Blog Consument en marktpraktijken

14.03.2016 Bart Van den Brande

Online reputatieschade: welke rechter is bevoegd?

Het zal u maar overkomen, u spendeert jaarlijks ettelijke bedragen aan communicatie en het zorgvuldig opbouwen van uw reputatie evenals die van uw bedrijf online en wordt dan plots geconfronteerd met een ontevreden klant die op allerhande fora en sociale media lasterlijke beweringen begint te verspreiden. Of nog: iemand die u privé valselijk beschuldigd van het plegen van criminele feiten met als gevolg dat de inkomsten van uw bedrijf kelderen en u schade (inkomstenverlies, morele schade,…) lijdt.

Als deze persoon zich België bevindt kan u deze persoon vanzelfsprekend in België dagvaarden en bijvoorbeeld aan de hand van een kort geding procedure eisen dat de lasterlijke beweringen stoppen en offline worden gehaald onder verbeurte van een dwangsom. Maar, wat als deze persoon u onterecht beschuldigd en zich bovendien ook nog eens in het buitenland bevindt?

 

Bevoegdheidsverordening

Een rechtbank heeft in principe slechts de bevoegdheid om recht te spreken binnen zijn eigen jurisdictie. Voor wat betreft geschillen binnen de EU is er een specifieke Verordening die bepaalt welke rechter territoriaal bevoegd is, dit is de Brussel Ibis-Verordening.

Op basis van deze Verordening moet in geval van grensoverschrijdende conflicten in eerste instantie beroep worden gedaan op de rechtbank van de plaats waar de gedaagde persoon woont.  Echter, de gedaagde kan ook voor een andere rechtbank worden gedagvaard, namelijk “voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen”.

Wat dit laatste criterium betreft heeft het Europees Hof van Justitie in het Shevill and Others-arrest dat reeds dateert van 1995 geoordeeld, dat die persoon die slachtoffer is van een beweerde schending van persoonlijkheidsrechten een vordering kan instellen bij de gerechten van élke lidstaat op het grondgebied waarvan een op internet geplaatste content toegankelijk is of is geweest. Deze gerechten zullen dan enkel kennis kunnen nemen van vorderingen betreffende schade die is veroorzaakt op het grondgebied van de lidstaat van het aangezochte gerecht. Of nog: bij de rechter in het land van vestiging van de uitgever van de onrechtmatige publicatie, hier kan dan vergoeding van de gehele schade wordt gevorderd.

Deze situatie was echter niet houdbaar in een steeds veranderende context, waardoor het Hof haar standpunt deels heeft moeten herzien en de mogelijke bevoegde rechtbanken heeft uitgebreid.

 

eDate-arrest

In het eDate-arrest van 25 oktober 2011 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat in geval van een beweerde schending van de persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content, de persoon wiens rechten werden geschonden een vordering tot schadevergoeding kan instellen hetzij: bij de gerechten van de lidstaat waar de uitgever van die content gevestigd is (zoals reeds werd geoordeeld in het Shevill-arrest), hetzij: bij de gerechten van de lidstaat waar zich “het centrum van zijn belangen bevindt”.

Het Hof oordeelde dat dit meestal de gewone verblijfplaats is. Echter, een persoon kan het centrum van zijn belangen ook hebben in een andere lidstaat, voor zover uit andere aanwijzingen (bv. uitoefening van een beroepsactiviteit) kan blijken dat hij een bijzonder nauwe band met die staat heeft.

Voor wat betreft een rechtspersoon kan aangenomen worden dat het centrum van zijn belangen zich bevindt op de plaats waar zijn maatschappelijke zetel is gevestigd. Vanzelfsprekend zal dit niet het land zijn waar bv. een postbus vennootschap of zetel is gevestigd.

