Verkoop van tweedehands software op gekopieerde drager: verboden of niet?

Mag je als gebruiker een softwareprogramma dat je rechtmatig hebt gekocht op een cd’tje branden en dat tweedehands verkopen?  Die vraag beantwoorde het Europees Hof van Justitie op 13 oktober 2016 in de zaak C‑166/15 tussen de heren Aleksandrs Ranks en Jurijs Vasiļevičs enerzijds en de Letse regering en Microsoft Corp. anderzijds.

Het antwoord leest enigszins absurd, maar de juridische logica erachter valt wel degelijk te begrijpen: Het Europees recht moet volgens het Europees Hof van Justitie zo begrepen worden dat dat de licentiehouder (voor onbeperkte duur) van een kopie van een computerprogramma  weliswaar het recht heeft om die kopie en de bijbehorende licentie tweedehands door te verkopen aan een nieuwe verkrijger, maar dat, als de originele fysieke drager van de hem oorspronkelijk geleverde kopie beschadigd raakt, wordt vernietigd of verloren gaat, hij zijn reservekopie van dat programma niet aan die nieuwe verkrijger mag verschaffen zonder toestemming van de rechthebbende.

Met andere woorden: wie bijvoorbeeld een Office-licentie op zijn laptop heeft draaien, mag die Office-licentie wel degelijk tweedehands verkopen, maar hij mag die niet op een schijfje branden en dat fysieke schijfje verkopen (tenzij Microsoft toestemming zou geven om dat toch te doen).  De koper moet zelf naar de website van Microsoft surfen om daar een nieuwe kopie te downloaden.  De verkoper op zijn beurt moet alle kopies in zijn bezit bij verkoop onmiddellijk en definitief wissen of vernietigen.

“Uitputting van distributierecht” en “recht op back-up kopie”

Om tot dit besluit te komen moest het Hof twee principes uit het Europees recht aan elkaar koppelen.  Enerzijds zegt het Europees distributierecht dat de producent/merkhouder zich niet kan verzetten tegen de doorverkoop van zijn producten binnen de EU als de betreffende producten “rechtmatig in het verkeer zijn gebracht” (met andere woorden: als het niet gaat om illegale kopies of illegale import van buiten de EU of om verkoop in strijd met bestaande distributieovereenkomsten).  Wie een Office-licentie heeft gekocht bij Microsoft, mag die software dus doorverkopen.

Het auteursrecht echter, en meer bepaald de regels rond softwarebescherming, zeggen dat de auteur van een softwareprogramma zich niet kan verzetten tegen het maken van een kopie van een softwareprogramma voor zover aan twee voorwaarden voldaan is: 1/de kopie moet worden gemaakt door een rechtmatige gebruiker van het programma en 2/ de kopie moet nodig zijn voor het gebruik daarvan.  Het maken van een kopie op een schijfje voor verkoop aan een derde is niet “nodig voor het gebruik van het softwareprogramma” en is dus niet toegelaten onder het auteursrecht.

Als de nieuwe eigenaar echter naar de website van Microsoft surft en daar met zijn nieuw verkregen -tweedehandse- licentiecode een nieuwe kopie downloadt, dan is dat wél een “kopie die nodig is voor het gebruik van het softwareprogramma“.  Microsoft (of elke andere softwareleverancier) moet dus in zo’n geval wel de download door de nieuwe eigenaar accepteren.

Praktische gevolgen

Wat betekent dit praktisch?

In de eerste plaats is het duidelijk dat wie software op een schijfje (of een andere drager) gekocht heeft het origineel van dat schijfje wel degelijk tweedehands mag verkopen.  Dat was al eerder verduidelijkt door Europese rechtspraak.

Wie een softwareprogramma koopt (op schijf of via download) mag daarvan ook een kopie maken, als dat nodig is voor het gebruik (bvb back-up of overzetten naar ander toestel), maar die zelf gemaakte kopie mag niet doorverkocht worden zonder expliciet akkoord van de auteur van de software.

Softwareleveranciers moeten op hun beurt download van een kopie door de tweedehandseigenaar van een licentie toelaten.

De vraag is wat er gebeurt als het downloaden van een nieuwe kopie op de website van de auteur van de software niet mogelijk is.  In dat geval kan de koper van de tweedehandslicentie immers niet aan een bruikbare kopie van de software komen.  Wellicht is het denkbaar dat in dat geval wél een kopie op schijf verkocht kan/mag worden of gemaakt kan/mag worden door de tweedehands-koper;  In dat geval is die kopie immers nodig om de software te kunnen gebruiken.  Het blijft voorlopig even wachten tot het Europees Hof van Justitie die vraag moet beantwoorden.

