29/04/2021

Handboek Kunstrecht: auteursrecht, wat is dat?

Leesduur: 14 min

Auteursrecht en de kunstwereld liggen aan de basis van wat wij vandaag doen bij Sirius Legal.  Ons kantoor is doorheen de jaren uitgegroeid tot een specialist in alles wat met media, internet en digitalisering te maken heeft, maar onze roots liggen bij het auteursrecht.  Onze managing partner Bart Van den Brande, die 11 jaar geleden aan de wieg van Sirius Legal stond,  werkte jarenlang voor beheersvennootschappen als Sabam, voor schrijvers, kunstenaars en muzikanten en later voor productiehuizen, tv- en radiozenders en reclamebureaus.  

Vandaag bestaat ons cliënteel vooral uit technologische start-ups, software en app developers, online handelaars en online marketing professionals, maar we zijn onze roots zeker niet vergeten.  Precies daarom waren we erg blij met de uitnodiging van uitgeverij Intersentia en editor Oliver Lenaerts om met ons team mee te schrijven aan het nieuwe “Handboek Kunstrecht”.  Het feit dat we precies het hoofdstuk rond auteursrecht mochten verzorgen, bevestigt alleen maar de 20 jaar lange traditie in die sector die Sirius Legal vertegenwoordigt.

Dit nieuwe “Handboek Kunstrecht” benadert alle juridische vraagstukken die rechtstreeks relevant zijn voor de sector van de beeldende kunsten vanuit een tweedimensionale invalshoek: per doelgroep (kunstenaar, curator, kunstgalerij & kunstdealer,…) en vervolgens vragen per thema (fiscus, auteursrechten, financieringen, vermogensplanning, …). Door het Q&A format is het een praktisch naslagwerk, boordevol concrete adviezen en tips. 

De komende weken kiezen we alvast enkele korte vragen en antwoorden uit ons eigen hoofdstuk bij wijze van teaser.  Voor wie het volledige hoofdstuk wil lezen, is het Handboek Kunstrecht vanaf 15 juni te bestellen op de website van Uitgeverij Intersentia.

We beginnen met de basics ter inleiding: Auteursrecht, wat is dat eigenlijk en wat beschermt het…?

 

Auteursrecht, wat is dat?

Auteurs, kunstenaars en muzikanten leven (of althans proberen te leven) van hun werk. Het is niet evident om een inkomen te verwerven uit je passie en het is dan ook bijzonder frustrerend als je moet vaststellen dat je werk zonder jouw toestemming en zonder enige vergoeding gebruikt wordt door anderen, die er zelf geld mee verdienen. Dat was nochtans eeuwenlang de norm. Kunst werd nauwelijks of niet beschermd en kunstenaars, zelfs de grote namen uit onze kunstgeschiedenis, hadden vaak de grootste moeite om hun boterham te verdienen met hun kunst. Daarin is gelukkig de voorbije eeuw verandering gekomen met de intrede van het auteursrecht.

Het auteursrecht is een door de wet voorziene bescherming die kunstenaars, schrijvers, muzikanten en eigenlijk iedereen die creatieve werken tot stand brengt (‘auteurs’) beschermt en hen het exclusieve recht geeft om te beslissen wat er met hun creatie gebeurt. Alleen de auteur van een werk beslist of en hoe zijn of haar werk gebruikt wordt en of hij of zij voor dat gebruik al dan niet vergoed wil worden. Dat betekent meteen ook dat het gebruik van een auteursrechtelijk beschermd werk zonder de voorafgaande toestemming van de auteur verboden is.

Destijds was het auteursrecht vooral bedoeld als bescherming voor schrijvers en uitgevers. Veel later werd het ook van toepassing op muziek, schilderijen en beeldende kunst, film, foto’s en tegenwoordig beschermt het auteursrecht in principe élke creatie, inclusief bijvoorbeeld softwarecode, lay-out en vormgeving en ‘alternatieve’ kunstvormen op basis van digitale technieken, geluid en beeld of bijvoorbeeld nog artificiële intelligentie.

