Blog Consument en marktpraktijken

27.01.2020 Roeland Lembrechts

Valse reviews op je bedrijfspagina: wanneer een lust een last wordt.

Reviews zijn eigenlijk de digitale versie van mond-aan-mondreclame en kunnen voor je onderneming enorm nuttig zijn. Hoe langer hoe meer zullen klanten eerst je reviews bekijken alvorens met je in zee te gaan. Dit is allemaal leuk zolang je goede reviews krijgt. Maar wat indien je geconfronteerd wordt met een – om welke reden ook – ontevreden klant die besluit om je bedrijf reputatieschade toe te brengen? Een reeks valse reviews heeft onmiddellijk een stevige impact op de uitstraling van je onderneming omdat het bereik en de publiciteit online een pak groter is. Bovendien is het niet eenvoudig om deze recensies te laten verwijderen.  De vraag is dan onmiddellijk wat je kan ondernemen tegen deze negatieve publiciteit.

 

Google op de knieën in Nederland

In Nederland heeft een onderneming onlangs Google gedwongen om een reeks fake reviews op de bedrijfsmelding van Google Maps te verwijderen. Google had reeds een deel reviews verwijderd op basis van hun notice-and-takedown procedure. Deze procedure blijkt echter  niet transparant te zijn, wat het verwijderen van andere reviews moeilijk maakt zonder tussenkomst van de rechter.

De Amsterdamse kortgedingrechter oordeelde op 11 november 2019 dat Google de overige  recensies moest verwijderen. Meer nog, Google diende zelfs de identificatiegegevens van de recensent vrij te geven. De rechtbank oordeelde voor de verwijdering dat er een voldoende vermoeden was dat de recensies van dezelfde persoon afkomstig waren, dat ze vals waren én dat ze enkel geplaatst werden met het opzet om schade toe te brengen. 

Voor de vrijgave van de identificatiegegevens van de recensent werden volgende criteria toegepast:

  • de mogelijkheid dat de informatie schadelijk is voor derden, is aannemelijk;
  • de derde heeft een reëel belang bij het verkrijgen van deze identificatiegegevens;
  • het is aannemelijk dat er in het concrete geval geen mindere mogelijkheid bestaat om deze gegevens te achterhalen;
  • een afweging van de betrokken belangen doet de belangen van de derde prevaleren.

De weigering van Google om gegevens vrij te geven werd bij toepassing van deze voorwaarden beschouwd als onrechtmatig tegenover de schadelijdende onderneming, zodat Google verplicht werd om alle bekende informatie ter beschikking te stellen. De bescherming van de eer en goede naam van de onderneming woog hier zwaarder dan de vrijheid van Google-gebruikers om valse recensies te plaatsen, en van het internetpubliek om die recensies te kunnen ontvangen.

 

En wat in België?

De reviewer

Wanneer de review onrechtmatig is (vb. een concurrent zet valse recensies op jouw website om je klanten af te werven, of de reviewer maakt zich schuldig aan beledigingen, laster of eerroof) dan kan de reviewer rechtstreeks aangesproken worden. Het recht op vrije meningsuiting is niet absoluut en moet steeds afgewogen worden met de goede naam en andere te beschermen rechten van de bekritiseerde onderneming. Bij deze beoordeling moet je steeds een onderscheid maken tussen feiten en subjectieve beoordelingen. De echtheid van feiten moet je reviewer steeds kunnen bewijzen. Onjuiste feiten vallen immers niet onder het recht van vrije meningsuiting. Dit geldt in principe niet voor subjectieve beoordelingen. Kritiek geven moet mogelijk zijn en ondernemingen moeten dat dulden. Andere reviews kunnen een slechte review bovendien nuanceren. Bij een subjectief waardeoordeel zal gekeken worden naar de begeleidende omstandigheden die onrechtmatig kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld het manifest overdrijven in de beoordeling met de enkele bedoeling om de onderneming te schaden.

Probleem van reviews is echter dat zij zeer vaak anoniem of onder een pseudoniem worden geplaatst. Voor de bekritiseerde onderneming is het moeilijk deze gegevens te achterhalen. Reviewsites zijn immers niet geneigd om deze gegevens zomaar vrij te geven, waarbij het recht op vrijheid van meningsuiting, recht op informatie voor elke derde en het recht op eerbiediging van het privéleven worden vooropgesteld.

Hoe kom je dan aan de gegevens van de reviewer? Kan de bewuste reviewsite, zoals vb. Google, dan gedwongen worden zoals in Nederland? Of kan je ook vorderen dat de review verwijderd wordt?

 

Platform dat reviews mogelijk maakt

Onder het Belgisch recht kan zo’n reviewplatform gedwongen worden om die informatie vrij te geven, maar enkel aan gerechtelijke en administratieve autoriteiten en voor zover dit nuttig is voor de opsporing en de vaststelling van de inbreuken gepleegd door hun tussenkomst. Het Hof van Cassatie oordeelde reeds in 2011 dat deze mogelijkheid niet bestaat voor de schadelijdende onderneming.

Je kan als onderneming wel de verwijdering van deze reviews vorderen of je kan het reviewplatform zelf aansprakelijk stellen. Dat laatste zal moeilijk zijn aangezien zij in de meeste gevallen een aansprakelijkheidsvrijstelling genieten. Hierbij wordt vooral gekeken naar de mate waarin deze reviewplatforms ook effectief controle uitoefenen op de reviews. Deze vraag rond aansprakelijkheid staat los van de vordering tot verwijdering van de reviews. Dat kan altijd, maar dan moet je rekening houden met de belangenafwegingen zoals zij o.a. ook in Nederland werden gemaakt.

 

Conclusies

Valse reviews online kunnen een pest zijn voor de reputatie van je onderneming en kunnen je heel wat schade bezorgen. De persoon die deze schade toebrengt kan veroordeeld worden tot een schadevergoeding, waarbij steeds de belangen van de onderneming (eer en goede naam), de belangen van het publiek (op informatie) en de belangen van de reviewer (vrije meningsuiting) ten opzichte van elkaar moeten afgewogen worden. 

Reviews worden echter vaak anoniem gepost, zodat identificatiegegevens (vb. IP-adres) van het reviewplatform moeten gevraagd worden. De vrijgave van deze gegevens kunnen in België niet opgevraagd worden door de schadelijdende onderneming. Dit in tegenstelling tot in Nederland. Het reviewplatform kan in theorie ook aansprakelijk gesteld worden, maar valt in de meeste gevallen onder een wettelijke vrijstelling. Wat nog rest, is het verzoek tot verwijdering van de reviews, maar ook daar zal er steeds een belangenafweging gebeuren. Laat je dus steeds professioneel adviseren wat je mogelijkheden zijn.

Meer vragen?

Neem dan gerust contact op met Roeland via roeland@siriuslegal.be.

21.02.2019 Bart Van den Brande

Online kansspelen eindelijk gelegaliseerd in Nederland

De Nederlandse Eerste Kamer heeft op 19 februari ll. -eindelijk- de nieuwe “Wet kansspelen op afstand aangenomen”. Binnen- en buitenlandse bedrijven kunnen straks onder strikte voorwaarden online gokspelen aanbieden in Nederland.  

 

Online gokken was nog steeds illegaal in Nederland

Tot op heden was elke vorm van online gokken in Nederland verboden en werden dergelijke activiteiten streng vervolgd door de Nederlandse Kansspelautoriteit.  In de toekomst komt er nu een vergunningssysteem dat gelijkaardig is aan wat we in België kennen sedert 2010.

Het wetsvoorstel moderniseert de Wet op de kansspelen (Wok) en de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB). Nederland wil de kansspelen via internet (en andere toekomstige elektronische communicatiemiddelen) in de toekomst gaan reguleren en ervoor zorgen dat de speler een passend en aantrekkelijk aanbod heeft, mét de nodige waarborgen tegen kansspelverslaving en criminaliteit.

De grootste uitdaging is om de honderdduizenden Nederlanders die nu nog illegaal gokken op niet-vergunde buitenlandse websites naar een gelegaliseerd aanbod te krijgen.  Voor partijen die zich eerder illegaal op de Nederlandse markt hebben begeven geldt een afkoelperiode van twee jaar.

