Sophie Vercraeye

Nadat ik in 2018 mijn Master in de Rechten behaalde aan de Universiteit Antwerpen, besloot ik om nog solo rond te reizen in Centraal-Amerika, zodat ik me nadien volledig kon focussen op mijn carrière. In 2020 ben ik (met heel wat unieke ervaringen op zak) gestart als advocaat bij Sirius Legal aan de balie van Antwerpen.

Connecteer:

Over Sophie

Het klinkt cliché, maar advocatuur zit in mijn bloed. Steeds blijven zoeken naar oplossingen, praktisch en doelgericht te werk gaan, doordachte keuzes maken, maar bovenal steeds ‘the voice of reason’ blijven. Met deze basis en de begeleiding, ervaring en expertise van Sirius Legal erbovenop, zoek ik samen met onze cliënten naar de beste en meest opportune oplossingen.

Kwestie van werk en privé wat in balans te houden, kan je mij, naast “Meester Vercraeye”, gerust ook een eeuwige optimist, avontuurlijke reiziger, levensgenieter pur sang en natuur- en dierenliefhebber noemen.

Boek een vrijblijvend intakegesprek met ons team

Sophie Blogt

Recente bijdragen van Sophie

25.03.2021 Sophie Vercraeye

Annulering van een pakketreis: is er ook een terugbetaling van de reisverzekering?

Gaat een reis niet door omwille van onvoorziene omstandigheden, zoals een vulkaanuitbarsting op de plaats van bestemming? Dan heeft de reiziger in de meeste gevallen recht op terugbetaling van de reis op basis van de Pakketreizenwet. De praktijk leert ons dat reizigers in zo’n geval hun reis meestal netjes terugbetaald krijgen, maar over de vraag of ze ook de premie die ze betaald hebben voor hun reisverzekering terug krijgen, is wél heel wat discussie. Op het eerste zicht zou een terugbetaling logisch zijn.  De reis gaat immers niet door omwille van overmacht en de verzekering is bijgevolg ook niet nodig omwille van dezelfde overmachtsituatie.  De wet is jammer genoeg allesbehalve duidelijk en in de praktijk weigeren heel wat verzekeraars terugbetaling. Wij denken er het onze van. Lees even mee…

 

Reis- of annulatieverzekering: reisdienst?

De pakketreizenwet definieert een aantal begrippen die belangrijk zijn in deze context. Professionals uit de reiswereld kennen deze natuurlijk, maar voor de goede orde zetten we alles toch nog even op een rijtje, zodat ook nieuwkomers of start-ups in de sector of reizigers het verhaal kunnen volgen.  

Allereerst spreekt de wet van “reisdiensten”. Wat is een reisdienst en wat is het belang ervan? Wel, een reisdienst is elke dienst geleverd door een professional in de reissector en die bestaat uit:

  1. passagiersvervoer (bv. bus, trein of vliegtuig); of
  2. accommodatie die niet intrinsiek deel uitmaakt van passagiersvervoer (dus geen bed in een nachttrein) en die niet voor bewoning is bestemd (dus geen accommodatie voor een uitwisselingsprogramma van 4 maanden); of
  3. verhuur van auto’s of andere motorvoertuigen; of
  4. elke andere toeristische dienst die niet intrinsiek deel uitmaakt van bovenstaande reisdiensten, en een aanzienlijk deel of essentieel onderdeel van de reis vormt (bv. excursies).

Als je verschillende van die reisdiensten gecombineerd aanbiedt, spreken we van een “pakketreis”. 

 

Reisverzekering als “reisdienst”?

Merk op dat “verzekering” niet in de eerste opsomming staat.  Daar knelt immers precies het schoentje. Als je verzekering een reisdienst is, is die immers onderdeel van je pakketreis en dan moet die ook terugbetaald worden.  

Is een verzekering dan een reisdienst? De meningen lijken wat verdeeld, maar er kan volgens ons geen twijfel over bestaan: neen, reis- of annulatieverzekeringen zijn geen reisdiensten. De Europese richtlijn betreffende pakketreizen (nr. 2015/2302) stelt duidelijk dat een verzekering geen reisdienst is. De Belgische rechtspraak heeft ook al meerdere keren bevestigd dat een reisverzekering niet als een toeristische dienst gekwalificeerd kan worden. Of de verzekeringspremie inclusief of slechts facultatief bij een reispakket wordt aangeboden en/of de prijs al dan niet inbegrepen zit in de totaalprijs van het pakket, verandert hier niets aan. 