Dankzij de bescherming die het auteursrecht verleent, kunnen creatievelingen vandaag wél controle houden over hun werk en een inkomen genereren uit de exploitatie ervan.

Het auteursrecht was en is dus de voorbije honderd jaar een enorme verbetering voor artiesten, kunstenaars, muzikanten en schrijvers overal ter wereld. Tegelijkertijd moet die vaststelling de voorbije twee decennia genuanceerd worden. De enorm snelle technologische evolutie en de digitale samenleving waarin we vandaag leven, maakt het voor veel creatievelingen steeds moeilijker om controle over hun werk te behouden. Knippen, plakken, kopiëren en samplen: het wordt allemaal steeds makkelijker en ook steeds meer als vanzelfsprekend beschouwd, in die zin zelfs dat sommigen het bestaansrecht zelf van het auteursrecht in een digitale maatschappij in vraag durven stellen en ervan uitgaan dat creativiteit gemeen goed moet zijn en niet kan of mag toebehoren aan één persoon.

Gelukkig is dit een evolutie waarin wetgevers en rechtbanken tot op heden niet meegestapt zijn. Vandaag beschermt het auteursrecht de rechten van kunstenaars en artiesten met net zoveel kracht en overtuiging in een digitale wereld als bij haar ontstaan.

 

Er bestaat niet één ‘auteursrecht’

‘Het auteursrecht’ bestaat overigens niet. Het auteursrecht is intrinsiek territoriaal van aard. Elk land heeft zijn eigen ‘auteursrecht’ en de vraag welke bescherming verleend wordt aan de auteur of kunstenaar hangt dus in grote mate af van het land waarin men zich bevindt. Eenzelfde werk van eenzelfde kunstenaar kan met andere woorden op hetzelfde ogenblik in verschillende landen anders beschermd zijn.

De vraag welk recht van toepassing is, wordt overigens niet ingegeven door de nationaliteit van de kunstenaar of van het land waar het kunstwerk gecreëerd is. De vraag welk recht dan wél van toepassing is, is een soms complexe vraag van Internationaal Privaatrecht, die afhankelijk van het geval en afhankelijk van de plaats waar de vraag gesteld wordt (!) een andere invulling kan krijgen.

De specifieke vraag welk recht van toepassing zal zijn bij online inbreuken op het auteursrecht, waar de inbreuk in werkelijkheid overal plaatsvindt en waar de locatie van de inbreukpleger niet altijd eenvoudig te achterhalen is. De (Europese) rechtspraak heeft een tijdje nodig gehad om zich te ontwikkelen op dit punt, maar vandaag kunnen we zeggen dat het nationale recht van de ‘plaats waar de inbreuk plaatsvindt’ ingeroepen kan worden en dat onder dat laatste ook begrepen moet worden de plaats waar de auteur of kunstenaar de facto schade lijdt. Het gevolg hiervan is dat een Belgische kunstenaar wiens kunst online nagemaakt wordt door een Amerikaanse kunstenaar en waarbij die namaak online toegankelijk is vanuit België wellicht de bescherming zal kunnen inroepen van de Belgische rechtbanken. Dezelfde redenering geldt overigens ten aanzien van de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in dergelijke gevallen. Evengoed echter zou diezelfde kunstenaar ook in de Verenigde Staten naar de rechtbank kunnen trekken om schadevergoeding te vorderen voor de inbreuken op zijn of haar auteursrecht. De lokale rechter zou dan onder Amerikaans recht moeten beoordelen of hij of zij bevoegd is en zou vervolgens naar alle waarschijnlijkheid het Amerikaanse recht moeten toepassen.