 

De krijtlijnen van de nieuwe wet

In tegenstelling tot bijvoorbeeld België, is er in Nederland niet voor gekozen om het aantal vergunningen op voorhand te beperken. In plaats daarvan worden hoge eisen gesteld aan de potentiële vergunninghouders. Het aantal vergunninghouders wordt zo op kwalitatieve gronden beperkt. De Nederlandse overheid heeft geen minimum aantal vergunningen voor ogen en is ook niet van zins de hoge eisen te verlagen om meer vergunningen te kunnen verlenen.

Het hele systeem is gebaseerd op de beoordeling door de Kansspelautoriteit van de “betrouwbaarheid” en “geschiktheid” van de de aanbieder, maar de precieze criteria die daarbij in aanmerking genomen worden, blijven tot op heden eerder vaag en het zal nog een tijdlang afwachten zijn wat nu precies het lijstje van vereisten is waaraan een nieuwe aanbieder moet voldoen.

Wel zijn alvast volgende strenge voorwaarden verbonden aan de uitbating van een vergunning:

  • Er is een verplichting voor een vergunninghouder om een fysieke vestiging te hebben in Nederland (voor niet-EU aanbieders) of om een vertegenwoordiger in Nederland aan te duiden (voor EU aanbieders)
  • Een vergunning kan enkel bekomen worden voor:
    1. casinospelen waarbij de spelers tegen de vergunninghouder spelen;
    2. casinospelen waarbij de spelers tegen elkaar spelen;
    3. weddenschappen op gebeurtenissen tijdens een sportwedstrijd of op de uitslag van een sportwedstrijd, en
    4. weddenschappen op uitslagen van paardenrennen en harddraverijen, georganiseerd door of onder auspiciën van de vereniging Nederlandse Draf- en Rensport of een vergelijkbare internationale, al dan niet overkoepelende organisatie, voor zover deze naar het oordeel van de raad van bestuur op verantwoorde, betrouwbare en controleerbare wijze worden georganiseerd.
  • De identiteit van zaakvoerders of bestuurders dienen transparant te zijn en zij dienen te voldoen aan de te verwachten vereisten op vlak van strafblad en antecedenten
  • De Kansspelautoriteit beoordeelt zelf en discretionair “de betrouwbaarheid van de vergunninghouder, van de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen, van diens uiteindelijke belanghebbenden en van diens middellijke en onmiddellijke vermogensverschaffers op basis van hun voornemens, handelingen en antecedenten
  • Een Besluit bij de wet bevat een hele reeks verplichtingen ten aanzien van personeel en administratie en ten aanzien van de organisatie en keuring van de spelen, consumentenbescherming en bescherming van de spelers.

 

Enkele last minute changes tijdens de stemming

Een motie waarin de regering wordt verzocht een verbod op reclame voor (online) gokken te overwegen, de consequenties daarvan in kaart te brengen en de Kamers hierover voor 1 september 2019 nader te informeren werd net voorafgaand aan de stemming in de Eerste Kamer nog aangenomen. Een motie voor een algeheel reclameverbod werd evenwel verworpen.

Ook is een motie aanvaard om de Kansspelautoriteit ‘van een adequaat instrumentarium te voorzien om handhavend te kunnen optreden tegen illegale, niet vergunde aanbieders van kansspelen’, wat inhoudt dat bepaalde buitenlandse sites moeten worden geblokkeerd.

Om gokverslaving bij online gokken zoveel mogelijk te voorkomen komt er een centraal register voor de uitsluiting van kansspelen en aanvullende toezicht- en handhavingsbevoegdheden voor de kansspelautoriteit.

De Kansspelbelasting wordt vastgesteld op 29 procent. Een deel van de belastingopbrengsten gaat naar de sportclubs en sporters.

Online gambling providers worden bovendien verplicht om preventieve maatregelen tegen verslaving aan te bieden. Zo moet er duidelijk een waarschuwing in beeld zijn dat gokken verslavend werkt en moeten de aanbieders een deel van de opbrengsten afdragen aan het verslavingsfonds.

Aanbieders mogen zich bovendien niet richten op minderjarigen. Gebruik van bekende sporters in reclame voor kansspelen is om die reden bijvoorbeeld verboden. Ook moet het onderscheid tussen gewone games en kansspelen duidelijk zijn. Jongeren die willen gokken, moeten bij de online kansspelen inloggen met een burgerservicenummer om hun leeftijd te laten verifiëren.

 

Geen regularisering voor lootboxes en in game gambling

De Nederlandse overheid deed in het afgelopen jaar, net zoals de Belgische en enkele andere Europese overheden, onderzoek naar games met zogeheten “lootboxes” of schatkisten met willekeurige, virtuele beloningen.  In sommige gevallen moet de speler op een of andere manier betalen om kans te maken op zo’n lootbox en in dat geval zijn dit volgens de verschillende Europese kansspeloverheden wel degelijk online gokspelen, die logischerwijze onder de oude wet in Nederland niet toegestaan waren.

Ook in de toekomst moeten dergelijke lootboxes niet rekenen op een vergunning in Nederland.  De Kansspelautoriteit liet al weten dat zij ook onder de nieuwe wet geen intenties heeft om vergunningen te verlenen voor games met lootboxes.  “Vergunning komen er enkel voor online casino’s, waar bijvoorbeeld poker gespeeld kan worden”, aldus een woordvoerder van de Kansspelautoriteit in de Nederlandse pers.

Voor een bijzonder populaire game als FIFA 19 betekent dat die potentieel nog steeds illegaal zal zijn in Nederland, omdat de beloningen uit lootboxes binnen het spel doorverkocht kunnen worden.

 

Wat is de timing?

Officieel houdt men als datum 1 juli 2020 aan. De wet zal op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treden, vervolgens zal de Kansspelautoriteit nog een half jaar nodig hebben om de benodigde vergunningen te verstrekken.

Ook gelden er voor sommige uitvoeringswerkzaamheden vaste termijnen. Voorbeelden hiervan zijn de Europese notificatieplicht en – aanbesteding.

 

Opgelet in tussentijd…!

De Kansspelautoriteit blijft zolang de wetsvoorstel Kansspelen op Afstand nog niet van kracht is, optreden tegen aanbieders van online kansspelen. Aanbieders zonder vergunning zullen streng worden aangepakt.  De Kansspelautoriteit krijgt hiervoor extra bevoegdheden, waaronder de mogelijkheid om het betaalverkeer tussen illegale aanbieder en deelnemer kan blokkeren.

 

Vragen over Kansspelen in Nederland, België of de rest van Europa?

Ons team staat graag voor u klaar.  Neem gerust vrijblijvend contact op met Bart Van den Brande op +32 486 901 931 of op bart@siriuslegal.be.

04.01.2019 Bart Van den Brande

Bestelbon (Auto)salon nog te herroepen?

Met het autosalon in aantocht is het een gepast moment om de regels omtrent herroepingsrecht en verkoop op afstand nog eens toe te lichten. In sommige gevallen heeft de consument immers het recht om zijn aankoop te herroepen in geval deze wordt gesloten buiten de (gebruikelijke) verkoopruimte van de verkoper maar dit is zeker niet altijd het geval zo oordeelde het Europees Hof van Justitie in een recent arrest. Sirius Legal licht de regels nogmaals toe.

 

Achtergrond

Wanneer een overeenkomst buiten de verkoopruimte of buiten de gebruikelijke plaats van beroepsuitoefening van de verkoper wordt gesloten, wordt de consument in het bijzonder beschermd door een informatieverplichting van de onderneming vóór de sluiting van de overeenkomst; een verplichting tot bevestiging van de gesloten overeenkomst én door een herroepingsrecht.

