Laagsteprijsclausules Booking.com in Oostenrijk onwettelijk. Ook België neemt initiatief.

Het Oostenrijks Grondwettelijk Hof heeft zich op 17.10.2017 uitgesproken over de handelswijze van Booking.com waarbij zij hoteleigenaars liet garanderen geen kamers te verhuren aan een lagere prijs dan deze die zij aan Booking.com toestond (prijspariteit).

 Het Hof deed uitspraak op verzoek van Booking.com zelf die de recente clausule in de Oostenrijkse  Mededingingswet en Marktprijzenwet, waardoor het aan online hotelportalen verboden werd met de betreffende hotels een laagsteprijsgarantie te bedingen, aanvocht. Haar vordering werd door het Hof afgewezen.

Op het eerste zicht zou geargumenteerd kunnen worden dat er überhaupt geen sprake was van een probleem. Net zoals in België geldt in Europa de filosofie van de contractsvrijheid: partijen kunnen vrijelijk overeenkomen wat zij willen, voor zover dit niet in strijd is met de openbare orde, de goede zeden en dwingende wetgeving.

De overeenkomst die Booking.com sluit met een hoteluitbater strekt tot voordeel van beide partijen. Booking.com langs de ene kant incasseert een mooie commissie voor haar diensten zodat zij haar winstgevend doel kan waarmaken. De hotelier langs de andere kant ontvangt in ruil een veel ruimere visibiliteit die zich veruitwendigt in een toenemend aantal bezoekers, wat ook hem financieel ten goede komt. Beide partijen winnen aan deze regeling.

Vrijwaring van een correcte mededinging

 Het probleem bestaat wanneer de verhouding tussen deze partijen wordt scheefgetrokken en de ene partij de andere partij domineert, wat in casu kan gebeuren door de druk van Booking.com om haar de laagste prijs van de te verhuren hotelkamer te garanderen. De commerciële vrijheid van de hoteluitbater wordt hierdoor beperkt. Een hoteluitbater die zich geconfronteerd ziet met een stopgezette samenwerking met booking.com kan zijn omzet bovendien gevoelig zien dalen, reden om net wel verder samen te werken en dus akkoord te gaan met de beperkende en niet competitieve voorwaarden die de andere partij hem oplegt.

Een machtspositie verwerven is toegelaten en op die basis concurrentie voeren is dat eveneens maar de mededinging op de markt moet onverkort blijven bestaan.

In diverse Europese landen werd deze situatie aanzien als een agressieve handelspraktijk, een beperking van de vrije markt, een misbruik van machtspositie en oneerlijke concurrentie.

Regelgeving

In België bepaalt artikel IV.2 van het Wetboek van Economisch Recht dat het verboden is dat één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan.

 Het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie schrijft voor dat besloten werd door gemeenschappelijk optreden de economische en sociale vooruitgang van de staten te verzekeren en daartoe(…) het evenwicht in het handelsverkeer en de eerlijkheid in de mededinging te waarborgen (…).

Dit werd geconcretiseerd in o.a. artikel 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie dat stelt dat het onverenigbaar is met de interne markt en verboden, voor zover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de interne markt of op een wezenlijk deel daarvan.

De Oostenrijkse Mededingingswet Bundesgesetz gegen den unlauteren Wettbewerb bestempelt in Hoofdstuk 1.1.1.a als agressieve handelspraktijk een handelspraktijk die de keuzevrijheid of het gedrag van de marktdeelnemer ten aanzien van het product door intimidatie, dwang of ongepaste beïnvloeding aanzienlijk kan aantasten en ertoe kan leiden dat hij een transactiebesluit neemt dat hij anders niet zou hebben niet genomen.

De Oostenrijkse Marktprijzenwet bepaalt in paragraaf 7 o.a. expliciet dat de hotelprijzen niet beheerst mogen worden door prijsbindende of besteprijsclausules en dat dergelijke clausules in contracten tussen hotelexploitanten en boekingsplatformexploitanten absoluut ongeldig zijn.

Het Grondwettellijk Hof van Oostenrijk oordeelde na  de klacht van Booking.com tegen deze twee recente wetgevingen dat voormelde betwiste bepalingen geen inbreuk uitmaken op de grondwettelijk gewaarborgde rechten van vrijheid van verwerving (eigendomsrecht), vrijheid van verkeer, ondernemingsvrijheid, de onschendbaarheid van goederen en van de gelijke behandeling (verbod op discriminatie).

Volgens het Hof is de voormelde wettelijke inmenging in de contractsvrijheid gerechtvaardigd omwille van het publiek belang bij een correcte, eerlijke concurrentie tussen hotels en online reserveringsplatforms. Het belang van de individuele consument weegt hierbij m.a.w. zwaarder door dan de contractuele vrijheid om een dergelijk beding van laagsteprijsgarantie overeen te komen.

De geschetste problematiek doet zich niet enkel voor in de hotelsector maar omvat elke sector waar grote onlinespelers de markt  (trachten te) domineren.

Geen uniform Europa

Oosterijk sloot zich aan bij een aantal landen die reeds actie hebben ondernomen tegen Booking.com en soortgelijke online platforms. Elke vorm van Europese eensgezindheid ontbreekt evenwel. Elk land neemt al dan niet zijn eigen maatregelen en middels diverse vormen.

In Frankrijk en Italië werd op wetgevend vlak beslist om elke laagsteprijsgarantie te verbieden.

In Duitsland werd door de tussenkomst van zowel de rechtspraak als de Duitse Mededingingsautoriteit de zekerheid gegeven aan de hoteleigenaars om zowel online als via andere kanalen de laagste prijs aan te bieden. Bij gebreke aan expliciet wetgevend kader geldt dit verbod enkel tegen de betrokken onlineplatforms Booking.com en HRS. De (gewone) rechtbanken hebben in een individueel geschil uitspraak gedaan (er loopt nog een beroepsprocedure), de mededingingsautoriteit heeft zich hierachter geschaard maar de wetgeving blijft nog steeds achter.

Andere landen zoals Zwitserland en ook België hebben in het jaar 2017 aangekondigd wettelijke maatregelen te zullen nemen. De Mededingingsautoriteit in België startte in 2017 een onderzoek en eind november 2017 werd een wetsontwerp ingediend om de macht van Booking.com aan banden te leggen. Bedoeling zou zijn dat hoteluitbaters niet langer gebonden zouden zijn aan de laagsteprijsclausule in hun overeenkomst met Booking.com en aldus hun vrijheid herwinnen om op hun eigen website een lagere prijs te kunnen afficheren.

In Frankrijk werd de wet wel aangepast en het mechanisme van de laagsteprijsgarantie simpelweg verboden. De Franse Wet dd. 06.08.2015 pour la croissance, l’activité et l’égalité des chances économiques bepaalt in art 131 dat de hoteluitbater de vrijheid behoudt om de klant elke korting of elk voordeeltarief, van welke aard dan ook, toe te staan en dat elke andere bepaling als ongeschreven wordt beschouwd.

In sommige landen kan een hoteluitbater wel goedkopere prijzen via andere kanalen afficheren (bv. e-mail, telefoon) maar niet via de website van het hotel. In sommige landen geldt de  rate parity nog onverkort.

Een gezamenlijke Europese aanpak is afwezig, met rechtsonzekerheid en vele onderscheiden interne procedures en onderzoeken tot gevolg. Meer aandacht voor deze problematiek in het mededingingsbeleid van de Europese Unie zou kunnen helpen.

Vragen over dit artikel of over reisrecht in het algemeen?

Contacteer Joep Van der Fraenen via joep@siriuslegal.be of 02/721 13 00