Tweedehandsverkoop van softwareprogramma’s volgens het Europees Hof van Justitie

Mag je softwarelicenties tweedehands verkopen en zo ja wat zijn dan de rechten van de tweedehands koper?  Op deze niet altijd eenvoudig te beantwoorden vraag verschafte het Europees Hof van Justitie vorige week enkele erg interessante bijkomende inzichten.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde immers vorige week dat een rechtenhouder op softwareprogramma’s geen beperkingen kan opleggen aan “tweedehands eigenaars” als hij bij de aankoop een niet in de tijd beperkt gebruiksrecht heeft verleend aan de eerste eigenaar  in de vorm van een licentie.  De eerste eigenaar  heeft dan, volgens het hof, de mogelijkheid om zijn licentie door te verkopen waardoor de latere eigenaars als rechtmatige eigenaars beschouwd moeten worden met dezelfde rechten als de eerste eigenaar, zodat ze –zoals in dit concrete geval bijvoorbeeld- zelf opnieuw een kopie van het computerprogramma van de website van de verkoper kunnen downloaden.

De uitspraak komt er nadat het Duitse Bundesgerichtshof een prejudiciële vraag stelde aan het Europees Hof van Justitie  m.b.t. de uitlegging van de artikelen 4, lid 2 en 5, lid 1 van richtlijn 2009/24/EG betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s (hierna richtlijn). De prejudiciële vraag werd geformuleerd naar aanleiding van een geschil tussen UsedSoft GmbH (hierna UsedSoft) en Oracle International Corp. (hierna Oracle) nadat UsedSoft gebruikte licenties voor computerprogramma’s van Oracle op de markt had gebracht.

Oracle ontwikkelt en distribueert computerprogramma’s, in hoofdorde via het internet.  Op de site van Oracle kunnen klanten een kopie van het programma van de website van Oracle rechtstreeks op hun computer downloaden. Ze verkrijgen als onderdeel van hun licentie het recht om (1) de software duurzaam op te slaan op een server en (2) een bepaald aantal gebruikers (25) toegang te verlenen om het programma rechtstreeks op hun harde schijf te downloaden.

UsedSoft verhandelt gebruikte softwarelicenties waaronder de gebruikslicenties voor computerprogramma’s van Oracle. Zij benadert in eerste plaats klanten van Oracle en koopt hun gebruikslicenties geheel of gedeeltelijk op. Vervolgens verkoopt zij deze “gebruikte” licenties door waarbij zij aan haar cliënten te kennen geeft dat desbetreffende licenties betrekking hebben op de bijgewerkte software van Oracle. Het cliënteel van UsedSoft dat nog niet over een licentie beschikt, downloadt na aankoop van de licentie de meest recente programmakopie rechtstreeks van de site van Oracle. Het cliënteel met meer dan 25 gebruikers downloadt eveneens na aankoop van een bijkomende “tweedehandslicentie” een programmakopie van de site van Oracle rechtstreeks op de harde schijf van iedere nieuwe gebruiker.

Oracle is het hiermee niet eens en haalt in eerste instantie haar slag thuis voor het Landesgericht te München; de rechtbank oordeelt dat het cliënteel van UsedSoft zich niet kan beroepen op een door Oracle geldig overgedragen recht op reproductie van de computerprogramma’s conform art. 4, lid 1 sub a van de richtlijn omdat de licentieovereenkomsten van Oracle uitdrukkelijk stipuleren dat de gebruiksrechten niet overdraagbaar zijn.  In een tweede fase van het geschil beslist het Bundesgerichtshof echter om aan het Europees Hof van Justitie toelichting te vragen over de precieze draagwijdte van het Europees recht ter zake.

De gestelde vragen zijn de volgende:

(1) Verliest Oracle het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een kopie van haar computerprogramma als de tweedehands verkrijger de kopie van het internet heeft gedownload? Of met andere worden: kan Oracle zich verzetten tegen het doorverkopen van de kopie van haar computerprogramma. Als auteur van het werk beschikt Oracle immers over het exclusieve distributierecht, maar dit distributierecht neemt in principe een einde na de eerste rechtmatige verkoop of andere eigendomsoverdracht ervan door de auteur of met zijn toestemming. Vraag is aldus of een transactie waarbij een kopie van het internet kan worden gedownload en terzelfder tijd tussen partijen een licentieovereenkomst voor gebruik van die kopie wordt gesloten een “eerste verkoop van een kopie van een programma” conform art. 4, lid 2 van de richtlijn inhoudt die lijdt tot het verval van het exclusieve distributierecht in hoofde van Oracle.

