Hoe kan je wettelijk “dronen”?

droneUAV’s, multicopters of ook gewoon “drones” vielen lange tijd binnen het interessedomein van amateurs en hobbyisten. Maar ook militair zijn talloze toepassingen gemaakt van drones door ze in te zetten bij risicovolle operaties. De laatste jaren hebben drones ook bij een breder publiek aan populariteit gewonnen en de verkoop van drones stijgt nog steeds.

Terwijl een flink pak landen reeds regulariserende wetgeving heeft aangenomen, werkt minister Jacqueline Galant nog naarstig verder aan een wetgevend kader.

Maar wat zijn eigenlijk de juridische risico’s van drones? Het gebruik van drones neemt luchtruim in, het kan bij slecht gebruik of ongevallen schade berokkenen én een eventuele camera kan mensen filmen. Dit zijn meteen drie aspecten die we in dit artikelen bespreken.

1. Gebruik van luchtruim

Drones nemen tijdens de vlucht logischerwijze een deel van het luchtruim in. Dat valt onder de algemene luchtvaartwetgeving (o.m. de Luchtvaartwet van 16 november 1919 en de Wet op het Vliegverkeer van 15 september 1994) en valt onder het toezicht van het Directoraat-Generaal voor de Luchtvaart. Bij vluchten (met drones) moet je ook in orde zijn met de wetgeving op de radiocommunicatie.

Recreatieve en sportieve modelluchtvaart genieten van een uitzonderingsstatuut dat geregeld wordt in Circulaire GDF-01 (https://mobilit.belgium.be/nl/binaries/gdf01_tcm466-229990.pdf). Drones kunnen ook onder dit uitzonderingsstatuut vallen, al ben je bij het gebruik van drones in dat geval beperkt tot vluchten boven erkende modelvliegvelden, binnen de daartoe voorziene luchtcilinder en binnen de sfeer van erkende modelluchtvaartverenigingen.

Er bestaat dus zeker en vast een wettelijk kader voor drones; al is deze thans wat ongelukkig te noemen. Voor de algemene inname van het luchtruim wegen de verplichtingen in verhouding te zwaar. Circulaire GDF-01 biedt doorgaans ook weinig soelaas, aangezien veel interessante dronetoepassingen zich situeren buiten die enkele erkende modelvliegvelden.

Federaal minister van Mobiliteit Jacqueline Galant werkt al enkele maanden aan een Koninklijk Besluit dat een wettelijk kader wilt scheppen om het gebruik van drones te regelen.

Hoe dat Koninklijk Besluit er precies zal gaan uitzien, is nog niet bekend en is nog steeds onderhavig aan politiek en sectoraal debat. Voor professioneel gebruik is er alleszins sprake van een licentie- en vergunningsysteem met examens om de kennis van de luchtvaartwetgeving, meteorologie, navigatie en technische kennis te toetsen. Onder de professionele licentie zullen vluchten alleszins beperkt worden tot een bepaalde hoogte (thans 300 voet of 91 meter). Privégebruikers zouden geen examens moeten afleggen maar zijn beperkt tot vluchten boven hun privédomein en tot 10 meter hoogte.

Het Koninklijk Besluit wordt verwacht voor “dit najaar”. Tot zolang zal het gissen blijven wat precies in de nieuwe wetgeving zal worden opgenomen.

2. Privacy

Drones worden courant voorzien van een camera. Hiermee kunnen dan foto’s of filmpjes van de omgeving gemaakt worden. Maar wanneer individuele personen herkenbaar worden gefilmd of gefotografeerd, treden twee wettelijke bepalingen in werking: de bescherming van het privéleven (Privacywet van 8 december 1992) en de bescherming van het recht op afbeelding (art. XI.174 WER).

Volgens de Privacywet wordt het nemen van een foto van een herkenbaar natuurlijk persoon beschouwd als een “verwerking van persoonsgegevens”. Dit betekent dat je bij het filmen van personen moet voldoen aan alle bepalingen van de Privacywet: onder meer het verstrekken van afdoende informatie aan de betrokkene (identiteit van de verantwoordelijke, de doeleinden van de beelden, etc.), maar ook het bekomen van de voorafgaande toestemming van de betrokkenen, de aangifte van de drone bij de Privacycommissie, de beperking van het gebruik van de beelden tot het doel waarvoor ze gemaakt werden, de verwijdering ervan van zodra de doeleinden bereikt zijn en het garanderen van de confidentialiteit.

Voor huishoudelijk gebruik van een drone vinden de bepalingen van de Privacywet geen toepassing (art. 3, § 2 Privacywet).

Wordt de drone gebruikt in het kader van beveiligings-, observatie- en bewakingsopdrachten, dan is vermoedelijk ook de Camerawet van 21 maart 2007 van toepassing. In dat geval zal de gekende zelfklever met pictogram moeten worden aangebracht.

Ook het recht op afbeelding speelt hier mee. Dit recht speelt van zodra een afbeelding wordt gemaakt waarbij een persoon voldoende geïndividualiseerd kan worden. Voorafgaande toestemming is noodzakelijk voor zowel het maken van de beelden, als het gebruik ervan achteraf.

3. Burgerlijke aansprakelijkheid

Om af te sluiten geven we toch nog mee dat het gebruik van het luchtruim niet zonder risico’s verloopt. Bij roekeloos, onachtzaam gebruik, of zelfs bij pech, kan een drone een potentiële schadeverwekker zijn: de drone kan ergens tegenaan vliegen, naar ongekende bestemmingen vliegen bij slechte kompaskalibratie of eenvoudigweg neerstorten.

Voorkomen is steeds beter dan genezen. Maar naast een afdoende training en een continuë monitoring van de technische staat van de drone, zowel op de grond als in vlucht, is het zeer aangeraden om de BA-polis te checken en desnoods een bijkomende verzekering af te sluiten.

Vragen?

Heb je vragen over drones of privacy in het algemeen? Neem gerust even contact met ons op: andries@siriuslegal.be