Een reis- of annulatieverzekering is en blijft dus enkel een “financiële dienstdie gereguleerd wordt door het verzekeringsrecht en in het bijzonder de Verzekeringswet van 2014 en is geen “reisdienst” die onderdeel van je pakketreis uitmaakt. Dat betekent ook dat andere rechtsregels dan het reisrecht van toepassing zijn, namelijk het verzekeringsrecht en in het bijzonder de Verzekeringswet van 2014. 

 

“Alle voor de pakketreis betaalde bedragen”

Maar zelfs als een reisverzekering geen “reisdienst” is, argumenteren sommigen dat de verzekeringspremie toch terugbetaald moet worden.  De Pakketreizenwet zegt immers dat de reiziger recht heeft op terugbetaling van  “alle voor de pakketreis betaalde bedragen”? Als de verzekering mee in een pakketboeking zat, zou je die dus volgens de letterlijke lezing van de wet toch ook terug moeten krijgen?    Dat is alvast ook de mening van Test Aankoop.

Jammer genoeg voor de gedupeerde reiziger ligt de oplossing juridisch gezien anders.  De Pakketreizenwet definieert ‘pakketreis’ uitdrukkelijk als een combinatie van (minstens twee) “reisdiensten”. Een pakketreis kan dus niet uit andere diensten, zoals financiële diensten of verzekeringen bestaan, want dat zijn, zoals we al aanhaalden, precies géén “reisdiensten”. 

Dat een financiële dienst of verzekering mee verkocht wordt aan de reiziger, betekent met andere woorden niet dat de Pakketreizenwet onvoorwaardelijk van toepassing zou zijn op die financiële dienst of verzekering. 

Bovendien dekken beide diensten een volledig andere lading. Zo zal de verzekeraar pas tussenkomen wanneer de reis geannuleerd wordt en de reisdiensten dus niet gepresteerd worden. De verzekering is dus slechts een instrument om de contractuele implicaties van de niet-uitvoering van de pakketreisovereenkomst te regelen. Het is een “risico”-overeenkomst die naast de pakketreisovereenkomst staat. Er kan niet samen genoten worden van zowel de uitvoering van het reiscontract als van de dekking volgens de annuleringsverzekering. Het is het één of het ander. Je kan de pakketreis ‘op zich’ en de reis- of annulatieverzekering dus niet over één kam scheren. 

 

Om alle misverstanden de wereld uit te helpen… 

Moet de verzekeringspremie terugbetaald worden wanneer de consument recht heeft op “alle voor de pakketreis betaalde bedragen”? 

Neen, wij beschouwen de verzekeringspremie niet als een bedrag betaald voor de pakketreis. De verzekeringspremie is een financiële dienst die gekocht wordt door de reiziger om de niet-uitvoering van deze pakketreis te dekken. Dit vormt geen onderdeel van de pakketreis zelf, integendeel de reiziger zal nooit de uitvoering van beide diensten tegelijk kunnen inroepen. De verzekeringspremie valt ons inziens dus niet onder de Pakketreizenwet, maar enkel onder haar eigen verzekeringswetgeving. 

 

Vragen over reisrecht of consumentenbescherming?

Neem gerust vrijblijvend contact op met Roeland Lembrechts (roeland@siriuslegal.be) of Sophie Vercraeye (sophie@siriuslegal.be).

09.11.2020 Sophie Vercraeye

De nieuwe BTW-regels voor E-commerce: laat van je horen!

Door de globalisering en digitalisering van de verkoop van goederen en diensten stijgt de vraag naar een vereenvoudigde BTW-regelgeving voor webshops. De nieuwe Europese richtlijn over e-commerce is al een grote stap in de goede richting. De nieuwe regels zouden de BTW-heffing op grensoverschrijdende ‘internetverkopen’ van goederen en diensten aan consumenten moeten vereenvoudigen. Ook probeert men met deze wetswijziging gelijke concurrentievoorwaarden te garanderen voor ondernemingen, zowel binnen als buiten de EU.

 

Wanneer zijn de nieuwe BTW-regels van kracht?

De Europese lidstaten moesten deze richtlijn normaal gezien tegen 1 januari 2021 omzetten, al wordt deze termijn omwille van corona verlengd. België krijgt nu de tijd tot 1 juli 2021 om de Belgische wet aan te passen. 

Toch is het zeker nuttig om al op de hoogte te zijn van de toekomstige wijzigingen, zeker aangezien de minister van Financiën Vincent Van Peteghem iedere geïnteresseerde uitnodigt om zijn/haar input te geven over de invulling van deze nieuwe wetgeving (waarover verder meer). 