In de vorige wet marktpraktijken werd heel duidelijk aangegeven dat in geval van verkopen op beurzen e.d.m. voor een bedrag van meer dan 200 EUR, dit als een verkoop buiten de lokalen van de ondernemer diende beschouwd te worden waardoor bovenvermelde strenge regels van toepassing waren. Zo ook dus op de aankoop van een wagen op bijvoorbeeld het autosalon, of de aankoop van een keuken op een interieurbeurs,…

In de huidige wetgeving marktpraktijken die is opgenomen in het Wetboek Economisch Recht is één en ander veel minder duidelijk.

 

Verkoop op salons of beurzen: EHvJ verduidelijkt

De wet voorziet enkel dat voor wat betreft overeenkomsten die buiten de gebruikelijke verkoopruimte van de verkoper zijn voorzien, de verkoper een herroepingsrecht moet aanbieden aan de consument en hierover zeer duidelijk moet communiceren, naast nog een heel aantal andere verplichte vermeldingen. De reden is de consument te beschermen tegen halsoverkop aankopen.

En hoewel deze bepaling vrij helder lijkt en zou doen geloven dat een verkoop op een beurs of een salon een verkoop buiten de gebruikelijke verkoopplaats van de verkoper is, oordeelde het Europese Hof van Justitie anders in een recent arrest  van deze zomer.

Het Hof van Justitie oordeelde dat het doorslaggevend element voor de kwalificatie van een “verkoop buiten de verkoopruimte” wordt bepaald door hoe de gemiddelde consument de situatie ervaart. Indien een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument, in het licht van het geheel aan feitelijke omstandigheden van de activiteiten, en met name van de uiterlijke verschijningsvorm van de stand en de informatie in de ruimten waar de beurs wordt gehouden, redelijkerwijs kon verwachten dat die handelaar er zijn activiteiten uitvoert en hem aanspreekt om een overeenkomst te sluiten, dan is er volgens het Hof geen sprake van een buiten verkoopruimte afgesloten overeenkomst. Met andere woorden: in dat geval zal er geen herroepingsrecht gelden.

Toegepast op salons en beurzen zoals het autosalon zou je kunnen concluderen dat in dit geval evenmin een herroepingsrecht geldt aangezien de consument die de beurs bezoekt kan verwachten dat een autodealer er zijn activiteiten uitoefent en dat hij kan aangesproken worden om een wagen aan te kopen.

 

Geen herroepingsrecht voor op goederen “op maat”

Tot slot dient nog opgemerkt te worden dat er sowieso geen herroepingsrecht geldt voor goederen die op maat gemaakt worden of zoals de wet bepaald “goederen die zijn vervaardigd zijn volgens de specificaties van de consument of duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn”. Een keuken op maat bestellen tijdens de interieurbeurs zal zodus nooit aanleiding kunnen geven tot herroepingsrecht, daarentegen: een stockwagen die men op en beurs koopt in sommige gevallen wel aangezien dit niet als een vervaardiging op maat kan beschouwd worden.

 

Vragen over het herroepingsrecht in het algemeen of consumentenbescherming in het bijzonder?

Contacteer Bart Van den Brande via bart@siriuslegal.be

12.10.2018 Bart Van den Brande

Aansprakelijkheid van tour operators bij pakketreizen

Een volgeboekt of gesloten hotel, geplande excursies die niet doorgaan, de gereserveerde auto die niet beschikbaar is enzovoort.  Wat zijn de rechten en plichten van de reiziger en van de reisorganisator/ tour operator?

 

Algemeen uitgangspunt: aansprakelijkheid

Elke partij dient de verplichtingen na te komen die hij aanging. Dit is evident. De reisorganisator is aansprakelijk voor de uitvoering van de reisdiensten die in de pakketreis werden afgesproken. Dit geldt zowel voor de reisdiensten die de organisator zelf aanbiedt als voor de reisdiensten die door anderen worden aangeboden (bv. het hotel, excursie,…). Er dient dus alles in het werk gesteld te worden om de pakketreis na te leven en de reiziger te bieden waar hij recht op heeft.

 

Wat als de reiziger niet krijgt wat hij gereserveerd heeft?

De reiziger die geconfronteerd wordt met een tekortkoming tijdens de pakketreis heeft de verplichting de reisorganisator zonder nodige vertraging hiervan op de hoogte te stellen. Zonder kennis van het probleem kan er immers geen tussenkomst geboden worden.

De reisorganisator dient vervolgens een oplossing te zoeken voor elke tekortkoming. Hij zal bv. voor aan andere wagen / hotel dienen te zorgen, een vervangende binnenvlucht, een nieuwe excursie enz. Hij kan zich hiervan enkel onttrekken indien het gebrek van die aard is dat elke oplossing onmogelijk is of indien dit onevenredig hoge kosten met zich meebrengt (rekeninghoudende met enerzijds de mate van de tekortkoming en anderzijds de waarde van de reisdienst).

Indien de reisorganisator er niet in slaagt het probleem binnen een redelijke termijn op te lossen, dan is hij verplicht om de kosten van de tekortkoming aan de reiziger terug te betalen. De reiziger hoeft zelfs geen termijn voor te stellen in dringende situaties of wanneer de reisorganisator weigert het probleem op te lossen.

Het kan ook zijn dat het gebrek zo doorslaggevend is dat het aanzienlijke gevolgen heeft voor de verdere reis (bv. vervoersproblemen zodat de geboekte hotels niet kunnen worden bereikt). De reiziger kan dan de overeenkomst opzeggen indien de organisator niet binnen een vooropgestelde termijn het probleem oplost. De reiziger is hiervoor geen schadevergoeding verschuldigd en heeft eventueel zelfs recht op een prijsvermindering of schadevergoeding van de reisorganisator. Bovendien dient de organisator de reiziger in dit geval ook terug thuis te brengen (indien de overeenkomst dit voorzag) en dit zonder onnodige vertraging, zonder bijkomende kosten en middels gelijkwaardig vervoer.

 

Wat met compensaties van een lager kwaliteitsniveau?

Het kan gebeuren dat de organisator een aanzienlijk deel van de reisdiensten niet kan nakomen (bv. volgeboekt of gesloten hotel). Met het oog op de voortzetting van de reis is de organisator verplicht om andere arrangementen aan te bieden van dezelfde of zelfs een hoger kwaliteitsniveau. Hij kan de kosten hiervan niet op de reiziger verhalen. Als de organisator er niet in slaagt een oplossing aan te bieden van een vergelijkbaar kwaliteitsniveau, heeft de reiziger recht op een gepaste prijskorting.

De reiziger is overigens in principe verplicht het nieuw aangeboden arrangement (bv. ander hotel) te aanvaarden tenzij dit al te erg afwijkt van zijn initiële reservering (bv. een tussenvlucht wordt vervangen door een veel langere bootreis) of indien de prijsvermindering die de organisator voorstelt, ontoereikend is.

 

Wat zijn de sancties?

Kan de reisorganisator helemaal geen oplossing bieden voor het probleem van de reiziger?  Dan heeft de reiziger in elk geval recht op een gepaste prijsvermindering en eventueel een bijkomende schadevergoeding voor dat deel van zijn reis dat door het probleem in de war gestuurd werd.

De reisorganisator kan een schadevergoeding enkel vermijden indien hij aantoont dat het gebrek te wijten is 1) aan de reiziger of 2) aan aan een derde die niet bij de uitvoering van de reisdienst is betrokken en het gebrek niet kon worden voorzien of voorkomen of 3) aan onvermijdbare en buitengewone omstandigheden, overmacht dus.

 

Overmacht

In geval van overmacht zal de reisorganisator geen schadevergoeding verschuldigd zijn. Hij zal evenwel steeds instaan voor bijstand aan de reiziger die in moeilijkheden verkeert. Zo zal hij nuttige informatie dienen te verstrekken over medische diensten, plaatselijke autoriteiten, consulaire bijstand, enz.

Wanneer omwille van een overmachtssituatie de terugkeer van de reiziger niet kan worden geregeld, zal de reisorganisator instaan voor de kosten van de nodige accommodatie ter plaatse. Dit geldt voor accommodatie van een gelijkwaardige categorie en voor ten hoogste drie overnachtingen per reiziger. Deze beperking van de kosten geldt niet voor personen met een beperkte mobiliteit en hun begeleiders (bij luchtvervoer), voor zwangere vrouwen, alleenreizende minderjarigen en personen die specifieke medische bijstand behoeven.