 

Conclusie

Op basis van bovenstaand arrest kan aangenomen worden dat indien u uw maatschappelijke zetel hebt in België en uw voornaamste activiteiten worden van hieruit ontplooit dit zou moeten volstaan om aan te tonen dat u het centrum uw belangen in België hebt en zodus bijvoorbeeld een persoon die in een andere EU-lidstaat woont toch in België zal kunnen dagvaarden wegens lasterlijke praktijken die online werden gepost/gedeeld.

 

Meer vragen?

Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

25.04.2015 Bart Van den Brande

Manipulatie van consumer ratings: legaal of niet?

Behoorlijk wat opschudding vanochtend in navolging van een artikel in De Standaard, waaruit blijkt dat de reviews van consumenten op websites als Resto.be, Yelp, Booking.com en Tripadvisor in veel gevallen gemanipuleerd worden.

Een en ander is niet erg opbeurend als consument, maar tegelijk hoeft het ook niet te verbazen dat bijvoorbeeld hoteluitbaters er alles aan doen om een zo positief mogelijk beeld van zichzelf te creëren op review- en reserveringssites. Maar is het aanpassen, verwijderen of toevoegen van reviews en ratings wel legaal? Het artikel in De Standaard beantwoordt die vraag eigenlijk niet, maar wij doken voor u even in de details van de consumentenwetgeving om het antwoord te geven.

Manipulatie alom…?

Bij Resto.be kan een restaurant een “most wanted” rating krijgen door daarvoor te betalen, bij Yelp kan een bedrijf negatieve feedback laten verwijderen tegen betaling (of althans in ruil voor het aankopen van reclameruimte), Bij restaurantwebsite Resengo worden negatieve beoordelingen van klanten verwijderd tegen betaling, Booking.com prijst consequent hotels aan niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze meer commissie betalen, … Het is een lange lijst van ingrepen op reserverings- en reviewsites die bedoeld zijn om het online imago van deelnemende bedrijven te verbeteren en eventueel klantenverlies te vermijden en de praktijk is duidelijk diep ingeburgerd op het internet.

Consumentenbescherming

Nochtans stelt zich bij zowat alle aangehaalde voorbeelden een evident juridisch probleem. De Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken 005/29/EC, die in België is omgezet in Boek VI van het Wetboek Economisch Recht (vroeger de Wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming) voorziet immers in enkele niet mis te verstane basisbeginselen die de consument moeten beschermen tegen manipulaties van malafide verkopers.

De artikelen 97 tot en met 100 van dat Boek VI van het Wetboek Economisch Recht, die een zo goed als letterlijke omzetting zijn van de Richtlijn, verbieden elke vorm van misleiding van de consument door het geven van onjuiste of onvolledige informatie of door het achterhouden van informatie als daardoor de beslissing die de consument neemt beïnvloed wordt en hij niet zou gekocht hebben of onder andere voorwaarden zou gekocht hebben als hij over alle informatie zou beschikt hebben.

De wet zegt onder meer in artikel 97 dat “als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie en derhalve op onwaarheden berust of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de gemiddelde consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen ten aanzien van een of meer van de volgende elementen, en de gemiddelde consument er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen :
1° […]
2° de voornaamste kenmerken van het product, zoals beschikbaarheid, voordelen, risico’s, uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procédé en datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik, gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong, van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op het product verrichte tests of controles;
3° […]”

Art. VI.99. voegt daaraan toe dat als “misleidend door omissie” (verzwijgen van info) wordt beschouwd: “een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden en de beperkingen van het communicatiemedium in aanmerking genomen, essentiële informatie welke de gemiddelde consument, naargelang de context, nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, weglaat en die de gemiddelde consument er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.”

 

Misleiding van de consument bij reviews

Wie het bovenstaande gelezen heeft, kan niet anders dan tot het besluit komen dat in de meeste gevallen van manipulatie van reviews of resultaten op een reserveringssite of reviewsite, eigenlijk een of meer inbreuken begaan worden op het Europees consumentenrecht.