 

Wat verandert er aan de BTW-regels? 

De nieuwe wet zal verschillende aanpassingen met zich meebrengen. Wij sommen hier enkele belangrijke aanpassingen kort op: 

  1. Allereerst zal de BTW in principe geheven worden in de lidstaat van bestemming en op basis van de daar geldende BTW-tarieven.  Vandaag is dit al het geval als je de voorziene jaarlijkse omzetdrempels overschrijdt. Wie bijvoorbeeld op jaarbasis voor meer dan 35.000 euro naar Duitsland verkoopt of voor meer dan 100.000 euro naar Nederland, moet de lokale Duitse of Nederlandse BTW aanrekenen.  Vanaf juni 2021 vervalt dat systeem en is BTW altijd verschuldigd in het land waar de koper gevestigd is, behalve als je een kleine e-commerce ondernemer bent die onder een omzetdrempel van 10.000 euro per jaar blijft én je slechts in één EU-land gevestigd bent. In dat geval is de BTW verschuldigd  aan het EU-land waar het transport begint (de facto zal dat de vestiging van de verkoper zijn in de meeste gevallen).
  2. Sinds enkele jaren bestaat er voor een aantal online diensten een zogenaamd “Mini One Stop Shop” of “MOSS” systeem.  Dat zorgt ervoor dat zelfs als je buitenlandse BTW moet aanrekenen omdat je de voorziene drempels overschrijdt, je je aangifte nog steeds in je eigen land kan doen. Je moet dan wel een BTW inschrijving nemen in het betreffende land, maar de aangiftes kunnen dus gewoon in België gebeuren. Dat bestaande beperkte MOSS -systeem wordt uitgebreid tot een algemeen OSS (“One stop shop”)-systeem dat niet meer beperkt is tot leveranciers van elektronische diensten, maar dat ook geldt voor de afstandsverkopen van goederen en diensten. Vanaf juni 2021 kunnen alle webshops met andere woorden genieten van dit vereenvoudigde systeem.
  3. Daarnaast zal er in de toekomst altijd BTW verschuldigd zijn op aankopen door consumenten van diensten en goederen die afkomstig zijn van buiten de EU. Vroeger waren kleine zendingen met een kleinere waarde dan 22 euro vrijgesteld van BTW. Ook kleine zendingen zullen dus belast worden.
  4. Goed nieuws ook voor de ondernemers die goederen van buiten de EU invoeren. Ook zij kunnen genieten van het nieuwe OSS-systeem.  Als je als online handelaar goederen van buiten de EU invoert met een intrinsieke waarde van maximaal 150 euro, kan je in de toekomst gebruik maken van het IOSS (“Invoer One Stop Shop”)-systeem. Dit zorgt ervoor dat je alleen in het land van aankomst (meestal is dat gewoon in het land waar jouw bedrijf gevestigd is), een BTW-aangifte moet doen. De invoer zelf is vrijgesteld van BTW. 

De IOSS is niet verplicht, maar wanneer je dit niet toepast zal de invoer dus wel onderworpen zijn aan BTW. De online verkoper kan de invoer-BTW dan innen bij de persoon voor wie de goederen bestemd zijn (de klant).

 

Bereid je nu alvast voor!

Als webshopeigenaar kan je maar beter de BTW-regels goed kennen en zorgen dat je bedrijf en webshop klaar zijn om rekening te houden met verschillende BTW-regimes.  Door het wegvallen van de minimale BTW-drempels, is potentieel élke verkoop via je webshop aan een buitenlandse klant onderworpen aan een andere BTW-voet dan de Belgische.  Het is jouw verantwoordelijkheid als webshopuitbater om ervoor te zorgen dat je telkens de juiste BTW aanrekent.  Doe je dit niet dan riskeer je controles en boetes van de lokale BTW overheden, iets wat we de voorbije jaren bij verschillende van onze cliënten jammer genoeg moesten vaststellen.  De boetes kunnen hoog zijn, wees dus voorbereid.

Er is nog een tweede aandachtspunt voor webshops.  Consumentenwetgeving verplicht je immers om aan consumenten steeds de juiste prijs inclusief BTW te tonen.  Als je je met je webshop richt op klanten uit de ganse EU, moet je er rekening mee houden dat je in functie van de locatie van de klant (op basis van IP-adres of locatiegegevens?) het juiste BTW-tarief kan tonen.  Om dat te kunnen doen moet je de locatie van je bezoeker kunnen bepalen, iets wat meestal cookie based zal gebeuren. De BTW-wetgeving heeft dus impact op het cookiebeleid op je website, want cookies die locaties bepalen zal je wellicht als strikt noodzakelijk kunnen beschouwen (als je de locatiedata uitsluitend gebruikt voor aangepaste prijsaffichering in functie van BTW tenminste).  