 

Sirius Legal

Sirius Legal volgt de wetgeving en rechtspraak in de reissector nauw op en staat u bij met raad en daad.
U kan ons contacteren op info@siriuslegal.be

12.09.2018 Bart Van den Brande

Stakingsvordering wegens oneerlijke marktpraktijken of misbruik van machtspositie niet van toepassing bij contractuele geschillen

Reisbureaus en touroperators die samenwerken kennen soms ook geschillen.De wet voorziet bescherming tegen allerhande misbruiken, ook wat de reissector betreft. De wettelijke beschermingsmaatregelen zijn evenwel niet altijd in elke situatie van toepassing. In een recent arrest zet het Hof van Beroep van Gent uiteen wanneer de wetgeving inzake oneerlijke marktpraktijken of misbruik van machtspositie niet ingeroepen kan worden door een reisbureau.

 

Feiten

Een reisbureau en een touroperator sluiten een samenwerkingsovereenkomst. Hierin wordt o.a. bepaald dat het reisbureau een bepaalde omzet dient te halen. Wanneer bijkt dat deze omzet voor een bepaald jaar niet wordt behaald, zegt de touroperator de overeenkomst met onmiddellijke ingang op.

Het reisbureau was het hier niet mee eens en stelde een vordering is wegens inzake oneerlijke marktpraktijken en misbruik van machtspositie

 

Reglementering

Wanneer een reisbureau, touroperator of een onderneming in het algemeen, geconfronteerd wordt met een andere onderneming die misbruik maakt van haar machtspositie (op de Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan), dan kan aan de rechtbank worden gevraagd om die gedraging te laten ophouden (te staken).

Dit misbruik van machtspositie kan bestaan in :

1° het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden;

2° het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers;

3° het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;

4° het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten

Hetzelfde geldt wanneer een onderneming gedragingen stelt die strijdig zijn met de eerlijke marktpraktijken waardoor beroepsbelangen geschaad (kunnen) worden. Het begrip ‘eerlijke marktpraktijken’ is ruim en in elk indiviueel geval zal afgetoetst dienen te worden of er een inbreuk is of niet.

 

Voorbeelden uit de rechtspraktijk:

-Ongenuanceerd taalgebruik in een nieuwsbrief van een beroepsvereniging voor reisbureaus aan het adres van een reisorganisator, waarbij deze in een slecht daglicht wordt gesteld.

-Het (mede) opzetten van een distributiesysteem voor diensten van reisbemiddeling via onafhankelijke verkooppunten die niet beschikken over de bij het reisbureaudecreet vereiste vergunning. Dit kan immers de beroepsbelangen van de andere gevestigde reisbureaus schaden, gezien deze laatsten onderworpen zijn aan een aantal voorwaarden en garantieverplichtingen, waaraan de gewraakte doorverkopers niet moeten voldoen en waardoor ze goedkoper kunnen werken.

-De inschrijving in de KBO onder de Nacebel-codes voor de activiteiten van “reisbureaus” en “reisorganisatoren” terwijl men niet voldoet aan de vereisten van art. 36 en 37 van de wet van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling (de vereiste van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en financieel onvermogen), is een misleidende handelspraktijk

De benadeelde onderneming heeft dus de mogelijkheid met haar klacht naar de rechtbank te stappen om bepaalde daden te laten stoppen.

Maar…. In de besproken procedure vorderde het reisbureau de verdere uitvoering van de overeenkomst door zich te beroepen het misbruik van machtspositie en het schaden van de beroepsbelangen van haar onderneming. Op deze manier trachtte het reisbureau de houding van de touroperator te laten ophouden. Deze stakingsvordering werd door door het Hof van Beroep niet toegekend.

Het Hof heeft daarbij geen onderzoek gedaan naar de gepleegde feiten. Zij heeft niet beoordeeld of de houding van de touroperator al dan niet laakbaar was noch of zij misbruik maakte van een machtspositie of dat zij beroepsbelangen heeft geschaad.

Het Hof stelt dat – en zij verwijst daarvoor naar de voorbereidende werken van de wet en naar rechtsleer – dat de bovenvermelde beschermingsmaatregelen evenwel gelden enkel wanneer tussen de partijen geen vordering wordt gesteld op basis van een contract tussen partijen.

Aangezien het reisbureau nu net wel de verdere naleving van de bestaande overeenkomst vordert, kan zij zich niet op deze wetgeving beroepen om de bewuste gedraging te laten ophouden. De stakingsrechter kan dus geen contractuele vordering beoordelen..

 

Ingewikkeld juridisch onderscheid

Bij het instellen van een vordering van staking tegen een andere onderneming omdat deze handelspraktijken stelt die strijdig zijn met eerlijke concurrentie, eerlijke marktprijken e.d., stelt men eigenlijk een vordering in omdat de andere onderneming zich niet gedraagt als een normaal zorgvuldige onderneming in het handelsleven. Men handelt niet correct. Dit handelen heeft in weze geen uitstaans met de overeenkomst die men met die onderneming sloot (wat een contractuele aansprakelijkheid zou betreffen). Het handelen is wel een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsnorm – men mag zich nu eenmaal niet op die wijze gedragen – zodat het een inbreuk op de buitencontractuele aansprakelijkheid betreft.

Het is in België vaststaande rechtspraak dat ingeval men schade lijdt bij contractuele afspraken, men zich niet mag beroepen op de wetgeving inzake buitencontractuele schade (zoals bv. het zich niet zorgvuldig gedragen,..). Deze samenloop wordt niet aanvaard (tenzij de verweten fout een tekortkoming uitmaakt van de algemene zorgvuldigheidsnorm en de fout een andere dan aan de slechte uitvoering van de overeenkomst te wijten schade heeft veroorzaakt).

Het reisbureau kon zich dan ook enkel beroepen op de bepalingen die in de overeenkomst werden opgenomen.

 

Te onthouden

Geconfronteerd met handelingen van een onderneming waarbij uw eigen onderneming schade lijdt en waarbij misbruik wordt gemaakt van een machtspositie of een inbreuk op de eerlijke marktpraktijken (dit kan ruim zijn), kan u naar de stakingsrechter gaan om deze handelingen te laten stopzetten.

Dit gaat evenwel niet wanneer u met de betreffende onderneming verbonden bent met middels een overeenkomst en u hierbij de naleving van de overeenkomst vordert (of andere vorderingen instelt op basis van het contract; behoudens de uitzondering van samenloop). Let wel: dit betekent niet dat geen schadevergoeding kan worden gevraagd voor de gewone rechtbank. Enkel de eis tot het ophouden van de bewuste handelswijze is dan niet mogelijk.

U kan inzake dit artikel, vragen over misbruiken en al dan niet eerlijke marktpraktijken, het opstellen van overeenkomsten of over reisrecht in het algemeen, steeds contact opnemen via bart@siriuslegal.be.

30.08.2018 Bart Van den Brande

Opgelet met online kansspelen in Nederland!

De Kansspelwetgeving in België is erg streng: wie kansspelen wil aanbieden heeft daarvoor een vergunning nodig van de Kansspelcommissie en wie diezelfde kansspelen online wil kunnen aanbieden heeft naast zijn standaardvergunning een bijkomende vergunning voor online kansspelen (de “+ vergunning”) nodig.  Wie niet aan de voorwaarden voldoet, is in strijd met de wet en de Kansspelcommissie gaat op basis van haar eigen vaststellingen geregeld over tot het blokkeren van “illegale” websites.

Maar zelfs wie een “+ licentie” of vergunning van de Belgische Kansspelcommissie bekomt, moet nog steeds erg voorzichtig zijn.  Websites stoppen immers niet aan de landsgrenzen en een Nederlandstalige website, bereikt ook cliënteel bij onze noorderburen.  In Nederland is het echter voorlopig nog altijd eenvoudigweg verboden om online kansspelen aan te bieden. De plaatselijke Kansspelcommissie (daar Kansspelautoriteit geheten) houdt streng toezicht legt geregeld forse boetes op.   Zopas nog werd aan het bedrijf Corona Limited, aanbieder van de websites www.krooncasino.com en www.oranjecasino.com een boete opgelegd van maar liefst 300.000 euro (!).

