Online reputatieschade: welke rechter is bevoegd?

Het zal u maar overkomen, u spendeert jaarlijks ettelijke bedragen aan communicatie en het zorgvuldig opbouwen van uw reputatie evenals die van uw bedrijf online en wordt dan plots geconfronteerd met een ontevreden klant die op allerhande fora en sociale media lasterlijke beweringen begint te verspreiden. Of nog: iemand die u privé valselijk beschuldigd van het plegen van criminele feiten met als gevolg dat de inkomsten van uw bedrijf kelderen en u schade (inkomstenverlies, morele schade,…) lijdt.

Als deze persoon zich België bevindt kan u deze persoon vanzelfsprekend in België dagvaarden en bijvoorbeeld aan de hand van een kort geding procedure eisen dat de lasterlijke beweringen stoppen en offline worden gehaald onder verbeurte van een dwangsom. Maar, wat als deze persoon u onterecht beschuldigd en zich bovendien ook nog eens in het buitenland bevindt?

Bevoegdheidsverordening

Een rechtbank heeft in principe slechts de bevoegdheid om recht te spreken binnen zijn eigen jurisdictie. Voor wat betreft geschillen binnen de EU is er een specifieke Verordening die bepaalt welke rechter territoriaal bevoegd is, dit is de Brussel Ibis-Verordening.

Op basis van deze Verordening moet in geval van grensoverschrijdende conflicten in eerste instantie beroep worden gedaan op de rechtbank van de plaats waar de gedaagde persoon woont.  Echter, de gedaagde kan ook voor een andere rechtbank worden gedagvaard, namelijk “voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen”.

Wat dit laatste criterium betreft heeft het Europees Hof van Justitie in het Shevill and Others-arrest dat reeds dateert van 1995 geoordeeld, dat die persoon die slachtoffer is van een beweerde schending van persoonlijkheidsrechten een vordering kan instellen bij de gerechten van élke lidstaat op het grondgebied waarvan een op internet geplaatste content toegankelijk is of is geweest. Deze gerechten zullen dan enkel kennis kunnen nemen van vorderingen betreffende schade die is veroorzaakt op het grondgebied van de lidstaat van het aangezochte gerecht. Of nog: bij de rechter in het land van vestiging van de uitgever van de onrechtmatige publicatie, hier kan dan vergoeding van de gehele schade wordt gevorderd.

Deze situatie was echter niet houdbaar in een steeds veranderende context, waardoor het Hof haar standpunt deels heeft moeten herzien en de mogelijke bevoegde rechtbanken heeft uitgebreid.

eDate-arrest

In het eDate-arrest van 25 oktober 2011 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat in geval van een beweerde schending van de persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content, de persoon wiens rechten werden geschonden een vordering tot schadevergoeding kan instellen hetzij: bij de gerechten van de lidstaat waar de uitgever van die content gevestigd is (zoals reeds werd geoordeeld in het Shevill-arrest), hetzij: bij de gerechten van de lidstaat waar zich “het centrum van zijn belangen bevindt”.

Het Hof oordeelde dat dit meestal de gewone verblijfplaats is. Echter, een persoon kan het centrum van zijn belangen ook hebben in een andere lidstaat, voor zover uit andere aanwijzingen (bv. uitoefening van een beroepsactiviteit) kan blijken dat hij een bijzonder nauwe band met die staat heeft.

Voor wat betreft een rechtspersoon kan aangenomen worden dat het centrum van zijn belangen zich bevindt op de plaats waar zijn maatschappelijke zetel is gevestigd. Vanzelfsprekend zal dit niet het land zijn waar bv. een postbus vennootschap of zetel is gevestigd.

Conclusie

Op basis van bovenstaand arrest kan aangenomen worden dat indien u uw maatschappelijke zetel hebt in België en uw voornaamste activiteiten worden van hieruit ontplooit dit zou moeten volstaan om aan te tonen dat u het centrum uw belangen in België hebt en zodus bijvoorbeeld een persoon die in een andere EU-lidstaat woont toch in België zal kunnen dagvaarden wegens lasterlijke praktijken die online werden gepost/gedeeld.