Jenny Cheung

Na mijn opleiding Rechten aan de Universiteit van Antwerpen en een bijkomende Master in IP & ICT Law aan de KU Leuven, ben ik sinds 2019 advocaat bij Sirius Legal aan de balie van Brussel.

Jenny Cheung_Sirius Legal
Connecteer:

Over Jenny

Ik help graag mensen en sta positief tegenover elke uitdaging in het leven. Dit geldt ook op juridisch vlak, waar het soms een uitdaging kan zijn om de juiste oplossing te vinden voor een cliënt. Bij Sirius Legal krijg ik de mogelijkheid om cliënten in creatieve sectoren op maat te adviseren en hen bij te staan binnen het auteursrecht, merkenrecht en privacy-gerelateerde topics.

Daarnaast ben ik dankzij Sirius Legal ook steeds up to date met de nieuwste digitale innovatie en tools. Naast het serieuze werk ben ik een levensgenieter, sta ik open voor avonturen en vind ik mijn ontspanning in het sporten.

Boek een vrijblijvend intakegesprek met ons team

Jenny Blogt

Recente bijdragen van Jenny

28.04.2020 Jenny Cheung

Zijn.quotes.beschermd? 

In de corona crisistijden probeert iedereen zijn steentje bij te dragen, ieder op zijn manier. Zo besloot RUMAG, een marketingbedrijf dat zich richt op jongeren en onder andere T-shirts verkoopt met satirische quotes, om een corona-collectie aan te bieden. De opbrengst doneren ze aan het Rode Kruis. Ze boden mondmaskers aan met “krijg de corona” of T-shirts met de tekst “IK.GELOOF.IN.JOU.EN.MIJ.“ en ontvingen hierop enorme kritiek waardoor de CEO intussen ook is opgestapt. 

De tekst “ik geloof in jou en mij” klinkt wellicht bekend in de oren voor kenners van het lied ‘Avond’ van Boudewijn de Groot (geschreven door Lennaert Nijgh). De quote op de T-shirts is namelijk een stukje van de songtekst: “maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij”. De vraag is hoe het zit met de auteursrechtelijke bescherming van deze tekst en of dat anderen dit (of een deel ervan) mogen reproduceren. 

 

Kritiek op RUMAG 

RUMAG maakt T-shirts, koffiemokken, deurmatten, ballonnen,… met satirische quotes in haar kenmerkende opmaak, namelijk witte letters tegen een zwarte achtergrond waarbij spaties zijn vervangen door punten. Vaak zijn deze quotes niet zelf bedacht, maar afkomstig van anderen of een vertaling naar het Nederlands van reeds bestaande uitspraken in het Engels. Kan RUMAG dit zomaar doen of zijn quotes auteursrechtelijk beschermd?

In het programma “Zondag met Lubach” keurt Arjen Lubach dit alleszins af en beschuldigt hij RUMAG van het plegen van plagiaat op teksten van anderen en geld te willen verdienen aan de Coronacrisis. Ook in België kreeg RUMAG in het verleden al kritiek over het “stelen” van de “IK.WIL.NAAR.HUIS-slogan” van ontwerpster Karen François (bekend om de quote “Aladdin zonder d is ook maar Alain”).  

 

Auteursrecht en quotes

Quotes kunnen auteursrechtelijk beschermd zijn, wanneer er twee voorwaarden vervuld zijn:

1) de tekst heeft een eigen oorspronkelijk karakter
2) de tekst draagt een persoonlijke stempel van de maker. 

Banale of triviale werken komen niet in aanmerking voor auteursrechtelijke bescherming. In het arrest Infopaq oordeelde het Hof van Justitie reeds lange tijd dat zinnen auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, voor zover de zin origineel en creatief is.  Quotes kunnen dus auteursrechtelijk beschermd zijn, indien het een zekere mate van creativiteit bevat van de maker. 