Een en ander betekent dat eenzelfde rechtszaak over eenzelfde auteursrechtelijke inbreuk twee verschillende aflopen kan kennen afhankelijk van waar ze gevoerd wordt en welk recht erop van toepassing zal zijn… Een treffend voorbeeld is een reeks van procedures die al 25 jaar lang gevoerd worden door twee Belgische componisten tegen de Amerikaanse componist R. Kelly en diens platenlabel(s). In 1995 bevestigden deskundigen aangesteld door de Belgische auteursrechtenvereniging SABAM dat het lied “You are not alone”, dat R. Kelly voor Michael Jackson schreef, gelijkenissen vertoonde met een werk dat oorspronkelijk in 1993 werd gecomponeerd door de Belgische componisten en producers Eddy en Danny Van Passel onder de naam “If we can start all over”. “You are not alone” stond op nr. 1 in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en tal van andere landen. R. Kelly beweerde het nummer te hebben gecomponeerd, maar heeft daar geen bewijs van geleverd. Na 12 jaar, op 11 september 2007, gaf de Belgische rechter Danny en Eddy Van Passel gelijk dat zij en niet producer R. Kelly de hit “You are not alone“ hebben gecomponeerd. Op 3 september 2009 bevestigde ook het Hof van Cassatie het arrest van 2007 en de uitspraak moest ‘internationaal’ worden gepubliceerd. De heren Van Passel rekenden zich al rijk, rekening houdende met het feit dat “You are not alone” een wereldhit en een klassieker was en nog steeds is. Alleen is de vaststelling dat de beslissing van de Belgische rechter een zeer beperkte (territoriale) reikwijdte heeft: alleen in België is “You are not alone” een bewerking van “If we can start all over” en alleen in België worden beide heren als de rechtmatige auteurs van het nummer beschouwd. In de rest van de wereld blijft R. Kelly de auteur en blijven de auteursrechten aan hem toekomen. Tenzij de heren Van Passel in elk land afzonderlijk dezelfde rechtszaak opnieuw voeren en dan telkens onder het nationale recht van dat land trachten de auteursrechten naar zich toe te trekken…

Een belangrijke uitzondering op deze territoriale werking van het auteursrecht, tenminste binnen de Europese Unie, is de leer van de ‘communautaire uitputting’. Die ‘uitputtingsleer’ volgt uit een reeks opeenvolgende arresten van het Europees Hof van Justitie, allen voortbouwend op het zogenaamde ‘Deutsche Grammophonarrest’, en houdt in dat als een werk of een kopie of een bewerking van een werk (bv. posters van een kunstwerk) binnen de Europese Unie in één lidstaat rechtsgeldig in het economische verkeer zijn gebracht, de auteur of rechthebbende zich niet kan verzetten tegen de verdere verdeling en herverkoop ervan in andere lidstaten van de Europese Unie. De kunstenaar die aan een partner in een EU-lidstaat het recht geeft om bijvoorbeeld reproducties te maken van zijn of haar kunstwerk, kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van die reproducties op het Belgisch grondgebied op basis van zijn auteursrecht als zij hun weg tot hier vinden. Zij zijn regelmatig in het verkeer gebracht en de latere verspreiding ervan binnen de gehele Europese Unie is vrij.

Wat daarentegen wel mogelijk is voor de kunstenaar in kwestie is om op contractuele basis te (trachten) voorkomen dat diezelfde reproducties hun weg naar België zouden vinden door in de overeenkomst met zijn partner de nodige clausules op te nemen om export of doorverkoop aan personen die export beogen te verbieden. De reproducent kan dan niet verkopen aan een partij waarvan hij of zij weet dat deze de intentie heeft om de reproducties in België beschikbaar te maken. Als vervolgens de gezegde reproducties toch op de Belgische markt aanwezig blijken te zijn, heeft de kunstenaar in principe een contractueel verhaal ten aanzien van de reproducent (maar nog steeds geen auteursrechtelijk verhaal op de Belgische eigenaar van de betreffende reproductie, omwille van de beperking aan zijn auteursrecht op basis van de uitputtingsleer).

