartner mag verwachten.
  • Het privacyrecht kan eventueel helpen.  Je zou op basis van je “right to be forgotten” kunnen eisen van het social media platform en/of van de grote zoekmotoren online dat de schadelijke content verwijderd wordt.

 

Vragen over schadelijke posts op social media of schadelijke reviews?

Bel of mail ons gerust op +32 486 901 931 of bart@siriuslegal.be voor een eerste vrijblijvend antwoord op je vraag.

27.01.2020 Roeland Lembrechts

Valse reviews op je bedrijfspagina: wanneer een lust een last wordt.

Reviews zijn eigenlijk de digitale versie van mond-aan-mondreclame en kunnen voor je onderneming enorm nuttig zijn. Hoe langer hoe meer zullen klanten eerst je reviews bekijken alvorens met je in zee te gaan. Dit is allemaal leuk zolang je goede reviews krijgt. Maar wat indien je geconfronteerd wordt met een – om welke reden ook – ontevreden klant die besluit om je bedrijf reputatieschade toe te brengen? Een reeks valse reviews heeft onmiddellijk een stevige impact op de uitstraling van je onderneming omdat het bereik en de publiciteit online een pak groter is. Bovendien is het niet eenvoudig om deze recensies te laten verwijderen.  De vraag is dan onmiddellijk wat je kan ondernemen tegen deze negatieve publiciteit.

 

Google op de knieën in Nederland

In Nederland heeft een onderneming onlangs Google gedwongen om een reeks fake reviews op de bedrijfsmelding van Google Maps te verwijderen. Google had reeds een deel reviews verwijderd op basis van hun notice-and-takedown procedure. Deze procedure blijkt echter  niet transparant te zijn, wat het verwijderen van andere reviews moeilijk maakt zonder tussenkomst van de rechter.

De Amsterdamse kortgedingrechter oordeelde op 11 november 2019 dat Google de overige  recensies moest verwijderen. Meer nog, Google diende zelfs de identificatiegegevens van de recensent vrij te geven. De rechtbank oordeelde voor de verwijdering dat er een voldoende vermoeden was dat de recensies van dezelfde persoon afkomstig waren, dat ze vals waren én dat ze enkel geplaatst werden met het opzet om schade toe te brengen. 

Voor de vrijgave van de identificatiegegevens van de recensent werden volgende criteria toegepast:

  • de mogelijkheid dat de informatie schadelijk is voor derden, is aannemelijk;
  • de derde heeft een reëel belang bij het verkrijgen van deze identificatiegegevens;
  • het is aannemelijk dat er in het concrete geval geen mindere mogelijkheid bestaat om deze gegevens te achterhalen;
  • een afweging van de betrokken belangen doet de belangen van de derde prevaleren.

De weigering van Google om gegevens vrij te geven werd bij toepassing van deze voorwaarden beschouwd als onrechtmatig tegenover de schadelijdende onderneming, zodat Google verplicht werd om alle bekende informatie ter beschikking te stellen. De bescherming van de eer en goede naam van de onderneming woog hier zwaarder dan de vrijheid van Google-gebruikers om valse recensies te plaatsen, en van het internetpubliek om die recensies te kunnen ontvangen.

 

En wat in België?

De reviewer

Wanneer de review onrechtmatig is (vb. een concurrent zet valse recensies op jouw website om je klanten af te werven, of de reviewer maakt zich schuldig aan beledigingen, laster of eerroof) dan kan de reviewer rechtstreeks aangesproken worden. Het recht op vrije meningsuiting is niet absoluut en moet steeds afgewogen worden met de goede naam en andere te beschermen rechten van de bekritiseerde onderneming. Bij deze beoordeling moet je steeds een onderscheid maken tussen feiten en subjectieve beoordelingen. De echtheid van feiten moet je reviewer steeds kunnen bewijzen. Onjuiste feiten vallen immers niet onder het recht van vrije meningsuiting. Dit geldt in principe niet voor subjectieve beoordelingen. Kritiek geven moet mogelijk zijn en ondernemingen moeten dat dulden. Andere reviews kunnen een slechte review bovendien nuanceren. Bij een subjectief waardeoordeel zal gekeken worden naar de begeleidende omstandigheden die onrechtmatig kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld het manifest overdrijven in de beoordeling met de enkele bedoeling om de onderneming te schaden.