Wie zichzelf een kwaliteitslabel toekent als “most wanted” restaurant, zonder in werkelijkheid “most wanted” te zijn ,maar in werkelijkheid gewoon betaald heeft om als “most wanted” aangeprezen te worden, verschaft (indirect, door het gebruik van een veronderstelde “onafhankelijke” derde) bewust onjuiste informatie aan de consument, die in het kader van de keuze van een restaurant ongetwijfeld kan meespelen in het beslissingsproces van de consument: een erg populair restaurant is immers naar alle waarschijnlijkheid ook goed en die reputatie zal potentiële nieuwe klanten over de streep kunnen trekken. Hier is met andere woorden duidelijk sprake van een inbreuk op artikel VI.97 WER.

Wie betaalt om negatieve reviews over zijn bedrijf te laten verwijderen en enkel de positieve te behouden, verbergt informatie voor potentiële klanten, die opnieuw ongetwijfeld een substantiële invloed kan hebben op het beslissingsproces van die klanten (het loutere feit dat betaald wordt om die reviews te verwijderen toont reeds aan dat het bedrijf in kwestie alvast vreest om potentiële klanten te verliezen). Misleiding door omissie dus (opnieuw via tussenkomst van een derde) en een duidelijke inbreuk op artikel VI.99 WER.

Wie zijn hotel laat aanprijzen als meest geboekte of populairste en dat niet op basis van feitelijke verkoopcijfers, maar enkel en alleen omdat daarvoor betaald wordt aan de website in kwestie door middel van hogere commissies bij reservering, creëert een vals beeld bij de gemiddelde consument, dat wel degelijk impact zal hebben op het beslissingsproces van die consument. Net als bij restaurants, is bij hotels de mening van anderen en de populariteit immers een belangrijk keuzecriterium voor hel wat reizigers. Ook hier is dus ons inziens duidelijk sprake van een inbreuk op het artikel VI.97 WER.

 

Conclusie?

Reviews zijn onmisbaar en een zeer nuttig onderdeel in het online beslissingsproces van consumenten. Het spreekt daarbij voor zich dat bedrijven een zo positief mogelijk online imago voor zichzelf willen creëren. Wie reviews gebruikt en deze actief monitort/inschakelt in zijn marketing, moet echter aanvaarden dat die onderdeel worden van de communicatie van het bedrijf en dus onderworpen zijn aan het consumentenrecht. Wie daarbij zo ver gaat om die reviews te manipuleren in zijn eigen voordeel, begaat in de meeste gevallen een inbreuk op diezelfde regels van consumentenrecht.

Laten we daarbij toch nog even in herinnering brengen dat de boetes voor inbreuken op Boek VI van het Wetboek Economisch Recht tot 20.000 euro (X5.5 wettelijke opdeciemen = 110.000 euro) bedragen…

 

Meer weten over e-commerce, internetrecht  en consumentenbescherming?

Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

09.11.2012 Bart Van den Brande

Is een vals Facebookprofiel strafbaar?

De vraag wordt ons geregeld gesteld: is het nu eigenlijk strafbaar om een vals Facebookprofiel aan te maken onder iemand anders naam en om daar al dan niet verzonnen berichten te posten? We bespraken al een tijdje geleden een vonnis over dit onderwerp, maar aangezien de vraag blijkbaar leeft gaan we er graag nog even opnieuw op in.

Het toeval wil dat ik vandaag op een seminarie over internetrecht van Confocus, waar ik zelf ook sprak, mocht luisteren naar Jurgen Coppens van het parket van Dendermonde, die een uitleg gaf  over precies de vraag uit de titel.

Het parket in Dendermonde centraliseert voor gans Oost-Vlaanderen alle onderzoeken naar allerlei vormen van computercriminaliteit en heeft voor zichzelf aldus een mooie expertise opgebouwd in all things internet.  Hacking, valse profielen, phishing, malware en spyware, vervalsing van computer bestanden, … zijn dagelijkse kost bij deze gespecialiseerde speurders en Jurgen Coppens bezorgde zijn toehoorders een zeer duidelijk overzicht van wat volgens de wet wel en niet mag.

