Publishing

Boeken of muziekwerken zijn voor jou als auteur of muzikant als je eigen kinderen. Ze zijn een stuk van je leven en een stuk van jezelf en de dag van publicatie is een feestdag voor élke auteur. We beleven dat met Sirius Legal graag van dichtbij. 

Al meer dan 20 jaar werken wij voor uitgevers, auteurs en componisten en voor beheersvennootschappen zoals Sabam. We begrijpen je liefde voor je eigen boek ook echt. Af en toe schrijven we ook zelf boeken, over auteursrecht bijvoorbeeld.

Media_Reclame_Publishing

Goede contracten rond auteursrecht zijn vakwerk. Of het nu gaat om uitgavecontracten voor boekwerken, muziekdeals of audiovisuele projecten, het venijn zit vaak in de kleine lettertjes. Een sterk contract dat met kennis van zaken is opgesteld, is onontbeerlijk.

We zijn als advocaat wat cynisch wat dat betreft. Wij zien immers vooral die gevallen waarin het foutloopt en waarin er discussies komen over auteursrechten. Jammer genoeg eindigen heel wat van die verhalen in de rechtbank en in onze ogen zijn er in een juridische procedure zelden winnaars. Anderzijds leren die procedures ons heel veel. Het is precies omwille van onze jarenlange ervaring als advocaat in IP-geschillen dat we weten waarop we precies moeten letten wanneer jij ons als auteur of uitgever het onderhandelen, opstellen of nakijken van je contracten toevertrouwt.

Wat doen we precies? Wel, in heel wat gevallen ondersteunen we auteurs in hun onderhandelingen. we leggen hen uit wat hun rechten zijn, welke onderhandelingsopties ze hebben, welke vergoedingen ze kunnen en mogen verwachten en wat wel en niet gangbaar is in de sector. We helpen vanzelfsprekend ook bij het opstellen van contracten of bij het nakijken en aanpassen van ontwerpen die je van je partners ontvangt.
We doen overigens nog meer. Zo hielpen we recent een nieuwe online uitgeverij in het kader van haar start-up, niet enkel met standaard uitgavecontracten, maar met alle juridische aspecten van de start-up, gaande van vennootschapsrechtelijk advies over auteursrecht tot het GDPR compliant opzetten van het bedrijf.

Vragen over publishing? Boek een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Relevant blogartikel

Handboek Kunstrecht: auteursrecht, wat is dat?

Ook discussies tussen auteurs onderling of tussen de erfgenamen van auteurs zijn ons niet vreemd. Zo adviseerden we recent nog de nabestaanden van een overleden Vlaamse succesauteur over de waarde van de nog lopende uitgavecontracten in de nalatenschap en de impact daarvan bij de verdeling van die nalatenschap. We rondden bijvoorbeeld ook een geschil tussen twee Vlaamse componisten en hun platenmaatschappij af rond de verdeling van de auteursrechten op hun werk en stonden een Vlaamse auteur bij bij de verkoop van de filmrechten op één van haar boeken aan een Amerikaanse filmgroep.

29.04.2021 Bart Van den Brande

Handboek Kunstrecht: auteursrecht, wat is dat?

Auteursrecht en de kunstwereld liggen aan de basis van wat wij vandaag doen bij Sirius Legal.  Ons kantoor is doorheen de jaren uitgegroeid tot een specialist in alles wat met media, internet en digitalisering te maken heeft, maar onze roots liggen bij het auteursrecht.  Onze managing partner Bart Van den Brande, die 11 jaar geleden aan de wieg van Sirius Legal stond,  werkte jarenlang voor beheersvennootschappen als Sabam, voor schrijvers, kunstenaars en muzikanten en later voor productiehuizen, tv- en radiozenders en reclamebureaus.  

Vandaag bestaat ons cliënteel vooral uit technologische start-ups, software en app developers, online handelaars en online marketing professionals, maar we zijn onze roots zeker niet vergeten.  Precies daarom waren we erg blij met de uitnodiging van uitgeverij Intersentia en editor Oliver Lenaerts om met ons team mee te schrijven aan het nieuwe “Handboek Kunstrecht”.  Het feit dat we precies het hoofdstuk rond auteursrecht mochten verzorgen, bevestigt alleen maar de 20 jaar lange traditie in die sector die Sirius Legal vertegenwoordigt.

Dit nieuwe “Handboek Kunstrecht” benadert alle juridische vraagstukken die rechtstreeks relevant zijn voor de sector van de beeldende kunsten vanuit een tweedimensionale invalshoek: per doelgroep (kunstenaar, curator, kunstgalerij & kunstdealer,…) en vervolgens vragen per thema (fiscus, auteursrechten, financieringen, vermogensplanning, …). Door het Q&A format is het een praktisch naslagwerk, boordevol concrete adviezen en tips. 

De komende weken kiezen we alvast enkele korte vragen en antwoorden uit ons eigen hoofdstuk bij wijze van teaser.  Voor wie het volledige hoofdstuk wil lezen, is het Handboek Kunstrecht vanaf 15 juni te bestellen op de website van Uitgeverij Intersentia.