Probleem van reviews is echter dat zij zeer vaak anoniem of onder een pseudoniem worden geplaatst. Voor de bekritiseerde onderneming is het moeilijk deze gegevens te achterhalen. Reviewsites zijn immers niet geneigd om deze gegevens zomaar vrij te geven, waarbij het recht op vrijheid van meningsuiting, recht op informatie voor elke derde en het recht op eerbiediging van het privéleven worden vooropgesteld.

Hoe kom je dan aan de gegevens van de reviewer? Kan de bewuste reviewsite, zoals vb. Google, dan gedwongen worden zoals in Nederland? Of kan je ook vorderen dat de review verwijderd wordt?

 

Platform dat reviews mogelijk maakt

Onder het Belgisch recht kan zo’n reviewplatform gedwongen worden om die informatie vrij te geven, maar enkel aan gerechtelijke en administratieve autoriteiten en voor zover dit nuttig is voor de opsporing en de vaststelling van de inbreuken gepleegd door hun tussenkomst. Het Hof van Cassatie oordeelde reeds in 2011 dat deze mogelijkheid niet bestaat voor de schadelijdende onderneming.

Je kan als onderneming wel de verwijdering van deze reviews vorderen of je kan het reviewplatform zelf aansprakelijk stellen. Dat laatste zal moeilijk zijn aangezien zij in de meeste gevallen een aansprakelijkheidsvrijstelling genieten. Hierbij wordt vooral gekeken naar de mate waarin deze reviewplatforms ook effectief controle uitoefenen op de reviews. Deze vraag rond aansprakelijkheid staat los van de vordering tot verwijdering van de reviews. Dat kan altijd, maar dan moet je rekening houden met de belangenafwegingen zoals zij o.a. ook in Nederland werden gemaakt.

 

Conclusies

Valse reviews online kunnen een pest zijn voor de reputatie van je onderneming en kunnen je heel wat schade bezorgen. De persoon die deze schade toebrengt kan veroordeeld worden tot een schadevergoeding, waarbij steeds de belangen van de onderneming (eer en goede naam), de belangen van het publiek (op informatie) en de belangen van de reviewer (vrije meningsuiting) ten opzichte van elkaar moeten afgewogen worden. 

Reviews worden echter vaak anoniem gepost, zodat identificatiegegevens (vb. IP-adres) van het reviewplatform moeten gevraagd worden. De vrijgave van deze gegevens kunnen in België niet opgevraagd worden door de schadelijdende onderneming. Dit in tegenstelling tot in Nederland. Het reviewplatform kan in theorie ook aansprakelijk gesteld worden, maar valt in de meeste gevallen onder een wettelijke vrijstelling. Wat nog rest, is het verzoek tot verwijdering van de reviews, maar ook daar zal er steeds een belangenafweging gebeuren. Laat je dus steeds professioneel adviseren wat je mogelijkheden zijn.

Meer vragen?

Neem dan gerust contact op met Roeland via roeland@siriuslegal.be.

02.10.2018 Bart Van den Brande

Youtube: de regels omtrent e-commerce buitenspel gezet?

De Standaard meldde eind september het verhaal van een Vlaamse Youtuber, die zijn minderjarige fans in een aantal filmpjes online aanspoorde om t-shirts en hoodies met zijn logo op te kopen via zijn Youtube kanaal.  Op zich niets nieuwswaardig, maar de jonge “ondernemer” spoorde zijn volgers daarbij expliciet aan om desnoods de creditcard van hun ouders te stelen of hun Paypal account te hacken om een en ander te betalen en dat was dan toch weer net iets té ondernemend voor enkele kijkers, die kort daarna een klacht indienden bij de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame. Die laatste oordeelde op 12 september dat de jongeman met zijn oproep een inbreuk beging op de eerlijke handelspraktijken.

Steeds meer Youtubers, vloggers en Social Influencers halen overigens een belangrijk deel van hun inkomsten uit reclame en/of eigen merchandise en vaak is er daarbij sprake van allerlei vormen van (niet duidelijk kenbaar gemaakte) product placement, overdreven aanmoedigingen tot aankoop of het verzwijgen van sponsordeals.  Bovendien blijkt zeer vaak dat verkopen via dit soort kanalen niet voldoen aan de regels rond verkoop op afstand, terwijl het toch zonder de minste twijfel ook om vormen van e-commerce of social commerce gaat.

