Is het vrije internet in gevaar met de nieuwe richtlijn auteursrecht?

Je kon er enkele maanden geleden nauwelijks naast kijken: het vrije internet zou in gevaar zijn omwille van de nieuwe Auteursrechtenrichtlijn van de Europese Unie. We berichtten een tijdje geleden al een eerste keer over deze richtlijn. De Richtlijn werd op 17 mei 2019 gepubliceerd in het Publicatieblad. Reden genoeg om wat dieper in te gaan op de mogelijke gevolgen van deze Richtlijn: wordt het internet binnenkort echt gecensureerd?

Richtlijn auteursrecht

Waarom een nieuwe Europese Richtlijn rond auteursrecht?

De nieuwe Richtlijn past in de “Digital Single Market Strategy” visietekst van de Europese Commissie. De richtlijn beoogt het wegnemen van nationale verschillen in auteurswetgeving en het breder beschikbaar maken van werken aan de EU burgers. Bepaalde organisaties die een algemeen belang nastreven, botsen op beperkingen vanuit het auteursrecht.

Er wordt gefocust op drie specifieke doelen: toegang tot werken in het kader van onderwijs (bv. illustraties bij grensoverschrijdend onderwijs), gebruik en analyse in het kader van wetenschappelijk onderzoek (bv. kopiëren van werken bij tekst- en datamining) en het bewaren van cultureel erfgoed (bv. vermijden van tenietgaan van werken). Bij de uitvoering van deze activiteiten moeten de betrokken organisaties handelen in de schemerzone of worden zij volledig beperkt in hun activiteiten.

Tegelijkertijd ondervinden auteurs heel wat moeilijkheden bij een vlotte exploitatie van hun werken en het bekomen van een eerlijke vergoeding voor online exploitatie ervan. Ook op dat vlak moet een nieuwe Richtlijn een bijkomende steun in de rug zijn.

Wat houdt de Richtlijn in?

De Richtlijn voert drie belangrijke, nieuwe uitzonderingen in op het auteursrecht. Binnen de limieten van deze uitzonderingen kunnen gebruikers het auteursrechtelijk beschermd werk kopiëren en/of publiek mededelen zonder een voorafgaande toestemming van de auteur of rechthebbende:

1. Onderzoekers mogen reproducties of extracties maken van beschermde werken in het kader van hun wetenschappelijk onderzoek en de daarvoor noodzakelijke tekst- of datamining. Tekstmining of datamining is een geautomatiseerde analyse van grote hoeveelheden tekst of data die doorgaans beschermd kan zijn door hetzij het auteursrecht, hetzij databankrechten.

2. Onderwijsinstellingen krijgen een uitgebreidere uitzondering voor gebruik van werken als illustratie bij hun onderwijsactiviteiten. Er wordt aan de EU Lidstaten wel een mogelijkheid geboden om te voorzien in een billijke vergoeding.

3. Erfgoedorganisaties krijgen een uitzondering voor het maken van kopieën van werken die zich in hun collecties bevinden. Er wordt gezorgd voor een mogelijkheid om “out-of-commerce” werken op niet-commerciële basis ter beschikking te stellen. Hiervoor is een licentie met beheersverenigingen nodig, welke tevens optreden voor niet-vertegenwoordigde rechthebbenden voor het beheer van de billijke vergoedingen. Dergelijke licentie zal dan geldig zijn voor de volledige Europese eengemaakte markt.

De “Netflix”-clausule zorgt voor de ondersteuning van rechthebbenden bij de exploitatie van hun audiovisueel werk op video-on-demand-platforms.

Daarnaast moet er gezorgd worden voor een afdoende transparantie jegens rechthebbenden omtrent de exploitatie van hun werken. Er wordt ook voorzien in een mogelijkheid tot heronderhandeling van de licentievoorwaarden.

Bescherming van persartikels of linking tax?