We beginnen met de basics ter inleiding: Auteursrecht, wat is dat eigenlijk en wat beschermt het…?

 

Auteursrecht, wat is dat?

Auteurs, kunstenaars en muzikanten leven (of althans proberen te leven) van hun werk. Het is niet evident om een inkomen te verwerven uit je passie en het is dan ook bijzonder frustrerend als je moet vaststellen dat je werk zonder jouw toestemming en zonder enige vergoeding gebruikt wordt door anderen, die er zelf geld mee verdienen. Dat was nochtans eeuwenlang de norm. Kunst werd nauwelijks of niet beschermd en kunstenaars, zelfs de grote namen uit onze kunstgeschiedenis, hadden vaak de grootste moeite om hun boterham te verdienen met hun kunst. Daarin is gelukkig de voorbije eeuw verandering gekomen met de intrede van het auteursrecht.

Het auteursrecht is een door de wet voorziene bescherming die kunstenaars, schrijvers, muzikanten en eigenlijk iedereen die creatieve werken tot stand brengt (‘auteurs’) beschermt en hen het exclusieve recht geeft om te beslissen wat er met hun creatie gebeurt. Alleen de auteur van een werk beslist of en hoe zijn of haar werk gebruikt wordt en of hij of zij voor dat gebruik al dan niet vergoed wil worden. Dat betekent meteen ook dat het gebruik van een auteursrechtelijk beschermd werk zonder de voorafgaande toestemming van de auteur verboden is.

Destijds was het auteursrecht vooral bedoeld als bescherming voor schrijvers en uitgevers. Veel later werd het ook van toepassing op muziek, schilderijen en beeldende kunst, film, foto’s en tegenwoordig beschermt het auteursrecht in principe élke creatie, inclusief bijvoorbeeld softwarecode, lay-out en vormgeving en ‘alternatieve’ kunstvormen op basis van digitale technieken, geluid en beeld of bijvoorbeeld nog artificiële intelligentie.

Dankzij de bescherming die het auteursrecht verleent, kunnen creatievelingen vandaag wél controle houden over hun werk en een inkomen genereren uit de exploitatie ervan.

Het auteursrecht was en is dus de voorbije honderd jaar een enorme verbetering voor artiesten, kunstenaars, muzikanten en schrijvers overal ter wereld. Tegelijkertijd moet die vaststelling de voorbije twee decennia genuanceerd worden. De enorm snelle technologische evolutie en de digitale samenleving waarin we vandaag leven, maakt het voor veel creatievelingen steeds moeilijker om controle over hun werk te behouden. Knippen, plakken, kopiëren en samplen: het wordt allemaal steeds makkelijker en ook steeds meer als vanzelfsprekend beschouwd, in die zin zelfs dat sommigen het bestaansrecht zelf van het auteursrecht in een digitale maatschappij in vraag durven stellen en ervan uitgaan dat creativiteit gemeen goed moet zijn en niet kan of mag toebehoren aan één persoon.

Gelukkig is dit een evolutie waarin wetgevers en rechtbanken tot op heden niet meegestapt zijn. Vandaag beschermt het auteursrecht de rechten van kunstenaars en artiesten met net zoveel kracht en overtuiging in een digitale wereld als bij haar ontstaan.

 

Er bestaat niet één ‘auteursrecht’

‘Het auteursrecht’ bestaat overigens niet. Het auteursrecht is intrinsiek territoriaal van aard. Elk land heeft zijn eigen ‘auteursrecht’ en de vraag welke bescherming verleend wordt aan de auteur of kunstenaar hangt dus in grote mate af van het land waarin men zich bevindt. Eenzelfde werk van eenzelfde kunstenaar kan met andere woorden op hetzelfde ogenblik in verschillende landen anders beschermd zijn.

De vraag welk recht van toepassing is, wordt overigens niet ingegeven door de nationaliteit van de kunstenaar of van het land waar het kunstwerk gecreëerd is. De vraag welk recht dan wél van toepassing is, is een soms complexe vraag van Internationaal Privaatrecht, die afhankelijk van het geval en afhankelijk van de plaats waar de vraag gesteld wordt (!) een andere invulling kan krijgen.

De specifieke vraag welk recht van toepassing zal zijn bij online inbreuken op het auteursrecht, waar de inbreuk in werkelijkheid overal plaatsvindt en waar de locatie van de inbreukpleger niet altijd eenvoudig te achterhalen is. De (Europese) rechtspraak heeft een tijdje nodig gehad om zich te ontwikkelen op dit punt, maar vandaag kunnen we zeggen dat het nationale recht van de ‘plaats waar de inbreuk plaatsvindt’ ingeroepen kan worden en dat onder dat laatste ook begrepen moet worden de plaats waar de auteur of kunstenaar de facto schade lijdt. Het gevolg hiervan is dat een Belgische kunstenaar wiens kunst online nagemaakt wordt door een Amerikaanse kunstenaar en waarbij die namaak online toegankelijk is vanuit België wellicht de bescherming zal kunnen inroepen van de Belgische rechtbanken. Dezelfde redenering geldt overigens ten aanzien van de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in dergelijke gevallen. Evengoed echter zou diezelfde kunstenaar ook in de Verenigde Staten naar de rechtbank kunnen trekken om schadevergoeding te vorderen voor de inbreuken op zijn of haar auteursrecht. De lokale rechter zou dan onder Amerikaans recht moeten beoordelen of hij of zij bevoegd is en zou vervolgens naar alle waarschijnlijkheid het Amerikaanse recht moeten toepassen.

