Vluchtvertraging bij zakenreis? Werkgever heeft recht op schadevergoeding

shutterstock_140088655Het Europees Hof van Justitie bevestigde recent in een zaak tussen Air Baltic en de Litouwse overheid dat werkgevers wel degelijk schadevergoeding kunnen claimen van luchtvaartmaatschappijen indien zij schade lijden ingevolge de vertraging van een vlucht waarop hun personeelsleden meereizen in het kader van hun beroepsactiviteiten.  Met andere woorden: werkgevers hebben recht op schadevergoeding bij vertraagde vluchten van hun persoon bij zakenreizen.

We berichtten al meermaals eerder over het recht voor luchtvaartpassagiers om schadevergoeding te vorderen bij een vertraging van hun vlucht.  Op basis van de EU-verordening 261/2004 hebben reizigers bij langdurige vertraging of annulering immers recht op een forfaitaire schadevergoeding van 250 tot 600 euro per persoon.

Minder bekend is dat naast de EU-verordening 261/2004 ook een internationaal Verdrag van Montreal uit 1999 bestaat, dat passagiers bij vertraging recht geeft op een -bijkomende en aparte – schadevergoeding voor alle kosten die het gevolg zijn van het feit dat een vlucht vertraging heeft opgelopen.  Het gaat daarbij om een andere schadevergoeding dan deze onder EU-verordening 261/2004.  Bij deze laatste heeft de reiziger in persoon recht op een forfaitaire schadevergoeding enkel en alleen omwille van de vertraging en zelfs zonder dat enig bewijs van schade vereist is.   Bij het verdrag van Montreal gaat het om vergoeding van kosten voor eten, drank, overnachting en andere bewezen schade.  De twee kunnen overigens volgens vaste rechtsspraak van het Europees Hof van Justitie perfect gecombineerd worden.

De achtergrond van de Air Baltic zaak

Een Litouwse overheidsdienst had via een reisagentschap vliegtickets gekocht voor twee van haar werknemers. De betrokken vlucht had echter een aanzienlijke vertraging opgelopen en de werknemers misten daardoor een aansluitende vlucht.  De werknemers waren hierdoor langer in het buitenland dan voorzien en de werkgever moest dus extra loon (en sociale zekerheidsbijdragen) betalen.  De overheidsdienst meende daarom dat zij financiële schade had geleden door de vertraging en wilde deze verhalen op de luchtvaartmaatschappij Air Baltic.

Zowel in eerste aanleg als in beroep werd Air Baltic door de Litouwse rechter inderdaad veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van ongeveer 340, 00 euro.  Air Baltic wilde het daar niet bij laten zitten stapte naar het Litouwse equivalent van ons Hof van Cassatie met de vraag of een luchtvaartmaatschappij op grond van het Verdrag van Montreal inderdaad ook ten aanzien van de werkgever aansprakelijk kan gehouden worden.  Het Litouwse Hof van Cassatie legde het probleem vervolgens logisscherwijze als prejudiciële vraag voor aan het Europese Hof van Justitie, aangezien het gaat om de beoordeling van de draagwijdte van een Europese wetgevende tekst.

Het oordeel van het Europees Hof van Justitie

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dus nu eerst en vooral dat het wel degelijk bevoegd is om het Verdrag van Montreal te interpreteren, omdat het onderdeel uitmaakt van de Europese Rechtsorde (dat het met andere woorden onderdeel is van het Europese recht, ook al gaat het om een internationaal verdrag).  Het Hof bevestigt vervolgens voor alle duidelijkheid nogmaals het algemene principe dat een internationaal verdrag moet worden uitgelegd op basis van de bewoordingen waarin het is opgesteld, maar ook in het licht van de doelstellingen ervan en komt dan na een lange analyse van de tekst én de doelstellingen van het verdrag, waarbij de verschillende taalversies uitgebreid met elkaar vergeleken worden, tot de volgende conclusie:

  • Schade wegens een vertraagde vlucht kan op basis van het verdrag wel degelijk verhaald worden op de luchtvaartmaatschappij in kwestie
  • Uit geen enkel element van het Verdrag blijkt dat alleen de werknemer die als passagier mee vloog schadevergoeding zou kunnen claimen
  • Dit betekent dat de werkgever a priori en als aan alle voorwaarden voldaan is ook schadevergoeding moet kunnen claimen voor de schade die een gevolg is van de vertraging die zijn werknemers ondergingen.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Het spreekt voor zich dat dit arrest zeer interessant nieuws is voor werkgevers die geregeld werknemers op zakenreis laten vertrekken.   Het laat werkgevers immers toe om de kosten voor extra overnachtingen, maaltijden en drank, extra loon en zelfs de lasten op de loon, etc… in bepaalde gevallen te verhalen op de luchtvaartmaatschappij.  Deze mogelijke schadevergoeding komt  naast en bovenop de claim die de werknemer zelf zou kunnen indienen onder EU-verordening 261/2004 als zijn vlucht meer dan drie uur vertraagd is.

Werkgevers doen er dus goed aan de travel policy binnen hun bedrijf bij te stellen of te verduidelijken zodat hun werknemers weten dat zij bij vertragingen moeten zorgen voor bewijs van de vertraging (foto’s van time tables op de luchthaven, documenten van de maatschappij, etc…) en van de verschillende schadeposten die hier rechtstreeks verband mee houden.  Het zal vaak maar over enkele tientallen of honderden euro’s gaan, maar voor bedrijven die geregeld personeel onderweg hebben, kan het bedrag op het eind van het jaar vanzelfsprekend aardig oplopen…

Betekent dit dat werkgevers vanaf nu onbeperkt schadevergoeding kunt gaan eisen bij vertragingen? Nee, zo’n vaart loopt het natuurlijk ook weer niet.

In de eerste plaats bevat het Verdrag van Montreal een maximale aansprakelijkheid per passagier, die dus ook zal gelden ten aanzien van de werkgever.  Het bedrag daarvan wordt periodiek aangepast en bedraagt op dit ogenblik net geen 6.000 euro per vertraagde werknemer.

Bovendien moet alle schade natuurlijk eerst bewezen worden en kan de luchtvaartmaatschappij bovendien altijd nog trachten aan schadevergoeding te ontsnappen indien zij kan aantonen dat de vertraging te wijten was aan overmacht of omstandigheden buiten haar controle.

Niettemin dreigt een en ander voor luchtvaartmaatschappijen potentieel een nieuwe financiële aderlating te worden, bovenop de reusachtige bedragen die zij reeds moeten uitkeren onder Verordening 261/2004.

Vragen over schadeclaims en vluchtvertraging?


For more information contact