De Richtlijn heeft voor nogal wat deining gezorgd op het internet en in de media. De aanleiding hiertoe ligt voornamelijk in twee bepalingen omtrent bescherming voor persartikels en een aansprakelijkheidsregeling voor herpublicatie door platformen.

In artikel 15 van de Richtlijn wordt bescherming toegekend aan publishers van persartikels. De bescherming geldt twintig jaar. Het gaat eigenlijk over een nieuw sui generis recht. De bescherming staat de auteursrechten van de auteurs en journalisten zelf niet in de weg. Ook zij moeten een gepaste vergoeding krijgen. Maar door de bescherming van persartikels wordt het mogelijk voor redacties om een vergoeding te onderhandelen voor de herpublicatie van hun persartikels door zoekrobots, sociale media en andere online platformen.

Er werd gevreesd voor een linking tax, waarbij toestemming moet bekomen worden (en vergoeding moet betaald worden) voor iedere link die online gelegd wordt naar persartikels. Toch wordt hyperlinking uitdrukkelijk bevestigd als een legitieme internetpraktijk en blijft dus mogelijk.

De exclusieve rechten gelden niet voor wetenschappelijke artikels en kunnen evenmin ingeroepen worden ten aanzien van particulieren of niet-commercieel gebruik, waardoor er op dat vlak geen zogenaamd “chilling effect” kan ontstaan. En ook de reeds gekende “korte fragmenten”-uitzondering is ook hier van kracht.

Er werd ook gekozen voor een aangepaste, korte levensduur van het nieuwe intellectuele eigendomsrecht. De bescherming van persartikels geldt maar voor twee jaar, lopende van 1 januari van het jaar volgend op het jaar van publicatie.

Upload filter?

Zoals gezegd heeft de Richtlijn gezorgd voor heel wat protest bij de “free internet”-activisten. Daarnaast de vrees voor de linking tax is er ook de vrees voor de “upload filter” voor online platformen.

Sinds de “Web2.0”-ontwikkelingen hebben we een opkomst gezien van online platformen die de mogelijkheid bieden om “user generated content” te publiceren. Naast de mogelijkheid voor gebruikers om zelfgemaakte muziek, foto’s en filmpjes op te laden, werd ook heel wat content online geplaatst waar derden auteursrechten of andere rechten op hebben. Hierbij opereerde het online platform enkel als (louter technische) tussenpersoon.

De eCommerce Richtlijn 2000/31/EG – waarvan de omzetting in Belgisch recht thans te vinden is in art. XII.17-20 WER – voorziet in een mogelijkheid voor technische tussenpersonen om hun aansprakelijkheid te beperken voor inbreukmakende content aanwezig op hun online platform, voor zover zij geen enkele kennis hebben van de aanwezigheid van die content. Anderzijds moeten zij wel gepaste “notice and take down” procedures voorzien, wanneer wél melding wordt gedaan.

Het bepaalde in artikel 17 van de Richtlijn voert thans een uitzondering in voor content platforms waarbij het ter beschikking stellen van content beschouwd wordt als een mededeling aan het publiek, in de zin van het auteursrecht. Wordt beschermde content online geplaatst, moet het platform daartoe de toestemming bekomen hebben vanwege de auteur of rechthebbende.

De aanbieders van de online platformen kunnen aansprakelijk worden gesteld voor een auteursrechtelijke inbreuk, indien zij niet kunnen aantonen dat zij alles in het werk hebben gesteld om:

  1. om toestemming te krijgen vanwege de auteur/rechthebbende; én
  2. om ervoor te zorgen dat de werken waarvoor de auteur/rechthebbende hun de nodige informatie heeft verstrekt, niet beschikbaar zijn; én
  3. na melding van inbreuken prompt zijn opgetreden om toegang tot de werken te deactiveren of deze te verwijderen, en om toekomstige uploads te voorkomen

Voor het bekomen van de toestemming tot publieke mededeling vanwege de auteurs en rechthebbenden is ongetwijfeld een belangrijke rol weggelegd voor de beheersvennootschappen voor auteursrechten.