Een en ander betekent dat eenzelfde rechtszaak over eenzelfde auteursrechtelijke inbreuk twee verschillende aflopen kan kennen afhankelijk van waar ze gevoerd wordt en welk recht erop van toepassing zal zijn… Een treffend voorbeeld is een reeks van procedures die al 25 jaar lang gevoerd worden door twee Belgische componisten tegen de Amerikaanse componist R. Kelly en diens platenlabel(s). In 1995 bevestigden deskundigen aangesteld door de Belgische auteursrechtenvereniging SABAM dat het lied “You are not alone”, dat R. Kelly voor Michael Jackson schreef, gelijkenissen vertoonde met een werk dat oorspronkelijk in 1993 werd gecomponeerd door de Belgische componisten en producers Eddy en Danny Van Passel onder de naam “If we can start all over”. “You are not alone” stond op nr. 1 in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en tal van andere landen. R. Kelly beweerde het nummer te hebben gecomponeerd, maar heeft daar geen bewijs van geleverd. Na 12 jaar, op 11 september 2007, gaf de Belgische rechter Danny en Eddy Van Passel gelijk dat zij en niet producer R. Kelly de hit “You are not alone“ hebben gecomponeerd. Op 3 september 2009 bevestigde ook het Hof van Cassatie het arrest van 2007 en de uitspraak moest ‘internationaal’ worden gepubliceerd. De heren Van Passel rekenden zich al rijk, rekening houdende met het feit dat “You are not alone” een wereldhit en een klassieker was en nog steeds is. Alleen is de vaststelling dat de beslissing van de Belgische rechter een zeer beperkte (territoriale) reikwijdte heeft: alleen in België is “You are not alone” een bewerking van “If we can start all over” en alleen in België worden beide heren als de rechtmatige auteurs van het nummer beschouwd. In de rest van de wereld blijft R. Kelly de auteur en blijven de auteursrechten aan hem toekomen. Tenzij de heren Van Passel in elk land afzonderlijk dezelfde rechtszaak opnieuw voeren en dan telkens onder het nationale recht van dat land trachten de auteursrechten naar zich toe te trekken…

Een belangrijke uitzondering op deze territoriale werking van het auteursrecht, tenminste binnen de Europese Unie, is de leer van de ‘communautaire uitputting’. Die ‘uitputtingsleer’ volgt uit een reeks opeenvolgende arresten van het Europees Hof van Justitie, allen voortbouwend op het zogenaamde ‘Deutsche Grammophonarrest’, en houdt in dat als een werk of een kopie of een bewerking van een werk (bv. posters van een kunstwerk) binnen de Europese Unie in één lidstaat rechtsgeldig in het economische verkeer zijn gebracht, de auteur of rechthebbende zich niet kan verzetten tegen de verdere verdeling en herverkoop ervan in andere lidstaten van de Europese Unie. De kunstenaar die aan een partner in een EU-lidstaat het recht geeft om bijvoorbeeld reproducties te maken van zijn of haar kunstwerk, kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van die reproducties op het Belgisch grondgebied op basis van zijn auteursrecht als zij hun weg tot hier vinden. Zij zijn regelmatig in het verkeer gebracht en de latere verspreiding ervan binnen de gehele Europese Unie is vrij.

Wat daarentegen wel mogelijk is voor de kunstenaar in kwestie is om op contractuele basis te (trachten) voorkomen dat diezelfde reproducties hun weg naar België zouden vinden door in de overeenkomst met zijn partner de nodige clausules op te nemen om export of doorverkoop aan personen die export beogen te verbieden. De reproducent kan dan niet verkopen aan een partij waarvan hij of zij weet dat deze de intentie heeft om de reproducties in België beschikbaar te maken. Als vervolgens de gezegde reproducties toch op de Belgische markt aanwezig blijken te zijn, heeft de kunstenaar in principe een contractueel verhaal ten aanzien van de reproducent (maar nog steeds geen auteursrechtelijk verhaal op de Belgische eigenaar van de betreffende reproductie, omwille van de beperking aan zijn auteursrecht op basis van de uitputtingsleer).

 

Wat is auteursrechtelijk beschermd?

Het doel van het auteursrecht was steeds om de drempel om in aanmerking te komen voor bescherming zo laag mogelijk te houden. Het auteursrecht wilde immers alle kunstenaars zo goed mogelijk beschermen.