 

Wat is auteursrechtelijk beschermd?

Het doel van het auteursrecht was steeds om de drempel om in aanmerking te komen voor bescherming zo laag mogelijk te houden. Het auteursrecht wilde immers alle kunstenaars zo goed mogelijk beschermen.

Noch het Belgische Wetboek Economisch Recht, waarin het auteursrecht is opgenomen, noch de Europese Richtlijnen 2006/116/EG betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten of 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van de informatiemaatschappij, noch enige andere wetgevende norm bevatten een duidelijke definitie van wat precies in aanmerking komt om als auteursrechtelijk beschermd werk beschouwd te worden. Wel is er sprake in artikel XI.165 van het Wetboek Economisch Recht van “werken van letterkunde of kunst” en worden verder in hetzelfde boek XI criteria aangegeven die van toepassing zijn op onder andere werken van letterkunde (XI.172 WER), werken van grafische of beeldende kunst (XI.173 WER) of audiovisuele werken (XI.179 WER).

Wat precies is een ‘werk’? Ook die invulling geeft de wet ons niet. De rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, met name in de Levolo zaak uit 2018, leert ons wel dat het moet gaan om een idee, gedachte of creatie met een nauwkeurige, objectieve en originele uitdrukkingsvorm. Interessant daarbij in het licht van conceptuele kunst is dat die ‘uitdrukkingsvorm’ volgens het Europees Hof van Justitie niet permanent moet zijn, voor zover hij toelaat om het voorwerp van de auteursrechtelijke bescherming ‘nauwkeurig en objectief uit te drukken’. Installaties bijvoorbeeld moeten in het licht hiervan niet permanent zijn om toch auteursrechtelijk beschermd te kunnen zijn.

De precieze invulling van wat als een auteursrechtelijk beschermd werk beschouwd kan worden, is ingegeven door decennia van rechtspraak en rechtsleer en ondanks de vele verfijningen en beperkingen die doorheen de jaren door verschillende rechtbanken zijn opgelegd, blijft ook vandaag het basisprincipe dat élke creatie auteursrechtelijk beschermd is als aan twee essentiële voorwaarden voldaan is.

Eerst en vooral moet een werk in een concrete vorm gegoten zijn. Een louter idee of concept is niet beschermd door het auteursrecht. Dat werd zeer recent in juni 2020 nogmaals bevestigd door het Europees Hof van Justitie in de Brompton fietsen zaak, waarin het Europees Hof van Justitie nogmaals duidelijk maakt dat ideeën, methodes, concepten of vormgevingen die louter technisch zijn ingegeven niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. De concrete vorm of uitdrukking die aan een idee, concept, principe gegeven wordt, is daarentegen wel beschermbaar. (Tenzij tenminste deze een noodzakelijk gevolg is van de onderliggende technische concepten. Een wiel is immers omwille van zijn concept altijd rond en de ronde vorm ervan is om die reden niet auteursrechtelijk beschermd).

Het meest voor de hand liggende voorbeeld om te verduidelijken dat het onderliggende idee niet beschermd is, maar de concrete vormgeving die eraan gegeven wordt wel, is een vaas met bloemen. Het idee om een schilderij te maken van een vaas met bloemen is niet beschermd en kan niet beschermd worden. Niemand kan de eigendom op dat idee claimen. Er zijn doorheen de eeuwen dan ook miljoenen variaties geschilderd op hetzelfde basisidee van een vaas met bloemen. Elk van die variaties is een individuele concretisering van hetzelfde idee en die individuele concretisering komt wél voor bescherming in aanmerking. Niet ‘een’ vaas met bloemen is beschermd door het auteursrecht, maar ‘mijn’ vaas met bloemen is beschermd door het auteursrecht.