Tijd om een en ander eens op een rijtje te zetten leek ons hier, bij Sirius Legal.

 

Social commerce

Youtube zelf, als online videoplatform, laat niet toe om rechtstreeks producten te koop te stellen aan de gebruikers/kijkers. De meeste Youtubers gebruiken, los van het Youtube platform, een webpagina om hun merchandise effectief te kunnen verkopen of voorzien de nodige links naar de webpagina’s van derde partijen. Youtube dient dan voornamelijk als middel om -niet altijd even subtiel- reclame te maken voor hun producten of producten van derden.

Omtrent die achterliggende website kunnen we kort zijn,  die moet vanzelfsprekend voldoen aan alle regels rond verkoop op afstand, cookies en databescherming (GDPR/AVG).

De vraag is echter hoe het zit met andere social en video platformen, die wel directe sales toelaten.  De technologie, met name van bedrijven als het Belgische Zentrick, maakt het immers mogelijk om via overlayers of pop-ups in een video rechtstreeks door te gaan naar een betaalmandje en dus vanuit de video zelf een verkoop te realiseren.  Je kijkt op het eerste zicht naar een reclamefilmpje, maar als je de cursor over het scherm beweegt, krijg je een prijs, productinfo en de mogelijkheid om door te klikken naar een bestelpagina te zien…

In die context is wel degelijk sprake van verkoop op afstand of e-commerce (social commerce, eigenlijk) vanuit het videoplatform en in dat geval moeten alle regels voor verkoop op afstand al vanuit de initiële video gerespecteerd zijn.  Bepaalde informatie moet bijvoorbeeld “vanaf het begin van het bestelproces” meegedeeld worden aan de consument.

Dat betekent dat info over de aanvaarde betaalmiddelen, het bestaan van een retourrecht of nog de identiteit van de verkoper reeds van bij het begin van zo’n interactieve  video mee vermeld moeten worden. probleem is natuurlijk dat zulke juridische vermeldingen op dat ogenblik niet passen in het visuele verhaal dat met probeert te vertellen.  In casu zou de vlogger van bij het begin van zijn filmpje hebben moeten melden dat hij betalingen aanvaard per kredietkaart en paypal en dat er 14 dagen bedenktermijn geldt en wie hij precies is samen met zijn adresgegevens, …  De spontaniteit van zijn vlog is snel vervlogen in zo’n geval…

 

“Steel uw vaders’ kredietkaart”

Youtube laat zoals gezegd zelf geen verkoop toe, maar dat betekent niet dat vloggers op Youtube niet aan regels gebonden zijn.   Ze moeten immers wel degelijk rekening houden met de bepalingen uit het consumentenrecht die handelen over oneerlijke handelspraktijken en met name het verbod op oneerlijke, misleidende of agressieve handelspraktijken.

Het is tegen een van deze regels dat de ondernemende jongeman uit ons voorbeeld zondigde.   Het is immers verboden om kinderen er rechtstreeks toe aan te zetten om geadverteerde producten te kopen. Exact wat in dit concrete geval de reden was waarom de JEP een veroordeling uitsprak.

Het Wetboek Economisch Recht bevat overigens nog heel wat regels rond reclame, die aangevuld worden met allerlei sectorcodes waarvoor de JEP bevoegd is.  Een van de basisbeginselen is dat reclame steeds als dusdanig herkenbaar moet zijn. Bovendien met de identiteit van de adverteerder steeds duidelijk zijn.

 

Conclusie

Social commerce biedt mooie opportuniteiten voor creatieve ondernemers, maar ook buiten een klassieke webshop moet rekening gehouden worden met de regels voor verkoop op afstand.  Die zijn immers onafhankelijk van het gebruikte medium en gelden bij élke verkoop waarbij koper en verkoper zich niet op dezelfde fysieke locatie bevinden. Bovendien is het erg opletten met regels van consumentenbescherming en reclamerecht op social media en videoplatformen.

 

Vragen over e-commerce of social media?

Ons team bij Sirius Legal helpt u graag verder. Contacteer ons vrijblijvend op info@siriuslegal.be of op 0032 2 721 13 00