Noch het Belgische Wetboek Economisch Recht, waarin het auteursrecht is opgenomen, noch de Europese Richtlijnen 2006/116/EG betreffende de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten of 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van de informatiemaatschappij, noch enige andere wetgevende norm bevatten een duidelijke definitie van wat precies in aanmerking komt om als auteursrechtelijk beschermd werk beschouwd te worden. Wel is er sprake in artikel XI.165 van het Wetboek Economisch Recht van “werken van letterkunde of kunst” en worden verder in hetzelfde boek XI criteria aangegeven die van toepassing zijn op onder andere werken van letterkunde (XI.172 WER), werken van grafische of beeldende kunst (XI.173 WER) of audiovisuele werken (XI.179 WER).

Wat precies is een ‘werk’? Ook die invulling geeft de wet ons niet. De rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, met name in de Levolo zaak uit 2018, leert ons wel dat het moet gaan om een idee, gedachte of creatie met een nauwkeurige, objectieve en originele uitdrukkingsvorm. Interessant daarbij in het licht van conceptuele kunst is dat die ‘uitdrukkingsvorm’ volgens het Europees Hof van Justitie niet permanent moet zijn, voor zover hij toelaat om het voorwerp van de auteursrechtelijke bescherming ‘nauwkeurig en objectief uit te drukken’. Installaties bijvoorbeeld moeten in het licht hiervan niet permanent zijn om toch auteursrechtelijk beschermd te kunnen zijn.

De precieze invulling van wat als een auteursrechtelijk beschermd werk beschouwd kan worden, is ingegeven door decennia van rechtspraak en rechtsleer en ondanks de vele verfijningen en beperkingen die doorheen de jaren door verschillende rechtbanken zijn opgelegd, blijft ook vandaag het basisprincipe dat élke creatie auteursrechtelijk beschermd is als aan twee essentiële voorwaarden voldaan is.

Eerst en vooral moet een werk in een concrete vorm gegoten zijn. Een louter idee of concept is niet beschermd door het auteursrecht. Dat werd zeer recent in juni 2020 nogmaals bevestigd door het Europees Hof van Justitie in de Brompton fietsen zaak, waarin het Europees Hof van Justitie nogmaals duidelijk maakt dat ideeën, methodes, concepten of vormgevingen die louter technisch zijn ingegeven niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. De concrete vorm of uitdrukking die aan een idee, concept, principe gegeven wordt, is daarentegen wel beschermbaar. (Tenzij tenminste deze een noodzakelijk gevolg is van de onderliggende technische concepten. Een wiel is immers omwille van zijn concept altijd rond en de ronde vorm ervan is om die reden niet auteursrechtelijk beschermd).

Het meest voor de hand liggende voorbeeld om te verduidelijken dat het onderliggende idee niet beschermd is, maar de concrete vormgeving die eraan gegeven wordt wel, is een vaas met bloemen. Het idee om een schilderij te maken van een vaas met bloemen is niet beschermd en kan niet beschermd worden. Niemand kan de eigendom op dat idee claimen. Er zijn doorheen de eeuwen dan ook miljoenen variaties geschilderd op hetzelfde basisidee van een vaas met bloemen. Elk van die variaties is een individuele concretisering van hetzelfde idee en die individuele concretisering komt wél voor bescherming in aanmerking. Niet ‘een’ vaas met bloemen is beschermd door het auteursrecht, maar ‘mijn’ vaas met bloemen is beschermd door het auteursrecht.

De tweede voorwaarde om auteursrechtelijk bescherming te kunnen inroepen, is de noodzaak om ‘origineel’ te zijn. Een werk moet, zegt men dan, de ‘persoonlijke stempel’ van de auteur dragen. De drempel ligt ook hier erg laag. Een werk moet absoluut niet vernieuwend zijn of een grote artistieke waarde hebben om voor bescherming in aanmerking te komen. Het volstaat dat de auteur eigen, individuele keuzes gemaakt heeft die zich onderscheiden van de keuzes van andere auteurs in dezelfde situatie. Om het met hetzelfde voorbeeld te zeggen: ‘mijn’ vaas is auteursrechtelijk beschermd omwille van de vorm en de kleuren die ik gekozen heb, de lichtinval die ik gegeven heb, het kader en de achtergrond die ik gekozen heb.

De tweede voorwaarde stelt in praktijk minder problemen. De algemene consensus lijkt te zijn dat zodra een auteur kan aantonen dat hij of zij in zekere mate individuele keuzes gemaakt heeft, zijn of haar werk auteursrechtelijk beschermd is. Er zijn nochtans wel enkele deelgebieden van het auteursrecht waar geregeld discussies opduiken over de vraag of er wel sprake is van voldoende creatieve vrijheid in hoofde van de auteur. Met name in de (journalistieke) fotografie valt af en toe te horen dat de fotograaf die niet meer deed dan louter op het juiste moment de sluiter indrukken, geen auteursrecht kan claimen. Die stelling komt bijvoorbeeld weleens naar boven bij sportfotografie. De fotograaf bij een voetbalwedstrijd controleert immers niet de choreografie, de belichting, het onderwerp van zijn foto’s en zelfs in veel gevallen niet het kader of de achtergrond. 