Het alternatief als webshop is dat je slechts één prijs toont, inclusief Belgische BTW, maar dat je zelf de BTW-verschillen achter de schermen verrekent.  Let daar echter mee op! Dit kan jouw product in bepaalde landen duurder maken dan lokale concurrenten en het kan bovendien onverwacht aan je winstmarge vreten…

 

Laat je horen! 

Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) wil de Belgische ondernemers, belangengroepen of alle andere geïnteresseerden graag betrekken bij het opmaken van de wet, om zo een ‘level playing field’ te creëren. Hij organiseert een publieksbevraging om al deze nuttige input te betrekken bij het ontwerp van de nieuwe Belgische BTW-wetgeving op e-commerce.

Je kan dus tot en met 11 november 2020 feedback geven op elk onderdeel van de wettekst aan de hand van dit online formulier.

We geven je hier graag het ontwerp van de Belgische wet alvast mee.

Heb je dus bedenkingen of suggesties over deze nieuwe wet? Make your voice heard!

22.09.2020 Sophie Vercraeye

Wijs als webshopuitbater je klanten correct de weg naar bemiddeling en arbitrage

Ben jij eigenaar van een webshop die zich richt op consumenten?  Dan is een recente uitspraak (C‑380/19) van het Hof van Justitie van belang voor jou. Dat arrest bevestigt (voor zover nodig) nogmaals dat je in je algemene voorwaarden je klanten expliciet moet uitleggen waar ze terecht kunnen voor alternatieve geschillenbeslechting als ze niet tevreden zijn over jouw dienstverlening.  Die verplichting geldt overigens ook indien de consument niet echt iets kan kopen op de website. 

 

First things first: wat is alternatieve geschillenbeslechting?

Europese consumenten zijn goed beschermd door strenge regelgeving. Maar ondanks de strenge consumentenbescherming (of misschien net omdat die bestaat) ontstaan er toch regelmatig geschillen tussen consumenten en ondernemers. Om voor de consument vaak dure en lange gerechtelijke procedures te vermijden, is enkele jaren geleden vanuit de EU een systeem van alternatieve geschillenbeslechting (alternative dispute resolution – ADR) in het leven geroepen. Dit biedt een eenvoudige, snelle en goedkope oplossing voor geschillen tussen consumenten en ondernemers, maar dan buiten de rechtbank om.

Lidstaten kunnen zo’n ADR-oplossingen op verschillende manieren opzetten, bvb. via een ombudsman, bemiddelaar, verzoeningscommissie, arbitrage, … Indien men kiest voor ADR zal deze onafhankelijke instantie zich uitspreken over het geschil of proberen om samen met de consument en ondernemer tot een oplossing te komen. Of zo’n beslissing ook echt bindend is, is afhankelijk van procedure tot procedure en van lidstaat tot lidstaat.

 

Informatieplicht voor ondernemers

Alle Europese ondernemers hebben ten aanzien van de consument een zekere ‘informatieplicht’. Zo moet je de consument bijvoorbeeld steeds informeren over de identiteit van je onderneming en de voornaamste kenmerken van de goederen of diensten. Je bent als onderneming echter ook verplicht de consument te informeren over ADR.

 

Situatieschets

De Duitse bank DAÄB heeft een louter informatieve website. Je kan er geen overeenkomsten sluiten met DAÄB, maar je vindt er enkel informatie. Op haar website pagina vermeldt DAÄB wel het bestaan van de toepasselijke Duitse buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsprocedure en dat wordt nog eens herhaald op een informatiedocument op het moment dat de consument effectief een overeenkomst sloot met DAÄB. DAÄB was van mening dat ze op deze manier voldeed aan de wettelijke informatieplicht ten aanzien van consumenten. 

Maar bovenstaande informatie was niet opgenomen in haar algemene voorwaarden en dat was niet naar de zin van het Duitse Bundesverband (eiseres in deze zaak). Zij was namelijk van mening dat deze informatie wel degelijk ook in de algemene voorwaarden opgenomen moet worden, ook op louter informatieve websites en ook als je de informatie al op een andere plek verschaft.

