Parfumcomposities beschermbaar goed?

Wie in grootwarenhuis Lidl inkopen gaat doen, zal er niet naast kunnen kijken: in de aanloop naar Valentijn worden parfums voor hem en haar aangeprezen. Lidl verkoopt zowel “G. Bellini X-Bolt” voor mannen als “Madame Glamour Suddenly” voor vrouwen. Het bijzondere is echter dat het geurwater volgens kenners bijzonder doet denken aan respectievelijk “Bottled” van Hugo Boss en “Coco Mademoiselle” van Chanel. Of de parfums op elkaar lijken, laten we even in het midden. De vraag stelt zich echter: mag je parfums maken en verkopen die op een andere parfum lijken?

Tijdens een of andere strandvakantie zal je ze zeker gezien hebben: de ambulante verkopers van zonnebrillen, lederwaren en namaakparfums. De parfum is dan verpakt in exact nagemaakte flacons en verpakking, al dan niet voorzien van een nagemaakt “echtheidslabel”. De inhoud is al te vaak een verdunning of afgeleide van het echte product. Dit soort praktijken wordt ontmaskerd als namaak en een inbreuk op het merkenrecht en ongetwijfeld een aantal tekeningen en modellen van de originele parfumproducent.

Anders is het wanneer parfums sterk gelijken op andere geurwaren, maar worden ontworpen en gecommercialiseerd onder een eigen naam en in een eigen verpakking. Een merk of model inroepen met betrekking tot de verpakking, kleuren en logo lijkt in dit geval in eerste instantie moeilijker.

Geurmerken en geuroctrooien

Een bescherming van de geur als geurmerk is in principe niet verboden, doch moeilijk haalbaar. De Europese merkenregisters stellen als voorwaarde evenwel dat het merk grafisch moet kunnen worden afgebeeld en gereproduceerd. Hoewel er verdienstelijke pogingen werden gedaan om een geur als merk te deponeren, is de grafische voorstelling de voornaamste reden waarom er nauwelijks geurmerken gedeponeerd zijn. Daarbij komt nog dat een merk dient als onderscheidingsteken voor de commercialisering van een product, terwijl de geur van een parfum in wezen het product zelf uitmaakt.

Geuroctrooien zijn niet ondenkbaar. Het gaat dan eerder om een bepaalde ondersteunende molecule of een procédé waarmee een bepaald element van de parfum wordt vervaardigd. Octrooibescherming voor de unieke combinatie van aroma’s ligt dan weer minder voor de hand.

Ambiguë bescherming door het auteursrecht

Het auteursrecht biedt wel mogelijkheden; al is een dergelijke bescherming voor parfums niet onbesproken en heeft het vraagstuk reeds geleid tot gerechtelijke en academische polemiek. Voorstanders menen dat een parfum eveneens een unieke combinatie uitmaakt van bestaande elementen die blijk kunnen geven van artistieke inspanning, net zoals dit het geval is bij een gedicht of een muziekstuk. Tegenstanders verwijzen voornamelijk naar de lage duurzaamheid van de drager en de subjectiviteit van de perceptie van de geur.

De rechtspraak in Europa is zeer uiteenlopend op dit punt. Nederland schijnt met het spraakmakende “Lancôme”-arrest uit 2006 voorstander te zijn van een bescherming van parfumcomposities. Een parfum is immers even goed een composities van geuren die origineel en gematerialiseerd kan zijn. Frankrijk blijft zich echter verzetten tegen ieder vorm van bescherming. Niet alleen wordt het samenstellen van een parfum beschouwd als een puur technische aangelegenheid, de geur op zich is het resultaat van de parfum en kan niet beschouwd worden als een voortbrengsel van intellectuele arbeid.

In België stelt zich voornamelijk het probleem van de noodzakelijke voorwaarde van fixatie op een duurzame drager. Parfums zijn in wezen vluchtige stoffen die gedurende de ganse dag hun geur moeten loslaten. Het is daarom niet zeker of die vluchtige stof als duurzame drager zou kunnen worden bestempeld.

Hoe dan wel beschermd?

Zonder vaste bescherming van parfums via een intellectueel eigendomsrecht, blijven slechts twee opties over. Het maken van gelijkaardig geurende parfums kan beschouwd worden als het trekken van een ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of reputatie van het merk, toch wanneer de verkoop ervan gepaard gaat met het trekken van parallellen met de merkparfums in de commerciële boodschappen.

Tenslotte is er nog steeds het vangnet van het algemeen verbod op oneerlijke marktpraktijken. De productie en verkoop van gelijkgeurende parfums kan aanzien worden als parasitaire aanhaking wanneer een creatieve inspanning met economische waarde wordt overgenomen zonder bijkomende substantiële inspanningen te leveren.

Andries Hofkens