Nochtans wordt ook daar de drempel bewust laag gehouden: zodra een fotograaf kan aantonen dat hij of zij een aantal minimale keuzes gemaakt heeft, bij het maken van de foto of bij de bewerking ervan achteraf, is zijn of haar werk wel degelijk auteursrechtelijk beschermd. Iedereen kent wellicht ook het voorbeeld van de aap die met het fototoestel van fotograaf David Slater in 2011 een selfie maakte, waarna zich een lange discussie, tot voor de rechtbank en tot voor het US Copyright Office, ontspon over de vraag of een selfie genomen door een aap al dan niet auteursrechtelijk beschermd kan zijn. (Het antwoord op die vraag is overigens tot op vandaag niet evident en verschillend afhankelijk van het land waar je de vraag stelt. Auteursrecht verschilt immers van land tot land).

Wat in elk geval niét van invloed is op de vraag of een werk al dan niet in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming zijn de esthetische waarde of het talent van de kunstenaar, de nieuwheid, de vraag of het werk af is of nog niet, de vaststelling dat het strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, de omvang van het werk (of de lengte van een muzikaal of audiovisueel werk), het doel waarvoor het werk bestemd is of de inspanning die nodig was om het werk tot stand te brengen.

We geven nog even mee dat het auteursrecht ook voorziet in een regeling voor werken gemaakt door verscheidene (co-)auteurs. Zulke werken kunnen worden opgedeeld in deelbare werken (waarbij de auteur voor elk onderdeel van het werk geïdentificeerd kan worden, zoals bv. het geval is met dit boek) of ondeelbare werken (waarbij de bijdragen van de verschillende auteurs niet van elkaar te onderscheiden zijn), elk met hun eigen regels voor de exploitatie van de betreffende auteursrechten.

 

Vragen over auteursrecht?

We maken graag tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

Onze volgende publicatie uit het boek zal je zeker interesseren: Is “nieuwe” kunst beschermd? Over graffiti, performance art en AI in de kunst. Hou onze blog in de gaten!

22.05.2014 Bart Van den Brande

Geen auteursrecht voor Jezus op geopenbaard boek

Wie heeft het auteursrecht op teksten die -al dan niet verondersteld, dat laten we graag in het midden- ingefluisterd of gedicteerd worden door een Hogere Macht? 

In onze dagelijkse zoektocht naar juridische nieuwtjes stootten we deze week op een wel heel bijzonder vonnis van het Oberlandesgericht Frankfurt (het Hof van Beroep te Frankfurt eigenlijk), waarin aan Jezus Christus het auteursrecht ontzegd wordt op een boek dat hij sinds 1965 ingefluisterd zou hebben aan de Amerikaanse psychiater Helen Schucman.

Psychiater Helen Schucman schreef tijdens haar leven ruim 1.500 pagina’s bij elkaar die haar door een stem in haar hoofd gedicteerd werden.  Volgens eigen zeggen van de stem -nu ja- was het Jezus Christus zelf die de vrouw levenswijsheden influisterde onder de titel “A course in miracles”.

Het boek van Schucman werd later een aantal keren uitgegeven, onder meer in een pocket editie van Penguin en in 2003 was het boek al het voorwerp van een auteursrechtelijk geschil tussen onder andere Penguin Books en twee verenigingen die gelinkt waren aan mevrouw Schucman, de “Foundation for Inner Peace” en de “Foundation for a Course in Miracles,” waarbij het auteursrecht toegewezen werd aan deze laatste twee.

 

Publiek domein?

Een Duitse kerkgemeenschap die het boek graag gratis wil kunnen gebruiken voor haar activiteiten meende de geknipte manier gevonden te hebben om geen auteursrechten te moeten betalen voor het herdrukken van (delen van) het boek.  het is immers toch zo dat auteursrecht vervalt 70 jaar na het overlijden van de auteur en dat je werken vanaf dan vrij mag gebruiken?  Wel, zo stelde de kerkgemeenschap voor de rechter, aangezien mevrouw Schucman altijd heeft voorgehouden dat Jezus zelf haar de tekst van het boek heeft ingefluisterd en dat zij enkel heeft genoteerd wat hij zei, kan zijzelf er nooit het auteursrecht op gehad hebben.  Zij was immers slechts de hand die noteerde en niet de schepper van het werk.

Met andere woorden: niet mevrouw Schucman, maar Jezus Christus is de auteur van “A course in miracles” en aangezien die laatste volgens de overlevering overleed in het jaar 3 zijn al zijn werken in het publieke domein terechtgekomen sinds het jaar 103 en mogen ze dus vrij gekopieerd worden…

De stelling heeft een verleidelijke logica, maar de Duitse rechter ging hier toch niet op in.  Het Oberlandesgericht oordeelde vrij vertaald dat “bovennatuurlijke ingevingen blijven volledig toe te rekenen aan de menselijke ‘ontvanger’ ervan. Om te beoordelen of er sprake kan zijn van  auteursrechtelijke bescherming moet men enkel kijken naar de daadwerkelijke creatieve processen. Dit betekent dat ookkrankzinnigen en gehypnotiseerden perfect auteursrechthouder kunnen zijn’. 