 

Wie loopt in de kijker?

De Nederlandse Kansspelautoriteit baseert zich bij haar beleid op zogeheten “prioriteringscriteria”: aanbieders van online kansspelen die zich duidelijk op de Nederlandse consument richten, worden als eerste aangepakt.  Men werkt hierbij op basis van het aanwezig zijn van één of meer van deze criteria:

  • Het feit dat de website in het Nederlands beschikbaar is (potentieel dus ook Belgische websites)
  •  Het gebruik van een .nl domeinnaamextensie (wat een Belgische aanbieder al snel ook zou kunnen overwegen)
  • Reclame op radio tv en print in Nederland (idem)
  • Het aanbieden van Nederlandse betaalmiddelen zoals iDeal (wat een aantal betaalproviders ook voor Belgische klanten standaard mee opnemen)
  • Eventuele andere criteria waaruit blijkt dat men Nederlanders tracht te bereiken

 

Krooncasino.com en oranjecasino.com

Op www.krooncasino.com en www.oranjecasino.com werden onder meer casinospelen, sportweddenschappen, casinogames en live casinospelen aangeboden. Volgens de Kansspelautoriteit richtte men zich daarbij op Nederlanders omdat onder andere:

  • de websites in Nederland gehost werden
  • de websites hadden een Nederlandstalige naam
  • iDeal betalingen
  • Websites in het Nederlands
  • Oranje kleurgebruik en gebruik van de Nederlandse oranje leeuw

Voorzichtigheid troef dus voor wie in België, zelfs met een Belgische licentie, een Nederlandstalige gamblingwebsite uitbaat.  Het is ten strengste af te raden om buitenlandse domeinnaamextensies toe te voegen, buitenlandse betaalmiddelen aan te nemen, vertalingen te voorzien andere dan Nederlands of Frans (of eventueel ook nog wel Engels), (online) reclame te richten op buitenlanders, …

 

In de toekomst wel legaal online gokken in Nederland?

Voor online kansspelen wordt op dit moment nog geen vergunning verleend aan exploitanten. Er is een wet in de maak waardoor het aanbieden van online kansspelen wel mogelijk zal worden in Nederland. Op dit moment ligt het wetsvoorstel Kansspelen op afstand bij de Eerste Kamer. Het is nog niet duidelijk wanneer de Eerste Kamer het voorstel zal behandelen. Wanneer de wet van kracht is kan de Kansspelautoriteit onder strikte voorwaarden vergunningen verlenen aan aanbieders van online kansspelen.

 

Vragen over (online of offline) kansspelen?

Neem gerust vrijblijvend contact op met ons team op info@siriuslegal.be of op 02 721  13 00

28.02.2018 Bart Van den Brande

Wat is een pakketreis? De soorten reizen in de pakketreizenwet.

De ene reis is de andere niet en de rechtsregels van toepassing  op de ene reis, zijn  niet noodzakelijk van toepassing op een andere reis. De nieuwe ‘pakketreizenwet’ van 21.11.2017 die vanaf 01.07.2018 van toepassing zal zijn op vanaf dan gesloten reisovereenkomsten bevat een aantal onderverdelingen in reizen zoals de pakketreis, het gekoppeld reisarrangement en de reisdienst. Maar wat is nu eigenlijk het verschil?

 

 Wat is een reisdienst?

 Een reisdienst is:

  • Passagiersvervoer (bv. vliegtuig, trein,..)
  • Accommodatie (die niet intrinsiek deel uitmaakt van het passagiervervoer en die niet voor bewoning is bestemd) (bv. hotel)
  • Verhuur van auto’s (of andere bepaalde motorvoertuigen)
  • Een andere toeristische dienst (excursies ter plaatse,…) (die niet intrinsiek deel uitmaken van de voorgaande punten)

Zoals hierna verder toegelicht kan een reisdienst een pakketreis worden indien er sprake is van minstens 2 verschillende soorten van deze reisdiensten voor dezelfde reis/vakantie. Een voorbeeld: de reiziger boekt een hotel. Dit is een reisdienst. Indien deze reiziger een hotel én een vlucht boekt voor dezelfde reis, dan is dit een pakketreis en zijn andere regels van toepassing.

De regels voor een pakketreis zijn veel uitgebreider dan de regels voor een verkoop van een reisdienst.

De ‘pakketreizenwet’ bepaalt inzake de verkoop van reisdiensten dat vóór het sluiten van de verkoop van de reis, de organisator (touroperator, resiorganisator) of de doorverkoper (resibureau, reisagent) verplicht is informatie te geven over:

  • Wat er gebeurt bij insolventie van de organisator of doorverkoper, namelijk dat deze zekerheid dient te stellen voor de terugbetaling van alle ontvangen bedragen voor het geval dat de residienst door zijn insolventie niet kan doorgaan. M.a.w., een reiziger die een reisdienst boekt (bv. een hotel), heeft zekerheid dat hij in geval van faillissement van de organisator zijn geld terugkrijgt als hij daardoor de reis niet kan maken.
  • Daarom dient de organisator / doorverkoper ook de naam en andere gegevens over te maken van de instantie die deze zekerheid verschaft.Dit klinkt redelijk abstract. Een Koninklijk Besluit zal de vorm en voorwaarden e.d. nog concreet maken.Voor het overige bepaalt de ‘pakketreiswet’ niets specifiek indien een reisdienst wordt geboekt.

De algemene regels inzake de marktpraktijken en consumentenbescherming (Boek VI Wetboek Economisch Recht) zijn eveneens van toepassing.

 

Wat is een gekoppeld reisarrangement?

Een gekoppeld reisarragenment doet zich voor wanneer:

      • minstens twee verschillende reisdiensten (zie hierboven) worden aangekocht
      • voor dezelfde reis of vakantie
      • maar die geen pakketreis vormen
      • waarbij afzonderlijke overeenkomsten worden gesloten met verschillende reisdienstverleners en
        • waarbij tijdens één bezoek van een professioneel of één contact met diens verkooppunt, de reiziger elke reisdient apart selecteert en betaalt (bv. de reiziger boekt op het zelfde ogenblik in het zelfde reisbureau bij verkoper A een vlucht en bij verkoper B een hotel, van toepassing op dezelfde vakantie; evenwel voor zover dit geen pakketreis is, zie verder)

 of

        • waarbij de professioneel gericht de reiziger binnen de 24 uur na de eerste reisdienst, bij een andere professioneel een aanvullende reisdienst laat sluiten

Bepaalde gekoppelde reisarrangementen leunen fel aan bij een pakketreis maar zijn dit niet. Hiervoor dient de uitgebreide definitie van een pakketreis te worden onderzocht. Het verschil is zoals vermeld wel relevant: de regels die van toepassing zijn op een gekoppeld reisarrangement zijn veel beperkter dan deze op een pakketreis.

 De regels van toepassing op een gekoppeld reisarrangement:

  • De reisorganisatoren / touroperators dienen ‘zekerheid’ te stellen voor alle bedragen die de reiziger heeft betaald, de mogelijke redelijkerwijs voorzienbare kosten, de uitvoering van de reis en de repatriëringskosten. Indien de reis wordt beïnvloed door de insolventie van reisorganisator / touroperator / reisbureau/ en passagiervervoer in de reis inbegrepen is, heeft de reiziger recht op een repatriëring huiswaarts. Een Koninklijk Besluit zal de nadere regels hieromtrent nog ontwikkelen.
  • Alvoren een verkoop te sluiten met de reiziger dient de professioneel op een duidelijke, begrijpelijke een in het oog springende wijze mee te delen dat:
    • de reiziger geen aanspraak kan maken op de rechten die gelden voor een pakketreis
    • elke dienstverlener aansprakelijk is voor de goede uitvoering van zijn eigen diensten (bv. bij boeking bij twee afzonderlijke reisagenten van een hotel en een vlucht zijn beide voor hun eigen boeking aansprakelijk)
    • de reiziger aanspraak kan maken op de zekerheid ingeval van insolventie (zie hierboven)
    • aan de reiziger wordt hiertoe een door de wet bepaald standaardformulier verstrekt.