 

Beslissing Hof van Justitie

De Duitse rechter die hierover moest oordelen struikelde over de interpretatie van artikel 13 ‘richtlijn ADR consumenten’. Het artikel klinkt als volgt:  

“[de informatie omtrent ADR] moet op duidelijke, begrijpelijke en eenvoudige wijze toegankelijk zijn op de website van de ondernemer, voor zover hij over een website beschikt, en, in voorkomend geval, in de algemene voorwaarden van tussen de ondernemer en een consument gesloten verkoop- of dienstenovereenkomsten.

De rechter heeft bijgevolg de hulp van het Europees Hof van Justitie (hierna het Hof) ingeschakeld.

  1. Moet deze informatie (over alternatieve geschillenbeslechting) vermeld worden indien je geen overeenkomsten kan sluiten op de website?

Ondanks het feit dat deze bepaling spreekt van “een gesloten verkoop- of dienstenovereenkomst”, legt het Hof de nadruk op het eerste gedeelte van de zin, namelijk “voor zover hij over een website beschikt”. Het Hof stelde dat de wettekst hierbij namelijk geen ruimte voor twijfel laat. Is er dus een website, dan moet jij als ondernemer deze informatie opnemen op de website, onverschillig of je op de website overeenkomsten kan sluiten of niet. 

      2. Moet dit in de algemene voorwaarden of mag dit ook op een andere plaats op de website of in een ander document?

De bewoording in de ‘richtlijn ADR consumenten’ is volgens het Hof ook hier heel duidelijk en ondubbelzinnig. De uitdrukking  „en, in voorkomend geval” geeft volgens het Hof namelijk aan dat die informatie niet alleen op die website moet worden vermeld, maar ook dat die informatie in die algemene voorwaarden moet worden opgenomen wanneer zij op die website beschikbaar zijn. Is er dus een website met algemene voorwaarden, dan moet je deze informatie opnemen in de algemene voorwaarden, onverschillig of je op de website iets kan kopen of niet. 

Dit hangt samen met de verplichting om de consument tijdig en voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst te informeren over de voorwaarden en gevolgen van de overeenkomst en de rechten van de consument. Het volstaat dus niet om de informatie over ADR slechts op het moment van het sluiten van de overeenkomst te verschaffen, al zeker niet op een apart document (bv. een bestelbon of een lijst van prestaties en tarieven) maar ook niet indien je de algemene voorwaarden pas op dat moment ter beschikking stelt. Wordt de ADR dus niet opgenomen in jouw algemene voorwaarden op de website, dan voldoe je als ondernemer niet aan de informatieplicht. 

 

Wat betekent dit voor jou als Belgische webshop?

De richtlijn ADR consumenten is omgezet in de Belgische wet in boek VI van het Wetboek economisch recht. De uitspraak van het Hof geldt dus evengoed in België. 

Zorg er dus voor dat je in je algemene voorwaarden informatie opneemt over alternatieve geschillenbeslechting. 

Je kan dat doen door middel van deze standaard tekst:

Bij buitengerechtelijke regeling van het geschil is de Consumentenombudsdienst van de Federale Overheid bevoegd om elke aanvraag tot buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen te ontvangen. Deze zal op haar beurt de aanvraag ofwel zelf behandelen ofwel doorsturen naar een gekwalificeerde entiteit. U kan de Consumentenombudsdienst bereiken via deze link: http://www.consumentenombudsdienst.be//nl “

Bij geschillen met een grensoverschrijdend karakter kan je bovendien beroep doen op het Online Dispute Resolution platform van de Europese Unie

Hou er rekening mee dat dit in elk geval ook in je algemene voorwaarden moet staan, het is niet voldoende dat je als ondernemer:

  • deze informatie in andere op die website toegankelijke documenten of in andere tabbladen van die website vermeldt of  
  • de consument deze informatie via een afzonderlijk document verstrekt bij het sluiten van de overeenkomst waarop deze algemene voorwaarden van toepassing zijn.

Hou ook rekening met alle andere transparantieverplichtingen in het kader van e-commerce.  We zien nog al te vaak webshops die tekortschieten in het het verschaffen van informatie over hun identiteit als bedrijf, over retourrechten en garantie, over gegevensverwerking, GDPR en cookies, etc…  

De beste garantie om jezelf te wapenen tegen juridische foutjes is de Website Certifier van Sirius Legal overigens.  Voor een vast bedrag van 750 euro + BTW lichten wij je ganse webshop door en zorgen voor alle nodige aanpassingen, in 2 talen en steeds in overleg met jou en op jouw individuele maat.

 

Vragen over Website Certifier of e-commerce?

Neem gerust contact op met ons team via bart@siriuslegal.be of sophie@siriuslegal.be of op 02 721 13 00