EHRM over de verantwoordelijkheid van een blogbeheerder bij laster

In een arrest van 7 maart 2017 sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit over de verantwoordelijkheid van een blogbeheerder bij het plaatsen van lasterlijke posts en het plaatsen van lasterlijke comments door een anonieme derde.

Feiten

De feiten die aan basis lagen van het arrest waren de volgende: een man was het slachtoffer geworden van een lasterlijk blogbericht geplaatst door een non-profit organisatie. Op deze blogpost, werd vervolgens door een anonieme derde een lasterlijke comment geplaatst. De man in kwestie diende klacht in bij de non-profit organisatie, waarop deze -9 dagen na het plaatsen van de post en comment- de blogpost verwijderde en zich verontschuldigde op haar blog. De man dagvaardde vervolgens de non-profit organisatie en stelde hen aansprakelijk voor deze blogpost én de comment geplaatst door een derde op een blog beheerd door de non-profit organisatie. De Zweedse rechtbank oordeelde dat de comment inderdaad lasterlijk was, maar dat de non-profit organisatie niet aansprakelijk kon worden gesteld om de post sneller te verwijderen dan ze hadden gedaan. De man trachtte zich vervolgens op artikel 8 EVRM te beroepen (Recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven) maar ving bot bij de nationale autoriteiten. De man in kwestie stapte daarop naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij meende dat de autoriteiten gefaald waren om zijn reputatie te beschermen en zodoende een inbreuk hadden gepleegd op zijn recht op privéleven, beschermd door artikel 8 EVRM.

Beslissing van het EHRM

Het EHRM verwierp de klacht van de man en oordeelde dat de klacht ongegrond was. Het Hof meende dat in dergelijke zaken een evenwicht moet gevonden worden tussen het recht op bescherming op privéleven van het individu en de vrijheid van meningsuiting van een individu of een groep die een internet portaal uitbaten.

Het Hof oordeelde als volgt:

“In view of the above, and especially the fact that the comment, although offensive, did not amount to hate speech or incitement to violence and was posted on a small blog run by a non-profit association which took it down the day after the applicant’s request and nine days after it had been posted, the Court finds that the domestic courts acted within their margin of appreciation and struck a fair balance between the applicant’s rights under Article 8 and the association’s opposing right to freedom of expression under Article 10. 38. It follows that the application is manifestly ill-founded and must be rejected []”.

Het arrest kan worden geconsulteerd via volgende link (http://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-172145)