Indien de professioneel deze regels niet naleeft, kan de reiziger welbepaalde rechten putten uit de regels van toepassing op een pakketreis (bv: overdracht, opzegging,..)

 

Wat is een pakketreis?

Om te weten wat een pakketreis is dient met eerst te weten wat een reisdienst is, nl.:

  • Passagiersvervoer (bv. vliegtuig, trein,..)
  • Accommodatie (die niet intrinsiek deel uitmaakt van het passagiervervoer en die niet voor bewoning is bestemd) (bv. hotel)
  • Verhuur van auto’s (of andere bepaalde motorvoertuigen)
  • Een andere toeristische dienst (excursies ter plaatse,…) (die niet intrinsiek deel uitmaken van de voorgaande punten)

Een pakketreis is een reis is die minstens 2 verschillende soorten van deze reisdiensten voor dezelfde reis/vakantie bevat. Een voorbeeld: de reiziger boekt voor dezelfde reis bij een touroperator / reisorganisator / reisbureau / reisagent een vliegtuigreis en een hotel of een vliegtuigreis en een autohuur of een hotel met daaraan gekoppeld toeristische diensten enz.

De definitie van een pakketreis in de wet en bevat gedetailleerde informatie en ook uitzonderingen:

Een pakketreis is de combinatie van ten minste twee verschillende soorten reisdiensten voor dezelfde reis of vakantie, ingeval:

a) deze diensten worden gecombineerd door één professioneel, inbegrepen op verzoek of overeenkomstig de keuze van de reiziger, voordat er één overeenkomst waarin al deze diensten zijn inbegrepen, wordt gesloten, of

b) deze diensten, ongeacht of er afzonderlijke overeenkomsten worden gesloten met verschillende reisdienstverleners, worden:

b.1) gekocht bij één verkooppunt en gekozen voordat de reiziger ermee instemt te betalen, of

b.2) aangeboden, verkocht of gefactureerd voor een gezamenlijke prijs of een totaalprijs, of

b.3) aangeprezen of verkocht onder de term “pakketreis” of een gelijkaardige benaming, of

b.4) gecombineerd nadat er een overeenkomst is gesloten waarbij de professioneel de reiziger laat kiezen uit een selectie van verschillende soorten reisdiensten, of

b.5) gekocht van verschillende professionelen via onderling verbonden onlineboekingsprocedures, waarbij de naam, de betalingsgegevens en het e-mailadres van de reiziger worden overgedragen van de professioneel met wie de eerste overeenkomst wordt gesloten naar een andere professioneel of andere professionelen en er met de laatstgenoemde professioneel of professionelen uiterlijk vierentwintig uur na de bevestiging van de boeking van de eerste reisdienst een overeenkomst wordt gesloten.

Dit (b)betreft een clickt-hrougaanbieding waarbij de reiziger middels het doorklikken op een website verschillende reisdiensten combineert die worden aangekocht bij verschillende aanbieders én de informatie van de consument wordt doorgestuurd van de ene aanbieder naar de andere én de beide aankopen vinden maximum 24uur na elkaar plaats.

Een combinatie van reisdiensten waarbij niet meer dan één soort reisdienst als bedoeld in de bepaling onder 1°, a), b) of c), wordt gecombineerd met één of meer toeristische diensten als bedoeld in de bepaling onder 1°, d), is geen pakketreis indien de laatstgenoemde diensten:

a) geen aanzienlijk deel van de waarde van de combinatie vormen, of niet als een essentieel kenmerk van de combinatie worden aangeprezen of anderszins geen essentieel kenmerk van de combinatie vertegenwoordigen, of

b) pas worden gekozen en aangekocht nadat de uitvoering van een reisdienst als bedoeld in de bepaling onder 1°, a), b) of c), al is begonnen;

 De wet zelf bepaalt een aantal uitzonderingen en is niet van toepassing op:

    • pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen die een periode van minder dan vierentwintig uur beslaan, tenzij zij een overnachting omvatten;
    • pakketreizen die worden aangeboden en gekoppelde reisarrangementen die worden gefaciliteerd, incidenteel en zonder winstoogmerk en uitsluitend aan een beperkte groep reizigers (bv. reis door een sportvereniging liefdadigheid,…);
    • pakketreizen, gekoppelde reisarrangementen en afzonderlijk verkochte reisdiensten die worden gekocht op basis van een algemene overeenkomst voor het regelen van zakenreizen tussen een professioneel en een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die handelt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit.  

De Wet hanteert termen als professioneel, organisator, doorverkoper en reiziger. Dit houdt in:

    • reiziger: iedere persoon die, binnen het toepassingsgebied van deze wet, een overeenkomst wenst te sluiten of die er op grond van een reeds gesloten overeenkomst recht op heeft te reizen
    • professioneel: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze wet vallende overeenkomsten handelt, mede via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, ongeacht of hij optreedt als organisator, doorverkoper, professioneel die een gekoppeld reisarrangement faciliteert of reisdienstverlener (bv. een reisorganisator, een touroperator, een reisbureau, een reisagent)
    • organisator: een professioneel die pakketreizen samenstelt en deze rechtstreeks dan wel via of samen met een andere professioneel verkoopt of te koop aanbiedt, of een professioneel die de gegevens van de reiziger aan een andere professioneel overdraagt overeenkomstig de bepaling onder 2°, b.5) (bv. een reisorganisator, een touroperatot)
    • doorverkoper: een professioneel, anders dan de organisator, die pakketreizen verkoopt of te koop aanbiedt die door een organisator zijn samengesteld (bv. een reisbureau of reisagent)

 

Sirius Legal

Sirius Legal is een gespecialiseerd advocatenkantoor in o.a. reisrecht.

Voor meer informatie over pakketreizen en hun reglementering kan u terecht bij de andere artikels op de website dan wel via info@siriuslegal.be.

21.12.2017 Bart Van den Brande

Online kansspelen en vrij verkeer van diensten

In de Europese Unie geldt een vrij verkeer van diensten, wat inhoudt dat alle EU-onderdanen in beginsel zonder enige beperking grensoverschrijdende diensten kunnen verrichten, voor zover zij in een lidstaat gevestigd zijn. M.a.w., een elders in de Europese Unie gevestigde firma mag op de Belgische markt haar diensten aanbieden. Dit betreft één van de pijlers van de Europese Unie, nl. de eengemaakte, gemeenschappelijke markt.

Evenwel wordt het buitenlandse (online) casino’s / kansspelaanbieders wettelijk verboden om diensten aan te bieden in België.  Hoe verhouden deze principes zich?

 

De Belgische en Europese Wetgeving

 Als uitgangspunt van de Belgische wet van 07.05.1999 geldt dat het in beginsel verboden is een kansspel te exploiteren. Dit mag enkel na het bekomen van een vergunning bij de Kansspelcommissie. De wet stipuleert duidelijk dat het aantal casino’s in België beperkt dient te blijven tot 9. De online exploitatie van een casino is conform deze wetgeving eveneens onderhevig van het verkrijgen van een vergunning, afgeleverd door de kansspelcommissie. Enkel  een bestaand vergunninghouder – een  Belgisch casino dus – kan een dergelijke vergunning verkrijgen.

De interne markt voor het exploiteren van casinoactiviteiten wordt dan ook sterk afgeschermd tegen buitenlandse indringing.

Er bestaat geen Europese regelgeving die de exploitatie van casino’s (of andere kansspelen of weddenschappen) op uniforme wijze regelt. Elke lidstaat kan haar eigen wetgeving opstellen.

Art. 56 van het Verdrag van de Werking van de Europese Unie voorziet in een vrij verkeer van diensten.

Beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Europese Unie zijn – behoudens enkele wettellijke uitzonderingen- verboden ten aanzien van de onderdanen van de lidstaten die in een andere lidstaat zijn gevestigd.  Kansspelen werden niet uitdrukkellijk in deze uitzonderingen opgenomen.

