Inbreuken op het auteursrecht op internet: welke rechter is bevoegd?

copyright on  the internetUw foto’s, teksten of kunstwerken worden zonder uw toestemming gebruikt op een website uit een ander land? In welke mate kan u naar de rechtbank trekken in uw eigen land om schadevergoeding te vorderen voor inbreuken op uw auteursrecht of op uw naburige rechten?

Een interessante vraag in tijden waarin het internet grenzen doet vervagen. Het Europees Hof van Justitie deed al enkele keren uitspraak in aanverwante vragen (zaak Pinckney) en velde gisteren ook een arrest waarin nogmaals duidelijk wordt gemaakt dat de benadeelde auteur zich wel degelijk tot zijn eigen rechtbanken kan wenden, maar dat de territorialiteit van het auteursrecht tot gevolg heeft dat hij daar enkel schadevergoeding kan bekomen voor de schade die is ontstaan in zijn eigen land.

Waarover gaat dit geschil?

Pez Hejduk is een befaamde Oostenrijkse architectuurfotografe. Zij is onder meer de auteur is van foto’s die gebouwen van architect Georg W. Reinberg tonen.

Op een door het Duitse bedrijf EnergieAgentur georganiseerde conferentie in 2004 heeft architect Reinberg ter illustratie van zijn gebouwen de foto’s van mevrouw Hejduk getoond. Hij had daarvoor mevrouw Hejduks toestemming gekregen.

EnergieAgentur heeft vervolgens diezelfde foto’s op haar website geplaatst. Ze kunnen er bekeken worden en gedownload worden. Mevrouw Hejduk had hiervoor geen toestemming gegeven en op de site werd ook nergens haar naam vermeld als auteur.

Mevrouw Hejduk was –ongetwijfeld terecht- van mening dat EnergieAgentur haar auteursrechten had geschonden en zij besliste om voor het Handelsgericht Wien een schadevergoeding te eisen voor de inbreuken op haar auteursrecht. Ze vroeg om een schadevergoeding van een 4.050 euro en een publicatie van het vonnis op kosten van EnergieAgentur.

Discussie over de bevoegdheid

EnergieAgentur deed er vervolgens alles aan om te bekomen dat het Handelsgericht Wien zich onbevoegd zou verklaren. Zij stelden dat het om een .de website ging waarmee zij zich enkel op een Duits publiek richten en dat de website slechts “bij toeval” of bijkomstig ook in Oostenrijk te zien was. Als er al schade bestond voor de auteur, deed die schade zich dus in Duitsland voor en niet in Oostenrijk en bijgevolg zouden enkel de Oostenrijkse rechtbanken bevoegd zijn.

Uiteindelijk kwam de zaak tot bij het Europees Hof van Justitie. De vraag welke rechter bevoegd is om een uitspraak te doen over een geschil tussen twee EU onderdanen uit verschillende lidstaten, is geregeld in Verordening 44/2001.

In die Verordening staat in artikel 5, punt 3, dat zegt dat men voor buitencontractuele schadegevallen mag dagvaarden voor “de plaats waar het schadeverwekkende feit zich heeft voorgedaan”. Dit betekent dat men kan dagvaarden voor de rechtbanken van de plaats waar men de schade effectief moet ondergaan (waar men de schade “aanvoelt” met andere woorden).

Het Hof beslist nu dat de schade die mevrouw Hejduk leed (de financiële gevolgen van de inbreuk op haar auteursrecht) zich wel degelijk voordeed in Oostenrijk en dat de Oostenrijkse rechter dus wel degelijk bevoegd is.

Het argument van EnergieAgentur dat haar website, waarop de litigieuze foto’s zijn gepubliceerd, wordt geëxploiteerd onder een Duits topleveldomein (te weten „.de”) en niet op Oostenrijk gericht is, zodat de schade niet is ingetreden in die laatste lidstaat werd hierbij door het Europees Hof van Justitie ter zijde geschoven. Dit argument gaat wél op bij de beoordeling van andere artikels uit Verordening 44/2001 (cfr; de arresten Pammer en Hotel Alpenhof C‑585/08 en C‑144/09, EU:C:2010:740,die vooral voor de e-commerce praktijk erg belangrijk zijn), maar niet voor schade uit onrechtmatige daad en inbreuken op het auteursrecht onder artikel 5 punt 3 (zie ook het arrest Pinckney, EU:C:2013:635, punt 42).

Met andere woorden: als uw teksten of beelden zonder toestemming gebruikt worden op een website uit een andere EU lidstaat, kan u wel degelijk gewoon voor de Belgische rechtbanken dagvaarden om schadevergoeding te bekomen.

Welke schade kan vergoed worden?

Het Hof wijst er daarna wel op dat het auteursrecht onderworpen is aan het zogenaamde territorialiteitsbeginsel. Dat betekent dat inbreuken op het auteursrecht in elke lidstaat afzonderlijk gebeuren en telkens moeten afgetoetst worden aan de regels zoals die gelden in die lidstaat (zie arrest Pinckney, C‑170/12, EU:C:2013:635, punt 39).
Het gevolg hiervan volgens het Hof is dat bij een dagvaarding door een auteur van een inbreukpleger voor de eigen rechtbanken van de auteur de rechter enkel uitspraak mag doen over de schade die is ingetreden op het grondgebied van deze lidstaat (zie in die zin arrest Pinckney, EU:C:2013:635, punt 45 en 46).

Met andere woorden: een Belgische auteur kan voor de Belgische rechtbanken schadevergoeding vragen voor inbreuken op zijn auteursrecht op buitenlandse websites, maar enkel voor dat deel van de schade dat hij in België lijdt. Praktisch betekent dit o.i. dat schadevergoeding gevorderd zal kunnen worden voor het gebruik van de werken in België volgens de in België gangbare tarieven voor gebruik van dat werk.

Wie daarnaast ook schadevergoeding wil voor gebruik in het buitenland (een website is immers in verschillende landen toegankelijk) moet wellicht rekening houden met verschillende gerechtelijke procedures in die verschillende landen. Een en ander vereist een doordachte strategie bij het aanpakken van auteursrechtinbreuken, waarbij best eerst in het thuisland een vonnis bekomen wordt en daarna onderhandeld wordt met de inbreukpleger om onder het dreigement van bijkomende procedures in andere lidstaten een dadingsovereenkomst met betaling van schadevergoeding te bekomen.

Vragen over auteursrecht?


For more information contact