Nieuwe EU richtlijn bepaalt BTW-regels bij verkoop van vouchers, ook online

Op 27 juni 216 heeft de Europese Unie een nieuwe richtlijn aangenomen die de BTW-heffing op vouchers wil regelen en harmoniseren in heel de Europese Unie. Vouchers worden immers steeds vaker gebruikt en verkocht, ook via e-commerce en dus ook over de grenzen heen.   De meest voor de hand liggende voorbeelden zijn prepaid GSM kaarten, “belevingsboxen”, cadeaubonnen en kortingsbonnen die bij de aankoop van bepaalde goederen en diensten recht geven op een bepaalde prijsreductie.

Het doel van deze nieuwe richtlijn is om de wanverhoudingen tussen verschillende nationale BTW-stelsels van de lidstaten weg te nemen en met name het gevaar op dubbele of zelfs helemaal geen belastingheffing te vermijden. Dit risico is reëel wanneer een voucher in lidstaat A wordt uitgegeven maar in lidstaat B gebruikt wordt. De richtlijn introduceert enkele algemene definities die vanaf haar implementatie zullen gelden in alle Europese lidstaten.

Wat zegt deze nieuwe richtlijn?

Artikel 1 van de richtlijn definieert een voucher als ‘een instrument ten aanzien waarvan de verplichting bestaat dat instrument als tegenprestatie of gedeeltelijke tegenprestatie voor goederenleveringen of diensten te aanvaarden en waarbij de te verrichten goederenleveringen of diensten, of de identiteit van de potentiële verrichters ervan, vermeld staan op het instrument zelf of in de bijbehorende documentatie, inclusief de voorwaarden voor het gebruik van het instrument’.  Verder maakt artikel 1 een onderscheid tussen een voucher voor enkelvoudig gebruik en een voucher voor meervoudig gebruik.

Bij gebruik van een zogenaamde voucher voor enkelvoudig gebruik (dit is een voucher waarbij de plaats van de goederen- of dienstenlevering en het bedrag van de op die goederen of diensten verschuldigde BTW bekend zijn op het ogenblik van de uitgifte van de voucher)  vindt de belasting in principe plaats bij de initiële betaling van de voucher.  De koper betaalt met andere woorden de BTW op zijn aankoop bij aankoop en op de plaats van aankoop.

Een voucher voor meervoudig gebruik (dit zijn, naar aloude fiscale cirkeldefinitie ‘alle vouchers, uitgezonderd vouchers voor enkelvoudig gebruik’) in het leven.   In se gaat het om vouchers of waardebons waarbij bij aankoop ofwel nog niet geweten is waar de goederen of diesnten die ermee verkregen kunnen worden gelocaliseerd zullen zijn en/of waarvan het bedrag van de prestatie nog niet gekend is.  Bij het gebruik van dit soort vouchers wordt de BTW-heffing uitgesteld tot de feitelijke overhandiging van de goederen of diensten waarop de voucher betrekking heeft.  Dit betekent dat iedere voorafgaande overdracht van de voucher voor meervoudig gebruik niet aan de BTW-heffing onderworpen is. Het belastbare bedrag zal in dit geval gelijk zijn aan de prijs betaald voor de voucher voor meervoudig gebruik of, mocht deze informatie niet beschikbaar zijn, de monetaire waarde die aangeduid staat op de voucher verminderd met het bedrag van de BTW-aftrek gerelateerd aan de aangeboden goederen of diensten. Wordt de voucher voor meervoudig gebruik slechts gedeeltelijk gebruikt voor het aanbieden van goederen of diensten, dan is de maatstaf van heffing gelijk aan dat deel van de monetaire waarde, verminderd met de BTW die betrekking heeft op de geleverde goederen of diensten.

Uitzondering hier is de situatie waarbij de voucher voor meervoudig gebruik door een belastingplichtige – die niet de belastingplichtige is uit de alinea hierboven – wordt overgedragen. In deze situatie zijn alle vormen van verspreidings- of promodiensten onderworpen aan de BTW-heffing.

Geen grote wijzigingen voor België

Positief voor Belgische ondernemers  is het feit dat deze nieuwe richtlijn in grote lijnen hedendaags het huidige Belgisch recht volgt. Het huidige recht maakt onder meer reeds het onderscheid tussen vouchers voor enkelvoudig gebruik en vouchers voor meervoudig gebruik. Er zijn echter wel een paar types van specifieke vouchers die met de introductie van deze richtlijn voor onzekerheid zouden kunnen zorgen. Vouchers voor maaltijden (maaltijdcheques) zijn momenteel volledig vrijgesteld van een BTW-heffing.  Het is op dit moment nog onduidelijk wat de concrete impact van de richtlijn op die soort vouchers zal zijn. Verder zouden ook prepaid telefoonkaarten voor onzekerheid kunnen zorgen.

Artikel 2 van de richtlijn voorziet in een ruime overgangsregeling die stelt dat lidstaten tot 31 december 2018 de tijd hebben om deze richtlijn om te zetten in nationaal recht. Dit tot gevolg dat deze vouchers die worden uitgegeven voor deze datum buiten het vaarwater van deze richtlijn blijven. Deze overgangsperiode biedt de Belgische autoriteit de mogelijkheid om deze richtlijn om te zetten naar Belgisch recht. Ten slotte biedt deze overgangsperiode ook een opportuniteit voor de Btw-autoriteiten om de praktische impact van deze richtlijn duidelijk te maken.

Vragen over vouchers, online verkoop of fiscaliteit?

Contacteer ons via info@siriuslegal.be of via het contactformulier op onze website