De tweede voorwaarde om auteursrechtelijk bescherming te kunnen inroepen, is de noodzaak om ‘origineel’ te zijn. Een werk moet, zegt men dan, de ‘persoonlijke stempel’ van de auteur dragen. De drempel ligt ook hier erg laag. Een werk moet absoluut niet vernieuwend zijn of een grote artistieke waarde hebben om voor bescherming in aanmerking te komen. Het volstaat dat de auteur eigen, individuele keuzes gemaakt heeft die zich onderscheiden van de keuzes van andere auteurs in dezelfde situatie. Om het met hetzelfde voorbeeld te zeggen: ‘mijn’ vaas is auteursrechtelijk beschermd omwille van de vorm en de kleuren die ik gekozen heb, de lichtinval die ik gegeven heb, het kader en de achtergrond die ik gekozen heb.

De tweede voorwaarde stelt in praktijk minder problemen. De algemene consensus lijkt te zijn dat zodra een auteur kan aantonen dat hij of zij in zekere mate individuele keuzes gemaakt heeft, zijn of haar werk auteursrechtelijk beschermd is. Er zijn nochtans wel enkele deelgebieden van het auteursrecht waar geregeld discussies opduiken over de vraag of er wel sprake is van voldoende creatieve vrijheid in hoofde van de auteur. Met name in de (journalistieke) fotografie valt af en toe te horen dat de fotograaf die niet meer deed dan louter op het juiste moment de sluiter indrukken, geen auteursrecht kan claimen. Die stelling komt bijvoorbeeld weleens naar boven bij sportfotografie. De fotograaf bij een voetbalwedstrijd controleert immers niet de choreografie, de belichting, het onderwerp van zijn foto’s en zelfs in veel gevallen niet het kader of de achtergrond. 

Nochtans wordt ook daar de drempel bewust laag gehouden: zodra een fotograaf kan aantonen dat hij of zij een aantal minimale keuzes gemaakt heeft, bij het maken van de foto of bij de bewerking ervan achteraf, is zijn of haar werk wel degelijk auteursrechtelijk beschermd. Iedereen kent wellicht ook het voorbeeld van de aap die met het fototoestel van fotograaf David Slater in 2011 een selfie maakte, waarna zich een lange discussie, tot voor de rechtbank en tot voor het US Copyright Office, ontspon over de vraag of een selfie genomen door een aap al dan niet auteursrechtelijk beschermd kan zijn. (Het antwoord op die vraag is overigens tot op vandaag niet evident en verschillend afhankelijk van het land waar je de vraag stelt. Auteursrecht verschilt immers van land tot land).

Wat in elk geval niét van invloed is op de vraag of een werk al dan niet in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming zijn de esthetische waarde of het talent van de kunstenaar, de nieuwheid, de vraag of het werk af is of nog niet, de vaststelling dat het strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, de omvang van het werk (of de lengte van een muzikaal of audiovisueel werk), het doel waarvoor het werk bestemd is of de inspanning die nodig was om het werk tot stand te brengen.

We geven nog even mee dat het auteursrecht ook voorziet in een regeling voor werken gemaakt door verscheidene (co-)auteurs. Zulke werken kunnen worden opgedeeld in deelbare werken (waarbij de auteur voor elk onderdeel van het werk geïdentificeerd kan worden, zoals bv. het geval is met dit boek) of ondeelbare werken (waarbij de bijdragen van de verschillende auteurs niet van elkaar te onderscheiden zijn), elk met hun eigen regels voor de exploitatie van de betreffende auteursrechten.

 

Vragen over auteursrecht?

We maken graag tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

Onze volgende publicatie uit het boek zal je zeker interesseren: Is “nieuwe” kunst beschermd? Over graffiti, performance art en AI in de kunst. Hou onze blog in de gaten!

Over de auteur

Bart
Van den Brande

Ik ben de oprichter en Managing Partner van Sirius Legal.  In 2010 besloot ik de Brusselse advocatenwereld achter me te laten om op een andere manier aan recht te gaan doen.  Anders, directer, persoonlijker, betaalbaar en met 100% focus op de digitale economie.