Eén van de interessante topics die aan bod kwam was precies de vraag of het aanmaken van een vals Facebookprofiel strafbaar is.  Het voorbeeld ter illustratie was dit van een Aalsterse advocaat die geconfronteerd werd met een vals Facebookprofiel dat schijnbaar was aangemaakt door ontevreden cliënten en waarop maandenlang bijzonder lasterlijke leugens verspreid werden, inclusief de suggestie dat de advocaat in kwestie een pedofiel was en links naar websites met pedofiele inhoud.

De verantwoordelijken werden uiteindelijk gevat en worden inderdaad strafrechtelijk vervolgd.  Het antwoord op de vraag is immers wel degelijk ja: het aanmaken van een vals profiel op een sociale netwerksite is een misdrijf.  Artikel 210bis van het Strafwetboek stelt immers strafbaar “het vervalsen van juridisch relevante gegevens door middel van datamanipulatie“.  Hieronder vallen alle gegevens die op een of andere manier elektronisch zijn opgeslagen of gegenereerd en dus naast de voor de hand liggende word of pdf documenten bijvoorbeeld ook social media profielen, e-mailadressen, etc…  Het invoeren, wijzigen, gebruiken of wissen van zulke gegevens in de wetenschap dat men hiermee gegevens manipuleert (het strafrecht spreekt van een “algemeen opzet”, er moet geen bijzonder oogmerk zijn om te schaden) is strafbaar.

Met andere worden, het opzetten van een valse e-mailaccount of social media profiel, het verzenden van mails vanop dat adres of berichten vanop die account, het wijzigen van toegangscode of van de inhoud van mails, chatberichten, posts, … zijn op die manier dus allemaal strafbaar.

De straffen lopen daarbij op tot maximaal 5 jaar gevangenisstraf en boetes tot 100.000 euro (dit bedrag is te vermenigvuldigen met de opdeciemen om het aan te passen naar actuele bedragen en komt dus neer op 600.000 euro in de  praktijk).  Bij herhaling binnen de vijf jaar worden die straffen zelfs verdubbeld.

In een concreet geval dat we al in een eerdere post besproken hebben van een West-Vlaamse vrouw die een vals Facebookprofiel opzette van haar werkgever en daarop zes maanden lang liet uitschijnen dat hij een buitenechtelijke relatie had, werd een straf opgelegd van 7 maanden met uitstel en 550 euro boete (opnieuw X 6, wat neerkomt op 3.300 euro).  Bovendien kan de benadeelde partij natuurlijk ook nog een schadevergoeding eisen, die potentieel nog veel hoger kan oplopen dan de boete op zich.

En om de ernst mee te geven waarmee de overheid een en ander vervolgt: de verdachten in het voorbeeld van de Aalsters advocaat worden binnenkort berecht, aldus de presentatie van vanochtend, en hebben inmiddels al twee maanden in voorhechtenis doorgebracht.

Enige voorzichtigheid lijkt dus toch geboden voordat u zich waagt aan een practical joke met uw ex, uw baas of uw vervelende buurman…

 

Heeft u vragen over cybercriminaliteit? 

Ook hierin staan onze advocaten u graag bij.  Stuur een mailtje naar info@siriuslegal.be of bel ons op 02/721 13 00 en vraag naar een van de leden van ons Media & IP/IT team voor een vrijblijvende eerste afspraak.

24.05.2012 Bart Van den Brande

Belasting van winsten uit online kansspelen in België: moet u belasting betalen op uw pokerwinsten?

De kansspelcommissie is momenteel volop in discussie met de Belgische belastingadministratie m.b.t. de mogelijke belastbaarheid van de winsten van de online gokkers in België uit online kansspelen. Dit blijkt uit een artikel in de Standaard van heden.

Occasionele online gokkers moeten volgens de fiscus 33 % belastingen betalen op hun winsten. De belastingadministratie gaat er dus van uit dat het gaat om diverse inkomsten die belastbaar zijn volgens artikel 90, 1° van het wetboek inkomstenbelastingen (‘W.I.B / 92’). Nu de deadline nadert voor uw belastingaangifte, stelt zich de vraag of u uw winsten zal moeten aangeven?