 

Verzoenbaarheid of tegenstrijdigheid

 De Belgische wet botst op het eerste zicht met de Europese regelgeving. Enerzijds is er sprake van protectionisme van de interne markt voor een welgeteld beperkt aantal spelers en anderzijds geldt de globale eengemaakte markt die openstaat voor iedereen.

De enige gezaghebbende instantie die kan oordelen of de (Belgische) nationale wetgeving verenigbaar is met de EU-wetgeving is het Europees Hof van Justitie. Nationale rechtbanken die geconfronteerd worden met vragen over een dergelijke verenigbaarheid kunnen alvorens een beslissing te nemen, een  prejudiciële vraag stellen aan het Europees Hof van Justitie, dat zich dan vervolgens over de kwestie zal buigen en een beslissing zal nemen.

Op 08.09.2009 besliste het Hof van Justitie dat (huidig) art. 56 VWEU, dat de vrijheid van diensten waarborgt, niet onverenigbaar is met de regelgeving die  marktdeelnemers verbiedt om via het internet kansspelen aan te bieden op het grondgebied van een andere lidstaat. Meer specifiek had een kansspelbedrijf online kansspelen aangeboden in Portugal terwijl zij niet in Portugal gevestigd was.

Het Verdrag voorziet in een aantal uitzonderingen op het vrij verkeer van diensten en in de Europese rechtspraak  werden ondertussen een aantal dwingende redenen van algemeen belang vastgesteld die een beperking kunnen rechtvaardigen. In casu oordeelde het Hof dat, gelet op de bijzondere kenmerken van het aanbieden van kansspelen via het internet, een beperking gerechtvaardigd kan zijn door de doelstelling om onder meer fraude en criminaliteit te bestrijden.

Volgens het Hof is het aan elke lidstaat om te beoordelen of het voor de wettige doelstellingen die hij nastreeft noodzakelijk is, activiteiten inzake de organisatie van kansspelen geheel of gedeeltelijk te verbieden, dan wel ze slechts te beperken en met het oog daarop meer of minder strenge controlemaatregelen te treffen. De noodzaak en de evenredigheid van de aldus genomen maatregelen dienen enkel te worden getoetst aan de nagestreefde doelstellingen en aan het niveau van bescherming die de betrokken nationale autoriteiten willen waarborgen. Zo werd door het Hof beslist in een arrest van 08.09.2010.

Meerdere navolgende arresten (o.a. 16.02.2012) specificeren dat de door de lidstaten opgelegde beperkingen dienen te voldoen aan het evenredigheidsbeginsel en dat een nationale wettelijke regeling slechts geschikt is om de verwezenlijking van de aangevoerde doelstelling te verzekeren wanneer de middelen om het doel te bereiken samenhangend en stelselmatig zijn. Een wettellijke regeling dient gerechtvaardigd te zijn. In ieder individueel dossier dient onderzocht te worden of hier al dan niet aan voldaan is, teneinde het vrij verkeer van diensten te willen en kunnen uitsluiten.

Op 22.06.2017 oordeelde Het Hof van Justitie in een zaak van een online kansspelbedrijf, dat zijn activiteiten in Hongarije verboden zag, dat er wel sprake was van een niet-toegelaten beperking van het vrij verkeer van diensten. Reden was dat volgens de Hongaarse wet  een vergunning vereist was voor de exploitatie voor onlinekansspelen maar dat deze vergunning in de praktijk onmogelijk kon worden behaald door een buitenlandse speler. Artikel 56 VWEU werd aldus uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling waarbij een stelsel van concessies en vergunningen voor de organisatie van online kansspelen wordt ingesteld, wanneer zij regels bevat die discrimineren ten aanzien van in andere lidstaten gevestigde aanbieders. Het is de nationale wetgeving eveneens niet toegestaan niet-discriminerende regels te bevatten wanneer die op niet-transparante wijze worden toegepast of aldus ten uitvoer worden gelegd dat bepaalde in andere lidstaten gevestigde inschrijvers zich niet of moeilijker kandidaat kunnen stellen. M.a.w. geldt een verbod op discriminatie en wordt een pleidooi gevoerd voor transparantie. Aan de voorgaande rechtspraak,  die een beperking van het vrij verkeer van diensten toelaat op grond van veiligheid en openbaar belang e.d., werd niet getornd.

 

Verdere evolutie?

Buitenlandse online aanbieders van kansspelen zitten ondertussen niet stil. Op 16.03.2017 werd opnieuw via een Portugese rechtbank een reeks (van 10 prejudiciële) vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Men beroept zich niet langer op het vrij verkeer van diensten (art. 56 WVEU) – de bestaande rechtspraak is vaststaand – maar wel  op de ‘economische vrijheden’ zoals opgenomen in het Verdrag van de Werking van de Europese Unie. Zo worden o.a. vragen afgevuurd of concessies die door de wet aan casino’s verleend zijn, al dan niet de economische vrijheden van het Verdrag schenden en of het toekennen van de exclusiviteit (monopolie) aan de nationale bevoegde instantie inzake kansspelen niet strijdig is met de economische beginselen en vrijheden van het Verdrag. Termen als machtspositie en dicriminatie worden eveneens aangehaald in een poging de Portugese wet diepgaand te toetsen aan de Europse regels. Een arrest werd nog niet geveld.

Bescherming van de consument, fraudebestrijding en het doel te voorkomen dat burgers geld verkwisten door gokken, primeert vandaag op het Europees grondrecht van vrijheid van diensten.

Uit de arresten van het Hof van Justitie blijkt niet dat er sprake is van een evolutie, maar dat de beperking van het vrij verkeer van diensten op het vlak van online aanbieden van kansspelen, door het Hof van Justitie nog steeds als gerechtvaardigd wordt aanzien. Een verdere evaluatie volgt na het te verwachten arrest in de hierboven aangehaalde Portugese casus die zijn invloed kan hebben op de overige nationale wetgevingen waaronder ook de Belgische. Meerdere gestelde vragen zijn universeel en mutatis mutandandis toe te passen op de Belgische wetgeving.

Een geharmoniseerd communautair geregeld systeem zou een oplossing kunnen bieden. De vraag is of de individuele lidstaten hier klaar voor zijn. In haar arrest van 28.09.2009 stelde het Hof dat een lidstaat wel van oordeel kan zijn dat een online kanspelaanbieder in haar thuisland over de vereiste vegunningen beschikt en afdoende wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteiten van deze staat, maar dat zij dit niet kan beschouwen als een voldoende waarborg dat de nationale consumenten worden beschermd tegen het risico van fraude en criminaliteit. Reden is dat het voor de autoriteiten van de lidstaat van vestiging in een dergelijke context moeilijk kan zijn om de professionele kwaliteiten en integriteit van de marktdeelnemers te beoordelen.

Een uniforme Europese regelgeving lijkt dan nog ver weg.

21.11.2016 Bart Van den Brande

Pakketreizenrichtlijn: Verplichtingen uitgebreid (bijdrage van Sirius Legal op Travel360benelux.com)

Verplichtingen reisorganisatoren-en dienstverleners uitgebreid door nieuwe Pakketreizenrichtlijn

Het aantal consumenten dat online een reis boekt zit al sinds 2012 in stijgende lijn. Daarnaast zijn er de voorbije jaren allerhande nieuwe businessmodellen in de markt gezet die de consument moeten overtuigen om, bijvoorbeeld na het boeken van een vliegtuigticket via een “click-through” ook andere diensten (hotel, huurwagen,…) aan te kopen. De consument is echter niet steeds goed beschermd wanneer hij zelf zijn “pakket” samenstelt of wanneer hij/zij bijkomende diensten aankoopt via een click-through aanbieding aangezien hij in dat geval niet altijd onder de huidige regelgeving van de Belgische reiscontractenwet valt.

Deze trend is ook het Europees Parlement niet ontgaan. Eind vorig jaar werd dan ook een nieuwe Pakketreizenrichtlijn 2015/2302 aangenomen door het Parlement die erop gericht is de consument beter te informeren en beter te beschermen.

