Vrijspraak voor embedden van auteursrechtelijk beschermde YouTube film: arrest bekomen door Sirius Legal beschikbaar op IE-Forum

Sirius Legal werkt wel vaker mee als editor aan de Nederlandse website met rechtspraak en artikels over intellectuele eigendom IE-Forum.nl.  Vandaag werd voor het eerst ook een arrest dat wij konden bekomen in een auteursrechtelijk geschil opgenomen in de database van IE-Forum en gepubliceerd op hun website.

Samengevat komt het geschil op het volgende neer: de Belgische kortfilm ‘Fait d’Hiver’ werd zonder toestemming van de rechthebbenden op YouTube geplaatst (door personen die schuilgaan achter een Russische website).  Een Belgische fan van de film plaatse vervolgens een embedded link naar het filmpje op zijn eigen website, website waarop via Google Adsense reclamebanners geplaatst werden waarmee de Belgische fan in kwestie (minieme) inkomsten genereerde. De rechthebbenden op de rechten van de film legden vervolgens strafklacht neer tegen de Belgische fan en tegen de Russische website omwille van (strafbare) inbreuken op het auteursrecht.

Het Hof van Beroep te Brussel bevestigt nu dat er geen inbreuk is gepleegd op het auteursrecht omdat -kort samengevat- de Belgische fan niet de intentie had om een inbreuk te begaan.  Hij ging ervan uit -en mocht er terecht vanuit gaan- dat content die op YouTube aangeboden wordt geen inbreuk uitmaakt op iemands auteursrechten.  De gebruiksvoorwaarden van YouTube voorzien immers specifiek dat het verboden is om content te plaatsen die inbreuk pleegt op het auteursrecht van derden en in principe kan er dus geen inbreuk makende content beschikbaar zijn.  Het feit dat er (een kleine som) geld “verdiend” werd aan het filmpje via reclamebanners volstaat in elk geval voor het hof van beroep niet om te besluiten dat er een intentie bestond om de auteursrechten op de film te schenden. Er was dus, om het met strafrechtelijke termen te zeggen, geen moreel element voor het misdrijf (geen “bedrieglijk opzet”).

Het arrest levert enkele interessante vaststellingen op:

  • Internetgebruikers mogen ervan uit gaan dat content op YouTube (of andere social media met gelijkaardige gebruiksvoorwaarden) geen inbreuk maakt op het auteursrecht en dat deze dus (in de meeste gevallen en mits controle van de gebruiksvoorwaarden van het social mediaplatform in kwestie) gekopieerd mag worden of dat ernaartoe gelinkt mag worden,
  • Bovenstaande bevestigt en versterkt eigenlijk de controletaak van de social mediaplatformen in kwestie, wiens gebruiksvoorwaarden als een soort van garantie gezien kunnen worden dat content gebruikt mag worden en die er dus ook op moeten toezien (in de mate van het redelijke en mogelijke) dat de content op hun platform effectief in overeenstemming is met de ‘garantie’ die voortvloeit uit hun gebruiksvoorwaarden,
  • Het feit dat iemand banners op zijn website heeft die reclame-inkomsten opleveren is op zich geen bewijs van het bestaan van een moreel element (de bedoeling om een inbreuk te plegen) dat vereist is alvorens sprake is van inbreuken op het auteursrecht,
  • In het algemeen: het delen, overnemen, embedded, deeplinken, bewerken, … van content op internet is onvermijdelijk geworden en is een onlosmakelijk onderdeel van het leven in het huidige internettijdperk en het is vanuit juridisch oogpunt een hele opgave voor auteurs of rechthebbenden om de rechten die zij hebben op hun creaties (en die zéker gerespecteerd moeten worden!) in te passen in deze nieuwe cultuur van delen en doorgeven van content.  Het auteursrecht staat hier voor de uitdaging om een nieuw en billijk evenwicht te vinden tussen enerzijds de legitieme rechten van de auteurs en anderzijds de mogelijkheden die het internet biedt inzake delen van content.

De volledige commentaar op het Arrest zoals deze geschreven werd dor de redactie van IE-Forum, met daarin ook een link naar de tekst van het arrest, leest u hieronder:

Vrijspraak voor embedden van een zonder toestemming op YouTube geplaatste kortfilm

 Hof van Beroep Brussel 19 maart 2013, 2012 CO 674 (EBVBA Another Dimension of an Idea tegen X)

Uitspraak ingezonden door Willem De Vos en Bart Van Den Brande, Sirius Legal.

Strafrecht. Misdrijf van namaking hetzij door kwaadwillig of bedrieglijk inbreuk plegen op het auteursrecht en de naburige rechten door de Oscar-genomineerde kortfilm ‘Fait D’Hiver’ zonder toestemming geplaatst te hebben op garagetv.be. Embedden. Vrijspraak.

De kortfilm is integraal te bekijken op YouTube en was geplaatst via een IP-adres dat tot een provider in Rusland behoorde. Google (eigenaar van YouTube) heeft aangegeven geen gegevens mede te delen van buiten Europa aan een Europees aanvrager. Beklaagde heeft Google AdSense-banners geplaatst om reclame-inkomsten te genereren.

De vraag die zich eigenlijk stelt is of beklaagde als “embedder” wist of redelijkerwijs kon weten dat hij een filmpje aan het embedden was dat zonder toestemming van de rechthebbende op YouTube stond (antwoord op prejudiciële vragen in HvJ EU Svensson IEF 12057 wordt niet afgewacht). Het moreel element van beklaagde was wel aanwezig nu van “bedrieglijk opzet” sprake is (art. 80 (Belgische) Auteurswet) als er een commercieel doel of winstoogmerk was, zelfs als er geen winst of verlies wordt gerealiseerd, aldus de burgerlijke partij.

Uit het enkel feit dat de beklaagde twee eurocent per aanklikken van de banner geplaatst bij de kortfilm verdiende, kan op zich niet besloten worden dat de beklaagde met bedrieglijk inzicht handelde bij het embedden van het kwestieuze filmpje op de link garagatv.be en dat hij wist of redelijkerwijs kon weten dat hij een filmpje aan het embedden was dat zonder toestemming van de rechthebbende op YouTube stond.

De algemene voorwaarden van YouTube waarin de gebruiker waarborgt dat de uploader over de nodige toestemming beschikt en dat iedereen melding van auteursrechtinbreuk kan maken. De lange periode tussen plaatsing op YouTube en het embedden maakt dat er geen sprake is van auteursrechtinbreuk. Er volgt vrijspraak.

(…) samengenomen met het feit dat in de algemene voorwaarden van YouTube de gebruiker van de site bij publicatie op het internet waarborgt dat hij over de nodige toestemming beschikt (art. 6 van stuk 7 van de beklaagde) en met het feit dat er voor ieder een mogelijkheid bestaat van inbreuk op het auteursrecht, dit te melden via YouTube, doet het hof besluiten dat de beklaagde, op het ogenblik dat hij dit filmpje op zijn link plaatste via embedding, ervan mocht uitgaan dat dit filmpje met toestemming van de rechthebbende op het internet stond en dit vooral gelet op de verlopen periode tussen de plaatsing ervan op YouTube op 15 april 2007 en het embedden door beklaagde ervan op 18 augustus 2008.