De verplichting wordt enkel opgelegd aan de “aanbieders van online diensten voor het delen van content” die als hoofddoel hebben om (met winstoogmerk) gebruikers toe te staan grote hoeveelheden creaties online te plaatsen en ter beschikking te stellen. Voor hen geldt dus de beperkte aansprakelijkheid van de eCommerce Richtlijn niet meer.

Voor- en nadelen

De nieuwe verplichting moet tegemoet komen aan een oude klacht van (Europese) auteurs en kunstenaars die zich in een zwakke positie bevinden bij de online exploitatie van hun werken. De snelheid en het gemak waarmee auteursrechtelijk beschermd werk kan worden gekopieerd en gestreamd, heeft immers gezorgd voor een ruime grijze en zwarte zone van consumptie van die creaties.

De kritiek op deze maatregel komt voornamelijk uit twee hoeken. Enerzijds staan online platforms zoals YouTube, Instagram en Facebook voor potentiële aansprakelijkheden. En ondanks het feit dat de bepaling geen “general monitoring obligation” in het leven wilt roepen, komt de maatregel de facto wel neer op een noodzaak om controle te voeren op alles wat online wordt geplaatst en dus geacht wordt door het online platform zelf gepubliceerd te worden. De betrokken platforms staan dus voor aanzienlijke investeringen.

Anderzijds wordt gevreesd voor een conservatieve, beschermende overreactie van online platformen die aansprakelijkheid vrezen en om die reden de filterparameters te streng zouden kunnen afstellen. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat ook legitieme publicaties geweerd zouden worden en komt neer op een vorm van (zelf-)censuur. Daar huivert de “free internet”-community voor, maar ook voorvechters van grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting.

Er wordt ook gevreesd voor secundaire effecten op de gebruikers zelf. Want het is niet ondenkbaar dat zij zich eveneens belemmerd zullen voelen in hun vrije meningsuiting vanuit een vrees om gesanctioneerd te worden door het betrokken online platform.

Artikel 17 bepaalt overigens ook dat de gekende uitzonderingen op het auteursrecht (citaat, kritiek, recensie, karikatuur, parodie of pastiche) onverkort moeten kunnen blijven gelden. Een blik op de rechtspraak van de afgelopen jaren leert echter dat de beoordeling en toepassing van deze uitzonderingen steeds een delicate evenwichtsoefening blijkt te zijn. De vraag is maar hoe dit zal worden ingebed in de verschillende processen van de online platforms.

De Richtlijn voorziet tenslotte in een overlegstructuur voor de sector en de Europese Commissie om te werken aan een set van best practices om uitvoering te geven aan de bepaling van artikel 17. Daarbij zal bijzondere aandacht besteed moeten worden aan de fundamentele rechten en vrijheden zoals deze in de Europese Unie gevrijwaard moeten worden.

Inwerkingtreding

De Richtlijn treedt in werking op 7 juni 2019. De nieuwe Auteursrechtrichtlijn moet worden omgezet naar nationaal recht in alle EU Lidstaten. Lidstaten krijgen hier twee jaar de tijd voor, tot 7 juni 2021 dus. Voor zover de Richtlijn op de deadline niet omgezet zou zijn in een bepaalde Lidstaat, zal deze rechtstreeks van toepassing worden in het betrokken rechtssysteem.

De omzetting naar nationaal recht zal vermoedelijk leiden tot verschillen in wetgeving tussen de verschillende EU Lidstaten. Ook de nationale beheersvennootschappen voor auteursrechten zullen meer dan waarschijnlijk nationaal bevoegd blijven voor het onderhandelen van licentieovereenkomsten met de online platformen.

Wil je meer weten over auteursrecht?

Andries Hofkens en de andere leden van ons team zijn graag beschikbaar: andries@siriuslegal.be of 02/721 13 00.