De achtergrond bij het arrest

De zaak aanleiding heeft gegeven tot dit arrest is overigens een duidelijk geval van namaak op grote schaal en niet van een particulier die een kopietje van een programma doorverkoopt.

Het Europees Hof vat de achterliggende feiten zelf als volgt samen:

10      Ranks en Vasiļevičs worden vervolgd omdat zij tussen 28 december 2001 en 22 december 2004 verschillende auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s van Microsoft Corp., waaronder versies van Microsoft Windows-software en het kantoorsoftwarepakket Microsoft Office, via een onlinemarktplaats hebben verkocht.

11      Het aantal exemplaren dat van de computerprogramma’s is verkocht, wordt geschat op meer dan 3 000. Het exacte aantal is tijdens het onderzoek niet achterhaald kunnen worden, wat eveneens geldt voor het bedrag dat die verkopen precies hebben opgeleverd. Wel is de materiële schade die Microsoft heeft geleden door de activiteiten van Ranks en Vasiļevičs, op basis van de bedragen die op hun PayPal-rekening werden gestort, begroot op 293 548, 40 USD (circa 265 514 EUR).

12      Ranks en Vasiļevičs worden vervolgd omdat zij op diverse punten in strijd met het Letse strafrecht hebben gehandeld, namelijk door ten eerste op georganiseerde wijze auteursrechtelijk beschermd materiaal illegaal te verkopen, ten tweede andermans merk opzettelijk illegaal te gebruiken en ten derde een economische activiteit uit te oefenen zonder deze te hebben geregistreerd.

13      Bij vonnis van 3 januari 2012 zijn zij in eerste aanleg schuldig bevonden aan de in respectievelijk artikel 149, lid 3, en artikel 206, lid 2, van het Letse wetboek van strafrecht omschreven strafbare feiten georganiseerde illegale verkoop van auteursrechtelijk beschermd materiaal en opzettelijk illegaal gebruik van andermans merk en veroordeeld tot gedeeltelijke vergoeding aan Microsoft van de door Microsoft geleden schade alsmede tot betaling van alle proceskosten.

14      Het openbaar ministerie, Ranks en Vasiļevičs en Microsoft zijn tegen dat vonnis in hoger beroep gegaan bij de Rīgas apgabaltiesas Krimināllietu tiesu kolēģija (regionale rechtbank Riga, strafkamer, Letland), die het vonnis bij arrest van 22 maart 2013 heeft vernietigd voor zover Ranks en Vasiļevičs daarin schuldig zijn bevonden aan georganiseerde illegale verkoop van auteursrechtelijk beschermd materiaal en zijn veroordeeld tot een straf.

15      Het openbaar ministerie en Ranks en Vasiļevičs zijn in cassatie gegaan bij de Augstākās tiesas Senāts (senaat van het hooggerechtshof, Letland), die bij beslissing van 13 oktober 2013 het arrest van de Rīgas apgabaltiesas Krimināllietu tiesu kolēģija in zijn geheel heeft vernietigd en de zaak voor afdoening heeft terugverwezen naar de rechter in tweede aanleg.

16      Bij de afdoening van de zaak hebben Ranks en Vasiļevičs de Rīgas apgabaltiesas Krimināllietu tiesu kolēģija verzocht om bij het Hof een verzoek om een prejudiciële beslissing in te dienen over de uitlegging van artikel 4, lid 2, en artikel 5, leden 1 en 2, van richtlijn 2009/24.

17      Daarop heeft de Rīgas apgabaltiesas Krimināllietu tiesu kolēģija (regionale rechtbank Riga, strafkamer) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vragen voorgelegd:

„1)      Kan een persoon die een computerprogramma met een ‚tweedehands’ licentie heeft verworven op een niet-originele, maar werkende cd‑rom die door niemand anders wordt gebruikt, zich op grond van artikel 5, lid 1, en artikel 4, lid 2, van richtlijn 2009/24 beroepen op het verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een exemplaar (kopie) van het computerprogramma, dat de eerste verkrijger van de rechthebbende heeft verkregen met de originele cd‑rom, [wanneer deze cd‑rom] beschadigd is geraakt [en] de eerste verkrijger zijn exemplaar (kopie) van het programma heeft gewist of niet meer gebruikt?

2)      Zo ja, heeft een persoon die zich kan beroepen op het verval van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van een exemplaar (kopie) van het computerprogramma, dan overeenkomstig artikel 4, lid 2, en artikel 5, lid 2, van richtlijn 2009/24 het recht om dat programma op een niet-originele cd‑rom door te verkopen aan een derde?””

Vragen over softwarebescherming of auteursrecht?

Bart Van den Brande beantwoordt graag uw vragen op bart@siriuslegal.be of op 0032 486 901 931