In dit artikel beperken we ons tot het oplijsten van de belangrijkste nieuwigheden onder de nieuwe Richtlijn. In volgende blogposts informeren we u dan verder uitgebreid over elk van deze nieuwigheden.

 

Welke boekingen vallen onder de nieuwe Richtlijn?

Enerzijds gaat het om pakketreizen bestaande uit 2 of meer elementen die door een touroperator worden aangeboden of die de consument zélf online samenstelt. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om het boeken van een voetbalmatch mét overnachting; een trein- of vliegtuigticket met hotel; een huurauto en een hotel,…

Anderzijds vallen ook bepaalde gekoppelde reisarrangementen onder de nieuwe richtlijn, waarbij ten minste twee verschillende soorten reisdiensten die voor dezelfde reis of vakantie worden aangekocht (die geen pakketreis uitmaken) en waarvoor afzonderlijke overeenkomsten worden gesloten met verschillende reisdienstverleners die door een handelaar (online of offline) wordt “gefaciliteerd”.

Het verschil tussen een pakketreis en een gekoppeld reisarrangement is van essentieel belang omdat de reisorganisator van een pakketreis gehouden is tot een resultaatsverbintenis, terwijl de “facilitator” van een gekoppeld reisarrangement enkel een insolventiebescherming moet bieden voor alle bedragen die hij van de reiziger ontvangt.

 

Welke boekingen vallen niet onder de nieuwe Richtlijn?

Reisarrangementen die incidenteel worden aangeboden of samengesteld door non-profitorganisaties, liefdadigheidsorganisaties, voetbalclubs, scholen die geen directe noch indirecte winst behalen hiermee.

Reizen die korter dan 24uur duren en waarbij er geen overnachting is, dienen te worden uitgesloten.

Zakenreizen zullen niet onder het toepassingsgebied vallen van de Richtlijn indien zij worden georganiseerd op basis van een algemene overeenkomst voor het regelen van zakenreizen. De Richtlijn geldt wél voor zakenreizigers (oa. vrije beroepers, zelfstandigen of andere natuurlijk personen), die geen reisarrangementen o.b.v. een algemene overeenkomst boeken.

 

Belangrijkste nieuwigheden

  1. Click-through aanbiedingen

Indien de consument via het doorklikken op een website verschillende reisdiensten combineert die worden aangekocht bij verschillende aanbieders én de informatie van de consument wordt doorgestuurd van de ene aanbieder naar de andere én de beide aankopen vinden maximum 24uur na elkaar plaats, is er sprake van een “click-through” aankoop.

Bijvoorbeeld: De consument boekt online een hotel, op de boekingssite wordt ook reclame gemaakt voor huurwagens. De consument klikt van de hotelboekingspagina door naar de pagina waar hij een huurwagen boekt waarbij zijn gegevens eveneens automatisch worden doorgestuurd én de aankoop van de huurwagen vindt binnen 24uur.

  1. Standaardformulieren en precontractuele informatie

De Richtlijn voorziet een aantal verplicht te gebruiken standaardformulieren die door aanbieders van pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen dienen gebruikt te worden om de consument te informeren over de aard van de aanbiedingen en zijn/haar rechten.

Bijvoorbeeld:

“De combinatie van reisdiensten die u wordt aangeboden, is een pakketreis in de zin van Richtlijn (EU) 2015/2302.

Bijgevolg kunt u aanspraak maken op alle EU-rechten die voor pakketreizen gelden. Onderneming XY/Ondernemingen XY is/zijn ten volle verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de volledige pakketreis.

Onderneming XY/Ondernemingen XY beschikt/beschikken ook over de wettelijke verplichte bescherming om u terug te betalen en, indien het vervoer in de pakketreis is inbegrepen, te repatriëren ingeval zij insolvent wordt/worden.

…”

Deze standaardformulieren zijn te vinden in Bijlage 1 van de Richtlijn.

  1. Basisrechten van de reiziger

De Richtlijn bepaalt de 12 “basisrechten van de reiziger”, deze staan opgelijst in Bijlage 1 van de Richtlijn.

Het gaat onder meer over: het ontvangen van alle essentiële informatie vóór het afsluiten van de overeenkomst; de reiziger heeft het recht om zijn pakketreis over te dragen aan iemand; de prijs van de pakketreis kan maar in beperkte omstandigheden worden verhoogd na het afsluiten van de overeenkomst;…

Wij komen hier in een volgende blogpost uitgebreid op terug.

  1. Wijzigen van de overeenkomst

De Richtlijn voorziet in een aantal mogelijkheden voor de reiziger én voor de organisator om de overeenkomst te wijzigen ná het afsluiten ervan. In eerste instantie is er voorzien in de mogelijkheid om de overeenkomst over te dragen aan een andere reiziger onder bepaalde omstandigheden.

Daarnaast is er ook de mogelijkheid voor de organisator om de prijs van de pakketreis te verhogen in bepaalde omstandigheden. Maar indien de verhoging meer is dan 8% dan kan de reiziger kosteloos annuleren.

In geval van wijzigingen aan de pakketreis die betrekking hebben op het voornaamste kenmerk van het contract, dient de reiziger ook geïnformeerd te worden door de reisorganisator.

  1. Beëindigen van de overeenkomst

De Richtlijn voorziet zowel voor de consument als voor de reisorganisator een aantal mogelijkheden om de overeenkomst te beëindigen. De reiziger kan steeds annuleren mits betaling van een “passende en gerechtvaardigde” beëindigingsvergoeding. Enkel in geval van “onvermijdbare en buitengewone omstandigheden” kan de reiziger kosteloos annuleren. Bijvoorbeeld: oorlog, terrorisme, uitbraak van een ernstige ziekte op de reisbestemming, natuurrampen,…

De reisorganisator kan ook de overeenkomst beëindigen wanneer er bijvoorbeeld niet voldoende deelnemers hebben ingeschreven voor de reis. In dat geval moet de organisator het volledige bedrag zonder kosten terugbetalen aan de reiziger.

Wat betreft het herroepingsrecht van de consument, voorziet de Richtlijn in de mogelijkheid voor lidstaten om dit in te voeren, maar is er geenszins een verplichting om dit te doen. Het is dus afwachten wat de wetgever zal beslissen op dit punt.

  1. Aansprakelijkheid

Indien de reiziger zich op zijn bestemming bevindt en er doen zich onvermijdbare en buitengewone omstandigheden voor waardoor deze niet kan terugkeren naar huis, zijn de kosten van de nodige accommodatie voor ten hoogste 3 nachten, voor rekening van de reisorganisator.

In geval van niet-conformiteit van de pakketreis, zijn er een aantal verplichtingen voor de reisorganisator om dit te verhelpen en alternatieve arrangementen te verstrekken.

  1. Financiële zekerheid en administratieve samenwerking

De Richtlijn voorziet het principe van de doeltreffendheid en wederzijdse erkenning van bescherming bij insolventie. Deze zekerheidsstelling geldt ook voor reisorganisatoren die vanuit buiten de EU opereren en zich richten op een lidstaat.

Deze zekerheidsstelling dient alle door de reiziger betaalde bedragen te dekken.

In geval van een gekoppeld reisarrangement is er een zeer beperkte insolventieregeling die impliceert dat de “facilitator” van het arrangement zekerheid moet stellen voor de terugbetaling van alle bedragen die zij ontvangen van de reizigers.

Tot slot voorziet de Richtlijn ook in een administratieve samenwerking tussen de lidstaten door de aanduiding en communicatie van een contactpunt in elke lidstaat, teneinde het toezicht op de reisorganisatoren te vergemakkelijken.

Deze nieuwe Richtlijn moet uiterlijk op 1 juli 2018 omgezet zijn in nationaal recht. Momenteel werkt de administratie van de FOD Economie aan een voorstel tot omzetting. Vermoedelijk zal begin volgend jaar een eerste tekst beschikbaar zijn voor consultatie. Sirius Legal informeert u uiteraard verder.

 

Meer informatie over de pakketreizenrichtlijn of over reiscontracten in het algemeen?

Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

 

1 2 3