Zinnen zijn maar beschermd, indien ‘bijzonder origineel’ of duidelijk creatief. In principe kan je stellen dat hoe meer keuzes de auteur heeft moeten maken, hoe meer er sprake kan zijn van enige creativiteit. Bij korte zinnen moet de auteur minder keuzes maken en kan er bijgevolg minder creativiteit ontstaan. Dit wil niet zeggen dat korte zinnen in alle gevallen van auteursrechtelijke bescherming zijn uitgesloten, maar dat het gewoonweg niet mag gaan over zinnen die iedereen had kunnen bedenken. 

Het zal je niet verbazen dat korte alledaagse zinnen die gebruikelijk zijn in een bepaalde situatie geen vorm van creativiteit tonen en dus geen auteursrechtelijke bescherming genieten. Dit lijkt het geval te zijn voor T-shirts met de tekst “ik wil naar huis”. Dit is een korte zin die op zichzelf voor eenieder voor de hand liggend is en niet zal beschermd zijn door het auteursrecht. 

Wat betreft de T-shirts van RUMAG met “IK.GELOOF.IN.JOU.EN.MIJ.” is het verdedigbaar én betwistbaar dat de tekst beschermd is door het auteursrecht. In de eerste plaats verdedigbaar, omdat in het verleden is aangenomen dat de songtitel “Hoe sterk is de eenzame fietser” (ook van Lennaert Nijgh) beschermd is door het auteursrecht. Anderzijds is de auteursrechtelijke bescherming van “ik geloof in jou en mij” betwistbaar, omdat dit slechts een stukje van de songtekst is en toch behoort tot een alledaagse zin die iedereen had kunnen bedenken. 

Het is duidelijk dat je voor elke quote in kwestie afzonderlijk zal moeten beoordelen of het al dan niet beschermd is door het auteursrecht. 

 

Is er dan sprake van een inbreuk door RUMAG?

Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht, wanneer een auteursrechtelijk beschermd werk, zonder toestemming van de auteur door een ander openbaar wordt gemaakt.  In het geval van RUMAG zal men per quote moeten nagaan of de quote auteursrechtelijk beschermd is om dan na te gaan of het werk ongeoorloofd is gereproduceerd.

Er zijn uitzonderingen op het verbod op reproduceren van bestaande auteursrechtelijk beschermde werken. Zo is het toegestaan om auteursrechtelijk beschermde werken, zoals bijvoorbeeld een quote, te kopiëren en op een T-shirt te drukken, wanneer dit uitsluitend voor eigen gebruik is bedoeld. Deze uitzondering was uiteraard niet van toepassing voor RUMAG die de T-shirts te koop stelde via hun website ter ondersteuning van het Rode Kruis. 

Daarnaast is het toegestaan om teksten te citeren, maar dan moet het overgenomen stuk ten behoeve zijn van kritiek of recensie. De reden hiervoor is de vrijheid van meningsuiting en het recht om kritiek te uiten. Bijkomend is dat het moet gaan om een serieuze context zoals een aankondiging, beoordeling of een wetenschappelijke verhandeling en is een bronvermelding vereist. Het is duidelijk dat de satirische quotes van RUMAG niet onder deze uitzondering vallen. 

Als laatste vermelden we nog de parodie als uitzondering. (zie ook ons blogartikel over parodie in de modewereld) Het komt erop neer dat een kopie van een auteursrechtelijk beschermd werk is toegestaan, wanneer het een humoristische bedoeling heeft en een andere betekenis krijgt dan het bestaand werk zonder enige verwarring te scheppen. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat RUMAG onder deze uitzondering zou vallen. Het louter overnemen van bestaande teksten en door het vorm te geven in hun kenmerkende opmaak (witte letters tegen een zwarte achtergrond met punten in de plaats van spaties) lijkt weinig humor te bevatten en brengt geen nieuwe context aan de bestaande teksten. Zeker niet wanneer de quotes verbonden zijn met een commercieel aspect, namelijk de verkoop van T-shirts en kantoorartikelen.

 

Zijn.quotes.beschermd?

Het is niet vanzelfsprekend dat quotes van auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Vaak bevat het een gebrek aan creativiteit van de maker en behoort het tot alledaagse zinnen die iedereen had kunnen bedenken. Dit is ook één van de redenen waarom RUMAG ermee wegkomt om quotes te gebruiken van anderen. De tactiek is ook dat ze vaak niet de volledige quotes overnemen, maar slechts een deel ervan. 