We lezen het niet letterlijk in de beslissing, maar de verwijzing naar krankzinnigen lijkt een sneer naar mevrouw Schucman te zijn, die zelf als psychiater toch geweten moet hebben dat de kans erg klein was dat God de Zoon al die jaren tot haar sprak…

 

Of toch nog auteursrecht…?

Wij stellen ons hier als juristen één hypothetisch vraagje bij heel dit verhaal: Maakt de Duitse vereniging hier geen cruciale denkfout door te stellen dat het werk van Jezus in het publieke domein is gevallen 70 jaar na zijn overlijden?  Jezus is immers toch herrezen en leeft verder aan de zijde van zijn vader.  Zijn auteursrecht zou dus naar alle logica evenzeer springlevend moeten zijn.

Of dit ook betekent dat Sabam nu langskomt in de kerk telkens de priester het Onze Vader aanheft is dan weer een andere vraag…

 

Populair artikel
12.05.2021 Bart Van den Brande

Handboek Kunstrecht: Is "nieuwe" kunst beschermd? Over graffiti, performance art en AI in de kunst

Op uitnodiging van uitgeverij intersentia en editor Oliver Lenaerts schreef ons team mee aan het nieuwe “Handboek Kunstrecht”.  Het feit dat we precies het hoofdstuk rond auteursrecht mochten verzorgen, bevestigt alleen maar de 20 jaar lange traditie in die sector die Sirius Legal vertegenwoordigt.

Dit nieuwe “Handboek Kunstrecht” benadert alle juridische vraagstukken die rechtstreeks relevant zijn voor de sector van de beeldende kunsten vanuit een tweedimensionale invalshoek: per doelgroep (kunstenaar, curator, kunstgalerij & kunstdealer,…) en vervolgens vragen per thema (fiscus, auteursrechten, financieringen, vermogensplanning, …). Door het Q&A format is het een praktisch naslagwerk, boordevol concrete adviezen en tips.

De komende weken kiezen we alvast enkele korte vragen en antwoorden uit ons eigen hoofdstuk bij wijze van teaser.  Voor wie het volledige hoofdstuk wil lezen, is het Handboek Kunstrecht vanaf 15 juni te bestellen op de website van Uitgeverij Intersentia.

We begonnen in de vorige bijdrage met de basics van het auteursrecht ter inleidingVandaag duiken we even in “nieuwe” kunstvormen zoals graffiti, performance art en tech art.

 

Zijn conceptuele kunst, installaties of performance art auteursrechtelijk beschermd?

Een idee of een concept wordt an sich niet beschermd onder het auteursrecht, zoals we hierboven al aangegeven hebben. Maar wat met conceptuele kunst, installatiekunst of performance art?

Conceptuele kunst komt in vele vormen, van installatie over performances tot objecten, foto’s en videokunst. De vormelijke uitwerking is voor veel conceptuele kunstenaars ondergeschikt aan het idee of het concept en de aandacht ligt dus veel meer op de totale ervaring van het kunstwerk, waardoor het concept in zekere mate het kunstwerk zelf wordt.

Het meest iconische en historische voorbeeld daarbij is wellicht Fountain van Marcel Duchamp, die inmiddels al meer dan 100 jaar geleden bestaande voorwerpen, zoals bij Fountain een urinoir, tot kunst verhief door ze te signeren en tot kunstwerk uit te roepen.

De vraag of dergelijke kunstwerken auteursrechtelijk beschermd kunnen worden, is een uitdaging voor ons bestaande rechtssysteem. Met name de eerste voorwaarde betekent voor heel wat conceptuele kunstenaars een behoorlijke uitdaging. Hun werk bestaat immers vaak veel meer uit een idee of een concept, dan uit de feitelijke concretisering daarvan in een bepaalde vorm.

Denk daarbij aan een kunstenaar als Christo, die zijn hele carrière bouwde op het idee of het concept van ‘inpakkunst’, of Arne Quinze, die doorbrak met conceptuele houtskeletkunst als Uchronia of Cityscape of nog aan de banaan-met-plakband van Catellan of de participatieve kunst van Felix Gonzalez Torres. In al deze voorbeelden ligt de auteursrechtelijke bescherming voor de betrokken artiesten erg gevoelig. Het concept dat aan de basis ligt van hun werk, het inpakken van gebouwen of het bouwen van houtskeletten, is immers in principe niet beschermd of beschermbaar onder het auteursrecht. Iedereen is vrij om zelf gebouwen in te pakken of houtstructuren op te bouwen, voor zover de concrete vormgeving die daarbij gekozen wordt tenminste origineel is.

