Europees Hof van Justitie: Wie tv-zenders op internet wil streamen heeft daarvoor toestemming nodig van die zenders.

Op een moment dat Yelo van Telenet en Stievie vechten om de aandacht van de kijker voor hun nieuwe online televisieplatform, komt het Europees Hof van Justitie met een voor juristen erg interessant arrest over de rechten die televisiezenders hebben over hun signaal in het kader van uitzendingen of heruitzendingen (via streaming) op internet.

Als u Yelo nog wel eens gebruikt om thuis via het internet tv-programma’s te bekijken of als een van de gelukkigen bent die op dit ogenblik het nieuwe platform Stievie test, zal u ongetwijfeld al vastgesteld hebben dat op beide platformen lang niet alle zenders vertegenwoordigd zijn.  Hiervoor is een belangrijke reden: de zenders, of in sommige gevallen de productiehuizen, houden het auteursrecht over hun signaal en beslissen zelf hoe dat signaal gebruikt kan worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat Telenet met de zenders moet onderhandelen alvorens zij hun signaal kan opnemen in het aanbod van Yelo.

Vorige week besliste het Europees hof van Justitie in een geschil tussen de Britse commerciële zender ITV en een online platform waarop tv-signalen gestreamd worden dat zo’n streaming niet toegelaten is zonder de voorafgaande toestemming van ITV en dat dit ook zo is als ITV sowieso al gratis beschikbaar is via kabel of via satelliet (In Groot-Brittannië betalen televisiekijkers jaarlijks een soort kijk- en luistergeld in ruil waarvoor zij het recht krijgen om te kijken naar een aantal free-to-air televisiezenders, waaronder de zenders van BBC maar ook deze van ITV.  De situatie van BBC en ITV in Groot-Brittannië is daarbij wellicht het best vergelijkbaar met de zenders van bijvoorbeeld de VRT, die in België gratis ter beschikking zijn via DVB-T of van zenders die gratis ter beschikking zijn via satelliet).

Waarover gaat dit arrest precies?

Concreet ging het in dit geval ging om een online platform dat een aantal vrij beschikbare zenders verzamelde en hun signaal op internet streamde, zodat kijkers ook wanneer ze niet voor hun tv-toestel zaten de programma’s van deze zenders konden bekijken op hun tablet, laptop of smartphone.  Het platform haalde hierbij zijn inkomsten uit “pre-roll” en “in-skin” reclame op zijn website (aan de reclame in de signalen van de zenders werd daarbij overigens niet geraakt).

Het hoeft nauwelijks gezegd te worden dat het platform hiermee rechtstreeks in het vaarwater kwam van de betrokken zenders, die ongetwijfeld zelf aan second screen applicaties werken of aan toepassingen voor uitgesteld kijken of simultaan kijken en die met dit soort initiatieven vrezen voor hun eigen business model en voor hun eigen (reclame-)inkomsten.  Het is daarbij vanzelfsprekend nooit leuk om te zien dat een derde jouw (intellectuele) eigendom zonder toestemming gebruikt om er geld mee te verdienen.

Het ganse geschil draait rond de vraag of  -ondanks het feit dat tv-signalen gratis ter beschikking zijn- de zenders nog steeds controle houden over wat het auteursrecht noemt hun “recht op mededeling aan het publiek”, dat de zenders het recht geeft om zelf te bepalen waar, wanneer en hoe hun signaal publiek gemaakt wordt en dat ervoor zorgt dat wie hun signaal wil gebruiken om het ter beschikking te stellen publiek daarvoor een voorafgaande toestemming nodig heeft.

Wat besliste het Europees Hof van Justitie?

Het Europees Hof van Justitie oordeelde uiteindelijk zeer terecht en in zeer duidelijke bewoordingen dat zodra men een auteursrechtelijk beschermd werk aan een grote groep mensen ter beschikking stelt, ongeacht of deze auteursrechtelijk beschermde werken al eerder op een andere manier publiek gemaakt zijn, zulke terbeschikkingstelling in alle gevallen gezien moet worden als een nieuwe “mededeling aan het publiek” waarvoor steeds de voorafgaande toestemming nodig is van de auteur of rechthebbende in kwestie.

Hiermee bevestigt het Europees over Justitie eigenlijk een lange lijn van rechtspraak die telkens opnieuw de houder van het auteursrecht beschermt wanneer het gaat om het publiek meedelen van zijn werken.  Eerdere arresten zoals die in het geschil tussen Airfield, Canal Digitaal en Sabam hier in België of de SGAE en Football Association Premier League arresten, of nog voor wat betreft muziekuitzendingen de SCF en PPL arresten, bevestigden al dat in principe voor elke uitzending of heruitzending (inclusief uitgesteld kijken overigens) van televisiesignalen de voorafgaande toestemming vereist is en dat wordt nu expliciet bevestigt.

Interessante vaststellingen hierbij:

  • Het streamen op internet is een “mededeling aan het publiek”,
  • Het feit dat beelden al eerder vrij beschikbaar waren via DVB-T of satelliet verandert hieraan niets,
  • Er hoeft geen sprake te zijn van een “nieuw publiek” om van een mededeling aan het publiek te spreken (Met andere worden: zelfs als precies dezelfde kijkers die het tv-signaal al op hun tv konden ontvangen datzelfde signaal nu ook op hun tablet kunnen ontvangen is er toch sprake van een nieuwe mededeling aan het publiek).  Dit nuanceert overigens toch enigszins de eerdere rechtspraak, waarin sprake was van de voorwaarde van een “nieuw” publiek, t.t.z. een publiek dat niet beoogt werd door de eerste uitzending,
  • Ook als er geen winstoogmerk is, is er nog steeds sprake van een “mededeling aan het publiek”
  • De vraag of beide bedrijven concurrenten zijn of met elkaar concurreren is evengoed irrelevant.

Wat zijn de gevolgen hiervan?

Een en ander betekent dat de meeste streamingwebsites of apps waarop zogezegd vrij beschikbare zenders verzameld worden naar Europees recht wellicht illegaal zijn.  Het valt immers te verwachten dat de meesten onder hen géén individueel akkoord hebben met alle betrokken zenders.  Hetzelfde geldt voor de vele websites die uitzendingen van sportgebeurtenissen streamen.

Bovenstaande arrest verstevigt bij dit alles nogmaals de rechten van tv-zenders en auteursrechthebbenden, die zich in een snel evoluerend technologisch landschap en te midden de soms hevige concurrentiestrijd tussen klassieke kabeldistributeurs, internetdistributeurs en allerhande nieuwe initiatieven vaak moeilijk overeind kunnen houden.

Maar belangrijker nog is dat dit arrest bij uitbreiding natuurlijk geldt voor alle auteursrechten en niet enkel voor tv-uitzendingen en dat bijgevolg voor alle muziekwerken, afbeeldingen, teksten, … die auteursrechtelijk beschermd zijn eens te meer duidelijk wordt dat het overnemen ervan op een website zonder voorafgaande toestemming –voor zover daar twijfel over zou hebben bestaan- een inbreuk uitmaakt op het publiek mededelingsrecht van de rechthebbende.  De analogie is snel gemaakt naar een artikel dat op één website beschikbaar is, maar overgenomen wordt op een andere website:  In dat geval moet er logischerwijze sprake zijn van een nieuwe “mededeling aan het publiek”, waarvoor voorafgaande toestemming van de houder van het auteursrecht nodig is.   Als die toestemming er niet is, kan de houder van het auteursrecht zich verzetten tegen elk verder gebruik en een schadevergoeding vorderen…