Indien een quote dan toch beschermd zou zijn door het auteursrecht, zal degene die hier een inbreuk op maakt zich kunnen verdedigen door zich te beroepen op de uitzondering: het citeren of de parodie, die beide niet gemakkelijk aanvaard worden.

Over de T-shirts “IK.GELOOF.IN.JOU.EN.MIJ.” zou er enige twijfel kunnen bestaan of dit al dan niet auteursrechtelijk beschermd is. Wat wel zeker is, is dat de corona-collectie niet meer te verkrijgen is bij RUMAG, wellicht door de kritiek die ze hebben ontvangen in het Nederlandstalig programma. 

 

Vragen over auteursrecht of over dit artikel? 

Neem gerust contact op met Jenny Cheung (jenny@siriuslegal.be) of Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be)

21.10.2019 Jenny Cheung

Parodie binnen de modewereld

Mode-ontwerpers halen vaak hun inspiratie uit het verleden of uit bestaande trends en geven daar hun persoonlijke “touch” aan waardoor een nieuw ontwerp ontstaat. Het imiteren van creaties om nieuwe items opnieuw uit te vinden, is fashionable.  Denk maar bijvoorbeeld aan een T-shirt waarbij het logo met de woorden Hermès wordt vervangen door “Homies” of aan truien onder de slogan “Ain’t Laurent without Yves” of nog merken zoals Bucci, Ballinciaga, Giraunchy.

Vaak zijn deze stuks populair bij de jongere generatie en wordt het algemeen aanvaard om “fake” te dragen. De vraag rijst of modeontwerpers die gaan “lenen” bij bekende ontwerpen of merken, namaak plegen of meeliften op de bekendheid van bestaande merken onder het mom van parodie. 

 

Het auteursrecht en de parodie

Een modeartikel is enkel auteursrechtelijk beschermd als het origineel is. Dit wil zeggen dat het ontwerp een resultaat moet zijn van een eigen intellectuele schepping en vrije creatieve keuzes van de ontwerper.

Wanneer een modeartikel beschermd wordt door het auteursrecht, is het in principe niet toegestaan dat anderen het beschermd werk zouden reproduceren zonder toestemming van de auteur. Een uitzondering hierop is de parodie.

Bij een parodie gaat het in wezen over de creatie van een origineel werk waarbij er specifieke elementen van een bestaand werk worden overgenomen met een kritische en/of humoristische doelstelling zonder enige verwarring te creëren met het oorspronkelijke werk en zonder een commercieel doel na te streven. Dit werd reeds vastgesteld door het Europees Hof van Justitie in het arrest Deckmyn

Het is van belang om een afweging te maken tussen de rechten van de ontwerper van het oorspronkelijke werk en de artistieke vrijheid van de ontwerper die de parodie maakt.

Het achterliggende doel bij het ontwerpen van parodieën op modeartikelen is meestal gericht op het verkopen van die artikelen om zo winst te genereren. Dan is er naast het humoristisch doel toch sprake van een commercieel doel en zal dit in de praktijk niet gemakkelijk aanvaard worden. In het voorbeeld van hierboven, een trui met de slogan “Ain’t Laurent without Yves” kwam de ontwerper, “What about Yves”, tot een akkoord met Yves Saint Laurent om de kledingstukken niet meer te verkopen. 

 

Het merkenrecht en de parodie

Een merk heeft als belangrijkste functie de herkomst van bepaalde goederen aan te duiden. Binnen de mode-industrie is het merk een eerste herkenningspunt ter onderscheiding van kleding en handtassen van een bepaald modehuis en bepaalt mee het succes ervan.

In tegenstelling tot het auteursrecht heeft de Europese wetgever de parodie niet als uitzondering ingevoerd voor het merkenrecht, maar dit wil niet zeggen dat een parodie op een merk nooit kan.  