(2) Is de “tweedehands koper” van een softwarelicentie een rechtmatige verkrijger conform art. 5, lid 1 van de richtlijn die bijgevolg over het recht beschikt om het betrokken computerprogramma te reproduceren (door het bijvoorbeeld opnieuw van de site van Oracle te downloaden)?

Beide punten worden door het Hof positief beantwoord. In eerste instantie stelt het Hof dat de contractuele relatie tussen Oracle en haar klant wel degelijk een verkoop is in de zin van art 4, lid 2 van de richtlijn. Het gaat immers om een overeenkomst waarbij een persoon tegen betaling van een prijs zijn eigendomsrechten op een hem toebehorende lichamelijke of onlichamelijke zaak aan een ander overdraagt. In casu stelt het hof vast dat de klant van Oracle, die de kopie van het computerprogramma downloadt en met Oracle een licentieovereenkomst voor het gebruik van die kopie sluit, tegen betaling van een prijs een in de tijd onbeperkt gebruiksrecht voor die kopie verkrijgt. Door de beschikbaarstelling door Oracle van een kopie van haar computerprogramma én de sluiting van een licentieovereenkomst voor het gebruik ervan, moet die kopie voor de klanten van Oracle duurzaam bruikbaar worden. Door aldus te oordelen stelt het Hof dat Oracle zich niet tegen de verdere verkoop van een kopie kan verzetten, ook al wordt dat door de licentie uitdrukkelijk uitgesloten.

Interessant is dat het Hof hier aan toevoegt dat (1) het verder irrelevant is of de kopie van het computerprogramma beschikbaar wordt gesteld door een download vanaf een website of door middel van een fysieke drager, (2) de uitputting van het distributierecht zich uitstrekt tot de verkochte kopie van het computerprogramma zoals die door de houder van het auteursrecht wordt verbeterd en bijgewerkt, (3) de eerste verkrijger met minder dan 25 gebruikers de licentie niet kan opsplitsen en gedeeltelijk doorverkopen en tenslotte (4) de eerste verkrijger op het ogenblik van de wederverkoop zijn eigen kopie onbruikbaar moet maken om het exclusieve reproductierecht van Oracle, dat blijft bestaan, niet te schenden.

Op de tweede vraag antwoordt het Hof dat de download van een kopie van een computerprogramma van een website enerzijds en de tussen partijen daarbij afgesloten licentieovereenkomst voor het gebruik van die kopie anderzijds, een ondeelbare transactie vormt die in zijn geheel als verkoop moet worden gekwalificeerd. Het Hof vervolgt dat, gelet op onverbrekelijke band tussen de kopie op de website van de houder van het auteursrecht en de licentie voor het gebruik van die kopie, de doorverkoop van de gebruikslicentie noodzakelijkerwijze ook de doorverkoop van die kopie met zich meebrengt in de zin van art. 4 lid 2 waardoor ook de hier de uitputting van het exclusieve distributierecht speelt. Het controlerecht van Oracle op de kopie gaat dus ook teloor bij de doorverkoop van de gebruikslicentie.

Het Hof besluit dat wie een kopie van een computerprogramma aankoopt op de site van Oracle, een normaal gebruik maakt van de rechten die hij verkregen heeft. Als rechtmatige verkrijger moet de koper immers het computerprogramma voor het beoogde doel kunnen gebruiken.

Aangezien Oracle zich niet meer kan verzetten tegen de doorverkoop van de kopie van haar computerprogramma, is de tweede (en iedere latere) “tweedehands” verkrijger van die kopie een rechtmatige verkrijger in de zin van het Europees recht, en mag deze wel degelijk op zijn beurt een kopie van het computerprogramma van de site van Oracle downloaden. Ook deze download moet gezien worden als de reproductie die noodzakelijk is om de nieuwe verkrijger in staat te stellen het programma voor het beoogde doel te gebruiken en Oracle kan zich daar niet tegen verzetten.

Dit arrest heeft verregaande consequenties voor softwareontwikkelaars. Weet voortaan dat je als auteur van een computerprogramma een eerste verkoop conform art. 4, lid 2 van de richtlijn sluit wanneer je (1) toestaat dat je klant een kopie van je programma van je website (eventueel zelfs kosteloos) kan downloaden en je (2) diezelfde klant tevens tegen betaling een in de tijd onbeperkt gebruikersrecht via een licentieovereenkomst verleent. Wenst je klant later zijn kopie te verkopen, dan kan je je daar niet tegen verzetten. Weet bovendien dat je klant ook de eigenlijke licentie kan doorverkopen en dat iedere latere verkrijger van de “gebruikte” licentie als rechtmatige verkrijger conform art. 5, lid 1 van de richtlijn aanspraak kan maken op een kopie van het computerprogramma zoals die op je site wordt aangeboden.