Europees Hof bevestigt: recht op compensatie ook bij technisch defect vliegtuig

Corina van der Lans bezat een reservering voor een vliegtuigticket voor een door KLM uitgevoerde vlucht van Quito (Ecuador) naar Amsterdam (Nederland). De vlucht kwam aan in Amsterdam met een vertraging van 29 uur als gevolg van een reeks technische defecten. Mevrouw van der Lans vorderde een schadevergoeding voor de Nederlandse rechter gebaseerd op Verordening nr. 261/2004 die de vergoeding van luchtreizigers regelt in geval van annulering of langdurige vertraging van vluchten. De Nederlandse rechter stelde daarop een prejudiciële vraag aan het Europees Hof, met de vraag tot uitlegging van het begrip “buitengewone omstandigheden” die een vliegtuigmaatschappij ontslaan van de verplichting tot betalen van een compensatie.

Het Hof besliste in een arrest van 17 september 2015 dat de werking van luchtvaartuigen onvermijdelijk technische problemen met zich meebrengt en dat er enkel sprake kan zijn van buitengewone omstandigheden die een vliegtuigmaatschappij ontslaan van de verplichting compensatie te betalen in geval van “een verborgen fabricagefout” of ook “sabotage of terrorisme”. Een technisch probleem zoals een defecte brandstofpomp en hydraulische eenheid zijn “inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vliegtuigmaatschappij” waardoor zij recht geven op compensatie voor de passagier die geconfronteerd worden een vertraging van méér dan 3 uur.

De vergoedingen in geval van vertraging van méér dan 3 uur of annulatie worden als volgt berekend:

– 250 EUR voor alle vluchten tot en met 1500 km;
– 400 EUR voor alle intracommunautaire vluchten van meer dan 1500 km, en voor alle andere vluchten tussen 1500 en 3500 km;
– 600 EUR voor alle andere vluchten (i.e. niet-intracommunautaire vluchten van meer dan 3.500km)

Het volledige arrest is te vinden via volgende link.