Sinds jaar en dag heeft de fiscus in een administratieve richtlijn, de zogenaamde commentaar bij het W.I.B / 92 de winsten van toegelaten tombola’s en loterijen, inbegrepen alle spelen van de Nationale Loterij (Lotto, Euromillions, Keno, Win for life, enz) alsook de winst uit pronostiekwedstrijden en uit casinospelen enz. vrijgesteld. (nr. 90/8, 2° Com.Ib.)

Zoals de kansspelcommissie nu terecht opmerkt, zou het niet correct zijn deze winsten nog altijd vrij te stellen en de winsten uit online kansspelen en weddenschappen daarentegen te belasten als diverse inkomsten aan 33%.

Het is een onverantwoorde discriminatie waarvan nog maar de vraag is of ze de toets van Europa zou doorstaan. Dit lijkt ons niet het geval.

Verder stelt de fiscus nu dat alleen de kosten en verliezen bij beroepsspelers aftrekbaar zijn. Echter is niets minder waar, binnen elke categorie van inkomsten mag men zijn kosten aftrekken van de betreffende inkomsten.

De fiscus ziet blijkbaar over het hoofd dat alle “winst” die een speler genereert, voortkomt uit het verlies van een andere speler. Dit is een gesloten systeem. Er kan niet meer gewonnen worden dan er “verspeeld” wordt en dit dan nog onder aftrek van de “winst” die de online aanbieder maakt.

Daarnaast zal een loutere aanpassing van de administratieve commentaar, die een loutere administratieve richtlijn is, niet voldoende zijn om zomaar te stellen dat online winsten belastbaar zijn. Een wetgevend initiatief dringt zich hiervoor op. Mocht een dergelijk wetgevend initiatief er toch komen, dan betekent dit waarschijnlijk het einde van online gambling in België. Behalve natuurlijk voor wat betreft kansspelen beschikbaar via de website van de Nationale Loterij, die recent heeft aangekondigd ook weddenschappen op sportevenementen aan te bieden. Het invoeren van een belasting voor de spelers op online spelen en weddenschappen zal daarnaast het intensieve en geslaagde werk van de kansspelcommissie volledig teniet doen. Spelers zullen hun heil opnieuw gaan zoeken bij de illegale buitenlandse sites en zullen bijgevolg ontsnappen aan elke vorm van controle zowel van de kansspelcommissie als van de fiscus.

Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de online operatoren momenteel reeds 11% belasting voor spelen en weddenschappen betalen op hun brutomarge, zijnde inzetten min uitbetalingen. Daarnaast dienen diezelfde operatoren 33,99% vennootschapsbelasting te betalen op hun belastbare winst. Tel hier dan nog de 33% bij die de fiscus wil opleggen aan de spelers en het behoeft geen verdere uitleg dat geen enkele operator noch een speler op het legale circuit actief zal zijn.

Uit louter praktisch oogpunt dienen we ons ook de vraag te stellen hoe de fiscus aan de bedragen van de “winsten” van de spelers kan komen. De twee enige instanties die er mogelijk weet kunnen van hebben zijn de kansspelcommissie en de online aanbieder. Gaat hen dus gevraagd worden deze informatie over te maken? Dit lijkt me ook nog niet voor morgen. Volledigheidshalve dien ik op te merken dat iedere belastingplichtige zijn aangifte waarheidsgetrouw dient in te dienen, dit is zo vanzelfsprekend dat ieder van u dit doet zodat het geen verdere commentaar behoeft.

Tot besluit kunnen wij vanzelfsprekend begrijpen dat een speler die zichzelf een beroepspokeraar noemt zijn beroepsinkomsten dient aan te geven (minus de verliezen en kosten die hij heeft gemaakt om deze inkomsten te verwerven).  Een occasionele speler op een occasionele winst belasten lijkt echter een stap te ver…

1 2 3