Binnenkort betere bescherming kleine producenten en KMO’s

Een grote winkelketen die plots een commerciële relatie met een kleinere speler verbreekt, een grote marktspeler die lage(re) prijzen kan bekomen door een kleine speler onder druk te zetten met het eenzijdig verbreken van de handelsrelatie… Het zijn allemaal voorbeelden van handelspraktijken die KMO’s en kleine producenten soms met de rug tegen de muur plaatsen. Een wetsvoorstel dat gisteren werd goedgekeurd door de Commissie Bedrijfsleven wil daar binnenkort verandering in brengen.

Betere bescherming voor kleine producenten en KMO's

Achtergrond

Het wetsvoorstel vertrekt van de veronderstelling dat er vandaag geen enkel geschikt middel bestaat om KMO’s en kleine producenten te beschermen tegen bepaalde oneerlijke praktijken, noch tegen het feit dat grotere ondernemingen soms misbruik maken van die economische afhankelijkheid waarin KMO’s verkeren.

Het voorstel is gegroeid vanuit de idee om kleine producenten in de agro-voedingssector beter te beschermen (denk maar aan de nieuwsberichten die regelmatig opduiken over boeren die onder druk worden gezet door grote supermarktketens). Maar het voorstel werd uiteindelijk ruimer opgevat en is van toepassing op alle KMO’s en kleine(re) producten onafhankelijk van de sector waarin ze actief zijn. Voorbeelden zijn legio:

Een exclusieve distributeur van luxegoederen van een bekend merk actief in België, wordt plots geconfronteerd met het eenzijdig opleggen van hogere inkoopprijzen op een zeer korte termijn door de invoerder, waardoor zij haar bestaande contracten met winkelketens dreigt te verliezen. Of dezelfde distributeur die plots 90% van de aankoopfactuur dient te voldoen bij bestelling van de goederen en niet langer 30% bij bestelling, 30% bij levering en de overige 40% binnen 90 dagen na levering zoals voorheen het geval.

Op welke bedrijven is dit van toepassing?

Het wetsvoorstel is heel erg ruim opgevat en beperkt zich in se niet tot KMO’s. Want, zo staat te lezen in de begeleidende tekst: Het bestaan van een bevoorrechte positie is niet noodzakelijk verbonden aan de omvang van de onderneming, ook bepaalde kleine nichespelers kunnen misbruik maken van hun marktmacht. Het beoordelen van het onevenwicht in een overeenkomst staat los van de omvang van de onderneming, maar betreft een feitelijke beoordeling.

Met andere woorden: de nieuwe bepalingen kunnen op élke onderneming, groot of klein, van toepassing zijn.

Welke maatregelen?

Het nieuwe wettelijke kader is gestructureerd rond het verbod van vier praktijken tussen ondernemingen, namelijk (1) het misbruiken van een positie van economische afhankelijkheid, (2) onrechtmatige bedingen, (3) agressieve marktpraktijken en (4) misleidende marktpraktijken.

  • Het misbruiken van een positie van economische afhankelijkheid

De definitie van wat als “economische afhankelijkheid” dient beschouwd te worden is afhankelijk van 2 voorwaarden: (1) de afwezigheid van een redelijk equivalent alternatief, beschikbaar binnen een redelijke termijn en onder redelijke voorwaarden en kosten, en (2) het feit dat een onderneming prestaties zou kunnen opleggen die in normale omstandigheden niet zouden kunnen worden verkregen.

De aanwezigheid van een situatie van economische afhankelijkheid kan in sommige gevallen afgeleid worden uit volgende elementen: de relatieve marktmacht van de onderneming, een belangrijk aandeel van de andere onderneming in haar omzet; de technologie of know-how die de andere onderneming bezit; de grote bekendheid van het merk, schaarste op de markt, loyaal koopgedrag van consumenten;… Deze elementen dienen in concrete beoordeeld te worden.

Meer concreet kan er sprake zijn van misbruik bij: het weigeren van een verkoop, een aankoop of andere transactievoorwaarden; rechtstreeks/zijdelings opleggen van onbillijke aankoop/verkoopvoorwaarden; het toepassen ten opzichte van economische partners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties;…

De Mededingingsautoriteit zal bevoegd worden om inbreuken op dit artikel op te sporen en boetes op te leggen.

  • Onrechtmatige bedingen

De bepalingen inzake onrechtmatige bedingen hebben tot doel bedingen te verbieden die tot gevolg hebben of ertoe strekken een kennelijk onevenwicht te creëren tussen de rechten en plichten van de contractspartijen. Het gaat hierbij om een toetsing van het juridisch evenwicht en niet het economisch evenwicht (bv. welke prijs werd onderhandeld).

Een eerste pijler van de nieuwe regels rond onrechtmatige bedingen in B2B handelsrelaties bestaat uit een transparantievereiste, namelijk: zijn de contractvoorwaarden wel voldoende duidelijk geformuleerd zodat er kan van uitgegaan worden dat de tegenpartij met kennis van zaken instemde?

Daarnaast zijn er een aantal bedingen opgenomen die altijd verboden zijn (een zwarte lijst) en een lijst met bedingen die onrechtmatig zijn behoudens bewijs van het tegendeel (een grijze lijst).

  • Misleidende marktpraktijken

Naar analogie met de bestaande regels omtrent misleidende marktpraktijken ten aanzien van consumenten, worden nu gelijkaardige regels voorzien tussen ondernemingen.

Zo kan bijvoorbeeld worden verwezen naar marketingactiviteiten die verwarring veroorzaken met merken van een concurrent, of het niet naleven van een sectorale gedragscode.

Tegen dergelijke praktijken zal je als onderneming een stakingsvordering kunnen instellen en de Economische Inspectie zal deze inbreuken bovendien kunnen onderzoeken.

  • Agressieve marktpraktijken

Eveneens naar analogie met de regels omtrent agressieve marktpraktijken ten aanzien van consumenten, zullen nu gelijkaardige regels worden voorzien ten aanzien van ondernemingen.

Meer specifiek gaat het om marktpraktijken die erin bestaan om (1) ongepaste druk uit te oefenen (intimidatie dwang,…), (2) waardoor de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de andere persoon aanzienlijk wordt beperkt en (3) hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen die hij anders niet had genomen.

Ook tegen agressieve marktpraktijken zal je als onderneming een stakingsvordering kunnen instellen en is de Economische Inspectie bevoegd om te controleren en desgevallend boetes op te leggen.

Inwerkingtreding

Dit wetsvoorstel werd goedgekeurd door de Commissie Bedrijfsleven van het Parlement en moet nu nog door de plenaire vergadering worden goedgekeurd. Verwacht wordt dat dit nog voor de verkiezingen zal plaatsvinden. De datum van inwerkingtreding is dus nog niet bepaald. Sirius Legal houdt je in elk geval verder op de hoogte.

Vragen over oneerlijke handelspraktijken of over deze nieuwe B2B-regels?

Contacteer Freekje De Vidts via mail (freekje@siriuslegal.be) of telefoon 02/721 13 00.