De eerste vraag die men moet stellen, is of de parodie op het handelsmerk een afbreuk kan doen aan de reputatie van het handelsmerk. Wanneer dit het geval is, kan de merkhouder het gebruik ervan verbieden. Dit was overduidelijk het geval bij de aanduiding ‘Yves Saint-Lorents’ voor schoenen, aangezien dit werd gezien als een afbreuk aan de reputatie van het bekende merk Yves Saint-Laurent. 

Wanneer is dan een parodie op een handelsmerk wél toegelaten?

  • Vergelijkbaar met de voorwaarde binnen het auteursrecht, moet humor het doel zijn van de ontwerper. Bij het zien van het teken, maakt de consument meteen de link naar het feit dat hiermee moet worden gelachen.
  • De ontwerper heeft niet als doel de consument te misleiden of aan te haken op het bekende handelsmerk 
  • Een loutere afwijking van het handelsmerk is niet voldoende. Het teken dat wordt gebruikt als parodie moet significante verschillen bevatten.

De beoordeling of een parodie op een handelsmerk is toegestaan, zal vaak afhangen van de context en de achterliggende boodschap/reden van de ontwerper. 

 

Wat als ik nu truien met het woord “Bucci” wil produceren? 

“Bucci” lijkt ons een gebruik te zijn dat dicht aanleunt bij het handelsmerk “Gucci” en zal weinig kans op slagen hebben om als parodie binnen het merkenrecht toegelaten te worden. Natuurlijk staat het partijen volledig vrij om dit wel toe te laten door samen een akkoord te sluiten waarbij de productie wordt toegelaten, vaak tegen de betaling van een prijs.

Uit dit voorbeeld blijkt duidelijk dat bij parodieën binnen de modewereld de context vaak doorslaggevend zal zijn waarbij het humoristisch/kritisch karakter een belangrijke rol speelt. Of dit tot een procedure zou leiden, hangt af van de perceptie van het modehuis zelf en op welke manier zij hun handelsmerk willen beschermen.

 

Conclusie

Wil dit dan zeggen dat jonge ontwerpers niet meer hun artistieke vrijheid mogen volgen binnen de mode en zich laten inspireren op bestaande modehuizen? Nee, jonge ontwerpers kunnen zich steeds uitleven in hun creatieve geest, maar er moet een balans zijn tussen de exclusieve rechten van de modehuizen en de artistieke vrijheid van jonge ontwerpers. Dit zal verschillen van geval tot geval. 

Zowel voor het auteursrecht als voor het merkenrecht is het belangrijk dat er een humoristische of kritische boodschap achter het ontwerp zit (vervat in een parodie), anders zal dit toch eerder als namaak of aanhaking op de bekendheid van het handelsmerk gezien worden. 

Als jonge ontwerper denk je dus best twee keer na vooraleer je jouw ontwerp baseert op bestaande werken van bekende modehuizen.

 

Vragen over auteursrecht of merkenrecht?

Ons team staat graag voor je klaar. Neem gerust contact op met jenny@siriuslegal.be

10.05.2019 Jenny Cheung

Age Appropriate Design Code: meer privacy voor kinderen in de wereld van technologie?

Het Verenigd Koninkrijk verlaat dan wel naar alle waarschijnlijkheid de Europese Unie binnen afzienbare tijd, maar de Britse gegevensbeschermingsautoriteit Information Commissioner’s Office (ICO) blijft één van de meest actieve nationale overheden in het kader van de implementatie en toepassing van de AVG/GDPR. Zo heeft het ICO in april (nog te raadplegen en te becommentariëren tot 31 mei 2019) het ontwerp van een Age-appropriate design code gepubliceerd die het internet voor kinderen meer privacy-vriendelijk zou maken.

Het ontwerp bevat 16 bepalingen die gericht zijn aan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij (information society services, ISS-aanbieders) waarbij telkens het belang van het kind centraal staat. Deze normen zijn van toepassing op diensten van de informatiemaatschappij die mogelijks worden bezocht door kinderen zoals: apps, sociale media platformen, zoekmachines, online marktplaatsen, online games, nieuws of educatieve websites en andere websites die goederen of diensten aanbieden aan gebruikers via het internet. De naleving van deze kindvriendelijke bepalingen is niet beperkt tot specifieke ISS-aanbieders gericht op kinderen, maar viseert alle ISS-aanbieders.