Ook de keuze om met bepaalde materialen te werken, is om die reden niet beschermbaar. Er is de voorbije jaren heel wat commotie geweest tussen een aantal kunstenaars, die allen aan de slag waren gegaan met hoogtechnologische materialen om op basis daarvan kunstwerken te ontwikkelen. Een Belgische kunstenaar als Frederik De Wilde, die in samenwerking met NASA op basis van carbon nanotubes een ‘zwarter dan zwart’ materiaal omvormt tot hedendaagse kunstwerken, komt daarbij in concurrentie met namen als Anish Kapoor, die met dezelfde materialen en op basis van dezelfde concepten kunstwerken maakt, waarbij een deel van de waarde van de kunst ontegensprekelijk vervat zit in het concept, het materiaal an sich, maar dat laatste is precies niet beschermd of beschermbaar door het auteursrecht…

Zoals we in de vorige vraag al aangaven, brengt de Europese rechtspraak van de voorbije jaren wel duidelijk meer houvast. De al vernoemde Levola-zaak uit 2018, bevestigt dat de veruiterlijking van een idee, gedacht of creatie in een installatie, een concept of een performance wel degelijk auteursrechtelijk beschermd kunnen zijn, zelfs als ze geen ‘permanente’ vorm hebben, zolang ze maar in zulke nauwkeurige, objectieve en originele uitdrukkingsvorm gegoten kunnen worden. Installaties, concepten, performances moeten in het licht hiervan niet permanent zijn om toch auteursrechtelijk beschermd te kunnen zijn. De herhaalbare opstelling ervan in dezelfde vorm maakt ze ook voor auteursrechtelijke bescherming vatbaar (als ze tenminste voldoen aan de originaliteitsvereiste, vanzelfsprekend).

 

Is graffiti of street art beschermd door het auteursrecht?

Graffiti is zo oud als de mensheid. Onze prehistorische voorgangers krasten al afbeeldingen van oerossen in de wanden van hun grotten. Duizenden jaren later ‘versierden’ de Romeinen hun steden met – vaak obscene – muurschilderingen, die niet zo erg verschilden van de ‘kunst’ die vandaag treintunnels en bruggen versiert.

Graffiti als echte kunstvorm is recenter. Het is pas de voorbije decennia dat graffiti zijn plaats verworven heeft tussen de meer klassieke kunstvormen en dat iemand als Banksy evenveel erkenning krijgt als zijn collega’s die klassiek olie en doek hanteren als medium voor hun kunst.

Dat ook graffiti in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming, behoeft weinig betoog. Dezelfde voorwaarden van nieuwheid en originaliteit spelen ook hier, net zoals bij elke andere kunstuiting. Een werk dat nieuw is én een minimum aan creativiteit vertoont is – los van de artistieke waarde ervan – auteursrechtelijk beschermd.

Bij zogenaamde ‘tags’ of ‘throw ups’ zijn die voorwaarden niet altijd vervuld. Dit zijn namelijk korte teksten die meestal verwijzen naar de naam van de kunstenaar. Het kan zijn dat die tags en throw ups aan de voorwaarde van originaliteit voldoen, maar dan moeten ze natuurlijk voldoende gestileerd zijn, zodat er toch sprake is van enige originaliteit.

Veel graffiti is illegaal aangebracht en de vraag rijst wel eens of zulke illegale kunst dan wel beschermd is onder het auteursrecht. In se is het immers verboden om ongevraagd een kunstwerk te maken op een openbaar gebouw of langs de openbare weg. Het illegale karakter van het kunstwerk belet nochtans niet dat het auteursrechtelijke bescherming geniet. De enige vereiste is immers het voldoen aan de twee grondvoorwaarden. Als aan de voorwaarden voldaan is, is élk werk auteursrechtelijk beschermd (met uitzondering van overheidsakten en redevoeringen van ‘vertegenwoordigende lichamen’). Ook illegaal aangebrachte werken moeten met andere woorden auteursrechtelijke bescherming genieten. Het is daarentegen wél denkbaar dat de effectieve uitoefening van die auteursrechten in rechte bemoeilijkt wordt door een van de basisprincipes uit ons recht, met name het nemo auditur-beginsel. Dit laatste houdt in dat niemand in rechte kan worden gehoord, als hij of zij zich beroept op een ongeoorloofde of illegale rechtshandeling. Dit zou met andere woorden kunnen betekenen dat een rechter besluit om geen gehoor te geven aan de eis van een auteur tot bescherming van diens auteursrecht indien het kunstwerk waarvoor bescherming wordt ingeroepen in strijd met de wet tot stand kwam. Belangrijk daarbij is dat dit nemo auditur-beginsel enkel zal spelen als de tegenpartij het inroept, de rechter zal het dus niet automatisch moeten toepassen.