Het ICO beschouwt elke persoon onder de 18 jaar als een kind (zie Kinderrechtenverdrag) waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen vijf leeftijdscategorieën op basis van verschillende capaciteiten, behoeften, vaardigheden en gedragingen. Kinderen jonger dan 13 jaar kunnen enkel een geldige toestemming geven voor het verwerken van gegevens, indien de ouders/verantwoordelijk hiervoor de toestemming geeft.

 

Met welke bepalingen moeten ISS-aanbieders rekening houden?

Zodra de Age-appropriate design code van kracht is, moeten ISS-aanbieders zich schikken naar de 16 cumulatieve bepalingen. Wanneer ze nalaten te handelen in overeenstemming met deze bepalingen, kan het ICO maatregelen nemen tegen de ISS-aanbieders met als gevolg dat ze mogelijks niet in lijn zijn met de GDPR en dus voor ernstige inbreuken boetes riskeren van maximaal 20 miljoen euro of 4% van de jaarlijkse wereldwijde omzet.

Vele bepalingen van de Age-appropriate design code zijn uitbreidingen van verplichtingen die terug te vinden zijn in de AVG/GDPR.  Hieronder vind je een overzicht van enkele bepalingen die ISS-aanbieders in acht moeten nemen:

  • het toepassen van alle bepalingen van de Age-appropriate design code op alle gebruikers, niet alleen op kinderen of ISS-aanbieders moeten beschikken over mechanismen om kinderen van volwassen gebruikers te onderscheiden
  • het verschaffen van informatie in een voor kinderen verstaanbare taal
  • het verwerken van de gegevens op een manier die niet schadelijk kan zijn voor de fysieke en mentale gezondheid van het kind
  • het voorzien van ‘high privacy’ standaardinstellingen (bv.: gegevens van kinderen zijn alleen zichtbaar of toegankelijk voor andere gebruikers, wanneer het kind dit toestaat door zijn privacyinstellingen aan te passen) en dat instellingen voor profilering en geolocatie standaard uitgeschakeld zijn
  • het informeren op een duidelijke manier van het kind dat hun activiteiten onder toezicht van hun ouders staan
  • het afzien van ‘nudging’ technieken (nudging is een techniek waarbij mensen worden gestimuleerd om zich op een gewenste wijze te gedragen) die kinderen aanmoedigen om persoonsgegevens te verstrekken, privacybescherming uit te schakelen,…

 

Zal de Age-appropriate design code ook van toepassing zijn in België?

Ook in België behoren kinderen tot een speciale categorie voor de verwerking van gegevens, dit is immers vastgelegd in artikel 8 van de AVG/GDPR.  De leeftijdsgrens voor een geldige toestemming is ook gesteld op 13 jaar (art. 7 van Wet 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens).

De Age-appropriate design code zal ook van toepassing zijn op ISS-aanbieders die buiten het Verenigd Koninkrijk zijn gevestigd, maar die een filiaal of kantoor hebben in het Verenigd Koninkrijk waarbij er gegevens worden verwerkt in het kader van de activiteiten van die onderneming.

 

Conclusie

Er valt niet te ontkennen dat we in een connected generatie leven waarbij technologie een belangrijke rol speelt. In deze online wereld kunnen kinderen vaak het slachtoffer zijn van cyberpesten, online stalking, online seksuele uitbuiting,… De Britse Gegevensbeschermingsautoriteit is de eerste instantie die komt met een ontwerp dat een betere bescherming van het kind belooft op het internet. Tot 31 mei 2019 is het nog mogelijk om feedback over de Age-appropriate design code te geven. Hoewel Brexit binnenkort een realiteit zal zijn, is het interessant voor alle ISS-aanbieders om een kijkje te nemen in dit ontwerp van het ICO.

 

Vragen over de Age Appropriate Design Code of over privacy in het algemeen?

Contacteer Bart Van den Brande (bart@siriuslegal.be) of Jenny Cheung (jenny@siriuslegal.be) of bel ons even op 02/721 13 00.