De graffitikunstenaar geniet met andere woorden dezelfde bescherming en dezelfde rechten als elke andere kunstenaar. Hij of zij kan zich verzetten tegen elk gebruik van zijn werk zonder zijn of haar voorafgaande toestemming (inclusief, in theorie, de verwijdering ervan…), tegen elke reproductie en net als elke andere auteur heeft hij of zij morele rechten op vaderschap, respect voor het werk, naamsvermelding, openbaarmaking, …

Erg veel rechtspraak over auteursrecht en graffiti is er overigens niet beschikbaar. In de Verenigde Staten is een handvol zaken bekend waarin graffiti kunstenaars aanspraak maken op inbreuk op hun auteursrechten. Er is bijvoorbeeld de zaak van David Anasagasti . Zijn werk ‘drowsy eyeballs’ werd nogal prominent gebruikt in een reclamecampagne van modemerk American Eagle Outfitters en er is de zaak van een aantal graffitikunstenaars tegen filmregisseur Terry Giliam en de producenten van de film The Zero Theorem vanwege het namaken zonder voorafgaande toestemming van een van hun graffiti’s in Buenos Aires. Artist Maya Hayuk voerde twee rechtszaken tegen Sony Music en tegen modemerk Roberto Cavalli, telkens omdat haar murals als achtergrond gebruikt werden voor reclamecampagnes.

Bij onze noorderburen is één voorbeeld bekend over de auteursrechtelijke bescherming van graffiti. Graffitikunstenaar Tellegen had een muurschildering gemaakt in de Amsterdam Arena en die muurschildering was overgenomen in een voetbalspel voor PC waarin de Amsterdam Arena een van de stadions was waarin gespeeld kon worden. Tellegen verloor in dit geval de procedure, niet omdat zijn graffiti niet beschermd zou zijn, maar wel omdat artikel 18 van de Nederlandse Auteurswet in een zogenaamde panoramaexceptie voorziet die het gebruik van kunstwerken in foto’s en afbeeldingen toelaat die zijn gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, mits de verveelvoudiging of openbaarmaking betreft van het werk “zoals het zich aldaar bevindt”. Ook België kent overigens een panoramauitzondering, maar zoals we verderop in deze bijdrage zullen zien is de draagwijdte en betekenis ervan anders dan in Nederland.

 

Is artificiële intelligentie het begin van het einde voor het auteursrecht?

De vraag naar creatieve keuzes gemaakt ‘door de auteur’, doet in deze tijden overigens een nieuwe vraag rijzen. Kunstenaars gebruiken al decennialang technologie om kunstwerken te maken, maar vandaag zijn we aanbeland in een wereld waarin software zelf en autonoom op basis van artificiële intelligentie content kan creëren.

Google bijvoorbeeld heeft AI-software die zelf nieuwsartikels kan genereren. Onderzoekers slaagden er al in 2016 in om, in opdracht van enkele Nederlandse musea, een geheel nieuw portret (‘The next Rembrandt’) te schilderen op basis van de analyse van duizenden tekeningen en schilderijen van Rembrandt Van Rijn. Traditioneel stond het auteursrechten op (mede) door de computer gegenereerde werken niet ter discussie, omdat het programma slechts een hulpmiddel was dat het creatieve proces ondersteunde, net als een pen en papier.

Maar met de komst van AI is het computerprogramma niet langer een hulpmiddel. AI neemt eigenlijk het creatieve proces volledig over van de traditionele auteur.Daarmee kondigt zich een nieuw tijdperk aan, waarin ‘kunst’ niet langer het prerogatief van de mens is en waarin we zullen moeten beslissen welk type van bescherming we willen geven aan werken die gemaakt zijn door intelligente algoritmen zonder menselijke tussenkomst. De vraag naar een creatieve vonk in hoofde van de auteur om bescherming te kunnen claimen, verliest immers zijn betekenis in een context waarin elke creatieve keuze eigenlijk een berekening is, die door een algoritme gemaakt wordt op basis van big data en die onvermijdelijk tot hetzelfde resultaat leidt als de – misschien overschatte – menselijke creativiteit…

 

Vragen over auteursrecht?

We maken graag tijd voor je.  Bel of mail gerust met Bart Van den Brande op bart@siriuslegal.be of +32 492 249 516 of boek hier meteen een vrijblijvend online kennismakingsgesprek in met Bart via Google Meet of Zoom.

Ook interessant voor jou


Fiscale optimalisatie

Niemand betaalt graag meer belastingen dan nodig. Heb je een creatief beroep? Met de auteursrechtelijk beschermde content die je creëert kan je een aanzienlijk fiscaal voordeel realiseren!


IP contracten

Goede afspraken (contracten) maken goede vrienden. Dat geldt ook voor je intellectuele eigendom natuurlijk.  Jouw creaties zijn goud waard, bescherm ze goed! 


Bescherm je IP

Welke intellectuele eigendomsrechten kan jij inroepen? We adviseren je graag bij auteursrecht, softwarebescherming, databankrecht, tekeningen en modellen, merkenrecht, knowhow en bedrijfsgeheimen, …

Vragen over publishing? Contacteer ons gerust, wij helpen je graag verder!